Inloggen
Laatste nieuws
3 minuten leestijd
Hoofdredactioneel

Subjectief volgens het boekje

Plaats een reactie

Ben V.M. Crul



Heeft u als arts zélf wel eens last gehad van langdurige jeuk, een depressie, een onmogelijke werkgever, opvliegers met tegelijk een droge vagina, continue misselijkheid, fors afhangende oogleden, doofheid, varices, nadruppelen of acne? Hopelijk niet allemaal tegelijk, maar áls het u ooit is overkomen, dan is dat heel prettig voor de patiënt die morgen op uw spreekuur komt met een van bovenstaande klachten.


Want de dokter die altijd een gave huid en de oogleden van een zestienjarige heeft gehad, kan zich toch moeilijker de beleving van een patiënt voorstellen dan iemand die wél bekend is met huidproblemen of die last heeft van de oogleden. Hoe professioneel u ook acteert, het is erg moeilijk om ruimhartig open te staan voor klachten waarbij u zich nauwelijks iets kunt voorstellen, zeker als u toch al achterloopt met uw spreekuur of visites. Uw lichaamstaal spreekt boekdelen, u vraagt niet door, misschien doet u ondertussen zelfs iets anders. Maar een patiënt heeft uw houding direct in de gaten. Ik ken deze situatie uit eigen ervaring; vanaf beide zijden van de tafel.

Volgens mij maken ook richtlijnenmakers zich schuldig aan het niet-ervaringsdeskundig zijn. Ik zie voor mijn geestesoog bij het Europees bureau voor geneesmiddelenbeoordeling EMEA een clubje prepenopausale kerels, die onlangs de hormoontherapie bij vrouwen in de overgang ontraadden.1 Het mag volgens deze kamergeleerden alleen ‘overwogen worden bij vrouwen die zodanige last hebben van onder meer opvliegers en zweetaanvallen dat ze niet meer goed kunnen functioneren’.


Maar wie bepaalt dat, heren? Het NHG hobbelt overigens keurig mee. Het paternalisme van de oude, zichzelf wijs vindende dokter lijkt af en toe te worden vervangen door het paternalisme van ‘het boekje’: de richtlijnen en standaarden die meer aandacht hebben voor een iets hogere kans op mortaliteit en morbiditeit dan voor de quality of life van de patiënt. Dat laatste is ook moeilijk want het is zo ongrijpbaar, zo subjectief en het past volstrekt niet in ons evidence-based concept. We praten natuurlijk helemaal nergens over als we het hebben over de risico’s van hormoontherapie in de overgang. De gemiddelde Nederlander neemt dagelijks op vrijwillige basis heel wat grotere gezondheidsrisico’s en tijdens zijn ‘doevakanties’ neemt hij zelfs risico’s in het kwadraat.


Natuurlijk moet de indicatie van elke behandeling zuiver worden gesteld en mag de patiënt geen nodeloze schade worden berokkend, maar laten we als artsen ook zuiver blijven kijken. Ervaringsdeskundige collega’s - zoals in de bijdrage van Lea Jabaaij over hormonen voorschrijvende vrouwelijke huisartsen, op bladzijde 1941 - kunnen ons een spiegel voorhouden.

Ervaringsdeskundigen zijn er op vele gebieden. Ik vraag mij af of staatssecretaris Ross-van Dorp, haar ambtenaren en haar politieke partij, het CDA, ooit daadwerkelijk te maken hebben gehad met dilemma’s rond een levenseinde dat niet volgens het boekje verloopt. Een levenseinde waarbij euthanasie als een van de opties moest worden meegenomen of waar na consultatie juist vanaf werd gezien.
Siem Buijs, denk toch weer even als huisarts en niet als politicus. Zeg niet alleen - met partijgenoot Clemence Ross - dat het zo erg zou zijn als SCEN, de Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland, als structuur zou verdwijnen. Dat zijn holle woorden als er vanuit Den Haag geen snel vervolg op komt. Toen we beiden nog praktiserend huisarts waren, hebben we vele keren moeten meemaken, vanaf de ‘trial and error’-tijd in de jaren zeventig en tachtig tot na de introductie van SCEN, hoeveel steun je als arts soms nodig kunt hebben bij de beslissing tot en de uitvoering van euthanasie. Steun die natuurlijk rechtstreeks van invloed is op de nog kortdurende quality of life van de allerkwetsbaarsten in onze samenleving: de doodzieke en stervende patiënten.

De halsstarrige strijd die zich nu rond het SCEN-project afspeelt, vind ik een gênante vertoning voor die stervende patiënten. Ik zou het niet op mijn geweten willen hebben, ongeacht mijn politieke ideologie, om over hun ruggen mijn gelijk te halen. Laat de affiniteit met die patiënten - die wij allen ooit kunnen worden - de boventoon voeren. Objectief en subjectief. Het ‘boekje’ is multi-interpretabel en bij het lezen is soms professionele consultatie nodig.

Referentie
1. Hormoontherapie vrouwen ontraden, NRC Handelsblad 5 december 2003, pag 2.

Siem Buijs,


denk toch weer even


als huisarts

acne depressie vagina
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.