Nieuws
arbeidsmarkt

Basisartsen in het nauw: vind ik nog wel werk?

Plaats een reactie

De stand van zaken omtrent de arbeidsmarkt

In april 2015 stelt de arbeidsmonitor van Medisch Contact ‘Overschot begint dramatische vormen aan te nemen’.  De positie van de net afgestuurde geneeskundestudent wordt op de huidige arbeidsmarkt steeds slechter. Wat nu?

Het duurt langer voordat basisartsen in opleiding weten te komen en de arbeidsmarkt zelf verkleint.  Lieke Koggel, portefeuillehouder De Geneeskundestudent: ‘Wij merken dat de studenten zich hier ook bewust van zijn. Meer dan de helft van de geneeskundestudenten neemt deel aan extracurriculaire activiteiten om straks gezien te worden en hun kans te vergroten op de arbeidsmarkt. Deze activiteiten voor zelfontplooiing moedigen wij aan, maar we maken ons wel ernstig zorgen om de positie van de aankomende basisartsen.’

Capaciteitsorgaan
Kort samengevat ziet het toekomstperspectief voor net afgestudeerde artsen er op korte termijn niet rooskleurig uit. De instroom in de studie geneeskunde is enkele jaren te hoog geweest voor het aantal opleidingsplekken voor de vervolgopleidingen, zo berekende het Capaciteitsorgaan al in 2013. Dit orgaan werd in 1999 in het leven geroepen nadat er in de jaren tachtig en begin jaren negentig steeds grote schommelingen waren in vraag en aanbod. Om dit beter op te vangen ontstond de Stichting Capaciteitsorgaan voor medische en tandheelkundige vervolgopleidingen. Een adviesorgaan dus, dat elke drie jaar advies uitbrengt om op lange termijn vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten.
Het Capaciteitsorgaan stelt nu dat het reservoir van basisartsen steeds groter wordt. In het rapport van 2013 adviseerde het Capaciteitsorgaan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om de instroom van geneeskundestudenten drastisch te verlagen van 3050 naar maximaal 2700 studenten.  Momenteel worden er namelijk jaarlijks 350 studenten opgeleid zonder mogelijkheid om in te stromen in een vervolgopleiding. Hierover zijn meerdere brieven gestuurd naar het OCW, maar zonder het gewenste effect. Claudia van Woerkom, voorzitter van De Geneeskundestudent: ‘De minister van OCW lijkt al jaren het goed onderbouwde advies van het Capaciteitsorgaan in de wind te slaan. Mogelijk spelen in haar overweging niet alleen de belangen van de toekomstige basisartsen, die graag aan het werk willen, een rol, maar ook financiële en politieke factoren.’

Ondertussen neemt de onrust onder geneeskundestudenten toe. Uit de meest recente enquête van De Geneeskundestudent blijkt dat slecht 22,7 procent van de studenten van mening is goed op hoogte te zijn van de huidige arbeidsmarkt voor basisartsen.  Studenten geven aan veel druk te ervaren en zich zorgen te maken of zij straks wel aan een baan komen. Maar hoe is dit reservoir van basisartsen ontstaan? En vooral: wat moet er veranderen om de situatie te verbeteren?

Werkloos
Voorheen was er ongeveer een poule van 2000 tot 2500 basisartsen die nog niet in opleiding waren tot specialist. Zij werkten als anios, of deden hele andere dingen zoals reizen of vrijwilligerswerk. Dit aantal hield zichzelf redelijk in stand, omdat ongeveer evenveel studenten in de vervolgopleiding instroomden als er afstudeerden. Door de toename van de instroom van geneeskundestudenten is dit evenwicht nu verstoord. In 2009 betrof het 3700 basisartsen, in 2013 waren het er al 4600. Nederland kent nu naar schatting van het Capaciteitsorgaan 5600 basisartsen van wie er vele ongewild werkloos thuiszitten. En dat zullen er de komende jaren nog meer worden. Aan de ene kant omdat het aantal opleidingsplekken de komende jaren licht zal dalen (het Capaciteitsorgaan adviseert nu al een daling van 15%), maar vooral omdat sinds 2010 de instroom van geneeskundestudenten is toegenomen en juist deze lichtingen de komende jaren de arbeidsmarkt instromen.

‘Niet ethisch’
Dit jaar gaat het Capaciteitsorgaan opnieuw een advies uitbrengen. Naar aanleiding van de eerdere brieven aan het adres van het ministerie heeft er overleg tussen beide partijen plaatsgevonden, waarbij de minister heeft aangegeven de gegevens van 2016 af te willen wachten voordat zij tot actie wil overgaan. De voorspelling is echter dat dit niet veel positiever zal zijn dan de eerdere berichten en dat het probleem alleen maar toeneemt. Ondertussen zijn ook de onderwijscommissies geneeskunde van de verschillende faculteiten hierbij betrokken en zal dit probleem binnenkort besproken worden binnen het decanenoverleg.
Ook het Capaciteitsorgaan zelf maakt zich ernstig zorgen. Victor Slenter, portefeuillehouder basisartsen bij het Capaciteitsorgaan, stelt dat het bovendien ‘niet ethisch is om studenten op te leiden tot basisarts zonder de intentie te hebben ze ook echt te laten werken als arts. Juist bij deze beroepsgroep, waar de beroepstitel na vijf jaar vervalt als er niet gewerkt wordt als arts en alternatieve arbeidsmogelijkheden erg beperkt zijn’.

De Geneeskundestudent gaat de ontwikkeling de komende maanden nauwlettend in de gaten houden en zal waar nodig samenwerken en actie ondernemen om de arbeidsmarkt voor de huidige en toekomstige basisartsen te optimaliseren.

Kimberley Anneveldt, algemeen bestuurslid De Geneeskundestudent



Kader:

Hoe adviseert het Capaciteitsorgaan?

Bij het maken van de adviezen van het Capaciteitsorgaan wordt naar een aantal aspecten gekeken:
-
Vraag
Wat is de zorgvraag op dit moment? Dit wordt naast de demografische gegevens gelegd die het CBS voor de komende jaren heeft voorspeld. Daarnaast wordt gekeken naar de epidemiologie van ziektebeelden en in hoeverre er van bepaalde specialismes of voor bepaalde ziektes meer artsen nodig zullen zijn. Tot slot wordt gekeken naar sociale factoren en beleidsontwikkelingen die meespelen bij bovenstaande onderwerpen. Met al deze gegevens samen wordt vervolgens een voorspelling gedaan hoeveel specialisten er over twaalf tot achttien jaar nodig zullen zijn in Nederland.
-
Aanbod
Hoeveel artsen zijn er nu? Hoeveel fte werken zij? Wanneer gaan ze met pensioen of hoeveel artsen stromen er in de toekomst op andere manieren uit? Daar worden vervolgens alle studenten en aiossen die nu al in opleiding zijn bij opgeteld.
- Taken
Tot slot wordt gekeken naar wie het werk nu eigenlijk doen, en of dit niet ook door bijvoorbeeld gespecialiseerde verpleegkundigen of physician assistants gedaan kan worden.
Vervolgens wordt aan de hand van het aantal benodigde (fte’s) artsen over twaalf tot achttien jaar en het aantal aanwezige artsen over twaalf tot achttien jaar berekend hoeveel studenten geneeskunde en aiossen er op dit moment moeten instromen om te voldoen aan die toekomstige vraag.


Voetnoten:
Kwant, L.D. (2015, april 30). Arbeidsmarktmonitor 2015-1: Zorgen om positie basisartsen

Nationale Zorggids (2015, juli 16). Basisartsen werkloos thuis door teveel aan opleidingsplaatsen. Nationale Zorggids.

 Meinders, K. (2015, juli 16). Aantal studieplaatsen Geneeskunde moet met 12 procent omlaag

Anneveldt, K.J. (2016). Onderzoeksrapport De Geneeskundestudent enqueteresultaten arbeidsmarkt 2015. De Geneeskundestudent.

 Nyst, E. (2016, 05 02). Capaciteitsplan: ‘Weer 15 procent minder aiossen’.

werk arbeidsmarkt
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.