Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws

Bachelor Geneeskunde: en dan?

Plaats een reactie

In 2010 moet aan alle geneeskundefaculteiten de bachelor-masterstructuur functioneren. Maar welke gevolgen dat heeft, dat weten de meeste studenten niet. Het KNMG Studentenplatform probeert daar iets aan te doen.


In 1999 ondertekenden 29 Europese ministers van onderwijs de Bologna-verklaring. In deze verklaring legden zij vast dat Europese studenten makkelijker van de ene naar de andere universiteit moeten kunnen overstappen. Hun studiepunten moeten ze zonder problemen kunnen meenemen. Om dit te realiseren moeten Europese faculteiten met vergelijkbare diploma’s gaan werken.


Studenten aan alle universitaire opleidingen sluiten hun studie al na drie jaar af en zijn dan bachelor. Met dit diploma kun je dan makkelijker – ook aan een andere faculteit – een masteropleiding gaan doen (mobiliteit). Dat kan een Nederlandse maar evenzeer een buitenlandse faculteit zijn. Het bachelordiploma moet het zelfs mogelijk maken om, al dan niet na het volgen van een schakeljaar, een master in een heel andere discipline te volgen.



Beperkte informatievoorziening


Studenten zijn tevreden over deze verruiming van de mogelijkheden. Dat blijkt uit een enquête onder bijna 1700 studenten. Van de ondervraagde studenten hecht 77 procent veel belang aan de mogelijkheden die de bama-structuur biedt; 6 procent noemde de nieuwe mogelijkheden onbelangrijk.


Veel geneeskundestudenten weten echter nog niet goed wat de ruimere mobiliteits- en keuzemogelijkheden concreet voor hen betekenen. Dat komt onder meer doordat de informatievoorziening ontoereikend is. Maar liefst 58 procent van de studenten had behoefte aan meer informatie over de mogelijkheden na de bachelorfase; 31 procent had daar geen behoefte aan en 11 procent had geen mening.


Helaas lijkt dat geen probleem van tijdelijke aard. Ook studenten van faculteiten die al enkele jaren volgens de bama-structuur werken, geven aan onvoldoende op de hoogte te zijn van de nieuwe keuzemogelijkheden.


Het KNMG Studentenplatform dringt er daarom bij de faculteiten op aan de informatievoorziening voor studenten te verbeteren. Daarnaast komt het platform zelf met een dossier over de bama-structuur op zijn website.



Ontwikkeling nieuwe Masters


De invoering van de bama-structuur stelt faculteiten in de gelegenheid om nieuwe masteropleidingen te ontwikkelen. Aan andere niet-geneeskundefaculteiten heeft de invoering van de bama geleid tot nieuwe masters en daarmee tot vergroting van de keuzemogelijkheden en de mobiliteit onder studenten. Als student kun je dan echt een persoonlijke keuze maken en voor díe richting kiezen die je het meest interesseert.


Onder geneeskundestudenten is de belangstelling voor andere masteropleidingen echter niet erg groot. Negen van de tien studenten geeft in de KNMG-enquête aan geen andere master dan geneeskunde te willen doen. De reden hiervoor ligt voor de hand. Studenten hebben gemotiveerd voor het artsenberoep gekozen en laten zich niet makkelijk van dit ideaal afbrengen.


Toch is het nodig dat faculteiten tegemoet komen aan de pakweg tweehonderd studenten per jaar die een andere master overwegen. Bijvoorbeeld een master waarin je wordt klaargestoomd tot onderzoeker of een die is gericht op specifieke deeltaken binnen de geneeskunde, zoals management. Door zulke masters kun je in je opleiding extra aandacht besteden aan je specifieke interesse, zonder dat je het zicht op het artsenberoep verliest.


Faculteiten zijn tot nu toe echter erg terughoudend in het ontwikkelen van nieuwe masters waarbij studenten toch zicht houden op een artsendiploma. Uit contact met studieadviseurs van verschillende faculteiten blijkt dat erop wordt gerekend dat vrijwel iedereen vanuit de bachelor doorstroomt naar de geneeskundemaster. Verder veronderstellen de faculteiten dat weinig studenten voor andere opties zullen kiezen. Die aanname lijkt een selffulfilling prophecy: zo lang er geen breder aanbod is, wordt er ook niet voor een andere opleiding gekozen. Het verbaast dan ook niet dat het ontwikkelen van nieuwe masters vooralsnog traag verloopt. De kans bestaat hierdoor dat de eerste groep bachelors nog niet kan profiteren van de nieuwe mogelijkheden.


De faculteiten van Groningen en Maastricht hebben inmiddels een eerste andere stap gezet. Zij bieden hun studenten een zogenaamd MD/PhD-programma, ook wel een research-master genoemd. In dit programma combineer je een master geneeskunde met een promotietraject. Op deze manier doe je én gecombineerd promotieonderzoek én word je bovendien basisarts. Een overzicht van de mogelijkheden is te vinden in het kader.

Master geneeskunde elders in Nederland


Naast de ruimere keuzemogelijkheden heeft de bama-structuur nog een voordeel. Je kunt na je bachelor gemakkelijk switchen naar een andere geneeskundefaculteit in Nederland. Studenten waarderen dit sterk; zij kunnen dan immers overstappen naar een faculteit die wél een research-master aanbiedt. Faculteiten lijken de mobiliteitswens van studenten echter niet erg serieus te nemen. Studieadviseurs schatten dat de laatste jaren hooguit vijf studenten per jaar per universiteit zijn overgestapt naar een andere medische opleiding.


De invoering van de bama-structuur zal hier volgens hen weinig aan veranderen. Overstappende studenten worden tot nu toe alleen bij zwaarwegende persoonlijke omstandigheden geaccepteerd. Als reden voor deze terughoudendheid voeren de faculteiten capaciteitsproblemen aan. Door tekort aan ruimte krijgen eigen studenten voorrang boven overstappende studenten. Er is dus wel mobiliteit maar met de handrem erop. Om de bama-structuur tot een succes te maken zullen faculteiten dit moeten veranderen. Ze zouden studenten van andere faculteiten juist moeten verwelkomen in plaats van ze te weren.



Master geneeskunde in het buitenland


Naar schatting doet op dit moment slechts 1 procent van de geneeskundestudenten een master in het buitenland. Volgens studieadviseurs is het aantal ‘emigrerende’ studenten zelfs op de vingers van één hand te tellen. In scherp contrast hiermee staat dat 77 procent van de studenten zegt het belangrijk te vinden om aan een buitenlandse faculteit te kunnen studeren (zie grafiek). Blijkbaar bestaan er nog te veel obstakels om daadwerkelijk naar het buitenland te gaan.


De bama-structuur moet hierin verandering brengen. Minimale voorwaarde is dat er uniforme Europese eisen, zogeheten eindtermen, worden opgesteld waarin is opgenomen waaraan een bachelor- en masteropleiding moeten voldoen. Dit biedt studenten dan de zekerheid dat ECTS-punten behaald aan een universiteit in den vreemde ook door de eigen faculteit worden erkend. Daarnaast moeten faculteiten initiatieven ontwikkelen om het voor studenten makkelijker te maken om buitenlandervaring op te doen. Hierbij valt te denken aan samenwerkingsverbanden met universiteiten met een vergelijkbare opbouw van het onderwijsprogramma. Op deze manier wordt de stap voor studenten om over de grenzen te gaan kleiner, want alleen dan lopen zij geen studievertraging op.



Afsluiting


De bama-structuur heeft studenten in theorie veel te bieden: keuzemogelijkheden voor de master en mobiliteit in zowel binnen- als buitenland. Jammer genoeg worden deze nieuwe mogelijkheden nog niet benut. Het KNMG Studentenplatform pleit er dan ook voor dat faculteiten de nieuwe mogelijkheden zo goed mogelijk uitwerken én onder de aandacht brengen bij studenten, zodat er maximaal van kan worden geprofiteerd. Hierbij is een prominente rol weggelegd voor onderwijsraden en studie­adviseurs aan de verschillende faculteiten. Onder

KNMG Studentenplatform

vind je meer praktische informatie.


PDF van dit artikel

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.