Laatste nieuws
huisartsenzorg

‘We gaan er alles aan doen om commerciële partijen uit de huisartsenzorg te weren’

Strijdvaardigheid maar ook machteloosheid bij de zorgverzekeraar

7 reacties
Getty Images
Getty Images

Steeds meer huisartsenpraktijken worden opgeslokt door commerciële ketens. Hierdoor duiken ook vaker berichten op over misstanden. Is het mogelijk deze partijen tegen te houden?

Voorbeelden van misstanden bij huisartsenpraktijken kort na overname door een commer­ciële partij liggen voor het oprapen. Zo sloot een Brabantse praktijk van Co-Med abrupt en definitief de deuren, en nam het personeel van een praktijk in Zwolle collectief ontslag uit onvrede met de nieuwe eigenaar: Co-Med.

In een praktijk van Centric Health in Rotterdam moest beveiliging het personeel tegen boze patiënten beschermen. Ook kwam huisartsenpraktijk Acacialaan van Centric Health in Pijnacker veelvuldig negatief in het nieuws. Een analyse van de perikelen rondom die praktijk legt bloot hoe lastig het is om partijen met een winstoogmerk uit de huisartsenzorg te weren.

Winstoogmerk

Maar eerst: wat is een commerciële partij eigenlijk? Kennisorganisatie Nivel schat op basis van een verkennend onderzoek dat in Nederland momenteel 45 tot 230 huisartsenpraktijken zijn ‘overgenomen door commerciële investeerders’. Een erg grove schatting. Dat komt doordat een duidelijke definitie ervan ontbreekt. ‘In zekere zin is iedere huisartsenpraktijk commercieel, want je moet ervan kunnen leven’, licht senior onderzoeker Peter Groenewegen desgevraagd toe, ‘maar de meeste huisartsen werken niet voor aandeelhouders die geen huisartsen zijn.’ Als de scope vernauwd wordt tot investeerders met een winstoogmerk, dan gaat het volgens Nivel om ten minste 45 huisartsenpraktijken die volledig in handen zijn van commerciële ketens, zoals Centric Health, Co-Med en Arts & Zorg. Van die drie is Centric Health momenteel de enige partij die grotendeels gefinancierd wordt via private equity – investeerders die buiten de aandelenmarkt om in een bedrijf investeren.

Berispt

Terug naar de Acacialaan in Pijnacker. Als huisarts Ed Timmermans ruim dertig jaar praktijkhouder van de huisartsenpraktijk Timmermans op de Acacialaan is, wil hij – met het oog op zijn pensioen – zijn werkzaamheden afbouwen. Hij zoekt een opvolger. Een tip van een collega brengt hem bij Centric Health, een van oorsprong Iers bedrijf, opgericht door twee huisartsen. Nederland is de eerste uitbreiding van het bedrijf op het Europese vasteland. Timmermans zei eerder in Medisch Contact dat Centric Health veel ervaring leek te hebben: ‘Vijftien, twintig jaar actief in Ierland, 500 duizend patiënten; het zag er allemaal solide uit.’ Hij komt met de Nederlandse tak van Centric Health tot een overnameovereenkomst. Vanaf 1 april 2022 bestiert Centric Health de huisartsenpraktijk – die dan de naam Acacialaan krijgt. Afgesproken wordt dat Timmermans ten minste tot eind 2022 als vaste waarnemer parttime in de praktijk blijft werken. Dat geeft Centric Health ruim de tijd om een nieuwe praktijkhouder te vinden.

Dat lukt niet. In plaats daarvan werken steeds andere huisartsen in de praktijk. Regelmatig kunnen patiënten geen afspraak maken omdat er voor die dag nog geen waarnemer is gevonden. Uiteindelijk escaleert de situatie. In april dit jaar brengt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) naar buiten dat de praktijk tijdens kantoor­tijden ‘meerdere momenten’ moeilijk bereikbaar was en dat overdag niet altijd een huisarts beschikbaar was om binnen vijftien minuten spoedzorg te leveren. Soms kregen patiënten die belden zelfs via een bandje te horen dat ze na 17.00 uur de huis­artsenpost maar moesten bellen.

De IGJ berispt Centric Health hiervoor: een zeldzaam­heid.

Op 8 mei jl. neemt Timmermans zijn oude praktijk weer terug. Waar slechts een schim van over is. Er kleeft veel negatieve publiciteit aan en in korte tijd zijn meerdere doktersassistenten vertrokken. Tegen Medisch Contact zei hij eerder dat hij nu zelf een opvolger gaat zoeken en dat zal in elk geval géén commerciële partij zijn.

In een praktijk van Centric Health in Rotterdam moest beveiliging het personeel tegen boze patiënten beschermen

DSW

In de regio tussen Rotterdam en Den Haag is DSW de preferente zorgverzekeraar. Als een huisarts ervoor kiest om één contract af te sluiten met de preferente zorgverzekeraar en als andere zorgverzekeraars de tariefafspraken uit dat contract volgen, is de preferente zorgverzekeraar hét aanspreekpunt. In het geval van de praktijk op de Acacialaan en Centric Health is dat DSW. Begin januari 2023 kreeg die de eerste ‘concrete signalen’ over misstanden bij deze huisartsenpraktijk, zoals de slechte bereikbaarheid en het gebrek aan spoedzorg tijdens kantooruren. Omdat DSW niet wist wanneer er wel of niet een huisarts in de praktijk was, belden medewerkers gedurende enkele weken iedere dag tijdens kantoortijden naar de praktijk. ‘Vanaf half maart kwamen zoveel signalen binnen dat we actiever zijn gaan monitoren en hebben we bijna dagelijks de huisartsenpraktijk gebeld om te controleren of er opgenomen werd, en dat hebben we ook allemaal bijgehouden, en toen werd er steevast niet opgenomen’, zegt Aad de Groot, bestuursvoorzitter van DSW. Inmiddels zijn dan vijf medewerkers bijna dagelijks met dit dossier in de weer.

Opmerkelijk genoeg klaagden patiënten amper bij DSW. Dat verbaast De Groot. Hij schat dat er misschien een tiental klachten van verzekerden over deze huisartsenpraktijk binnenkwamen. ‘Ik denk dat dat door een combinatie van factoren komt: loyaliteit naar de huisarts, misschien bellen mensen eerder de inspectie met klachten dan de zorgverzekeraar, en ik denk dat mensen over het algemeen wel weten dat huisartsen drukbezet zijn, dat zal er ook toe leiden dat zij hier minder snel een klacht over indienen’.

Inschrijftarieven

Vervolgens is DSW op zoek gegaan naar een andere huisarts. Zo probeerde DSW een huisarts te ondersteunen om binnen twee weken een nieuwe praktijk in de gemeente op te zetten waar de
patiënten van de Acacialaan zich konden laten inschrijven als ze weg wilden. Een zeer ongebruikelijke stap voor een zorgverzekeraar. DSW had al een locatie en ‘alles stond in de steigers’, maar dat plan strandde op ‘technische hobbels’, zoals het tijdig rond krijgen van een AGB-code en Vecozo-certificaat, noodzakelijk om zorgkosten te declareren.

Bovendien was Centric Health niet happig om hieraan mee te werken. Dat verbaasde De Groot ergens niet, want patiënten die op naam bij een praktijk staan ingeschreven bepalen de waarde ervan, ‘iets wat voor met name commer­ciële praktijken van groot belang is’. ‘Centric Health kwam toen zelf met een huisarts, maar die ging niet akkoord met hun voorwaarden.’

‘Als zorgverzekeraar heb je weinig in handen. Wij kunnen contracten sluiten maar als een partij die niet nakomt, hebben we beperkte handhavingsmiddelen: betalen ja of nee, of contract ja of nee’, zegt De Groot. De overeenkomst met Centric Health stoppen, zou betekenen dat de praktijk als ongecontracteerde zorgverlener verder zou gaan. ‘Niet alle declaraties worden dan tot 100 procent van het NZa-tarief vergoed en dan zou Centric Health het verschil op de patiënten kunnen verhalen.’ Daarom koos DSW ervoor om de inschrijftarieven voor het tweede kwartaal op te schorten en voor het eerste kwartaal terug te vorderen. Dit is een unicum in de huisartsenzorg. De Groot: ‘Ik vind het een stevig middel, maar de maatregelen die we nemen vind ik nog mild in verhouding tot de wanprestatie die hier is geleverd. Er zijn hier ruim tweeduizend patiënten voor wie de huisarts wekenlang elke dag onbereikbaar was. Dat kan gewoon niet.’ Om toch spoedzorg tijdens kantooruren te garanderen, zette DSW een tijdelijke achterwachtvoorziening op in de huisartsenpost in Delft. ‘Maar die stond half maart nog niet op poten.’ Gevraagd naar een reactie bestrijdt Centric Health bovenstaande uitspraak van De Groot overigens.

DSW is van plan om ook inschrijftarieven terug te vorderen in andere regio’s als zich vergelijkbare situaties voordoen. Dan gaat het wel om lagere bedragen, omdat DSW daar niet de preferente zorgverzekeraar is. ‘Er is al één plek waar we dat gaan doen en dat is Reusel.’ Daarmee doelt De Groot op de eerdergenoemde praktijk van Co-Med die abrupt de deuren sloot en patiënten aan hun lot overliet.

‘De maatregelen vind ik nog mild in verhouding tot de wanprestatie die is geleverd’

Vrije artsenkeuze

Voor DSW was dit de eerste praktijk in de regio die door een commerciële partij met een winstoogmerk werd overgenomen. Wat De Groot betreft gebeurt dat niet meer. ‘Ik vind dat de huisartsenzorg zich niet leent voor dergelijke commerciële initiatieven’, zegt hij, en benadrukt dat hij niet tegen private initiatieven in de zorg is maar wel tegen marktwerking in de huisartsenzorg. Toch is een commerciële partij als Centric Health lastig te weren, blijkt uit de gebeurtenissen rondom de praktijk op de Acacialaan. Dat komt allereerst omdat bij een overname in eerste instantie de komende en vertrekkende huisarts om tafel zitten. Pas als de overname rond is, en de nieuwe huisarts zich heeft gevestigd, ‘komen de andere partijen in beeld. Wij ook’.

De nieuwe huisarts meldt zich vervolgens bij de zorgverzekeraar voor een contract. Die kan dat weigeren als die al voldoende zorg in de regio gecontracteerd heeft. Voor huisartsenzorg is dat in de praktijk lastig. Momenteel zitten duizenden Nederlanders noodgedwongen zonder huisarts. Los daarvan, kiest DSW ervoor om niet selectief te zijn aan de voordeur. De Groot: ‘Wij vinden dat iedereen een vrije artsenkeuze moet hebben. Daarom vinden we dat een zorgverzekeraar daar terughoudend in moet zijn’, maar inmiddels sluit hij niet uit dat DSW toch enkele selectiecriteria gaat hanteren. ‘We gaan er alles aan doen om commerciële partijen uit de huisartsenzorg in onze kernregio te weren.’ Eén aanscherping van het contracteerbeleid heeft DSW naar aanleiding van de situatie op de Acacialaan al ingevoerd. ‘Voor elke normpraktijk (van 2095 patiënten) moet minimaal voor drie dagen per week tussen 8.00 en 18.00 uur een vaste huisarts werkzaam zijn in de praktijk.’

‘Er moet meer gedaan worden om jonge waarnemers voor het praktijkhouderschap te enthousiasmeren’

Breder onderzoek

De berisping die de IGJ uitdeelde, is een effectief middel volgens De Groot, maar ook dat is ‘achteraf repareren’. ‘Ook de inspectie komt er pas later bij, dan is er al veel misgegaan.’ Hij vindt dat er meer aan de voorkant moet gebeuren om dergelijke commerciële spelers uit de huisartsenzorg te weren. ‘Dat is lastig, want er is niet één partij aan te wijzen die dat kan doen’, maar volgens hem worden zorgbedrijven te makkelijk toegelaten tot de zorg, ‘en dat geldt voor huisartsenzorg ook’.

Hoewel de IGJ en NZa nooit mededelingen doen over lopende onderzoeken, maakten de beide waakhonden eerder wel bekend dat ze samen onderzoeken of het toetsingskader dat ze hanteren nog wel toereikend is voor de huisartsenzorg, nu deze nieuwe commerciële spelers het veld op zijn gekomen. Aanvankelijk zou dat onderzoek ‘voor de zomer klaar zijn’, maar onlangs liet minister Ernst Kuipers in een reactie op Kamervragen weten dat het waarschijnlijk pas eind van het jaar wordt.

Volgens Nivel-onderzoeker Groenewegen is echter een breder onderzoek nodig. ‘Bij onderzoek naar de consequenties van deze ontwikkeling moeten we niet alleen kijken naar het functioneren van de direct betrokken praktijken, hun patiënten en medewerkers, maar ook naar de omliggende praktijken die wellicht nieuwe patiënten krijgen met meer complexe zorgvragen, en naar de onderlinge samenwerking tussen lokale praktijken.’ Ook wijst hij erop dat de komst van commerciële partijen in Zweden – waar deze ontwikkeling al eerder begon – ertoe leidde dat huisartsenpraktijken van commerciële spelers sneller verwezen. ‘Dat is de snelste manier om geld te verdienen.’

Andere partijen

Wat kunnen andere partijen nog doen, zoals de gemeente? De Groot: ‘Gebrek aan goede en betaalbare huisvesting is voor startende huisartsen echt een probleem. Is er voldoende huisvesting dan kun je ook een alternatief bieden op het moment dat een huisartsenpraktijk geen zorg levert die een huisarts behoort te bieden.’ Dat was voor de patiënten van de praktijk op de Acacialaan niet mogelijk. Huisartsen in de omgeving zaten al vol.

Daarnaast kan er volgens hr-adviseur Marije van Duijn van Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL) meer gedaan worden om jonge waarnemende huisartsen voor het praktijkhouderschap te enthousiasmeren. ZEL is een non-profitorganisatie die eerstelijnszorg­verleners, zoals huisartsen, in Pijnacker en omstreken – grofweg de regio van DSW – ondersteunt en adviseert met bijvoorbeeld hr- en ICT-zaken.

Een veelgenoemde oorzaak waardoor afzwaaiende praktijk­houders met commerciële partijen in zee gaan, is dat jonge huisartsen geen praktijkhouder willen zijn. Maar in Pijnacker is geen tekort aan waarnemers die een eigen praktijk ambiëren, zeggen DSW én ZEL. ‘Waarnemers willen wel een praktijk overnemen, maar zien er vaak tegenop, omdat ze niet weten wat hen te wachten staat.’ Daarom zetten ze voor waarnemers die binnen drie jaar in deze regio praktijkhouder willen worden een leergang op over onder andere financiering, hr-zaken, huisvesting en digitalisering. Bovendien brengt ZEL waarnemers die een eigen praktijk zoeken en afzwaaiende praktijkhouders met elkaar in contact. ‘Hiervoor benaderen we in onze regio actief praktijkhouders van 60 jaar en ouder.’

Onlangs nam ZEL zelfs één keer een huisartsenpraktijk in de regio tijdelijk over. ‘We hebben dit gedaan met als doel een aantal waarnemers te begeleiden bij de praktijkovername zodat die uit handen van commerciële partijen bleef.’ Iets soortgelijks gebeurde ook in Brabant. Daar kaapte een groep huisartsen snel een praktijk voor de neus van Co-Med weg

Lees ook:

Nivel marktwerking IGJ
  • Eva Kneepkens

    Eva Kneepkens is arts en promoveerde binnen de reumatologie. Na een postacademische cursus wetenschapsjournalistiek en een stage bij de Volkskrant koos ze voor het journalistieke pad.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • M.A. van Waalwijk

    Specialist ouderengeneeskunde, Breda

    Een beetje een late reactie vanwege een heerlijke vakantie :)

    Wat ik oprecht niet begrijp en waarvan ik hoop dat iemand het mij kan uitleggen is dat niet zo lang geleden en gelijksoortige situatie zich voordeed - een specialist ouderengeneeskunde ...leverde zorg aan een te grote groep patiënten-. Zij kreeg een berisping (https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/berisping-of-medaille-voor-arts-op-onderbezette-werkplek).

    In het geval van dit artikel wordt wél het management (Centric health) door de IGJ op de vingers getikt en verantwoordelijk gesteld. Gelukkig en veel rechtvaardiger lijkt mij.

    Begrijp me goed, ik ben dol blij dat de waarnemende huisartsen hier niet de tuchtzaal in hoeven, maar waar ligt het aan wie verantwoordelijk wordt gehouden voor geleverde zorg die onder de maat is?
    degene die de klacht indiend? De instantie die het als eerst opvalt?

    Ik begrijp de route niet

    Maren van Waalwijk
    Specialist ouderengeneeskunde

  • P.A.W. van Hessen

    arts M&G, bestuurder Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra

    We hadden dit discours eerder in MC. Ik zeg opnieuw: Er is nog een andere mogelijkheid om huisartenzorg buiten de commercie te houden: maak (veel) meer gebruik van stichtingen voor huisartsenzorg. Het overgrote deel van onze zorg komt van stichtingen..., met keurige governance, geen aandeelhouders, geen winstoogmerk; bijna alle ziekenhuizen en instellingen voor ouderenzorg zijn als rechtspersoon een stichting.
    Er bestaan in Nederland een twintigtal stichtingen voor huisartsenzorg, van groot tot klein. Vaste huisartsen in loondienst werken in de gezondheidscentra van die stichtingen. Huisartsen hebben ieder hun eigen patiënten en volledige professionele autonomie. De stichtingen hebben medewerkers voor managementtaken in dienst, zoals hrm-functionarissen, ICT-ers, financials, medewerkers facilitair. Huisartsen, praktijkondersteuners en doktersassistenten kunnen zich volledig toeleggen op zorgverlening. Huisartsen gaan als het ware van praktijkhouderschap naar patiënthouderschap.
    Een dergelijke stichting kan een praktijk zonder opvolging ‘erbij nemen’, of je richt als regionale huisartsenorganisatie een stichting op. Daarmee zijn niet alle uitdagingen van de huisartsenzorg ondervangen. Maar commerciële belangen zijn in ieder geval niet leidend.

  • A. G?bel

    Huisarts, Amstelveen

    De inschrijving op naam is een verhandelbaar product geworden en daar moeten we heel goed op gaan letten. Verzekeraars stimuleren op dit moment digitalisering, en spelen zo onbedoeld commerciële partijen in de kaart die, onder het mom van efficiëntie..., kale, digitale praktijken oprichten, en dat tot ieders verrassing kunnen legitimeren met: de verzekeraars willen het zelf! Private equity bedrijven en investeerders hebben dit in de gaten: met zo weinig mogelijk personeel zoveel mogelijk inschrijftarief cashen.
    De vraag is dus niet zozeer wie het werk doet, maar bij wie de patiënten op naam staan ingeschreven. Ik ervaar het als heiligschennis dat de inschrijftarieven – de basis van de Nederlandse huisartsenzorg - te grabbel worden gegooid in een werkveld dat hoort te bestaan uit individuele praktijkhouders, maar nu verandert in een ‘markt’ waar investeerders geïnteresseerd zijn in praktijken (lees patiëntbestanden) omdat dan elk kwartaal per 2000 patiënten 60.000 euro op je rekening wordt gestort, bedoeld om huur, personeel, computers etc. van te betalen. Als je de praktijkvoering uitkleedt, digitaliseert en uitbesteedt aan callcenters, hou je daar geld aan over. En los van dit alles: wie heeft ooit bedacht dat huisarts een beroep is wat je op afstand van de patiënt kunt uitoefenen?
    Eén ding is in elk geval zeker: als het inschrijftarief niet bestond zouden deze commerciële partijen niet geïnteresseerd zijn om op deze manier de huisartsenzorg in te stappen!

    Daarbij komt dat als een waarnemer twee dagen per week in een dagpraktijk werkt (in loondienst of als ZZP’er bij een praktijkhouder of commerciële partij) en twee ANW-diensten op een huisartsenpost doet, hij/zij met deze flexibele vierdaagse werkweek bijna eenzelfde inkomen heeft als wat een fulltime praktijkhouder aan een normpraktijk overhoudt. Met het verschil dat een praktijkhouder 7 dagen per week 24 uur per dag de verantwoording draagt voor 2100 patiënten en 8 medewerkers, en een waarnemer niet. Over de genoemde inkomensgetallen valt heus wel wat te bekvechten (en dat zal zonder twijfel gebeuren) maar neem van mij aan dat die redelijk in elkaars buurt komen. Daardoor neemt de prikkel af om het vak uit te oefenen zoals het in Nederland bedoeld is, namelijk door patiënten op naam van een individuele huisarts ingeschreven te hebben staan.
    Het is in zekere zin dus onze eigen schuld dat commerciële partijen toeslaan door praktijken op te kopen, lees: door middel van één huisarts-directeur grote hoeveelheden patiënten op diens naam te zetten en de bijbehorende inschrijftarieven te innen, en te proberen met waarnemers, die nergens aan gebonden zijn, die praktijken te runnen. En soms zelfs na twee jaar veel geld ontvangen te hebben de praktijk zonder pardon te staken ‘omdat het niet gelukt is’. Iets wat een individuele praktijkhouder nooit zou doen.
    In 2006 riepen we: de zorg is geen markt. Nu moeten we roepen: de zorg is geen handel!

    Er zit dus maar één ding op. Waarnemers moeten weer patiënthouder worden. Ik kan het wel van de daken schreeuwen: doe het! Ik doe het al 27 jaar met veel plezier. Er gaat niets boven patiënthoudend huisarts zijn. De oplossing is om dat waar de pas afgestudeerde huisartsen tegenop zien, het praktijkmanagement, tegen vergoeding te outsourcen naar een regio-organisatie, maar de inschrijving op naam bij de individuele huisarts-praktijkhouder te houden zodat die daar zijn praktijk mee kan runnen. Zo zorgen we ervoor dat niet de verkeerde partijen het verkeerde geld verdienen aan de verkeerde dingen. Als we er ook nog voor zorgen dat enkele andere voorwaarden om wél praktijkhouder te willen worden, zoals vakantiewaarneming en flexibiliteit in werktijden beter worden geregeld (want daar valt inderdaad nog wat te verbeteren) dan is het praktijkhouderschap een fantastische baan en redden we de huisartsenzorg.

  • huisarts, Hoorn

    Nico Terpstra

    DSW is de eerste zorgverzekeraar die een visie op de huisartsenzorg durft te delen, en wat een prima visie.! Zouden we van VGZ, CZ, Menzis en Zilveren Kruis/Achmea ook eens wat mogen horen? Deze oppermachtige maar incapabele verzekeri...ngstypes doen maar wat, de enige gedachte die er achter lijkt te zitten is de spreadsheet. Het moet echt veel en veel aantrekkelijke worden om praktijkhoudend huisarts te zijn, zie ook het manifest van 'Help de Huisarts Verzuipt'. Maar in niets lijkt die bende van vier hun best te doen om de huisartsgeneeskunde te steunen, integendeel. Wantrouwen en steeds meer hoepels is de modus operandi daar.

    Het is overigens zeer illustratief dat het opzetten van een praktijk niet erg snel lukt, want de rijstebrijberg aan formulieren, telefoontjes en onzin die KvK, Vecozo, Vectis, Zorgverzekeraars en zo voorts over de arme beginners uitstorten, is extreem. Waarom niet een centrale desk ergens in Nederland waar iemand zit die het snapt en die je binnen een dagje door deze tantaluskwelling leidt met helpende hand? Nu is deze kennis versnipperd en de goedbedoelende functionarissen bij de KvK zeggen maar wat zonder kennis van zaken. Een afschrikwekkende bende.

    [Reactie gewijzigd door op 17-06-2023 14:29]

  • S.M. Haensel

    uroloog, SCEN-arts, Rotterdam

    De 1e lijnszorg is nu eenmaal radicaal veranderd. De alwetende 24/7 eenling in z’n driedelige pak en onleesbare handschrift bestaat niet meer. Het kan niet anders dan om samen te werken met collega’s, aandachtsgebieden te kiezen, en praktijkondersteu...ners, PA’s en verpleegkundig specialisten in te zetten om de werkdruk aan te kunnen. Maar nu de organisatorische kant van het werk ook wordt uitbesteed (NB: daar worden artsen niet/nauwelijks voor opgeleid!) schiet ineens iedereen in de allergie. Wordt het niet tijd om dit soort initiatieven juist te steunen, en kijken hoe we samen de kinderziektes kunnen genezen, in plaats van deze creatieve borelingen bij voorbaat te euthanaseren?

    • E.M. Stuveling

      Huisarts

      De karikatuur van de huisarts door u beschreven is reeds 20 jaar overleden. In een goed georganiseerde praktijk gebeurt het door u genoemde allang. Regionaal zijn wij ook, meestal, goed georganiseerd met voldoende ondersteuning. Dat is ook niet het ...punt. En nee, het is voor de eerstelijn geen goed idee om met deze spelers in zee te gaan of om ‘deze initiatieven te steunen’ en kinderziektes te bestrijden. Die bestrijden we zelf wel.
      Waarom niet? Minder continuïteit, minder kwaliteit, meer verwijzingen, meer nepzorg (digitalisering, zorg op afstand), meer verloop en turn-over van personeel door gebrek aan invloed en controle en ervaren leiderschap, geen beloning, geen hart, geen ziel. Etc.
      In Nederland (bijna) voldoende huisartsen aanwezig om het patiënthouderschap weer op minimaal 90% te krijgen, zoals 20 jaar geleden. Voor een goede invulling daarvan, daarin moeten de juiste keuzes gemaakt worden.

      [Reactie gewijzigd door Stuveling, Erik op 18-06-2023 12:57]

  • A.F. Algra

    Commentator zorg en sociale zekerheid, Rotterdam

    Goed artikel om het debat mee af te trappen, want er zijn heel veel vragen te stellen ! Dank daar voor. Want hoe moet de huisartsenzorg zich ontwikkelen ? En wie bepaalt dat ? Wie stuurt zo iets aan ? de LHV ? NHG ? VWS ? zorgverzekeraars ? partijen ...met geld en durf ? slimme jongens ? listige types ? de politiek ? gemeenteraden ? burger initiatieven ?

    Of wordt het Gods water over Gods akker ? Dus let it go, let it flow ?

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.