Inloggen
Praktijkperikelen
Rosa Roemers
3 minuten leestijd
Praktijkperikel

A good life

Plaats een reactie

Na vier weken zomervakantie in Nederland is het alsof m’n brillenglazen zijn schoongepoetst en ik een week wonen en werken in ruraal Sierra Leone scherper zie.

De koffers worden uitgepakt, chocolade en kaas worden watertandend ontvangen door de ‘longterm-expats’. De tweedehandspolo’s van mijn vader worden door onze tuinmannen met glunderende ogen bevoeld, waarna ze er iedere dag in zullen verschijnen.

In het ziekenhuis verloopt de eerste dag wat chaotisch. Althans dat voelt zo: later besef ik dat dit eigenlijk vrij representatief is voor een ‘normale regenseizoen’-dag. In het droogseizoen zijn de ‘dirt roads’ dan wel onverhard, maar ten minste droog. Patiënten presenteren zich laat, maar relatief vaak nog in het stadium waarin er nog veel te redden valt. Nu valt het begin van het regenseizoen, waarbij de wegen in modderstromen veranderen, samen met het moment dat er acuut van alles geplant moet worden.

De stijgende brandstofprijzen en inflatie (ondanks dat de president deze maand een paar nullen van het biljet heeft geschrapt) maken alles te duur. Men wil, begrijpelijk, dit jaar extra zelfvoorzienend zijn.
Door dit alles zijn de presentaties van de patiënten in het ziekenhuis extreem laat en zijn de mensen die we zien, oneerbiedig gezegd, vaak al halfdood.

De mevrouw die ik ’s ochtends uit de ambulance pluk blijkt een gescheurde baarmoeder te hebben; het kind drijft dood in de buik. Snelle handen en bloeddonaties redden één leven, het andere gaat later gerold in doeken mee achterop de motor.

Tijdens de lunch staar ik uit het keukenraam, m’n gedachten dwarrelend in het niets, als plots Osman poedelnaakt door m’n gezichtsveld huppelt. Even was ik vergeten dat onze tuinman thuis geen stromend water heeft en zich daarom altijd in onze tuin wast bij het kraantje. Ik moet lachen als ik zijn tevreden blik vang en geef hem een ‘luxe zeepje’.

De tweede dag staat een meneer met een gescheurde milt in de hoofdrol. Hij was in een ‘mining-pit’ aan het scheppen naar goud toen de boel op hem stortte en alleen zijn hoofd niet bedolven werd.
Als zandschildpad bracht hij de halve dag door, tot hij verlost werd en terechtkwam in een primitieve ‘health-post’. ’s Avonds stopte hij met plassen, waarop hij toch maar werd overgeplaatst naar ons ziekenhuis, waar hij nu zonder milt bijkomt van de schrik. De intense geur van rottend vlees was ik gek genoeg ook even vergeten, maar een ronde over de chirurgische afdeling doet wonderen voor het reukgeheugen.

Er was een reden voor ‘20x Fisherman’s friend extra strong’ op m’n boodschappenlijst, naast een chronisch droge mond door dehydratie. Op de kinderafdeling is het meestal gezellig: zodra een kind iets opknapt gaat het spelen. Naast de ‘opgeknapte’ kids zit één jochie dat duidelijk niet opknapt en eigenlijk geen energie meer heeft om te ademen en geen tranen meer om te huilen.

Ali is een SAM-kindje (Severe Acute Malnutrition), zoals de leek hem kent van de Unicef-posters. We begrijpen eigenlijk aanvankelijk niet waarom hij zo vel over been is. De moeder lijkt goed gevoed, evenals het broertje. Meestal is er dan sprake van een onderliggende ziekte zoals tuberculose. De ‘moeder’ gedraagt zich wat apart en later blijkt het niet Ali’s moeder te zijn, deze is al overleden. Dit is oma. Het jochie was bij zijn vader die eigenlijk te druk was met landbewerking en is daarna overgebracht naar oma. Onze behandeling komt te laat voor Ali en de spelende kinderen hebben er een trauma bij. In het weekend komt er nog een meneer met één meter dode darm in zijn scrotum. Toen ik het lieskanaal openknipte baande de rotte worst zijn weg naar de vrijheid om te eindigen in de prullenbak. ‘This one has a good life!’ merkte de anesthesiemedewerker op toen ik toch wel door 2 cm onderbuikvet moest snijden om de buik binnen te komen. Dat is vrij uniek voor de patiëntenpopulatie hier. Het deed me denken aan de opleidingstijd in Nederland, daar was zo’n laag vet eerder regel dan uitzondering, maar kon je vaak gelukkig met stokjes opereren (laparoscopisch).

Deze meneer heeft het tafereel gelukkig ook overleefd en gaat binnenkort weer werken op de farm. ’s Avonds scroll ik wat op de NOS-app en ik bedenk me dat ik de reden voor de lege schappen in Nederland hier aan niemand moet gaan uitleggen. Ik zal me onthouden van clichévergelijkingen, maar zou toch wel willen stellen dat ondanks alle uitdagingen waar we in het kikkerland voor zullen komen te staan er komende jaren nog bovenal sprake is van ‘A very good life!’

Rosa Roemers, arts internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde

Lees ook
Praktijkperikel
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.