Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
interview

Van Furth (1929): ‘Het Medisch Contact redde mijn leven’

Artsenverzet regelde onderduik en financiële steun voor Joods doktersgezin

Plaats een reactie
Jiri Buller
Jiri Buller

Ralph van Furth was 11 jaar oud toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Zijn vader, Wim van Furth, was huisarts in Den Haag. De artsenverzetsorganisatie het Medisch Contact hielp het Joodse gezin onderduiken en ondersteunde moeder en zoon na de oorlog.

Ralph van Furths vroegste herinneringen aan de artsenverzetsorganisatie het Medisch Contact dateren uit 1941. ‘Ik was toevallig in de spreekkamer van mijn vader. Hij maakte de post open en mompelde iets over een nieuwe organisatie van artsen.’ Het Medisch Contact (M.C.) werd dat jaar in het leven geroepen als reactie op maatregelen van de Duitse bezetter. Joodse artsen mochten vanaf 1941 alleen Joodse patiënten behandelen. Ook probeerde de bezetter loyaliteit van de medische stand aan de pro-Duitse Artsenkamer af te dwingen. Het Medisch Contact was een ondergrondse organisatie die via zogenoemde estafetteberichten acties tegen de bezetter organiseerde.

Steunfonds van het Medisch Contact

Het steunfonds van het Medisch Contact was belangrijk. De actiebereidheid van artsen steeg als ze konden rekenen op financiële steun als er iets misging. Het fonds had de vorm van een verzekering waarbij artsen 10 gulden per maand betaalden en 10 gulden per dag ontvingen in precies omschreven gevallen. Ph. De Vries beschrijft dit in zijn boek Geschiedenis van het verzet der artsen in Nederland: ‘Iedere vorm van broodverlies of financiële schade ten gevolge van acties binnen het kader van het artsenverzet leidde automatisch tot het verlenen van de genoemde steun (…). Van iedere medicus die in de artsenstrijd het leven verloor, zou het gezin in staat worden gesteld zijn levensstandaard te handhaven op het peil waarop het zich bevond, terwijl in de kosten van de opvoeding der kinderen zou worden voorzien.’ Er werden grote bedragen uitgekeerd en na de oorlog waren er enkele tonnen over. Hiervan werd een fonds gevormd voor slachtoffers die vielen tijdens het artsenverzet.

De acties die het M.C. op touw zette, zijn door uitgebreid historisch onderzoek in beeld gebracht. Beroemd is de ‘bordjesactie’ uit maart 1943. Dokters plakten toen massaal het woord ‘arts’ af op hun naambord om aan verplicht lidmaatschap van de nationaalsocialistische Artsenkamer te ontkomen. Veel minder bekend is dat het M.C. ook de onderduik en finan-ciële ondersteuning voor ondergedoken artsen en hun gezinnen regelde.

De jonge Ralph van Furth zou in de bezettingsjaren – zonder dat hij het wist – nog veel met het M.C. te maken krijgen. De familie Van Furth was Joods en vader Wim was gepromoveerd huisarts in de Haagse wijk Bezuidenhout met een praktijk aan huis. Het artsenverzet regelde dat enig kind Ralph en zijn ouders tijdens de bezetting twee jaar konden onderduiken op meerdere adressen. Bij het vijfenzeventigjarig bestaan van de titel Medisch Contact stuurde Ralph van Furth zijn herinneringen naar de redactie onder de titel: ‘De oorlog overleven dankzij Medisch Contact’. Thuis in Oegstgeest vertelt de gepensioneerde hoogleraar interne geneeskunde uit Leiden, nu 87 jaar oud, zijn verhaal in het bijzijn van hoogleraar medische geschiedenis Mart van Lieburg.

Ralph van Furth met zijn klas 1a HBS van het Joodsch Lyceum Fisherstraat in Den Haag. Schooljaar 1941-1942. Uit: Slotakkoord der Kinderjaren van Wally de Lang. Uitgegeven door Stichting Voormalig Joodsch Lyceum Fisherstraat (Den Haag, 2003).
Ralph van Furth met zijn klas 1a HBS van het Joodsch Lyceum Fisherstraat in Den Haag. Schooljaar 1941-1942. Uit: Slotakkoord der Kinderjaren van Wally de Lang. Uitgegeven door Stichting Voormalig Joodsch Lyceum Fisherstraat (Den Haag, 2003).

Onderduiken

Van Furth: ‘Het was 1941. Ik kwam thuis, mijn ouders waren er nog niet. Ons dienstmeisje vertelde dat we de volgende dag om 12 uur het huis uit moesten zijn. Mijn vader mocht de inrichting van de praktijk meenemen, maar verder alleen kleding. Ik ben er overigens trots op dat de bureautafel van mijn vader hierboven op mijn werkkamer staat. Ik weet niet hoe dat is gelopen, maar die is dus aan ons teruggegeven.’ Het gezin Van Furth vindt na de confiscatie van hun huis onderkomen bij vrienden die vlakbij wonen. Van Furth: ‘Na zes weken kregen we een huis door de gemeente toegewezen. Moet je je voorstellen: een Joodse familie, die een etage kreeg! Tamelijk groot, inclusief een kamer voor de praktijk.’

Ralph zat in 1943 inmiddels in de derde klas van het Joods Lyceum toen zijn ouders besloten onder te duiken. Van Furth: ‘Mijn vader had goede contacten met collega’s, onder wie de Haagse huisarts Hector Rümke van het M.C. Via hem konden we op 8 maart 1943 onderduiken. Ik zou eerst gaan en reisde met de tram. Ik droeg natuurlijk een ster, maar ik had een tas bij me waarmee ik de ster kon bedekken. Ik heb een nacht in een huis aan het Lyceumplein geslapen. De volgende dag ging ik achter op de fiets bij een mij onbekende man naar een kwekers­gezin zonder kinderen in Kwintsheul. Doodgriezelig, want ik moest in de kassen helpen en elke zondag twee keer naar de kerk. Na zes weken moest ik daar weg en, weer achter op de fiets, ging ik naar Oud-Rosenburg, het Geneeskundig gesticht voor Krankzinnigen in Loosduinen. Daar kwam ik bij een domineesgezin met kinderen van mijn leeftijd, dat was ontzettend leuk. Na drie dagen kwam het telefonisch bericht dat ik gezocht werd in Kwintsheul. Ik werd onmiddellijk teruggebracht naar mijn ouders die waren ondergedoken bij een deurwaarder in Den Haag. De volgende ochtend moesten we alle drie vertrekken en vervolgens verbleven we een aantal weken bij verschillende vrienden.’

Ik had een tas bij me waarmee ik de ster kon bedekken

Suïcide

Al snel leek het veiliger om uit de Randstad weg te gaan. Opnieuw via dokter Hector Rümke van het Medisch Contact vertrokken vader en zoon Van Furth in de zomer van 1943 naar Garderen op de Veluwe. Rümke woonde op de Haagse Josef Israëlslaan en was arts in het rusthuis daar. Alle patiënten werden geëvacueerd naar hotels in Garderen omdat het huizenblok van het rusthuis werd gevorderd. Van Furth: ‘Het Haagse rusthuis was in Garderen gehuisvest in twee hotels. Wij verbleven in het kleinste, hotel Anastasia. Het grote hotel was stampvol onderduikers, vooral Joodse echtparen uit Den Haag. Na een tijdje hoorde mijn vader dat deze plaats niet veilig was en na de oorlog vernamen wij dat de onderduikers van Garderen najaar 1943 zijn verraden. We hadden het er die zomer wel fijn, we wandelden veel en er was een mooie grammofoon waarop je platen kon spelen. Maar mijn vader was ongerust dat we geen betere onderduikplek konden krijgen. Begin augustus 1943 pleegde hij op 44-jarige leeftijd suïcide. Wat er gebeurd is, weet ik niet precies. Hij heeft Veronal ingenomen en is gaan slapen. Later hebben we hem gevonden en naar het ziekenhuis in Ermelo gebracht. Daar is hij overleden en op het ziekenhuisterrein begraven. Na de oorlog is hij op de begraafplaats in Ermelo begraven.’

Op zolder

De 14-jarige Ralph kreeg weinig meer te horen dan dat zijn vader niet meer beter zou worden. Hij mocht zijn kamer niet af. Van Furth: ‘Als het ’s avonds donker was mocht ik in de tuin luchten. Ik kreeg wel brieven van mijn moeder, die in Voorburg inwonend hulp in de huishouding was. Zij heeft geregeld dat ik na een week of vier werd opgehaald en per trein naar Den Haag reisde. Ik ontmoette toen mijn moeder voor het eerst na het overlijden van mijn vader. Na een paar dagen werd ik ondergebracht op een zolder in Amstelveen waar een Nederlands stel en een Duits-Joods echtpaar waren ondergedoken. De sfeer was onaangenaam. In het begin van de oorlog hadden wij ook vaak Duits-Joodse vluchtelingen bij ons thuis. Ik heb toen van mijn vader geleerd wat een ectropion is: iemand had een virale ooginfectie, die je bij armoede veel ziet. Gelukkig werd ik na een paar weken weggehaald van de overvolle Amstelveense zolder. Enkele maanden later is deze plaats ook verraden en zijn de onderduikers omgekomen.’

De jonge Van Furth zit de laatste periode van de bezetting in Amsterdam boven het huis van de latere dirigent Eduard van Beinum. Van Furth: ‘Een goede onderduikplek, want de muziek die de Van Beinums speelden, hoorde ik door het plafond. Ik werd door de volwassen dochter van mijn onderduikhospita begeleid bij mijn zogenaamde huiswerk. Mijn moeder werkte de laatste maanden van het onderduiken in de huishouding van een neurochirurg in Amsterdam. Met haar vervalste persoonsbewijs kon zij zich op straat begeven en kwam zij soms bij mij op bezoek. Na de bevrijding kon ik in de vierde klas van het Maerlant Lyceum in Den Haag mijn school voortzetten.’

Geen cent

Mart van Lieburg vult aan dat de neurochirurg bij wie mevrouw Van Furth in huis was, de latere hoogleraar Cornelis Lenshoek was. Van Lieburg: ‘Lenshoek was bij het Medisch Contact leider van het noodfonds. Hij regelde ook onderduikadressen.’ Van Furth: ‘Juist, en via hem wist mijn moeder waar ik was. Kerstmis 1944 heeft ze me opgezocht. Na de oorlog hadden wij geen cent. Mijn moeder heeft toen tijdelijk ondersteuning gekregen en daardoor kon ze ons leven weer op gang brengen.’ Van Lieburg vertelt dat er tijdens en na de bezetting meerdere ondersteuningsfondsen waren. ‘Je had het steunfonds van het Medisch Contact dat problemen dekte die door de bezetting waren ontstaan. Het steunde bij herinrichting van praktijken et cetera. En je had het oeroude Ondersteuningsfonds van de KNMG – toen nog NMG – dat tijdens de oorlog verstopt is gehouden voor de Duitsers, met name voor weduwen, en daar viel uw moeder onder.’

Van Furth schreef zijn verhaal op uit dankbaarheid dat hij het medische werk van zijn vader mocht voortzetten. Hij heeft nu, vijfenzeventig jaar later, nog veel vragen over de bezettingstijd. Van Furth: ‘De hele organisatie van ons onderduiken ging buiten ons om. Gedurende die ruim twee jaar heb ik nooit gemerkt dat er werd betaald of dat er distributiebonnen werden gebracht. Pas jaren na de oorlog hoorde ik dat artsen van het Medisch Contact ons met onderduiken hebben geholpen.’

Lees ook

download (pdf)

interview geschiedenis
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.