Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Nieuws

RIVM-onderzoek: ook rol voor aerosolen bij covid-19

21 reacties

Er zijn aanwijzingen dat SARS-CoV-2 binnenshuis door de lucht kan worden overgedragen. Als het zich inderdaad verspreidt via aerosolen, heeft dit gevolgen voor maatregelen die zijn genomen om de transmissie te beperken. Dat blijkt uit een studie van Jack Schijven e.a (RIVM) verschenen op de preprintsite medRxiv.

De onderzoekers schatten in deze studie het aantal SARS-CoV-2-deeltjes in aerosolen zoals die worden uitgestoten tijdens ademen, spreken, hoesten en niezen door een geïnfecteerde persoon in een niet-geventileerde omgeving, en vervolgens worden ingeademd door een of meer personen in dezelfde ruimte. Het totale volume van uitgestoten aerosolen bleek het hoogst voor een nies, gevolgd door een hoest, en twintig minuten spreken en ademen. Ze onderzochten de kans op blootstelling aan het virus op basis van meerdere scenario's: een reeks virusconcentraties, kamerafmetingen en blootstellingstijden, steeds in ruimtes zonder ventilatie.

De kans op blootstelling was over het algemeen minder dan 1 procent bij een virusconcentratie in slijm van minder dan 105 per ml en nam sterk toe bij verschillende hogere concentraties.

Viroloog Erwin Duizer is een van de auteurs van de studie. ‘Er zit zeer veel variatie in alle factoren die van belang zijn’, constateert hij. En verduidelijkt: ‘De virusconcentratie in de druppels die mensen produceren varieert makkelijk met een factor honderd tot duizend tussen individuen. Bij driekwart van de covid-19-patiënten zitten er een miljoen virusdeeltjes of minder in een milliliter vocht. De hoeveelheid uitgescheiden druppels verschilt ook sterk. In het algemeen kun je stellen dat er bij de gemiddelde uitscheider niet genoeg virus in de aerosolen zit om via die route een infectie bij anderen te veroorzaken. Maar er zijn zeker uitschieters. Eén op de twintig patiënten heeft een hoge virusconcentratie van honderd miljoen of meer virusdeeltjes per milliliter vocht. Als dat nou net ook iemand is die met consumptie spreekt of veel aerosolen vormt bij het hoesten of niezen, dan is de kans dat diegene een ander besmet aanzienlijk.’

Hoe het komt dat sommige mensen superspreaders zijn, is onbekend. ‘Dat zouden we graag onderzoeken’, zegt Duizer. ‘Wat we wel weten is dat de meeste mensen aan het begin van de infectie – een dag voordat ze symptomen krijgen en de dag dat die zich voor het eerst voordoen –  een hogere virusload in keel en neus hebben dan in de dagen daarna. Superspreaders zouden we graag snel opsporen, om dan onmiddellijk onderzoek te kunnen doen naar de mate waarin ze hun directe omgeving blootstellen aan het virus. Overigens, voor Sars-CoV-1 werd ook al verondersteld dat er eigenlijk maar weinig mensen zijn die meedoen aan de transmissie. Dat lijkt voor het nieuwe virus nog iets extremer het geval.’

Wat Duizer betreft is het nog te vroeg om de coronarichtlijnen aan te passen. Uiteraard zou optimaal ventileren een goede zaak zijn, aldus de viroloog, want ‘verdunnen is prima, volgens het adagium “the solution to pollution is dilution”. Maar we hebben momenteel geen idee wat optimale ventilatie is. Die moet je per ruimte bepalen. Als je uitademt en praat is de lucht die aan je mond ontsnapt een klein beetje warmer. Als daar druppeltjes in zitten vallen ze eerst naar beneden, verdampen een beetje, worden minder zwaar en zouden daardoor weer op kunnen dwarrelen. Moet je dan de lucht boven of beneden afzuigen? Ik weet het niet.’ Duizer weet wel dat fysische inzichten in dat opzicht belangrijke input kunnen leveren. Zo is het onderscheid tussen aerosolen en grote druppels kunstmatig: ‘Het is een continuüm. De grens, die nu ligt bij 5 micrometer, is op geen enkele manier te onderbouwen.’

Duizer benadrukt de onzekerheden: ‘Omdat we niet precies weten hoeveel mensen via druppels worden geïnfecteerd, hetgeen velen als de belangrijkste route zien, kunnen we nu eigenlijk ook niet onderbouwd volhouden dat een andere route, die via de aerosolen, een minder grote of juist een grotere rol speelt. Strikt genomen weten we het niet.’ Wat we wel zeker weten is dat de anderhalve meter werkt, zegt hij: ‘Ook de aerosolconcentratie is binnen die afstand het hoogst.’

Voorlopige slotsom van de studie van Schijven e.a: ‘Zolang het niet zeker is welke fractie van de virusdeeltjes in de lucht besmettelijk is en zolang er geen dosis-responsrelatie is, wordt aanbevolen voorzichtig te zijn.’

https://www.medrxiv.org/content/10.1101/2020.07.02.20144832v1

lees ook
Nieuws Wetenschap RIVM covid-19
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Atta van Westreenen, Arts, Tilburg 08-07-2020 18:42

    "Wat geweldig dat het RIVM inmiddels zicht heeft op een theorie die nota bene Maurice de Hond al in APRIL heeft weten te motiveren.

    Deerniswekkend. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.