Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
samenwerken

Behandelen buiten je geneeskundebubbel

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Gezondheidsproblemen van patiënten met ver­schillende brillen bekijken en zo ­oplossen. Dat is het idee achter een nieuw keuzevak voor Utrechtse SUMMA-­studenten, dat straks ook aan studenten ­geneeskunde wordt aangeboden. Bij dit vak werken ze samen met studenten voeding & gezondheid, ­biomedische ­wetenschappen en biotechnologie.

Hoe help je een balletdanser met een darmontsteking voorspellen wanneer aanvallen optreden? Wat kun je doen aan de afvalberg die een dialysepatiënt veroorzaakt? Of hoe houd je de gewichtsontwikkeling van een kind met duchenne bij, als standaardgewichtscurves niet voldoen door afwijkende spiermassa?

Dat soort vraagstukken krijgen Utrechtse studenten voor­gelegd in het BITT-programma, een afkorting die staat voor de mondvol ‘Bio-Tech-Med-Nutrition Interdisciplinary Team Training’. In dat programma werken studenten samen met Utrechtse studenten biomedische wetenschappen, studenten voeding & gezondheid van de Universiteit van Wageningen (WUR) en studenten biotechnologie van de TU in Eindhoven. Het idee is dat ze zich bekwamen in een interdisciplinaire aanpak: dat zij patiëntcasussen niet alleen met een geneeskundige blik benaderen.

Logische combinatie

De Universiteit Utrecht heeft afgelopen drie jaar ervaring opgedaan met dit programma via de SUMMA-studenten: studenten die na hun bachelor de vierjarige SUMMA (Selective Utrecht Medical Master) doen, een master die opleidt tot basisarts en klinisch onderzoeker met verkorte coschappen maar meer onderzoekscomponenten. Vanaf studiejaar ’23-’24 wordt het BITT-programma ook aan reguliere masterstudenten geneeskunde aangeboden, licht adviseur Roos de Jonge van de Utrechtse geneeskundefaculteit toe, en waarschijnlijk wordt het binnen enkele jaren een verplicht onderdeel in het curriculum daar.

De combinatie van geneeskundigen met voedingsdeskundigen, biomedici en biotechnici is een logische, aldus De Jonge. ‘Het raakt aan preventie, wat een steeds belangrijker thema wordt. Terwijl artsen nog altijd heel weinig over voeding in hun opleiding krijgen. En de medische technologie neemt een enorme vlucht. Dus moet je elkaars taal leren spreken, elkaars perspectief leren zien. Je moet andere disciplines leren begrijpen en ermee leren samenwerken.’

Kwaliteit van leven

BITT-studenten worden ingedeeld in groepjes van vijf met verschillende studieachtergrond, en kunnen ­kiezen uit ­casussen oftewel challenges die worden aangedragen ‘vanuit de kliniek’, schetst De Jonge. ‘Artsen en patiënten die wij hiervoor aanschrijven, komen met een vraag. Het gaat vooral om vraagstukken om de kwaliteit van leven van patiënten te verbeteren.’

Het BITT-traject loopt vijf maanden. De studenten bezoeken in die periode elke deelnemende universiteit een keer, maar werken verder grotendeels op eigen gelegenheid en onder begeleiding van een tutor samen om een mogelijke oplossing voor een hulpvraag te vinden. Dat doen ze vooral via digitaal overleg, dat gemiddeld twee tot vier uur per week in beslag neemt.

Een jongetje met ADHD

SUMMA-studenten Marius Sneller (25 jaar) en Evy Reinders (24 jaar) zaten afgelopen jaar samen in zo’n BITT-groepje, met een student voeding en gezondheid uit Wageningen, een masterstudent toxicologie vanuit biomedische wetenschappen en nog een SUMMA-geneeskundestudent. Zij ­hielden zich bezig met een casus rond een jongetje met ADHD. In zijn leven speelde van alles wat invloed op elkaar had, schetst Sneller. ‘De ADHD-medicatie om zijn hoofd ­rustiger te krijgen, leidde tot slaapproblemen en daardoor weer concentratieproblemen. Veel negatieve feedback van zijn leraren op school had invloed op zijn zelfbeeld. In de gezinssituatie was veel stress, onder ander door een ernstig zieke vader. De jongen had last van ernstige woedeaanvallen.’

Aan de studenten was de vraag om ‘die knoop te ontwarren’. Sneller: ‘Wij wilden verder kunnen komen dan alleen ADHD-medicijnen aanbieden. Door overzichtelijk in beeld te brengen welke factoren de meest relevante invloed op het kind hadden, en daar dan hulp op aanbieden, bijvoorbeeld een gezinstherapeut of een sociale vaardigheidstraining.’ Dat goten de studenten in een model dat een overzicht aan behandelaars biedt, zodat die elkaar via een berichten­centrum op de hoogte kunnen houden van wie wat doet.

Interdisciplinair

Sneller, met een bachelor biomedisch wetenschappen én een bachelor rechten op zak, beschouwt zichzelf al als ‘interdisciplinair ingesteld’, reden waarom het BITT-programma hem trok. ‘Ik merkte dat de student voeding in ons groepje weer anders keek naar de problemen dan ik: wat kan je met andere voeding bereiken? Ik kijk met mijn geneeskundige achtergrond in eerste instantie heel erg naar de medicatie en bij­werkingen. Maar daar doe je zo’n kind mee tekort. Door andere invalshoeken te betrekken, krijg je een beter beeld.’

Reinders noemt dezelfde toegevoegde waarde en vond het interessant te ervaren hoe de Wageningse student ‘nieuwsgierig was naar wat er met voeding was te bereiken’. En de toxico­logische student ‘bracht biomedische voorkennis in’. In deze casus was het volgens haar wel ‘lastig om daadwerkelijk al onze verschillende achtergrond te representeren en in de oplossing te betrekken’.

‘Je moet elkaars taal leren spreken, elkaars perspectief leren zien’

Holisme

Toch noemt ze de samenwerking van waarde. Werken met ‘mensen met een andere expertise’ trekt haar. ‘Als je alleen met geneeskundestudenten werkt, merk je dat die op elkaar zijn ingespeeld, dezelfde verwachtingen hebben, met eenzelfde resultaat willen komen.’

In de BITT-groep leerde Reinders de waarde van ‘netwerkzorg’, geeft ze aan. ‘Het was leerzaam te spreken met alle betrokkenen: de artsen, de ouders, de patiënt. Ik heb geleerd hoe veel verschillende aspecten met elkaar samenhangen en invloed op elkaar hebben. Je kan als arts heel erg in je eigen geneeskundebubbel zitten. Ik denk dat het goed is om te ervaren hoe het is om samen te werken met andere disciplines, voor reflectie en nuance van je eigen ideeën.’

Volgens Sneller vraagt de ‘steeds complexer wordende’ wereld van gezondheidszorg daar om. ‘Voor mij is het kernwoord holisme. Dat je een probleem van alle kanten bekijkt, een bredere kijk op gezondheid ontwikkelt. Dat je een keer belt met andere professionals: wat zie ik over het hoofd? Door superspecialisatie bestaat het risico dat je als arts het overzicht verliest. Zelfs door één cursus in je studiefase, besef je beter dat er meer mensen zijn om mee uit te wisselen, te overleggen en contact te maken.’ 

  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op opleiding, loopbaan en arbeidsmarkt.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.