Laatste nieuws
M. Melchior
3 minuten leestijd
chirurgie

Dringen op de arbeidsmarkt

Plaats een reactie

Slechts weinig artsen vinden de baan van hun dromen



Chirurgen en internisten moeten met elkaar concurreren om aan het werk te komen. De vrees voor net zo’n slechte arbeidsmarkt als in de jaren tachtig is groot. MC  zet de trends op een rijtje en sprak artsen die moeilijk aan de bak komen.



Hoe de arbeidsmarkt voor artsen er op dit moment precies uitziet, is onduidelijk. Het NIVEL en het Capaciteitsorgaan geven wel ramingen voor over tien jaar. Maar er zijn geen gegevens over specialismen waarbij nu overschotten en tekorten bestaan. Wel zijn er indrukken van mensen in het veld en voorzichtige berekeningen.



Oncologisch gynaecoloog Nine van der Vange is directrice van het werving- en selectiebureau ViaMedica. Zij ziet dat het voor sommige specialismen steeds lastiger wordt om werk te vinden. ‘Er lijkt een overschot aan chirurgen en internisten te zijn. Zij moeten veel meer moeite doen om werk te vinden. Vooral vrouwelijke chirurgen die net klaar zijn, komen moeilijk aan het werk. En niet doordat ze parttime willen werken. De vrouwen voor wie wij bemiddelen, willen meestal voltijds aan de slag en hebben goede kwalificaties. Ze maken geen onderdeel uit van het old boys network, dat is het probleem.’



Voorzichtigheid


De Nederlandse Vereniging voor Heelkunde hield in 2005 een enquête onder zo’n tachtig chirurgen die in de voorgaande twee jaar waren afgestudeerd. Iets meer dan tien van hen hadden geen werk kunnen vinden. Daarnaast beschouwde eenderde de functie waar in zij nu werken niet als definitief. Bijvoorbeeld omdat ze tegen een assistentensalaris in een fellow-schap of als chef de clinique werken.



Directeur van het Capaciteitsorgaan Henk Leliefeld zegt dat het aantal van tien werkeloze chirurgen in één jaar tijd nog verder kan zijn opgelopen. Het overschot in de chirurgie heeft het Capaciteitsorgaan verrast. ‘De opleiding chirurgie heeft zich in de afgelopen jaren goed gehouden aan de adviezen. Maar mogelijk kijken maatschappen en ziekenhuizen door de DBC’s, het veranderde zorgstelsel en de strijd om de tarieven, de kat uit de boom. Ik hoor in de wandelgangen dat maatschappen niet meer uitbreiden en ik heb zelfs de voorzichtige indruk dat maten die met pensioen gaan, niet altijd worden vervangen.’



De marktwerking leidt dus tot voorzichtigheid. Leliefeld: ‘Als dit over de hele linie gaat spelen en het ook nog eens massaal gebeurt, kan het grote gevolgen


hebben. Dit zal vooral gaan spelen bij specialismen die meer hebben opgeleid dan is aangeraden: interne geneeskunde en kindergeneeskunde. Dat gebeurde in de jaren 2001 tot en met 2003. Daarna is men gaan ombuigen naar beneden. Wij verwachtten daar daarom pas in 2007 en 2008 de eerste overschotten.’ Dat dit nu al eerder en bij meer specialismen optreedt, komt volgens Leliefeld vermoedelijk door ‘onzekerheid over de nabije toekomst’.



Als er te veel specialisten worden opgeleid, duurt het meestal een tijd voordat dit kan worden afgeremd. In 2003 voorspelde het Capaciteitsorgaan bij kinderartsen een overschot van 29 procent in 2012. Twee jaar later werd de helft minder kinderartsen opgeleid. Leliefeld: ‘Het duurt even voordat de instroom in zo’n specialisme afneemt. Maar de artsen die al in de pijplijn zitten, krijgen het straks moeilijk op de arbeidsmarkt.’



Droomspecialisme


Kindergeneeskunde is een populair specialisme. Doordat het aantal opleidingsplekken is gehalveerd van meer dan 80 naar ruim 40, moeten zij hevig concurreren om ertussen te komen. Basis­-arts Tessa Pols (foto) wil per se een plek als aios kindergeneeskunde. Ze wacht nu tweeënhalf jaar op de begeerde plek. Ze werkte als agnio op de kinderafdeling en is nu consultatie­bureauarts. ‘Er zijn honderden kandidaten per opleidingsplek. Een heleboel haken daardoor af, maar dit is gewoon wat ik wil. Ik heb tijdens mijn co-schappen goed rondgekeken en dit is mijn droomspecialisme. Desnoods ga ik naar het buitenland. Ik oriënteer me op een opleiding in Engeland.’



Ook de onzekerheid houdt Pols niet tegen. ‘Ik weet dat de werkverwachting slecht is, maar ik denk dat ik mijn plek wel vind. Tekorten en overschotten zijn tenslotte golfbewegingen. Kinderartsen vergrijzen ook.’


Het Capaciteitsorgaan heeft onlangs een flink aantal specialismen - waaronder chirurgie - aangeraden in 2006 minder te gaan opleiden. Alleen bij dermatologie, radiologie en oogheelkunde moet de instroom omhoog. Ook zouden er minder studenten geneeskunde aan de opleiding moeten beginnen. Minister Hoogervorst gaat echter tegen de ramingen in. Hij schreef in een brief aan de Tweede Kamer dat ‘een zeker overschot wenselijk is’. Voor Bram Jacobs, voorzitter van de Landelijke Vereniging van Assistent Geneeskundigen is het duidelijk. ‘Hij wil dat wij met elkaar gaan concurreren en dus goedkoper worden.’


Jacobs - aankomend neuroloog - begrijpt het beleid van de minister niet echt. ‘Een arts opleiden kost de overheid veel geld. Als wij straks niet aan het werk komen, is dat kapitaalvernietiging. In de jaren tachtig konden artsen van bijna alle specialismen moeilijk werk vinden. Veel assistenten in opleiding vrezen dat die situatie terugkomt. Dat kan niet de bedoeling zijn.’




 





Mensje Melchior



Klik hier voor het PDF van dit artikel


chirurgie kindergeneeskunde oncologie
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.