Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Blogs
Blog

De huisarts

3 reacties

Over huisartsgeneeskunde wordt vaak wat lacherig gedaan: beetje aankijken, beetje paracetamol voorschrijven en bij twijfel altijd even een labje, echo, X-thorax, urinestickje en ach, verwijs de patiënt maar door als die moeilijk doet. Vaak genoeg sta je op de spoed en denk je ‘Welke simpele ziel heeft deze patiënt met een lichte verkoudheid ingestuurd?’. Of juist: ‘Allemachtig, wie heeft hier zolang zitten slapen?’ Afgeven op de huisarts is altijd makkelijk en ook patiënten zitten vaak vol met (kleine) frustraties over hun dokter.

Je kunt je dus voorstellen dat ik benieuwd was naar mijn coschap bij een huisarts in een lieflijk dorpje ergens in het Gooi. Ik kan je vertellen dat ik geleerd heb hoe lastig het vak soms kan zijn.

Elke tien minuten komt er een nieuw probleem je kamer binnenlopen. Hij, zij (enkelvoud) of zij (meervoud) ploffen neer op een stoel en vertellen je hoelang ze hebben moeten wachten. Je knikt, staat nog twintig seconden klagen toe en onderbreekt hen dan om te vragen hoe je hen kan helpen. Twee minuten lang kunnen ze ongestoord vertellen wat er aan de hand is. Soms een duidelijk probleem (‘Ik hoest al heel lang, heb ik kanker?’), vaak ook niet (‘Ik voel me futloos’). In de minuten die daarop volgen stel je vragen om het probleem te verhelderen (‘Hoelang al?’) en alvast een hypothese te toetsen (‘Bent u wel eens kortademig?’). Ondertussen typ je alvast in het dossier, tot ergernis van iedereen inclusief jezelf. Maar tussen de consulten heb je geen tijd en 24 consulten uittypen tijdens je halfuurtje lunch en tussen de belletjes en visites door is onmogelijk.

Meer dan vijf minuten zijn gepasseerd, tijd om door te pakken. De overige vragen moeten dan maar tijdens het lichamelijk onderzoek.  Snel even hart en longen of toch ook de buik? In het ziekenhuis barst het van de patiënten die om het hardst roepen wat hun huisarts allemaal gemist heeft. Dus luister je toch nog even langer om zeker te weten dat die overslag vastzit aan de ademhaling. Die tensie moet dan de volgende keer maar weer.

Nog twee minuten. Je leest nog een keer het dossier door. Labje? X-thorax? Verwijzing? Je staart naar het scherm. Opeens herinner je je de essentiële vraag: waarom komt deze patiënt op dit moment met deze klacht bij mij? Wat wil ze eigenlijk? Sommigen komen voor enkele geruststellende woorden (‘Is gewoon een griepje, geen zorgen’) en een aai over de bol, terwijl anderen zich hoogst beledigd voelen als je ze niet met spoed naar de beste internist van Noord-Holland verwijst.

Nu je weet wat de patiënt wil, heb je nog één minuut om je beleid uit te leggen, advies te geven en eventueel een afspraak te maken voor een vervolgconsult. De tien minuten zijn om. Snel sta je op en geef je een hand. Je lacht vriendelijk en gebaart naar de deur. De patiënt pakt langzaam haar spullen en schuifelt naar de deur. Ze legt de hand op de deurklink en twijfelt. Dan draait ze zich om. ‘Het gaat niet goed met mijn zoon, ik ben bang dat hij zichzelf wat aan doet.’

De volle wachtkamer schiet door je hoofd. De woorden van de minister over efficiëntie in de zorg. Het moet sneller, goedkoper, ‘beter’.  Eigenlijk moet ze een andere afspraak maken, moet je een ander formuliertje invullen, een andere declaratie doen. Doorverwijzen naar maatschappelijk werk. Maar je hebt nú een opening, als je haar wegstuurt komt ze misschien niet meer terug.

Dertien minuten. Je had al bij de volgende hypothese toetsende vragen moeten zijn.

Je twijfelt. Volgens de verzekeraar houdt hier het takenpakket van de huisarts op. Maar eigenlijk begint het werk van de huisarts nu pas echt. Je bent er voor je patiënten, ook als het niet op het declaratieformulier past. Dus gebaar je haar weer te gaan zitten, klap je de laptop dicht en begin je opnieuw.

De huisartsgeneeskunde is misschien wat minder flitsend dan het werk van specialisten in het ziekenhuis en ja, er worden soms diagnoses gemist die in het ziekenhuis zo duidelijk lijken (met behulp van een MRI, CT-scan, lumbaalpunctie, eeg, zes professoren en een leger aan artsen en verpleegkundigen). Maar als je je afvraagt waar de meeste zorg in de gezondheidszorg wordt geleverd, dan hoef je niet verder te kijken dan de huisarts.

  • Sebastiaan

    Zijn oma denkt dat hij de wereld redt.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.