Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Blogs
Blog

Coassistenten in soorten en maten

Plaats een reactie

In de jaren die ik nu rondhuppel in ziekenhuizen heb ik er al heel wat voorbij zien komen. Op basis van een jarenlange, diepgaande analyse vanaf de andere kant van de tafel (ik zou er bijna een PhD over kunnen doen) presenteer ik vol trots de verschillende soorten coassistenten!

1)     Het vermaak. Dit zijn de leukste coassistenten. Ze vermaken je als je moet wachten op de arts door de hele anamnese met je door te gaan, waarbij ze wat klungelig allerlei gesprekstechnieken op je testen. Toen ik ooit op de kinderafdeling lag kwamen ze kletsen en House MD meekijken (alhoewel ik er niet van overtuigd ben dat dat laatste een puur altruïstische manoeuvre was). En ook nog een speciaal bedankje aan de co die wél de dvd-speler aan de praat kreeg, wat mij, de pedagogisch medewerker, en een verpleegkundige niet was gelukt.

2)     De parasiet. De parasiet verschijnt plotseling als je de spreekkamer instapt. Stelt zich vaak niet voor of mompelt even kort dat ‘ie de co is. Lijkt geen naam te hebben. De parasiet zwijgt het hele consult, maar kijkt je wel heel intens aan. Stelt geen vragen aan jou of de arts.

3)     De knikkebol. De knikkebol lijkt een beetje op de parasiet, hij is doorgaans heel stil, zit op zijn kruk ver achter de arts. Maar in tegenstelling tot de parasiet kijkt de knikkebol je amper aan, hooguit met vermoeide ogen. Je maakt je oprecht zorgen of ‘ie niet in slaap gaat vallen en dan met kruk en al naar de grond gaat. Ik weet dat het zwaar is. Dat de laatste keer dat je een fatsoenlijke nacht had eeuwen geleden was. Dat je net als ik ook liever ergens anders zou zijn. Maar toch. Pas op dat je niet valt.

4)     De babbelaar. Ik heb dit type coassistent één keer mogen ontmoeten. Hij positioneerde zijn kruk tússen mij en de arts (leve spreekkamers met ronde tafels!), zag mijn mededeling dat het zo lastig was om een plek voor mijn huisartsstage te vinden als een startsein en stortte zijn hele verhaal over zijn eigen huisartsstage over me uit. Nou was dat ergens begrijpelijk, hij zat drie jaar boven me op dezelfde uni, dus we hadden elkaar zo tegen kunnen komen elders, en mijn gesprekken bij de kinderarts waren altijd heel amicaal, maar ik kwam er gewoon niet meer tussen. De dingen die ik wilde bespreken heb ik gelaten voor wat ze waren, maar zijn tips hebben wél geholpen een stageplek te vinden!

5)     De ik-ken-jou. Als geneeskundestudent kom je nog weleens iemand tegen in het ziekenhuis die je kent. Als het in de context van ‘even zwaaien en weer verder’ is vind ik het prima, maar bij consulten worden ze vriendelijk de deur uitgebonjourd.

6)     De vanger. Ik heb de neiging moeilijke vragen te stellen. Zo moeilijk dat de arts er soms geen antwoord op heeft. Sterker nog, puber Robin maakte er een sport van voor elk consult een vraag te bedenken die zo moeilijk was dat de arts er geen antwoord op zou hebben (je moet wat, hè?). Helaas werden die vragen meestal doorgekaatst naar de persoon op de kruk. Ik had daar toch wel een beetje medelijden mee.  

7)     De normale co. Stelt zich bij de deur netjes voor met een naam, kijkt geïnteresseerd mee en stelt misschien nog ergens in het consult ook een vraag. Zijn er genoeg. Doen het goed, maar worden meestal niet onthouden, in tegenstelling tot co 1,2 en 4.

lees ook
  • Robin

    Robin zit in het derde jaar van haar bachelor geneeskunde. Naast geneeskundestudent is zij ook patiënt. Hierdoor ziet zij de gezondheidszorg van twee kanten.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.