Inloggen
Laatste nieuws
Achter het nieuws

De cholerapandemie van 1832: anders, maar ook hetzelfde

Dubieuze cursussen worden soms toch goedgekeurd

1 reactie
Cavallini James / Bsip / ANP
Cavallini James / Bsip / ANP

Microbioloog Antoinette van der Kuyl concludeert in haar pas verschenen boek over de cholerapandemie van 1832 dat er niet alleen verschillen zijn te vinden met de huidige covidpandemie en de aanpak ervan, maar zeker ook overeenkomsten.

‘Op een moment dat veel mensen denken dat het tijdperk van besmettelijke ziekten voorbij is in Europa, breekt in Azië een dodelijke ziekte uit. In Nederland hoopt men dat de ziekte daar zal blijven, maar langzaamaan komt het steeds dichterbij en is duidelijk dat Nederland er ook aan moet geloven.’ Zo begint het verhaal van de eerste Nederlandse cholera-epidemie, opgetekend door microbioloog Antoinette van der Kuyl in het boek The Dutch Cholera Epidemic of 1832.

Van der Kuyl: ‘Hoewel deze epidemie bijna twee eeuwen geleden plaatsvond, zijn er veel overeenkomsten te vinden met de huidige pandemie. De eerste cholerapandemie vond plaats tussen 1817 en 1823, maar bleef beperkt tot Azië. De tweede pandemie wist Nederland wel te bereiken. Hetzelfde hebben we gezien met corona. De uitbraak van SARS-CoV in 2003 was vrij makkelijk te stoppen in China, en daarbuiten ook, door mensen die China al verlaten hadden in quarantaine te plaatsen. Terwijl dat bij SARS-CoV-2 niet het geval was.’

‘De bloedzuigers wilden soms helemaal niet bijten’

Aanpak hetzelfde

Tijdens de eerste cholera-epidemie heerste er grote armoede in Nederland, na de Franse bezetting en de chaos die Napoleon had aangericht in Europa. Bovendien wisten ze nog niet dat cholera een gastro-intestinale infectie is en dat deze veroorzaakt wordt door de bacterie Vibrio cholerae. ‘Toch zie je dat de aanpak van een besmettelijke ziekte grotendeels hetzelfde was als nu.’ Zo moesten schepen die uit door cholera aangedane gebieden kwamen, in quarantaine bij het eiland Wieringen. En probeerde men alle mensen met symptomen bij elkaar te brengen om te voorkomen dat ze anderen zouden besmetten. ‘In grote steden werden daarvoor speciale choleraziekenhuizen ingericht. Nu hoor je ook de roep om speciale coronaziekenhuizen, maar ook bij covidafdelingen maakt men gebruik van dit principe.’

Enkel de armen gingen naar het ziekenhuis. Iedereen met maar een beetje geld, liet de dokter aan huis komen. De ziekenhuizen waren krap en vuil. ‘Ziekenverzorger werd je alleen als je geen opties meer had, dat waren vaak verouderde prostituees of aan de drank geraakte kerels. De betere standen keken juist op naar de dokters, daar maakten artsen alle tijd voor de patiënt. Het waren meestal jongens uit de betere standen die geneeskunde gingen studeren.’

Het was volgens Van der Kuyl een tijd van conservatieve geesten; er vond bijna geen innovatie plaats. Artsen hielden er strikte definities op na: een ziekte was ofwel besmettelijk of een miasme. ‘Een miasme was iets wat plaatselijk ontstaat, een soort vieze lucht afkomstig uit de grond, die mensen die daar vatbaar voor zijn ziek maakte. Terwijl besmettelijkheid enkel werd gezien als het overdragen van een ziekte door directe aanraking. Dat cholera – met name bij slechte hygiëne – van mens op mens wordt overgedragen via de maag-darmroute kwam bij niemand op.’

Veel hulpmiddelen, zoals de microscoop, stethoscoop en thermometers bestonden al, maar werden bijna niet gebruikt. ‘Ze waren ook nog niet erg praktisch: het duurde wel een halfuur voordat een thermometer voldoende was opgewarmd om de temperatuur van een patiënt af te kunnen lezen.’

Toch hielden artsen en wetenschappers zich in 1832 regelmatig met soortgelijke vraagstukken bezig als tijdens het begin van de huidige covidpandemie. Zo was onduidelijk op welke manier de ziekte zich precies verspreidde, en waren sommigen bang om voorwerpen aan te raken. ‘Met corona waren sommige mensen ook doodsbang om bijvoorbeeld een winkelwagentje aan te raken.’ Daarnaast probeerden artsen allerlei verschillende therapieën uit voor cholera, omdat niemand wist wat de beste behandeling was voor deze nieuwe ziekte. ‘Dat zien we ook met corona, bepaalde artsen hebben nu ook verschillende middelen geprobeerd, zoals ivermectine en hydroxychloroquine.’

Meer kwaad dan goed

Uiteindelijk raakte volgens de officiële cijfers 1,3 procent van de ruim 1 miljoen inwoners van de aangedane steden en dorpen in Nederland tijdens deze eerste epidemie geïnfecteerd met cholera. Bijna de helft van deze 13.880 patiënten (48%) overleed. In Zuid-Holland raakten relatief veel inwoners (1 op de 66) geïnfecteerd, en in Gelderland de minste mensen (1 op 843 inwoners).

Het is volgens Van der Kuyl nog maar de vraag of artsen met hun goedbedoelde therapieën ook daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de genezing van mensen. ‘In de meeste gevallen deden ze zelfs meer kwaad dan goed. Aderlaten was erg populair, omdat ze hoopten dat het bloed van de – eigenlijk door diarree en braken ernstig uitgedroogde – patiënten weer beter zou gaan stromen. De bloedzuigers die ze hierbij gebruikten wilden soms helemaal niet bijten, omdat de huid helemaal uitgedroogd was.’ Uit documenten blijkt dat er ook artsen waren die het niet verstandig vonden omdat patiënten al zo verzwakt waren, maar toch werd het op grote schaal toegepast.

Daarnaast waren kruidenmengsels, opium, wijn en zowel warme als koude baden populair. De baden waren volgens Van der Kuyl voor patiënten juist een reden om het cholera­ziekenhuis in Leiden te mijden, omdat ze geloofden dat ze zo een beschermlaagje van de huid zouden spoelen. ‘Het allerbeste is het drinken van grote hoeveelheden water, dat is waar veel patiënten volgens de rapporten ook om vroegen. Een arts had een zeer koppige mevrouw, die constant om meer water vroeg. Tot zijn verbazing genas zij. Anderen vonden dat ongeloofwaardig, maar probeerden het ook. Dat werkte dan weer niet zo goed als verwacht en dan lieten ze het bij wat het was.’

De slechte overlevingskans verklaarden artsen destijds vaak door het feit dat arme patiënten zich te laat bij de artsen meldden. ‘Ook vandaag de dag is het dan lastig om patiënten nog te redden. Bovendien werkt het drinken van water alleen als je het binnen weet te houden. Als je te zwak of misselijk bent, dan heb je een infuus nodig. Die bestonden toen nog niet.’

Gegevens bijhouden

Wat haar opviel bij het doornemen van duizenden pagina’s aan documenten was dat veel nuttige observaties al vrij snel tijdens de pandemie werden gedaan. ‘Ze begonnen in die tijd ook met het bijhouden van allerlei gegevens over patiënten: leeftijd, geslacht, beroep, woonplaats, ziekteduur, ziekte-uitkomst. Hieruit concludeerden ze bijvoorbeeld dat ouderen relatief vaker overleden aan de ziekte. Ook maakten ze kaarten van de verschillende wijken om bij te houden waar cholera allemaal voorkwam.’

Toch trokken ze op basis van bepaalde observaties – in onze ogen – vreemde conclusies, bijvoorbeeld toen cholera na een veldslag in Polen zo goed als verdwenen was. ‘Veel mensen dachten toen dat de schoten van de geweren de lucht hadden gezuiverd, want het was destijds een gangbare theorie dat cholera zich via vieze lucht verspreidde. Waarschijnlijk zijn mensen echter vanwege angst in hun huizen gebleven, waardoor cholera zich tijdelijk niet verspreidde.’

Aan het einde van de epidemie in november 1832 prezen de overheid en lokale autoriteiten de artsen, hoewel de geneeskunst vrij weinig had bijgedragen. Ook veel artsen zelf waren zeer te spreken over hun eigen inzet, toen de epidemie voorbij was. Drie artsen uit Leiden – Pruys van der Hoeven, Van Kaathoven en Solomon – vormden hierop een belangrijke uitzondering, zo blijkt uit een publicatie die de artsen na afloop van de epidemie schreven. ‘Hierin verklaren zij dat ze zich ervan bewust zijn dat ze in de toekomst waarschijnlijk als onwetend worden gezien. Maar waarschuwden ze toekomstige artsen voor hetzelfde lot, zodra er nieuwe ziektes uit verre oorden zouden komen. Daar hebben ze wat mij betreft gelijk in gekregen, als je kijkt naar het begin van de huidige coronapandemie.’

Inmiddels erkent de Wereldgezondheids­organisatie zeven cholerapandemieën, waarvan de laatste in 1961 van start ging en nog altijd voortduurt. Hieruit valt volgens Van der Kuyl een belangrijke les te trekken: ‘SARS-CoV-2 gaat niet meer weg, daarvoor wordt het te makkelijk overgedragen. Het zal net als veel andere infectieziekten uiteindelijk endemisch worden.’ 

The Dutch Cholera Epidemic of 1832 as seen through 19th Century Medical Publications. Antoinette van der Kuyl. 244 blz., 30,99 euro.

Bestellen

Lees ook download dit artikel (pdf)

Achter het nieuws cholera
  • Laura ter Steege

    Laura ter Steege is journalist bij Medisch Contact en schrijft voornamelijk over wetenschap.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • J. van der Meulen

    arts van een veldhospitaal tijdens de cholera epidemie van 1971 in Ethiopië, Dordrecht

    16-01-2022 15:38

    Pas op voor deskundigen, wordt er zelf één.
    Een voortreffelijk artikel en de auteur heeft gelijk dat SARS-CoV2 endemisch wordt. Gezien dit toekomst scenario en naar analogie van de cholera wil ik de behandelaars van de toekomstige COVID patiënten aa...nraden zich zelf bij te scholen. Niet, zoals in 1978, klakkeloos een deskundige volgen. In dat jaar verscheen in het Ned. T. v. Geneeskunde een casuïstische mededeling over een uitgedroogde, acidotische cholera patiënte. Ter bestrijding van de acidose kreeg patiënte een hypertone bicarbonaat oplossing en kon na 14 dagen naar huis (1). Zeven jaar daarvoor was het echter al standaard om geen hypertone oplossingen te geven aan uitgedroogde patiënten en konden cholera patiënten binnen 48 uur een veldhospitaal verlaten (2). Naderhand vertelde één van de auteurs mij dat zijn opleider het beleid had afgesproken. Als Van der Kuyl zegt: "Het was een tijd van conservatieve geesten", dan gold dat zeker in 1978 en mogelijk ook in 2020. Want wat te zeggen over de uitspraak uit september 2020: “Mondkap vervangt niet de anderhalve meter (3)” en die van januari 2022: “Het mondkapjesadvies wordt uitgebreid. Overal waar het niet mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden, wordt geadviseerd een mondkapje te dragen (4)”.

    Referenties:
    1. https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1978106680001a.pdf
    2. van der Meulen J. Ingezonden Een patiënte met cholera in Nederland. Ned. T. v. Geneeskunde 1978: 122; 1071.
    3. https://www.parool.nl/nederland/van-dissel-mondkap-vervangt-niet-de-anderhalve-meter
    4. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/01/14/persconferentie-14-januari-2022

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.