Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
KNMG Studentenplatform Ron van Oosterhout; Sybren Rynja
03 augustus 2007 6 minuten leestijd

Aan de poort van de faculteit

1 reactie

Selectie voor en tijdens de opleiding geneeskunde

Weet je het nog, het eindeloze wachten voordat je met je studie geneeskunde kon beginnen. Smachtend uitzien naar de IBG-envelop. Word ik ingeloot? Mogelijk is dit straks niet meer het enige spannende selectiemoment in de geneeskundestudie.

Elk jaar opnieuw bepaalt de minister van VWS hoeveel studenten aan de studie geneeskunde kunnen beginnen, de numerus fixus. Hij baseert zich hierbij op ramingen voor de opleidingsbehoefte door het Capaciteitsorgaan. De minister van OCW verdeelt vervolgens de plaatsen over de verschillende faculteiten. De overheid reguleert het aantal studenten dat wordt opgeleid om te voorkomen dat er een artsentekort of -overschot ontstaat. Omdat ieder jaar meer personen willen beginnen dan er plaatsen zijn, moet er worden geselecteerd.

Manieren van selectie
Er zijn drie mogelijkheden om te worden toegelaten tot de opleiding geneeskunde: 1) rechtstreekse toelating bij een gemiddeld cijfer hoger dan of gelijk aan een acht, 2) centrale selectie via gewogen loting en 3) decentrale selectie. Bij de derde vorm gaat het om andere criteria dan eindcijfers.

Geneeskunde is één van de vervolgopleidingen in Nederland waarbij vóór de studie een centrale selectie plaatsvindt op basis van middelbareschoolresultaten. Een ongewogen loting wordt als onrechtvaardig gezien. Als iedereen dezelfde kans heeft om te worden ingeloot, waarom zou je dan proberen hoge eindcijfers te halen? Door de gewogen loting is het systeem iets rechtvaardiger: hoe hoger je gemiddelde eindcijfer, hoe groter je kans om te worden ingeloot. Studies als tandheelkunde, diergeneeskunde en in sommige steden ook rechten en psychologie kennen eenzelfde procedure. Het voordeel van deze typisch Nederlandse manier is dat iedereen, ongeacht zijn cijfers, kans maakt op een plek in de opleiding. Bovendien worden, zoals gezegd, goede cijfers beloond met een hogere lotingskans. Het nadeel is dat je nooit helemaal zeker bent van een plaats, behalve als je gemiddelde eindcijfer een acht of hoger is. Deze laatste bepaling dateert van het einde van de jaren ’90. Er was toen veel commotie ontstaan omdat een paar mensen met een gemiddelde van boven de negen werden uitgeloot.

Het Erasmus MC, AMC/UvA en VUmc hebben ervoor gekozen een deel van hun opleidingsplaatsen toe te wijzen aan studenten die zij zelf hebben geselecteerd via zogeheten decentrale selectie. Het Leids Universitair Medisch Centrum overweegt een vorm van decentrale selectie binnenkort te herstarten. En in het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) selecteert men decentraal voor de SUMMA-opleiding (Selective Utrecht Medical Master). Deze manier van selectie gaat uit van de gedachte dat hoge middelbareschoolcijfers níet voorspellen dat iemand een goede dokter wordt. De opleidingen kiezen een deel van de instroom zelf op basis van de kennis van studenten en op basis van hun communicatieve en samenwerkingsvaardigheden en motivatie. Aan de Erasmus Universiteit Rotterdam wordt zelfs 50 procent van de studenten decentraal geselecteerd. De discussie of, en in hoeverre je VWO-prestaties voorspellen of je een goede dokter wordt, is dus nog niet afgerond

In het buitenland
Ook andere landen beperken het aantal geneeskundestudenten. Het Nederlandse systeem van gewogen loting wekt daar echter verwondering. Vooral het feit dat je ondanks goede cijfers toch kunt worden uitgeloot, stuit op onbegrip. In Frankrijk kan iedereen aan het eerste jaar van de geneeskundestudie beginnen. Daarna vindt echter selectie plaats, omdat vanaf jaar twee een beperkt aantal plaatsen beschikbaar is. De resultaten van een landelijk examen bepalen of je mag doorgaan naar jaar twee. Door deze bottleneck kan dus niet iedereen de opleiding afmaken.
In Spanje moet iedereen die geneeskunde wil studeren na het eindexamen nog een landelijk examen maken. De uitslag daarvan bepaalt of je mag starten met de studie. Het voordeel van de Spaanse methode is dat je niet afhankelijk bent van loting, maar puur van je eigen prestaties. Het nadeel is dat alleen naar je cijfers wordt gekeken en niet naar andere vaardigheden. Er zijn dus verschillende selectiemethoden mogelijk, alle met voor- en nadelen.

Bachelor-master
Met het ondertekenen van de Verklaring van Bologna in 1998 heeft Nederland ingestemd met een grotere mobiliteit onder Europese studenten. Het moest gemakkelijker worden een deel van je universitaire opleiding in het buitenland te volgen. Enkele voorwaarden hiervoor waren een Europees systeem van studiepunten (het ECTS-systeem), het in Europees verband erkennen van universitaire diploma’s en de invoering van het bachelor-master-(BaMa-)systeem.

Bijna alle studies in Nederland hebben deze voorwaarden vrij snel ingevoerd; geneeskunde bleef echter lange tijd een uitzondering. Voor vakken, stages of coschappen in het buitenland krijg je ondertussen ECTS-punten en als afgestudeerde met een Nederlandse artsenbul mag je overal in Europa als arts werken (zie ook blz. 13). Het vervangen van de structuur van propedeuse-doctoraal-artsenbul naar bachelor-master gaat wat minder snel. In het collegejaar 2006-2007 hebben vijf van de acht faculteiten dat gerealiseerd. Verwacht wordt dat binnen twee jaar minstens twee van de drie overige faculteiten ook de BaMa-structuur zullen invoeren.

Daarna bestaat de opleiding formeel uit twee afgeronde delen: het bachelor-deel en het master-deel. Welke studieonderdelen in welk deel zouden moeten, is niet duidelijk. Ondanks deze tweedeling zal het hoofddoel van de opleiding geneeskunde niet veranderen: het opleiden van studenten tot professioneel werkzame artsen.

Tussen de bachelor en de master zouden faculteiten in theorie een extra selectiemoment kunnen invoeren. Het is dus mogelijk dat, om opgeleid te worden tot arts, studenten ook voor de master worden geselecteerd. Dan zou er, na de gewogen loting of de decentrale selectie voor het begin van je studie, dus nog een tweede selectiemoment zijn. Studenten die niet door de selectie voor de master komen, hebben dan alleen het bachelordiploma geneeskunde.

Dat dit niet helemaal toekomstmuziek is, blijkt uit een discussie die dit voorjaar ontstond. Professor Croiset, hoogleraar onderwijskunde aan het UMCU, gaf aan dat studenten voor de SUMMA-opleiding, een masteropleiding geneeskunde gericht op bachelorstudenten biomedische wetenschappen, zullen worden geselecteerd. Mannelijke studenten zouden bij gelijke geschiktheid de voorkeur krijgen om de man-vrouwverdeling in het artsenvak recht te trekken en de status van het vak te garanderen. Het gaat hier weliswaar om een masteropleiding geneeskunde die moet opleiden tot arts-onderzoeker, toch wordt er blijkbaar over de noodzaak en gevolgen van selectie voor het begin van de master nagedacht. Ook over de selectiecriteria kan nog flink worden gediscussieerd; kennis, competenties, motivatie? En voor wie gaat de selectie dan gelden? Voor elke student of alleen voor studenten die hun bachelor elders hebben behaald? Ongetwijfeld gaan we hierover in de komende tijd nog meer horen.

Hoe nu verder?
Al met al kan en moet er zelfs worden gediscussieerd over een aantal belangrijke punten rondom de selectie. Zoals gezegd heeft elk selectiesysteem voor- en nadelen. Het KNMG Studentenplatform heeft nu geen duidelijke voorkeur voor één van de genoemde methoden. In ieder geval ziet het platform de mogelijkheid van decentrale selectie als inhoudelijke aanvulling op de gewogen loting.

Met de introductie van de BaMa en de mogelijkheid van een eventueel extra selectiemoment voor de master moet er wel op korte termijn worden gekeken naar de selectie voor de opleiding. Misschien is er door deze verandering een andere selectiemethode nodig dan de gewogen loting in combinatie met numerus fixus van nu. Of het feit dat je man of vrouw bent hierbij een rol zou mogen spelen, is nog onduidelijk.

Bovendien moet er door de invoering van de BaMa-structuur ook worden nagedacht over de waarde van het bachelordiploma geneeskunde en de mogelijkheden die dat diploma biedt qua vervolgopleiding of werk. Met deze vragen gaan we ons als KNMG Studentenplatform de komende tijd bezighouden. Jullie mening is van groot belang en daarom zal in het volgende Studentenpanel (voorjaar 2008) naar jullie mening worden gevraagd!


PDF van dit artikel

Bekijk ook

  • Standpunt KNMG studentenplatform

print dit artikel
decentrale selectie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Ashleigh, eINSMNGmCaKQJw 27-08-2012 00:00

    "Heerlijk! Ik heb het zelf gedaan met Licor 43 in ptaals van sinaasappellikeur. Daarvan wordt het een beetje een sinas-split. Leuk idee het crushed ice met kruiden, alleen moet het bakje waarin je het presenteert wel een cooler zijn, anders is het visuele effect zomaar verdwenen. Wat ook leuk werkt is kruidenzout of fijn Himalaya zout (roze van kleur) presenteren in zo'n leuk mandje met boter en ciabatta.Nogmaals bedankt voor de leuke tips!"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.