Inloggen
Laatste nieuws
B. Verblackt
8 minuten leestijd

Vriend en voorbeeld

Plaats een reactie

Ministerie van VWS versterkt banden met China



Nederland en China gaan hun samenwerking op het gebied van gezondheidszorg en volksgezondheid uitbreiden. Marcel Floor werkt als ‘makelaar in contacten, ideeën en uitwerkingen’ op de ambassade in Beijing aan de plannen. ‘China vindt dat we goed presteren voor een klein landje.’



‘Na verblijf in China zijn Nederlandse delegaties altijd enthousiast. Moe, maar razend enthousiast’, lacht Marcel Floor, attaché voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op de Nederlandse ambassade in Beijing. Floor begrijpt de vermoeidheid. ‘Beijing is een heftige stad om in te leven: het lawaai, de luchtverontreiniging, de taal en cultuurverschillen. En alles gaat in een heel hoog tempo. Dat vraagt veel. Maar het is spannend, dynamisch en werkt ontzettend aanstekelijk.’



De meester in de rechten werkt sinds maart vorig jaar in de Chinese hoofdstad. Zijn baan is het logische vervolg op de toenemende contacten tussen Nederland en China op het gebied van volksgezondheid en vloeit direct voort uit het bezoek dat minister Hans Hoogervorst in 2005 aan China bracht. Eigenlijk begon het allemaal eind 2004, toen de Chinese premier Wen Jiabao tijdens een bezoek aan Nederland de wens uitsprak om op het gebied van volksgezondheid meer samen te werken. Hij was speciaal geïnteresseerd in kennisuitwisseling tussen Chinese instellingen en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Vijf maanden later tekenden Hoogervorst en zijn Chinese collega Gao Qiang een overeenkomst waarin de nadruk ligt op samenwerking infectieziekten, innovatie van medicijnen, eerstelijnsgezondheidszorg en voedselveiligheid.



Het ministerie besloot dat een attaché op de ambassade in Beijing nodig was om de samenwerking uit te werken en te coördineren. ‘Af en toe naar China komen is niet voldoende. Om wat gestart is goed op de rails te zetten, moet je echt hier zijn’, aldus Floor, die de laatste jaren uit eigen interesse regelmatig door China reisde. Namens het ministerie neemt hij kennis van de ontwikkelingen op het gebied van volksgezondheid, welzijn en sport in China. Daarnaast wordt hij geacht de Chinese kennis over het Nederlandse VWS-beleid te vergroten, faciliteert hij bezoeken van delegaties en dient hij als vraagbaak. ‘Ik overbrug de afstand. Ik ben de makelaar in contacten, ideeën en uitwerkingen’, zegt hij. VWS heeft soortgelijke attachés in Parijs, Washington en drie in Brussel. ‘Al is het moeilijk de posten onderling te vergelijken’, meent Floor, die voorheen 4,5 jaar in de Belgische hoofdstad werkte. ‘Brussel is een vak apart. En in Beijing is het echt alles van begin af aan opzetten.’



China is hot


De ambities van VWS om de relaties met China te verdiepen, liggen onder meer in het feit dat eigenlijk niemand meer om het land heen kan. ‘China is hot, China heeft het, hier gebeurt het. Het is een opkomende macht, met de nadruk op macht, die in korte tijd een stempel op de wereld zal drukken’, aldus Floor. Daarnaast spelen natuurlijk gezondheids­bedreigingen een belangrijke rol. ‘China is het grootste pathogenenreservoir ter wereld. Elk jaar komen er nieuwe ziekten bij, zeventig procent daarvan heeft een dierlijke oorsprong.’



De ambities voor de hechtere samenwerking krijgen stap voor stap meer vorm. ‘De uitwisseling over en weer neemt nu een vlucht’, zegt Floor. Maandelijks bezoeken gemiddeld twee Nederlandse delegaties op het gebied van zorg en sport China. Het zijn vooral afgevaardigden van de overheid of het RIVM. ‘Maar ook niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), hoewel nog te weinig. En het aantal economische missies neemt toe. Er is een groeiende interesse om medische producten en diensten op de Chinese markt te brengen. We willen Nederland bij de Chinezen nadrukkelijk in de picture krijgen als een betrouwbare partner die kwaliteit hoog in het vaandel heeft’, aldus Floor. Overigens blijkt Nederland dat imago over het algemeen al te hebben. ‘Veel Chinezen in de gezondheidszorg hebben nogal wat kennis over Nederland. Ze vinden dat we goed presteren voor een klein landje.’



Het RIVM gaat samenwerken met het Chinese centrum voor ziektebestrijding (CDC). Volgens een actieplan, getekend tijdens een bezoek van staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp in juni 2006, zullen de instituten zich voornamelijk richten op infectieziekten, tabaks- en voedingsbeleid en voedselveiligheid. Eind november bespraken de partijen plannen voor projecten, die volgens Floor ‘zo snel mogelijk’ en allemaal tegelijk van start moeten gaan.



‘Het CDC wil veel leren van het RIVM, ook op het gebied van training van personeel en communicatie. Binnen dit centrum is doorgaans veel competitie tussen de verscheidene afdelingen, over wie wat moet doen en welke unit het meest is aangewezen voor welk project. Binnen het RIVM heerst veel meer een cultuur van communicatie, samenwerking en overleg. Het RIVM ziet het belang van een goede relatie met het sterk opkomend instituut’, vervolgt Floor. ‘Onlangs is er in Nederland een gezondheidsonderzoek gestart waaraan 30.000 mensen deelnemen. Daar komt men in China bij wijze van spreken het bed niet voor uit. De enorme omvang van de studies in China kan heel interessant zijn voor epidemiologisch onderzoek.’



Maar de samenwerking en uitwisseling blijft niet beperkt tot de onderzoeksinstituten, benadrukt Floor. ‘Artsen­organisaties, private sector, overheden, we willen alle krachten, middelen en mensen mobiliseren’, zegt hij. ‘We zijn nu bijvoorbeeld bezig met het ontwikkelen van een bijzonder hiv/aidsproject. De financiering en invulling worden gedaan door drie Nederlandse ngo’s.’ Verdere details kan hij op dit moment nog niet geven.



Floor ziet ook kansen in de al bestaande relaties tussen steden en provincies in Nederland en China. ‘Rotterdam heeft een hechte band met Shanghai. De provincie Utrecht heeft een samenwerkingsrelatie met de provincie Shandong. Velzen is zusterstad van Qingdao. In dat kader gebeurde er al veel, hoewel niet altijd even zichtbaar, ook op het gebied van volksgezondheid.’ Als voorbeeld noemt hij het bureau voor civiele zaken in Shanghai dat werkt met indicatieprotocollen vergelijkbaar met die van de sociale dienst in Rotterdam. ‘Het is belangrijk dit soort initiatieven te bundelen, gerichter in te zetten en verder uit te breiden. Op die manier kunnen we meer doen.’



Druk op ziekenhuizen


In Qingdao krijgen bestaande contacten een nieuwe impuls. Begin jaren negentig startte in die stad een Nederlands meerjarig project voor het trainen van verpleegkundigen. Hierbij waren ministeries, ziekenhuizen en opleidingsinstituten betrokken. ‘Onlangs ging een delegatie terug om te kijken wat we nog meer kunnen doen. En we werden erg gretig ontvangen’, aldus Floor. ‘Qingdao wil weer aan de slag met Nederland, vooral vanwege de ervaringen en kennis in de eerstelijnsgezondheidszorg.’



De stad met ruim zeven miljoen inwoners aan de oostkust van China wil de enorme druk op ziekenhuizen verminderen en het zorgsysteem herinrichten, vooral door de opbouw van eerstelijnszorg. ‘Het gaat niet alleen om meer huisartsen, maar om de hele samenwerking tussen huisarts, apothekers, fysiotherapeuten en verpleegkundigen. Ze willen in de eerste plaats een systeem dichtbij de mensen, met een snelle reactie op kleine zorgvragen. Maar ze zoeken ook een efficiënte manier om zorg in wijken en districten te monitoren en signaleren.’ Toen de delegatie in Qingdao vertelde dat het verwijspercentage van huisarts naar ziekenhuis in Nederland zes procent is, wilden de Chinezen dat niet geloven. ‘Hier ga je voor alles naar het ziekenhuis, punt.’ Het wachten is nog op lokale financiering voor de plannen. ‘In China hangt veel af van de bijna persoonlijke ambities van het lokale leiderschap. Maar nu de centrale overheid in Beijing meer aandacht toont voor de zorg, is de kans groot dat het geld voor de plannen er komt.’



Na een decennialange, bijna een­dimensionale blik op snelle economische vooruitgang, ziet Beijing steeds meer de noodzaak in van het verbeteren van de kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidszorg. ‘De Nederlandse ambassadeur in Beijing, Van den Berg, noemt dit de overgang van engineering naar social engineering. Dat is wennen voor het Chinese leiderschap dat uit ingenieurs bestaat; het kost tijd en vraagt politieke moed. Dat maakt het heel spannend en interessant om hier te zijn’, zegt Floor. ‘Een ziekenhuis bouwen is in China geen enkel probleem. Maar het goed organiseren en veilige, goede zorg bieden, is lastiger.’



Volgens Floor bestaat in het land grote interesse voor de wijze waarop Nederland het nieuwe verzekeringsstelsel heeft aangepakt. ‘De Chinezen vinden het interessant dat we duidelijk gesteld hebben wat de rol van de overheid is en veel ruimte geven aan de markt. Men is onder de indruk van de principes en afspraken over financiering en verantwoordelijkheid.’



Floor staat soms versteld van de gedetailleerde kennis over het Nederlandse stelsel. Vorig jaar bezocht hij samen met een topambtenaar van VWS een conferentie over sociale zekerheid. ‘Daar troffen we een Chinese hoogleraar die ons heel specifieke vragen stelde over het Nederlandse verzekeringsstelsel. Alsof hijzelf aan de schrijftafel had gezeten.’



Of het nu gaat om het RIVM, de eerstelijnszorg of het verzekeringsstelsel, Nederland kan slechts als voorbeeld dienen, erkent Floor. ‘Het werkt niet om onze werkwijzen precies te kopiëren. Uiteindelijk zullen en moeten de Chinezen hun eigen aanpak vinden en zelf hun specifieke vragen beantwoorden.’

Kritiek


De huidige aanpak van de Chinese regering krijgt nog altijd regelmatig internationale kritiek. Zoals bij de trage reactie en geringe openheid tijdens de Sars-epidemie in 2003 en de in vergelijking daarmee verbeterde maar nog altijd problematische aanpak van vogelgriep. ‘De belangen binnen de overheid lopen enorm uiteen. De samenwerking tussen de Chinese ministeries van volksgezondheid en die van landbouw moeten verbeteren’, zegt Floor. ‘We gaan China informeren over gezamenlijke aanpak van die ministeries in surveillance, monitoring en respons. Daarin loopt Nederland voorop.’



De soms trage reactie van de Chinese overheid baart zorgen en is reden voor de wereldgezondheidsorganisatie WHO om bij tijd en wijle op de trom te slaan. Floor: ‘De keerzijde van forse signalen is dat het vaak onmiddellijk een politieke situatie wordt, terwijl er eigenlijk een technische vraag of probleem ligt. Politiek speelt hier altijd een grote rol. Het is een permanent zoeken naar de juiste wijze waarop veranderingen moeten worden doorgevoerd.’



Volgens Floor moet bij kritieke situaties worden bekeken ‘wie op welk moment het beste welk signaal kan geven’. ‘Het is een vraag van effectiviteit; wat kan een land als Nederland met welke kritiek bereiken? In een land zo groot en complex als China moet je je eigen talenten en beperkingen kennen’, zegt hij diplomatiek. Al schept de omvang van Nederland juist ook weer voordelen. ‘Nederland is voor China een onschuldig land om op technisch niveau mee samen te werken. Er staan geen grote politieke belangen op het spel. Dat maakt de sfeer tijdens ontmoetingen altijd heel open en constructief. Ik heb ook niet de ambitie om als een  moraalridder een betere financiering en inrichting van het Chinese zorgstelsel op de achterkant van een bierviltje te tekenen.’



Vergrijzing


Nederland kan ook van China leren. ‘In Nederland is er steeds meer aandacht voor demedicalisering. Daarin heeft China veel ervaring, meestal noodgedwongen door een gebrek aan medische zorg. Denk aan een patiënt zolang mogelijk in de thuissituatie houden. Daarmee hebben ze hier veel meer ervaring.’ Ook wijst Floor op de vergrijzing in Shanghai, een stad met evenveel inwoners als Nederland. ‘Het is spannend om te zien hoe ze in Shanghai vergrijzingsvraagstukken tegemoet treden. Juist omdat het allemaal veel sneller en op grotere schaal gaat dan in Nederland.’



Floor erkent dat het in de samenwerking nog veel aftasten, oriënteren en verkennen is. ‘Het is vanuit Nederland niet altijd even gemakkelijk om te zeggen: hiervoor komen we.’ Hij benadrukt de noodzaak voor delegaties om hun huiswerk ‘zeer serieus te doen’. Volgens hem kloppen jaarlijks naar schatting 700 Europese delegaties op de Chinese deur. ‘Chinezen gaan niet met buitenlandse bezoekers zitten brainstormen. Ze hebben snel door of delegaties hun zaken goed hebben voorbereid of niet. Het is daarom van groot belang vooraf vast te stellen wat je gaat doen, wat je eruit wilt halen en wat er voor de Chinezen uit te halen is - in plaats van bij thuiskomst pas na te denken over hoe nu verder. Weten wat je wilt, daarmee win je in China het ultieme respect.’ 



Babs Verblackt, journalist



Klik hier voor het PDF van dit artikel

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.