Inloggen
De Kwestie
4 minuten leestijd
de kwestie

Wie is hier nu eigenlijk de poortarts?

12 reacties

De Kwestie

Ondanks protocollen en richtlijnen is de dagelijkse praktijk van het artsenvak vaak verre van eenduidig.  In de rubriek ‘De Kwestie’ legt Medisch Contact praktijkdilemma’s voor aan haar lezers en aan deskundigen.

Hieronder vraagt huisarts Yenal Izci zich af hoe het komt dat de poortwachtersrol van huisartsen stelselmatig wordt ondergraven en hoe die trend, waar hij steeds vaker tegenaan loopt, gekeerd kan worden.

Uw reacties zijn zeer welkom! Reageren kan onderaan dit artikel.

Heeft u ook een casus die u wilt delen, stuur deze dan naar: redactie@medischcontact.nl onder vermelding van 'De Kwestie'. Publicatie kan ook anoniem, mits uw naam bij de redactie bekend is.

De vraag

Zoals alle medici in ons land weten, is de huisarts de poortarts van onze gezondheidszorg. De huisarts beslist welke patiënten er in de eigen praktijk behandeld kunnen worden, naar paramedici verwezen moeten worden of door moeten naar de tweede lijn.
Als huisarts in opleiding word ik de laatste tijd vaker geconfronteerd met patiënten die een verwijsbrief vragen nadat ze al een afspraak hebben gemaakt bij een specialist. Hoe kan dit, waar gaat dit mis? Ik zal het probleem illustreren met een casus, die ik recentelijk heb meegemaakt.

Een patiënt komt met zijn partner op mijn spreekuur vanwege toename van dyspnoe en hoesten bij COPD. We besluiten uiteindelijk samen dat ik zal overleggen met de longarts en patiënt daarna zal bellen voor het vervolg.
Net op het moment dat ze de spreekkamer verlaten, komt de partner met het bekende ‘deurknopfenomeen’. Zij waren twee dagen geleden bij haar neurochirurg en deze heeft voor aanstaande dinsdag een MRI voor haar partner afgesproken vanwege rugklachten.
De laatste episode ‘rugklachten’ in ons huisartseninformatiesysteem dateert van april 2010. Ik heb de heer de afgelopen maanden zeer frequent gezien vanwege zijn COPD, maar rugklachten zijn nooit ter sprake gekomen. ‘Moet u daar nog een brief voor schrijven, dokter?’ Ik vind het maar gek en meld dat ik er achteraan zal gaan en erop terugkom.
Ik besluit de neurochirurg te bellen. Via het secretariaat krijg ik te horen dat er inderdaad een dossier voor meneer is geopend toen hij daar met zijn partner was, en er is inderdaad, door de neurochirurg zelf, een MRI aangevraagd.
Ik zeg dat ik onder deze omstandigheden geen verwijsbrief zal schrijven en dat de neurochirurg mij mag bellen als hij vragen heeft. Hierna blijft het stil.
Om te voorkomen dat de patiënt het slachtoffer wordt, roep ik hem op voor mijn spreekuur om ook zijn rugklachten te bespreken. Ik laat de MRI uiteindelijk in overleg met de patiënt en de polikliniek neurochirurgie annuleren, omdat het aspecifieke rugklachten betreft.

Deze casus staat niet op zichzelf. Het valt mij op dat er in de tweede lijn steeds vaker afspraken worden gemaakt zonder verwijzing van een huisarts. In het geval van reeds bekende patiënten, bij wie een dbc is verlopen, kan ik me dit vaak wel voorstellen en honoreer ik verzoeken voor nieuwe verwijsbrieven c.q. verlenging van verwijzingen.
Bij patiënten die nog niet bekend zijn in de tweede lijn heb ik daar meer moeite mee. Mijns inziens komt op die manier de samenwerking tussen eerste en tweede lijn onder druk te staan. De huisarts wordt voor het blok gezet, doordat er al afspraken zijn gemaakt, maar alleen ‘het briefje’ nog ontbreekt. Als de huisarts ‘het briefje’ weigert, kan dat de relatie met de patiënt schaden. Als de huisarts niet weigert, beloont hij daarmee dergelijk gedrag en zal de patiënt gaan denken dat hij dit bij andere specialisten ook zo kan regelen! Waar houdt het dan op?


De deskundige

Wie is hier nu eigenlijk de poortarts, vraagt huisarts Izci zich af in dit herkenbare praktijkdilemma. Deze vraag is op zich eenvoudig te beantwoorden. In Nederland hebben we glasheldere afspraken over verwijzingen: de huisarts is en blijft de poortwachter. Dat dient zowel het belang van de patiënt als het overkoepelende maatschappelijke belang. Daarover bestaat geen discussie.

Maar wat te doen bij een inbreuk op deze rol? De praktijk is immers weerbarstig: ‘Als de huisarts “het briefje” weigert, kan dat de relatie met de patiënt schaden. Als de huisarts niet weigert, beloont hij dergelijk gedrag en zal de patiënt gaan denken dat hij dit bij andere specialisten ook zo kan regelen!’ Hier beschrijft de huisarts de kern van het dilemma. Moet hij kiezen voor service aan de patiënt of voor verantwoorde zorg? Wat hij ook kiest, hij zal blijven zitten met een onbevredigend gevoel. Dilemma's zijn morele vraagstukken en dwingen tot een keuze: of-of. Of is hier sprake van een paradox, een schijnbare tegenstelling, die je kunt oplossen met en-en?

In de onderliggende waardes van de eerste en tweede lijn zit altijd het gezamenlijke belang en daarmee ook de oplossing van deze kwestie. Deze huisarts heeft dat goed gezien. Hij komt tegemoet aan de patiënt en levert tegelijkertijd verantwoorde zorg. Tot slot adresseert hij het issue daar waar het hoort te liggen, bij de neurochirurg. Met directe feedback tracht hij het systeem te herstellen.

De verleiding kan er altijd zijn: voor patiënten om de huisarts onder druk te zetten voor een verwijzing of deze juist te om-zeilen, voor een collega om de poortwachtersfunctie een keer te negeren. Denk en handel dan in termen van en-en.

Leidraad in deze kwestie is het verlenen van patiëntgerichte én verantwoorde zorg. Dat heeft deze huisarts gedaan en daar zal de neurochirurg het ongetwijfeld mee eens zijn.

Giliam Kuijpers, kinderarts en directeur beleid KNMG

huisartsgeneeskunde de kwestie samenwerking communicatie
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.