Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
naar overzicht
Blog

Een andere geneeskunde?

Plaats een reactie

De afgelopen paar jaar is er non-stop gepubliceerd over besluitvorming in de zorg. Shared decision making, anderhalvelijnszorg en de inzet van consultatieteams zijn slechts enkele voorbeelden. Toch blijft het toepassen van deze zorginnovaties in de praktijk vaak lastig. Is het te theoretisch?

Bij een evaluatie van een checklist voor betere communicatie over behandelbeslissingen, maakte ik artsen mee die weigerden hieraan mee te werken. Ze vonden dat ze dan werden afgeleid van waar het wezenlijk om draaide: de patiënt. Hulpmiddelen in de zorg lijken dus bij voorkeur zo nauw mogelijk te moeten aansluiten bij de dagelijkse werkzaamheden van de arts/zorgprofessional.

Er lijkt een verandering in de geneeskunde gaande. Een verandering waarbij naast harde uitkomsten ook de context steeds meer aandacht krijgt: de totale omgeving waarin een beslissing zijn betekenis krijgt moet dan ook worden meegenomen. Dat kost tijd. Daarbij moet er bijvoorbeeld ook gekeken worden naar ieders waarden, normen en gedragingen. Dat betekent dat er naast uitkomstmaten die gemakkelijk in een kruistabel zijn te zetten, ook uitkomstmaten zijn die lastiger meetbaar zijn zoals het welbekende ‘wel- of niet-pluisgevoel’ en het verhaal achter de patiënt.

Binnen de geneeskunde werd het geven van context als leidraad voor het begrijpen van de praktijk en het doen van onderzoek vaak niet zo expliciet besproken. Maar juist wanneer er nog veel gepionierd kan worden, en er nog veel ‘grijs’ is, is de betekenis van bevindingen wel heel belangrijk. Dat is zowel wenselijk in de praktijk als in onderzoek: kwalitatief en participatief onderzoek zijn dan mooie onderzoeksmethoden. Wat betekent dit concreet?

Een praktijkvoorbeeld. Wanneer een oncoloog in de spreekkamer zit, zal hij automatisch naast richtlijnen de context van de patiënt en zichzelf meenemen: alleen zo kunnen arts en patiënt uiteindelijk tot een gezamenlijk besluit komen. Daarvoor zal er soms wel, en soms niet iets van de richtlijnen afgeweken moeten worden.

Een onderzoeksvoorbeeld. Er is nu veel discussie over de meerwaarde van (zo groot mogelijke) transparantie in het medisch dossier. Om te weten wat voor impact inzage in het dossier heeft op de beleving van de patiënt en het handelen van de arts, zou ik bijvoorbeeld heel graag willen weten op welke momenten de patiënt zijn dossier inziet, wie er met hem of haar meekijkt, en of er hierna nog een internetsearch gaat plaatsvinden van de gevonden labwaardes.

Een open, contextuele benadering werkt. Toch roept het expliciet benoemen van het belang van context weerstand op, vooral in relatie tot evidencebased practice. Dit ondanks het feit dat de praktijk laat zien dat context essentieel is; en ondanks het feit dat het RVS-rapport (zie onder) duidelijk aangeeft dat wetenschappelijke evidentie heel belangrijk is en moet blijven.

Misschien moeten artsen in plaats van afgeleid zijn van hun patiënt omdat ze de context niet meer mee kunnen nemen, zélf meer onderdeel gaan worden van die context. Naast externe hulpmiddelen die de zorg/communicatie kunnen verbeteren, kunnen ze dan vooral zichzelf als persoon inzetten. De zorgprofessional als onderdeel van de context: daar kan denk ik zowel zorg als onderzoek van profiteren.

Zie o.a.

 1.           Meurs P. Zonder context geen bewijs: over de illusie van evidence-based practice in de zorg. Den Haag               RVS;2017.

2.           Gilligan T. A Pathologic Fascination With Humanity. J Clin Oncol. 2018;36(4):425-426.

3.           www.compassionforcare.com

print dit artikel
  • Hilde

    Hilde is onderzoeker en is sinds 2015 bezig met de opleiding geneeskunde.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties