Laatste nieuws
Max Brouwer
6 minuten leestijd
obstetrie

Geef ook mannelijke coassistenten de kans bij gynaecologie

Vrije artsenkeuze belemmert co’s in hun opleiding

32 reacties
Adobe Stock
Adobe Stock

Tijdens het coschap obstetrie & gynaecologie worden, vooral mannelijke, studenten vaak geweigerd in het patiëntencontact. Dit heeft gevolgen voor hun ontwikkeling als arts en kan mannen er zelfs van weerhouden om voor o&g te kiezen. Hoe is dat op te lossen?

Een mannelijke coassistent zit in de vierde week van het coschap obstetrie en gynaecologie (o&g). Tijdens een nachtdienst lijkt iemand in partu te raken. Samen met de gynaecoloog gaat de coassistent naar de patiënte toe om haar te beoordelen, maar krijgt na een korte introductie te horen dat zijn aanwezigheid niet gewenst is. De coassistent verlaat, voor de zoveelste keer teleurgesteld, de verloskamer.

Een belangrijk deel van de master geneeskunde is gestoeld op de wel­willendheid van patiënten om medisch studenten (coassistenten) toe te laten tijdens patiëntencontact en hen de ruimte te bieden voor klinische observatie, het verrichten van de anamnese en het doen van lichamelijk onderzoek. Helaas worden met enige regelmaat studenten geweigerd bij patiëntencontact. Maar liefst 33 procent van de patiënten van wie artsen en verpleegkundigen vonden dat zij door studenten beoordeeld konden worden, weigerde lichamelijk onderzoek door een student, zo blijkt uit een studie van Olson e.a.1 Met name tijdens het coschap o&g lijken studenten vaak geweigerd te worden. De uitsluiting komt daar vaker voor bij mannelijke dan bij vrouwelijke coassistenten. Er is geen eenduidig bewijs dat dit is toegenomen in de afgelopen decennia, maar tegenwoordig lijkt het steeds meer een structureel probleem te worden. Wat zijn de gevolgen van deze exclusie voor de ontwikkeling van de coassistent in diens rol als arts, en welke oplossingen kunnen we aandragen om dit probleem aan te pakken?

Vrije artsenkeuze

Het KNMG-standpunt over vrije artsenkeuze is duidelijk: een patiënt mag, mits tijdig aangegeven, voorkeur geven aan een zorgverlener van een bepaalde sekse en dit verzoek wordt binnen de instelling overwogen om te bepalen of het haalbaar is binnen redelijke grenzen. Binnen dit kader bestaat alleen voor sekse enige ruimte en niet voor andere kenmerken zoals seksuele geaardheid, huidskleur, politieke gezindheid of godsdienst.

Ondanks dat een patiënt een voorkeur mag geven aan een zorgverlener van een bepaalde sekse, is de vraag wat de gevolgen hiervan zijn. In Nederland geven meer vrouwen dan mannen aan liever een zorgverlener van hetzelfde geslacht te willen hebben, vooral als het gaat om intieme of seksuele problemen.2 Uit internationale studies blijkt dat dit ook op studenten van toepassing is. Binnen o&g lijkt het weigeren van de betrokkenheid van studenten vaker voor te komen dan bij andere specialismen. Mannelijke coassistenten worden in 87 procent van de consulten geweigerd in vergelijking met 32 procent van de vrouwelijke coassistenten.3 Een meerderheid van de patiënten staat toe dat studenten een diagnostisch onderzoek zoals een vaginaal toucher observeren. Echter, de weigeringsgraad neemt dramatisch toe wanneer patiënten gevraagd wordt of studenten diagnostische procedures uit mogen voeren.4 Jammer genoeg zijn er geen exacte percentages hierover bekend in Nederland en het is de vraag deze percentages representatief zijn voor de situatie hier.

Het weerhoudt mannen er mogelijk van om voor o&g te kiezen

Socialisatie

In beroepsactiviteit 1.1 van het raamplan Artsopleiding worden activiteiten geformuleerd zoals het doen van anamnese en lichamelijk onderzoek.5 Ook gynaecologisch onderzoek valt daaronder. Elke afgestudeerde arts dient dit te kunnen uitvoeren ongeacht of zij buiten o&g hun carrière wensen te vervolgen. Verminderde blootstelling aan deze beroepsactiviteiten kan wellicht leiden tot minder klinische ervaring en daardoor minder bekwaamheid. Maar de kern van het probleem ligt mogelijk meer op het vlak van de socialisatie van de arts in spe.

Socialisatie is het proces waarbij iemand, bewust en onbewust, door internalisering de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn groep krijgt aangeleerd. Coassistenten worden tijdens hun opleiding sterk beïnvloed door hun ervaringen in het ziekenhuis. Zij gebruiken deze ervaringen om het beeld van het arts-zijn bij te stellen en om toekomstige plannen voor diens medische carrière te ontwikkelen en uit te stippelen. Veelvuldige buitensluiting door patiënten, los van op welke grond, kan dit proces op een negatieve manier beïnvloeden. Het kan leiden tot andere beroepskeuzes en op de lange termijn de ontwikkeling tot arts in de weg staan. Deze vorm van socialisatie is mogelijk een factor die mannen ervan weerhoudt om voor o&g te kiezen, of gynaecologische zorg een groot onderdeel te laten zijn in hun huisartsen­praktijk.

Bewustwording

‘Wandelgang-evidence’ levert op dat zowel mannen als vrouwen binnen de beroepsgroep het een nadeel vinden als er steeds minder mannen als gynaecoloog werkzaam zouden zijn. Daarom is het belangrijk om exclusie van medisch studenten in Nederland op basis van hun gender tot een minimum te beperken, om zo het vak o&g ook voor mannen aantrekkelijk te houden.

De vraag is: hoe? Respect voor autonomie van de patiënt is een ethisch begrip dat in de huidige maatschappij steeds belangrijker wordt. De patiënt krijgt steeds meer zeggenschap over de behandeling, waarbij nu ook meer ruimte lijkt te komen om een voorkeur op te geven voor een zorgverlener van een bepaald geslacht.

Bewustwording creëren onder patiënten is cruciaal bij de aanpak van dit probleem. Een manier om dit te bewerkstelligen, is een educatieve videoboodschap van een ‘betrouwbare’ zorgverlener over de rol en opleiding van coassistenten. Dit is een doeltreffende manier om patiënten, en de mensen die dat wellicht worden in de toekomst, te doen beseffen dat hun voorkeur voor een zorgverlener van een bepaald geslacht indirect grote impact kan hebben op de zorg. Hopelijk zal deze vorm van educatie, zoals reclamespotjes, socialmediaberichten en ook dit artikel, ervoor zorgen dat ook de vrouwelijke patiënt die eigenlijk liever geen mannelijke zorgverleners aan haar bed wil, alsnog de zorg van iedereen accepteert.

‘Jonge collega’

Ten tweede ligt de verantwoordelijkheid ook bij de werkplekbegeleiders zoals de gynaecologen. Zo is beschreven dat studenten de superviserende arts als een significante belemmering beschouwen voor het uitvoeren van gynaecologische onderzoeken.6 Op een afdeling zouden duidelijke afspraken gemaakt moeten worden, die de student in staat stellen om in principe altijd anamnese en lichamelijk onderzoek te doen waarbij de coassistent gepositioneerd of geïntroduceerd wordt als ‘jonge collega’ in plaats van ‘student’. Een dergelijke introductie kan ervoor zorgen dat een patiënt betrokkenheid accepteert.

Lange termijn

Ten slotte zouden er ziekenhuisbreed duidelijke regels moeten gelden over welke voorkeuren van patiënten zijn toegestaan. Wellicht kunnen de regels over exclusie van studenten op basis van gender aangescherpt worden. Bijvoorbeeld dat observatie van studenten nooit geweigerd mag worden, tenzij deze keuze voortkomt uit legitieme argumenten zoals eerdere negatieve ervaringen. Wanneer een arts te horen krijgt van de patiënt ‘ik heb gewoon liever niet dat hij erbij is’, kan de arts terugvallen op de regels die door het ziekenhuis opgesteld zijn, namelijk dat studenten nu eenmaal bij het zorgproces horen in het kader van hun opleiding.

Elke patiënt heeft recht op, en profijt van, kwalitatief goede zorg. Hiermee is onlosmakelijk verbonden dat studenten zich maximaal kunnen ontplooien tot goede en professionele artsen. Daarvoor dienen zowel de zorginstellingen en de zorgverleners als de patiënten hun verantwoordelijkheid te nemen. 

auteur

Max Brouwer, anios chirurgie, OLVG-Oost, Amsterdam

contact

maxbrouwermd@gmail.com

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

1. Olson, L. E., Hill, S., & Newby, D. E. (2005). Barriers to student access to patients in a group of teaching hospitals. The Medical Journal of Australia. https://doi.org/10.5694/j.1326-5377.2005.tb07123.x

2 Levi, M. (2022, January 1). Komt een vrouw of man bij de dokter (m/v), dan kan dat toch anders aflopen. Het Parool. https://www.parool.nl/columns-opinie/komt-een-vrouw-of-man-bij-de-dokter-m-v-dan-kan-dat-toch-anders-aflopen~b2d406da2/

3. Zahid AZM, Ismail Z, Abdullah B, Daud S. Gender bias in training of medical students in obstetrics and gynaecology: a myth or reality? European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology. 2015;186:17-21.

4. Iqbal, M., Bukhamsin, E. Y., Alghareeb, F. Y., Almarri, N. M., Aldajani, L. M., & Busaleh, H. A. (2020). Participation of medical students in patient care: How do patients perceive it? Journal of family medicine and primary care, 9(7), 3644. https://doi.org/10.4103/jfmpc.jfmpc_130_20

5. Pol M van de HM, Laan R. Utrecht: 2020. Raamplan artsopleiding 2020: arts van de toekomst bevordert en beschermt gezondheid. Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, 2020.

6. Van Den Einden, L. C., Kolste, M. G. T., Lagro-Janssen, A. L. M., & Dukel, L. (2014). Medical Students’ Perceptions of the Physician’s Role in Not Allowing Them to Perform Gynecological Examinations. Academic Medicine, 89(1), 77–83. https://doi.org/10.1097/acm.0000000000000055

Lees ook:
gynaecologie opleiding obstetrie
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • E. Pronk

    Adjunct-hoofdredacteur

    Onder dit artikel waren een aantal referenties weggevallen, waarvoor excuses. Deze zijn teruggeplaatst Daarnaast heeft de auteur op verzoek van de redactie de tekst verhelderd met betrekking tot de gebruikte bronnen.

  • S.J.E. Braken

    Anios interne geneeskunde

    Hulde voor het artikel! Enkele jaren terug hebben een collega co en ik overwogen ook iets dergelijks in te sturen. Helaas is het op de plank blijven liggen naast zoveel andere ideeën.

    Zelf heb ik een geweldig coschap gyn gehad. Het lichamelijk on...derzoek ging me goed af, de OK's waren leuk. De problemen ontstonden bij de verloskunde. Als co heb ik twee weken, waarvan 1 week nachtdiensten ("dat hoort bij de gynaecologie") op de verloskamers gestaan. Tijdens die twee weken heb ik 0 bevallingen gezien. U leest het goed: nul. En dat omdat vrijwel alle vrouwen in hun vooraf gemaakte "bevalplan" alle medisch studenten (en met name mannelijke studenten) al hadden afgeschreven.

    Het verplichten van de aanwezigheid van de coassistent lijkt mij een brug te ver, maar we mogen ons best bewustzijn van het feit dat ook de mannelijke student als huisarts vrouwen móét gaan zien met gynaecologische klachten. Dan is exposure tijdens de basisopleiding wat mij betreft een must.

    Daarom lijkt het mij beter om minder expliciet geslacht te benoemen en vooral niet om er de nadruk op te leggen. Vaak heb ik namelijk het volgende meegemaakt: ik stond überhaupt nog niet in de kamer, want eerst ging de verloskundige alleen naar binnen om op twijfelende toon te zeggen "buiten staat de coassistent, hij zou misschien mee willen kijken, maar het is wel een man, dus ik weet niet of u dat goed vindt?"

    Een dokter een dokter, een verpleegkundige een verpleegkundige. Ik ben niet primair fallusbezitter, y-chromosoomdrager of potentieel misbruiker. Ik ben zorgverlener, behandel me dan ook zo.

  • R.M. Wolters

    Coassistent, Nijmegen

    De autonomie van de patiënt moet altijd voorop staan. Daarom ben ik het zeker niet eens met het verplicht stellen van de aanwezigheid van de mannelijke coassistent. Echter, ik vind dat we moeten stoppen met het actief vragen: 'Vindt u het goed dat de... coassistent erbij is?'. Natuurlijk reageren mensen in een dergelijke intieme situatie vaak met 'liever niet'. Als patiënten uit zichzelf aangeven dat zij liever geen mannelijke coassistent erbij hebben, moet dit gerespecteerd worden. Maar door steeds vooraf deze keuze aan hen voor te leggen, alsof coassistenten een soort voyeurs zijn, wordt het weigeren in de hand gewerkt. Artsen vragen immers ook niet of patiënten het goed vinden dat de AIOS, PA, VS of verpleegkundige erbij zijn. Zij zijn vanzelfsprekend onderdeel van het team. Waarom zouden wij dat dan niet mogen zijn? Alsof wij geen integere zorgprofessionals zijn......

  • M. Windsma

    Huisarts, Groningen

    Heftig dat anno 2024 nog steeds geopperd wordt dat vrouwelijke patiënten zoiets essentieels als de aanwezigheid van specifieke zorgverleners bij hun bevalling niet mogen weigeren... We werken toch onder de principes van vrije keuze en autonomie? En z...ijn we alle terechte aandacht voor de omvang van seksueel geweld in onze samenleving van de afgelopen jaren voor het gemak even vergeten?

    Welk probleem willen we met deze heftige ingreep eigenlijk oplossen? Het gros van de dokters doet niets meer met gynaecologie in hun werk. Gynaecologen (in spé) krijgen hun exposure tijdens hun anios-schap en later hun opleiding. Ook huisartsen krijgen hier voldoende onderwijs in. Ik denk dat de meerwaarde van exposure aan de gynaecologie voor dokters in de volle breedte ernstig meevalt.

    Ik heb zelf als tropenarts in opleiding een heel jaar bij de verloskunde gewerkt. Ook ik werd regelmatig geweigerd. Jammer, maar vooral voor mijn ego. Er waren voldoende vrouwelijke collega's die voor mij in konden springen. Exposure had ik meer dan voldoende, want er waren voldoende vrouwen die geen enkel probleem hadden met mijn man-zijn. Bij de verloskunde schrok ik er voornamelijk van hoeveel vrouwen een negatieve seksuele ervaring hadden. Als mijn aanwezigheid bijdraagt aan haar ongemak (of in overtreffende trap, herbelevingen aan haar trauma) in een van de meest kwetsbare en intieme momenten van haar leven, dan is het ook goed hulpverlenerschap om een alternatief te organiseren.

    Heden als huisarts heb ik voornamelijk vrouwelijke collega's. In de huisartsgeneeskunde hebben de meeste vrouwen met gynaecologische problematiek de voorkeur voor een vrouwelijke arts. De ruimte is er, dus het is logisch dat deze vrouwen deze ruimte ook nemen. En het is aan ons om die ruimte te geven. Ik heb zelf nog geen argument ontdekt waarom ik daar een probleem van zou maken. Ik vind de gynaecologie een interessant vakgebied, maar die interesse staat voor mij niet boven de wensen van onze patiënten.

    Mij bekruipt het gevoel dat dit vooral een dokter probleem is. Dokters lijken het jammer te vinden dat ze minder mannelijke collega's hebben, vooral in vakken met voornamelijk vrouwelijke dokters, zoals de gynaecologie. Dat lijkt mij volledig secundair aan de wensen van de vrouwen.

  • E. Ribbens

    psychiater, Amsterdam

    Met verbazing en verwondering las ik dit artikel.
    Het verbaast mij hoe er in de bijdrage compleet voorbij wordt gegaan aan de bredere context van de (blijkbaar frequent) voorkomende weigering van vrouwen dat er een mannelijke medische student aanslu...it bij een gynaecologisch consult. Waarom zouden vrouwen nou zo vaak niet willen dat er een extra man aanwezig is bij zo’n intiem onderzoek?
    Het is beschamend dat dit artikel zo’n focus legt op hoe jammer het is voor de artsen in spé dat ze niet mogen meekijken in plaats van te analyseren waarom zoveel vrouwen weigeren.
    De toename van bekendheid over hoeveel mensen seksueel grensoverschrijdend gedrag meemaken kan niet los gezien worden van de toename van weigering in de spreekkamer. Het zou de schrijver van dit artikel sieren zich hier eerst in te verdiepen en zich verder te verplaatsen in de patiënt die weigert en die bij die weigering begrijpelijkerwijs niet bezig is met de gedachte “mijn mannelijke co kan nu niet leren hoe een gynaecologisch consult te verrichten”.
    Ik sluit me aan bij de collega’s hierboven: nee is nee, juist ook in de spreekkamer.

    • J.H.A. Vollebergh

      Gynaecoloog

      Jammer dat uw felle kritiek zich richt op een aspect waar dit artikel nou net niet over gaat. Het is niet ‘jammer voor de artsen in spé’ maar jammer voor de samenleving en hun toekomstige patiënten dat we op deze manier een generatie mannelijke artse...n opleiden die een essentieel onderdeel van hun opleiding dreigen te missen. Nee is nee, akkoord. Maar je mag je best afvragen of dat nee soms niet te makkelijk gegeven wordt.
      En let wel: ik zeg niet dat het nee altijd te makkelijk gegeven wordt. Ik zeg dat je je mag afvragen of het SOMS niet TE MAKKELIJK gegeven wordt.

      [Reactie gewijzigd door Vollebergh, Jos op 14-07-2024 22:35]

      • E. Ribbens

        psychiater, Amsterdam

        Beste collega,
        Natuurlijk is dat jammer dat mannelijke co-assistenten het op dat gebied met minder ervaring moeten doen en zal dat meer van hen vragen om deze kennis op te doen indien dat voor hun toekomstig vakgebied noodzakelijk is. Echter denk i...k dat we het in de huidige tijdgeest past dat vrouwen mogen op komen voor zichzelf en dat zij mogen kiezen om geen mannelijke co toe te laten tot hun gynaecologische consult, wat daar de reden ook van is. Zo lang mannen, bewust of onbewust, zich op de manier opstellen zoals in dit artikel, zonder stil te staan bij waar weigering mee te maken heeft, blijven we hangen in een tijdperk dat (hopelijk) steeds verder achter ons ligt.

        • J.H.A. Vollebergh

          Gynaecoloog

          Mijn mening is dat het voor elke arts essentieel is te ervaren hoe een bevalling kan verlopen.
          Helaas framet u het artikel op een manier waarop het niet bedoeld is.

          • E. Ribbens

            Arkin, psychiater

            Ik zeg toch nergens dat dat niet leerzaam is? Die mening deel ik met u.
            Ik deel ook de mening dat dit artikel alleen kan worden gezien in een veel bredere context, die gaat over man-vrouw verhoudingen in de zorg en daar buiten, evenals autonomie en ...zelfbeschikking bij patiënten. Het alleen zoeken naar praktische oplossingen doet dit onderwerp geen recht en het suggereren dat ik hierin ‘frame’ en alleen focus op waar het artikel niet over gaat ervaar ik als onprettig. Ik heb goed nagedacht over mijn reactie en deze is juist bedoeld om ook dit te belichten in de discussie.

  • W.L. Rakhorst

    Psychiater , Amsterdam

    Ik ben bang dat de auteur van dit stuk niet helemaal overziet wat hij voorstelt. Observatie verplicht stellen en alleen een mannelijke co mogen weigeren met legitieme redenen kan voor een vrouw met een seksueel trauma een vorm van hertraumatisering z...ijn. Deze patiënten kunnen hele goede redenen hebben om hier niet over uit te wijden en alleen zeggen ‘dat ze het gewoon niet wil’. (Soms kan het alleen al benoemen van het trauma heftige herbelevingen oproepen waar je op zo’n moment natuurlijk niet op zit te wachten. ) Als de (mannelijke) arts/co degene is die mag beoordelen dat deze reden niet goed genoeg is dan is het weer zo dat haar ‘nee’ blijkbaar geen waarde heeft of dat zij blijkbaar weer niet goed genoeg haar grenzen heeft aangegeven en het in die zin over haar heeft afgeroepen. Nee is nee, ook in de spreekkamer.

    • S. Krol

      AIOS psychiatrie

      Helemaal mee eens, ik krijg de indruk dat men de hevigheid van en ook de ruimte die seksueel trauma in het leven van een persoon het kan innemen schromelijk onderschat en bagatelliseert.

      Voor sommige vrouwen (en trouwens ook mannen) is het alleen... al het noemen dat er een of meerdere negatieve seksuele ervaring in het verleden is/zijn geweest al heel kwetsbaar, sommigen delen dit jarenlang met niemand en daar hebben zij heus hun redenen voor. Dit zou mijns inziens absoluut niet als voorwaarde gesteld moeten worden om geen coassistent mee te laten kijken bij anamnese en onderzoek, zoals de auteur suggereert.

      Om coassistenten te laten “ontplooien tot goede en professionele artsen” zoals de auteur het noemt is, zeker in een vak als de gynaecologie, ook enige basiskennis van traumasensitief werken nodig. Iets waar de auteur kennelijk zelf (nog) geen kaas van heeft gegeten.

  • A.P. Slootweg

    Cardioloog, Markelo

    Rond het jaar 2000 was ik co-assistent gyneacologie/obstetrie in Utrecht. Ik was gefascineerd door het specialisme. Een fraaie mix tussen enerzijds beschouwend werk (endocrinologie, oncologie, fertiliteitsvraagstukken) maar anderzijds ook een chirurg...isch deel, dat zich afspeelde rond de essentie van het voortbestaan van de mensheid: de voortplanting. Ik beschouw de sectio nog altijd als de mooiste ingreep in de geneeskunde. In plaats van een tumor of een ontsteking wordt een spartelend kindje "verlost"! Daarnaast heeft de gynaecoloog/obstreticus ook een aanzienlijk deel van de beeldvorming letterlijk in eigen hand. Toen ik echter, gedurende het co-schap, om de haverklap bij bevallingen en polikliniekbezoeken werd weggestuurd vanwege het simpele feit dat ik een Y-chromosoom had, ben ik gaan twijfelen of dit specialisme wel bij mij zou passen. In het volgende co-schap, oogheelkunde, vroeg mijn supervisor wat ik dacht te willen worden. Ik vertelde hem van mijn ervaringen in de gynaecologie/obstetrie. "Ach", was de reactie, "dat is toch ook een vak voor vrouwen". Op dat moment heb ik er een streep door gezet. Ik ben inmiddels al jaren gelukkig als cardioloog, maar ergens houd ik het gevoel dat je als man toch ook gynaecoloog zou moeten kunnen worden anno 2024? In de urologie zie ik overigens, tot mijn vreugde, steeds meer vrouwen. Maar dat hangt wellicht samen met de algemene feminisering van het medisch beroep.

    [Reactie gewijzigd door Slootweg, Andries op 13-07-2024 22:32]

    • J.H.A. Vollebergh

      Gynaecoloog

      Er zitten inderdaad helaas steeds minder mannen in ons mooie vak. Van de 11 gynaecologen in onze vakgroep ben ik nog de enige man. En het zijn juist de vrouwen die er heel graag meer mannen bij zouden hebben… Ik ben bang dat we het ‘point of no retur...n’ voorbij zijn.

  • E.C.A. van Rij

    Huisarts

    In onze huisartsenpraktijk hadden we een keer een patiënt die niet door onze assistente met een donkere huidskleur geholpen wilde worden. Deze patiënt (hij/zij laat ik achterwege) had in het verleden een negatieve ervaring gehad met iemand met een do...nkere huidskleur. We gingen hier niet mee akkoord. Een zorgverlener is een zorgverlener en een arts is een arts, zonder bijvoeglijke naamwoorden. Ik denk dat als we discriminerende argumenten zonder tegenwerping accepteren, we onbewust meer schade aanrichten dan we beseffen. We mogen patiënten echt wel spiegels voorhouden wat hun keuzes betekenen voor anderen. En kies daarna wat goed is.

    Ik vind het jammer om te lezen dat we nog steeds ambivalent zijn over onderscheid op basis van sekse. Ik hoop dat we deze ambivalentie achter ons kunnen laten en de maatschappij in een positieve richting kunnen sturen. En natuurlijk niet rigide, maar met een optimistische en positieve insteek.
    Voor mij is dit artikel een aanmoediging om onze doktersassistentes te vragen het verschil tussen de dokters niet meer te benoemen als de mannelijke of vrouwelijke dokter. Daar begint het. Daarnaast wil ik ook de jonge jongen die recent solliciteerde voor een stageplek als doktersassistent, uitnodigen voor een gesprek, ondanks dat jonge mannen niet gebruikelijk zijn in deze functie. Het is de omgekeerde versie van Aletta Jacobs geworden.

    Dank je voor je artikel, collega Brouwer, het heeft iets in gang gezet!

  • Arts, Vlaardingen


    Er zijn nou eenmaal typische mannen- en typische vrouwenberoepen, die ene mannelijke verloskundige moet ik nog tegenkomen, zo ook die ene vrouwelijke tegelzetter/metselaar...

  • H.C. van Gorsel

    Arts np, Amsterdam

    Sorry hoor, maar dit artikel kan alleen door een man geschreven zijn. Blijkbaar geldt alleen de opleiding van de co-assistent, en stelt de auteur zich niet de vraag waarom vrouwen een voorkeur uitspreken voor vrouwelijke artsen. Zeker als het gaat om... lichamelijk invasieve onderzoeken zoals vaginaal onderzoek kan ik mij daar alles bij voorstellen.

    Dat je dat als patiënt niet zou mogen weigeren geeft vooral aan dat deze arts weinig interesse heeft voor de grenzen van mensen die op dat moment in een kwetsbare positie zitten en afhankelijk zijn van medische zorg. Een dergelijke attitude is juist waarom vrouwen er vaak niet op vertrouwen dat hun grenzen gerespecteerd zullen worden door mannen. Zij hebben dat waarschijnlijk in andere context vaak genoeg meegemaakt. Zuur voor de co-assistent, maar grensoverschrijdend gedrag verplicht stellen lijkt mij een erg slecht idee.

    • E.M. Stuveling

      Huisarts

      U moet dan een vrouw zijn. Sorry, ik schaam mij bijna voor mijn man-zijn.
      Nog altijd is 40% van de huisartsen man. Huisartsen hebben baat bij een goede opleiding. Daar hoort een professionele vorming én houding bij, ook op gynaecologisch terrein.

    • J.H.A. Vollebergh

      Gynaecoloog

      Sorry hoor, maar waar schrijft de auteur dat de patiënt niet mag weigeren? En waar stelt hij grensoverschrijdend gedrag verplicht?
      Is een goede opleiding van jonge artsen alleen fijn voor de jonge arts of hebben we daar allemaal voordeel van?

      • H.C. van Gorsel

        Arts np

        In het deel over ziekenhuisregels. 'Bijvoorbeeld dat observatie van studenten nooit geweigerd mag worden,'. Dat is inderdaad nog geen vaginaal of rectaal touche, maar geeft wel aan dat opleiding boven zorg en vertrouwen gaat.

        Ik wil idd ook niet n...aar een mannelijke gynaecoloog. Mede door mijn ervaringen tijdens mijn co-schappen met het verschil in attitude en bejegening tussen de mannelijke en vrouwelijke gynaecologen (al dan niet in opleiding).

        Ik heb ben echt niet tegen alle bemoeienis van co-assistenten of zo, maar bij klachten/onderwerpen waarbij dat voor mij onprettig of onveilig voelt wil ik daar zelf over kunnen beslissen. Stel dat een ziekenhuis het alsnog verplicht zou stellen, zou dat voor mij reden zijn om naar een ander ziekenhuis te gaan.

  • M.H. Hollander

    Gynaecoloog, Bemmel

    Ik kan me het wel voorstellen. Ooit las ik een onderzoek dat 1 op de 6 vrouwen negatieve ervaringen heeft met een man/mannen. Ik denk dat dat een onderrapportage was. Ik ken weinig vrouwen die er geen hebben. Nou is dat voor lang niet iedereen genera...liseerbaar naar een inwendig onderzoek door een man. Maar voor veel vrouwen wel. Ik vind dat ze die ruimte moeten krijgen. Ik ben het ook niet eens met de bewering dat we geen toestemming hoeven te vragen voor observeren, dan wel dat vrouwen dat niet mogen weigeren zonder geldige! opgaaf van reden. En wie bepaalt dan wat geldig is? Bovendien: er zijn vrouwen die het heel moeilijk vinden om erover te praten. Juist die groep raakt makkelijk gehertraumatiseerd.
    Verder: de meeste (mannelijke) coassistenten overwegen geen carriere in de obs/gyn. Het is zeker fijn dat ze er enige kennis over hebben, maar ten koste van het over grenzen gaan van patienten? Lijkt me niet. En degenen die er wel in verder willen krijgen nog kansen genoeg.
    Kortom: in een ideale wereld maakt de witte jas sekseloos, maar de wereld is niet ideaal. Vraag maar eens aan al die vrouwen.

    • Huisarts, Streefkerk

      Bart Bruijn.

      Het is een heel moeilijk probleem. Ik weet ook de oplossing niet.

      Ik ben het er echter niet mee eens dat alleen artsen die verder worden opgeleid in obs/gyn opleiding in gynaecologisch onderzoek nodig hebben. Als huisarts heb je ...deze vaardigheden zeer zeker ook nodig. Al was het alleen maar om gynaecologische klachten minder of meer waarschijnlijk te maken.

      Een huisarts is een arts, waar elke patiënt die komt binnenlopen elke voorstelbare ziekte kan hebben, waarbij patiënten nog kunnen lopen.

      • M.H. Hollander

        Gynaecoloog

        Eens hoor. Huisartsen had ik zeker ook in gedachten.
        En ik weet ook de oplossing niet. Maar vrouwen onder druk zetten is het in elk geval niet. Misschien dan toch maar oefenen op de DGO's. Die geven tenminste toestemming.

        • J.H.A. Vollebergh

          Gynaecoloog

          Het gaat niet alleen om huisartsen. Ik denk dat het voor alle artsen goed is om bijvoorbeeld te zien hoe een bevalling kan verlopen. Recent zat onze mannelijke co bij vijf volle vk’s in de koffiekamer omdat hij overal geweigerd was. Dat moeten we ech...t niet willen.

  • J.H.A. Vollebergh

    Gynaecoloog, Heesch

    Goed artikel! En herkenbaar, hoewel ik het percentage van 87% niet echt terugzie in de praktijk.
    We willen allemaal dat onze jonge collega’s goed en volledig worden opgeleid. Ik zou er dan ook voor willen pleiten om in folders waar ‘de gang van zake...n’ wordt uitgelegd, op te nemen dat een nieuwe patiënt primair door een co-assistent wordt gezien en onderzocht, en daaraan iets toe te voegen als ‘Indien u daar bezwaar tegen hebt, kunt u dat laten weten’. Dus meer een opt-out dan een opt-in.

  • F. de Wit

    PhD-onderzoeker

    Beste Max,

    Bedankt voor je interessante stuk. Natuurlijk onderschrijf ik de boodschap dat ook mannen de kans moeten krijgen en ervaring op moeten kunnen doen met gynaecologisch onderzoek. En ik kan me ook vinden in de stelling dat mannen vaker weg...gestuurd worden dan vrouwen.

    Ook ik ben wel eens gevraagd te vertrekken bij mijn coschap gynaecologie. Toch schrok ik van de claim dat mannelijke coassistenten bij 87% van consulten geweigerd zouden worden.
    Het is mij niet helemaal duidelijk waar dat getal vandaan komt. Komt het uit de bron bij de zin daarboven?

    In die zin schrijf je: "In Nederland geven meer vrouwen dan mannen aan liever een zorgverlener van hetzelfde geslacht te willen hebben, vooral als het gaat om intieme of seksuele problemen.2".
    De bron die hierbij staat betreft een onderzoek gedaan in het King Fahad University Hospital in Saudi-Arabië. Dit lijkt me geen Nederlandse patiëntengroep, en ik vraag me af hoe generaliseerbaar dit onderzoek is naar de Nederlandse situatie.

    Typfout misschien? Of zie ik iets over het hoofd?

    Groet,

    • E. Pronk

      Adjunct-hoofdredacteur, Utrecht

      Geachte heer de Wit,

      Dat percentage komt inderdaad uit internationaal onderzoek. Er waren referenties weggevallen, waarvoor excuses. Deze hebben we vandaag hersteld en de auteur ook gevraagd de tekst hier te verhelderen.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.