Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
H.F. Croonen
04 februari 2010 9 minuten leestijd

Privacy EPD in handen van arts

5 reacties

Techniek kan patiënt niet beschermen tegen onterechte inzage

Als het gaat om de veiligheid van het EPD, krijgen dokters een groot vertrouwen van de wetgever, al is er achteraf controle op misbruik. Dat blijkt uit een reconstructie die Medisch Contact en ICT-nieuwssite Webwereld maakten van de besluitvorming over het EPD.

Het grote gevaar van een landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD) is dat persoonlijke informatie in verkeerde handen terechtkomt. De voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), Jacob Kohnstamm, weet het treffend te verwoorden: ‘Medische gegevens die, overdrachtelijk gesproken, in schoenendozen worden bewaard, zijn eenvoudiger toegankelijk dan elektronisch opgeslagen gegevens. Maar als elektronische bestanden eenmaal zijn gekraakt, dan kunnen de gevolgen ernstiger zijn, omdat de schaal zo veel groter is.’

Met de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) in de hand heeft journalist Brenno de Winter, specialist op het gebied van informatietechnologie, van het CBP meer dan honderd documenten gekregen over privacy en het EPD. Het betreft nota’s, mails, brieven, memo’s en conceptwetten. De laatste versie van de wet ligt nu bij de Eerste Kamer en wacht op behandeling, op zijn vroegst in april van dit jaar. Medisch Contact en het ICT-nieuwssite Webwereld maakten een analyse op basis van de stapel documenten.

Geen weg terug
Aan het nut van het landelijk EPD maken de ambtenaren in de documenten weinig woorden vuil; dat is evident en er is geen weg terug. Wel komt uit de stukken de worsteling met de privacy naar voren. De verantwoordelijkheid voor en het toezicht op het elektronisch delen van informatie worden als hete aardappels heen en weer geschoven. Het zijn essentiële elementen, want zonder toezicht weet niemand of de informatie daadwerkelijk achter slot en grendel blijft. En zonder verantwoordelijkheid kan de patiënt nergens verhaal halen als zijn gegevens in verkeerde handen komen. Dokters hebben de data ingevoerd in het landelijk schakelpunt (LSP) en kunnen daar net als nu aansprakelijk voor worden gesteld. Voor de duidelijkheid: het landelijk schakelpunt bevat niet de medische gegevens zelf, maar wel gegevens van de zorgverlener en vermelding van het soort gegevens.

Controle achteraf
Een van de bezwaren van het CBP is dat de dokter geen schriftelijke toestemming van de patiënt hoeft te vragen voor toegang tot zijn gegevens via het schakelpunt. De patiënt kan wel achteraf controleren wie zijn gegevens heeft ingezien. In een zogenoemde ‘logging’ worden alle kijkers onherroepelijk vastgelegd, zowel bij het schakelpunt als in het systeem van de arts. Middels een schriftelijke aanvraag met een kopie van het identiteitsbewijs kan de patiënt hiervan een overzicht krijgen, en daarnaast controleert beheerder Nationaal ICT Instituut in de Zorg (Nictiz) continu het verkeer bij het schakelpunt op afwijkingen.

‘Hoewel toezicht achteraf goed is vorm gegeven, is het kwaad dan al geschied’, geeft het ministerie van VWS toe in een toelichting op de wet. ‘Immers, de gegevens zijn al ingezien. Over het algemeen zullen artsen hier integer mee omgaan en heeft de logging een remmende werking.’

De toestemming van de patiënt is daarom ‘stilzwijgend’ en dat is onvoldoende voor bescherming van medische gegevens, schrijft het CBP in een brief van oktober 2005. De uitdrukkelijke toestemming die het college verlangt, zou de zorg vertragen, mailt het ministerie terug. ‘Onterecht inzien is onvermijdelijk. Maar de beheerder kan ingrijpen bij ongebruikelijke inzage in het schakelpunt, de toezichthouder controleert of het wordt nageleefd.’

Het CBP is het met de minister eens dat uitdrukkelijke toestemming van elke patiënt onpraktisch is, maar stelt vanuit de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst wel een voorwaarde: de gegevensuitwisseling moet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de behandelingsovereenkomst, en mag niet bovenmatig zijn. Concreet: dokter en patiënt moeten een behandelrelatie hebben.

Media-aandacht
Op deze wettelijke voorwaarde wijst de privacywaakhond in oktober 2005. Daarna is het wachten geblazen. Dik een jaar later stuurt het CBP een mailtje met de vraag hoe het nu zit met de controle op behandelrelatie, waarop het antwoord luidt dat het management van het Nictiz is vernieuwd en het onderwerp dus vertraging heeft opgelopen. In maart 2007 krijgt het CBP een wetsvoorstel opgestuurd met de vraag om advies, en daarin staat dat controle op behandelrelatie met de huidige techniek niet mogelijk is. Het CBP reageert in juni: ‘Het is onvoldoende dat achteraf kan worden vastgesteld dat iemand zijn boekje te buiten is gegaan en onbevoegd toegang heeft gekregen tot een medisch dossier, nog daargelaten dat het waarschijnlijk onbegonnen werk is om al die loggegevens daadwerkelijk te controleren.’

Daarna stapt het college naar de Volkskrant, die twee alarmerende artikelen publiceert over slechte beveiliging van patiëntgegevens via het LSP. In juli reageert de minister met een korzelige brief: ‘De media-aandacht heeft voor onnodige onduidelijkheid ten aanzien van het EPD gezorgd’.

Te complex
In september 2007 is het zo ver: Nictiz brengt een rapport uit over de haalbaarheid van de controle op behandelrelatie. Conclusie: een behandelrelatie is te complex en dynamisch om daarop te kunnen controleren. Laat een extra pop-up op het scherm verschijnen, adviseert het CBP, dan bedenkt een zorgverlener die onterecht medische gegevens wil inzien zich wel een tweede keer. Dat biedt schijnzekerheid, vindt het ministerie. Een pop-up klik je zo weg.

De laatste versie van de conceptwetgeving noemt de volgende oplossing voor de heikele kwestie: er is een behandelrelatie als een patiënt is geregistreerd bij de zorgverlener. Zo niet, dan moet de arts uitdrukkelijk verklaren dat hij een behandelrelatie heeft met deze patiënt en dat de patiënt ‘expliciete’ toestemming heeft gegeven voor raadpleging van het EPD.

De wet laat in het midden hoe de toestemming is verkregen. Technische controles vooraf op het wel of niet bestaan van de behandelrelatie ontbreken. Er zijn wel geavanceerdere technieken met een elektronische Nederlandse identiteitskaart (eNIK). Daarbij kan de patiënt de dokter met een pincode toegang geven tot gegevens, krijgt hij een sms zodra iemand zijn gegevens inkijkt en kan hij zelf zijn gegevens inzien. Deze technieken zijn echter nog te pril om landelijk in te voeren.

Massale toegang
Het mag dus niet, maar het kan wel: een arts kan straks via het LSP medische gegevens inzien van iedereen, zonder al te veel technische hordes. Achteraf krijgt hij er problemen mee, maar dan is het kwaad al geschied.

De vrees van het CBP voor onterechte inzage is niet ongegrond, kijkend naar het aantal zorgverleners dat inzage heeft in het LSP. Officieel hebben op den duur alle zorgverleners met een behandelrelatie inzage, maar iedereen die rechtstreeks betrokken is bij de behandeling, heeft ook recht op inzage voor zover het nodig is voor de taakuitoefening.

Het Nictiz-rapport over de haalbaarheid van controle op de behandelrelatie heeft een mooie opsomming: verpleegkundige, doktersassistente, fysiotherapeut, artsen uit het gezondheidscentrum, patholoog, apotheker, vakgenoten die om advies wordt gevraagd, coassistenten, studenten, biochemici, fysici, paramedici, diëtisten, spelbegeleiders op een kinderafdeling, secretaressen, functionarissen belast met het feitelijk beheer van het patiëntendossier, functionarissen belast met de financiële afwikkeling. Daarnaast zijn er nog vervangers van al deze mensen en ICT-medewerkers die een UZI-pas (Unieke Zorgverlener Identificatie) krijgen.

De zorgverlener met de behandelrelatie – de dokter – moet ervoor zorgen dat al deze mensen niet onterecht gegevens inkijken en dat ze over de gegevens zwijgen. Dat kan hij regelen met een verklaring omtrent het gedrag, het laten tekenen van een geheimhoudingsplicht en het weigeren van toegang voor tijdelijke medewerkers. Tegelijkertijd is de dokter bij invoering van de wet verplicht om zich aan te sluiten bij het LSP en gegevens van patiënten beschikbaar te stellen. Nu is aansluiting bij het LSP nog vrijwillig. 

Toezicht is de kern
Afgezien van de UZI-pas kan de techniek de patiënt dus niet beschermen tegen onterecht inzien van zijn gegevens. Toezicht is daarom extra belangrijk. Dat erkennen alle partijen, maar over wie het moet doen, verschillen de inzichten. In november 2005 circuleren verschillende kandidaten: CBP, de IGZ, Nictiz, de NZa en op lagere niveaus EPD-auditors, patiënten, functionarissen gegevensbescherming en regionale en lokale toezichthouders bij zorginstellingen.

Een rapport van Interpay, tegenwoordig Equens geheten, uit oktober 2006 geeft uiteindelijk de doorslag. Het bedrijf dat de betalingsgegevens uitwisselt – ook privacygevoelig –
maakt een ronde langs de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), koepelorganisaties, zorgverleners en de architecten van het EPD voor zijn advies. Toezicht en certificatie vormen de kern van vertrouwen van de patiënt, aldus Interpay. De nadruk ligt volgens het bedrijf te veel op privacy, terwijl de betrouwbaarheid van de gegevens belangrijker is. En de IGZ is de aangewezen toezichthouder; die gaat nu ook al over de kwaliteit van zorg. De inspectie is echter niet toegerust voor deze taak, zegt Interpay er meteen bij. Ze mist bijvoorbeeld recht op inzage in medische gegevens, en dus ook in het LSP, al gaan er geluiden op om dat tegelijk met de nieuwe wetgeving te veranderen.

Het CBP is niet blij met het Interpay-rapport. De privacy delft opnieuw het onderspit en misschien nog wel belangrijker: Interpay heeft het college over het hoofd gezien bij het opstellen van het rapport.

Te weinig menskracht
De minister probeert de zaak te sussen in een brief uit maart 2007, door te ontkennen dat privacy onbelangrijker zou zijn dan betrouwbaarheid. Het CBP krijgt samen met het IGZ de taak om toezicht te houden. Met pen schrijft CBP-voorzitter Jacob Kohnstamm op de brief: ‘Wat mij betreft over en uit! Aannemen, geen verdere actie, oké?’

Het CBP is met drie leden en ongeveer 85 fte veel kleiner dan de IGZ, die zich al niet toegerust voelt voor deze zware taak. ‘Voor het specifiek toezicht op het EPD zal het CBP meer menskracht nodig hebben’, aldus een e-mail in mei 2007. En in vette letters: ‘Er mag dus niets worden gezegd over toezicht op het EPD door het CBP zonder dat we zekerheid hebben over middelen/capaciteit!’ De minster doet deze toezegging niet, en tot op de dag van vandaag vraagt het CBP om de extra middelen voor de toezichtstaak. Wel is er een samenwerkingsovereenkomst getekend met de IGZ, maar die is inmiddels alweer verjaard en concrete toezichtacties ontbreken.

Gelukkig helpt de minister een handje bij het toezicht. Het Nictiz wordt volgens de laatste conceptwet namelijk officieel beheerder van het LSP, en daarmee ook van de beveiliging van de gedeelde gegevens en de voorwaarden voor aansluiting van nieuwe zorgverleners. Het ministerie houdt toezicht op het Nictiz.

Vertrouwensmodel
De conceptwet voor het EPD, feitelijk een uitbreiding van Wet Burgerservicenummer in de zorg, ligt nog zeker tot april 2010 te wachten bij de Eerste Kamer. De senatoren kijken dan naar nieuwe inbreng van experts. Uit de documenten blijkt in elk geval dat het toezicht nog niet goed is uitgewerkt en dat de politiek daarvoor te weinig geld uittrekt. Belangrijke elementen uit het ‘vertrouwensmodel’ voor het EPD ontbreken hierdoor. Het vertrouwensmodel is ‘de samenhang tussen wetten, beveiliging, toezicht, communicatie en de keten van identificatie, authenticiteit, autorisatie en logging’.

Als medische gegevens in verkeerde handen komen, zal de patiënt met zijn claim ergens aan willen kloppen. Als niet helemaal duidelijk is waar het lek zich bevond, zal de patiënt snel naar de dokter terugkeren, die de gegevens immers in het LSP heeft neergezet. Hij was daartoe bij wet verplicht.

De KNMG vreest hierdoor voor de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt met het huidige voorstel voor het EPD, zo lieten ze de Eerste Kamer in een brief weten. De federatie vindt dat het toezicht nog niet goed is geregeld en voor de patiënt onduidelijk is. En dat geldt ook voor de aansprakelijkheid.

Heleen Croonen

Samenvatting

  • Door het ontbreken van technische barrières kunnen artsen straks via het landelijk schakelpunt (LSP) in alle medische dossiers kijken.
  • College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) en Inspectie voor de
    Gezondheidszorg (IGZ) gaan samen toezicht houden. Ze zullen achteraf controleren op misbruik, en daar staan sancties op.
  • Het toezicht is in de huidige conceptwet nog niet goed uitgewerkt en er is te weinig geld voor.
  • Artsen genieten een groot vertrouwen, en lopen ook het risico om aansprakelijk te worden gesteld bij het lekken van gegevens.

Alle in het artikel genoemde documenten zijn te vinden via:

http://www.bigwobber.nl/2010/02/03/de-privacy-van-het-epd/

Via het Dossier EPD blijft u op de hoogte over dit onderwerp

Lees ook:


Klik op het plaatje voor een groter kader
Klik op het plaatje voor een groter kader
<strong>PDF van dit artikel</strong>
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Marina van Engeland, Zutphen 02-03-2010 01:00

    "In Medisch Contact (en andere medisch georiënteerde bladen) staan regelmatig in scene gezette foto’s die de werkelijkheid niet helemaal weergeven. Bijvoorbeeld een vergadering van mensen met witte jassen rondom een tafel die allemaal een stethoscoop om hebben. De persoon die de dokter moet voorstellen is altijd man, grijs en lijkt de pensioengerechtigde leeftijd vaak ver voorbij te zijn. In het laatste nummer bij het onderwerp over het EPD gaat het wel erg ver (MC 5/2010: 200). Een persoon in een operatiepak, mutsje op, handschoenen aan (ik hoop schone) en een stethoscoop om, bladerend in een archiefkast. Wie bedenkt deze foto’s? Zijn deze mensen ooit in een ziekenhuis geweest?

    Zutphen, februari 2010

    Marina van Engeland, chirurg Gelre ziekenhuizen"

  • Rose Marie S. Doppegieter, Velp 09-02-2010 01:00

    "Nog onvoldoende aansluiting op de praktijk

    Het is maar goed dat de ‘Wet-EPD’ nog even in de ijskast is gezet en behandeling in de Eerste Kamer tot april 2010 is uitgesteld. Dat dit onderwerp uiterst complex is voor de werkvloer zelf, blijkt onder meer uit een van de passages in het inmiddels dikke pak Kamerstukken over het EPD:
    ’In het wetsvoorstel is een aantal delegatiebepalingen opgenomen. Deze betreffen de volgende punten:
    - Aanwijzen van een instelling die zorg draagt voor de inrichting en het beheer van het landelijk schakelpunt.
    - Regels met betrekking tot de inrichting en het beheer van het landelijk schakelpunt.
    - Aanwijzen voor welke vormen van zorg en welke categorieën van zorgaanbieders gebruiken dienen te maken van de voorzieningen die het EPD biedt.
    - Gegevens die worden opgenomen in de gebruikersregistraties.
    - Eisen aan de gegevensverwerkingen, in ieder geval voor wat betreft de beveiliging, de beschikbaarheid van persoonsgegevens en de inrichting van de bij de gegevensverwerking te gebruiken zorginformatiesystemen.
    - Eisen met betrekking tot de toegang, de beveiliging en de rechten van de patiënt met betrekking tot andere netwerken waarmee zorgaanbieders patiëntgegevens uitwisselen.
    - Welke gegevens verzekeraars in het kader van de uitvoering van hun zorgverzekeringen of wettelijke taak mogen verwerken.’
    Veel instellingen zijn op dit moment bezig het op orde brengen van het eigen EPD. Op verzoek van een aantal ziekenhuizen/praktijken probeer ik inzichtelijk te maken welke eisen rond (standaard) gegevensvastlegging, toegang etc. volgens de nieuwe EPD-wet gaan gelden voor hulpverleners binnen het ziekenhuis. Dat is nu al van belang met het oog op een juiste regeling en invoering van het ziekenhuis-EPD. Anders moet het straks weer opnieuw. Die exercitie naar de praktijk is al niet eenvoudig voor een ‘ingewijde’. Mijn stellige indruk is, dat de praktijk nog niet toe is aan invoering van deze wet- en regelgeving. Deze is ook nog niet rijp; onder meer op onderwerpen als veilige én correcte toegang/verspreiding én aansprakelijkheid ontbreekt helderheid. Ook na daarover verschenen rapporten. Hulpverleners die o.g.v. een wet verplicht worden deel te nemen in een digitaal netwerk, mogen toch de eis stellen dat zij vooraf duidelijk weten hoever hun aansprakelijkheid reikt m.b.t. gebruik van dat netwerk. Natuurlijk bestaat de dossierplicht al jaren o.g.v. de WGBO, maar niemand zal ontkennen dat foute gegevens in een digitaal netwerk, dat onmiskenbaar een olievlekwerking heeft, meer rampen/aansprakelijkheden dan nu kunnen veroorzaken.
    We mogen blij zijn met kritische volgers van deze wet, zoals de leden van de Eerste Kamercommissie voor VWS, Rathenau Instituut, beroepsorganisaties etc. Overhaaste invoering is in niemands belang. Degelijke en goed overwogen aanpak zoals in het buitenland, en goed luisteren naar ervaringen van gebruikers en andere betrokkenen zeker wel.

    mr. Rose Marie S. Doppegieter
    zelfstandig juridisch adviseur gezondheidsrecht
    voorheen stafmedewerker gezondheidsrecht KNMG"

  • 04-02-2010 01:00

    "Het artikel van Webwereld/Medisch Contact is achterhaald en op sommige punten feitelijk onjuist.
    Zo is het niet zo dat iedere arts de gegevens zomaar kan inzien. Dat m'ag niet alleen ongeautoriseerd, het k'an voor een groot deel ook niet. Waar het wel zou kunnen, is de pakkans enorm groot en zijn de sancties fors. Dat alles is een aanmerkelijke verbetering vergeleken met de huidige situatie.

    Voor zover wij kunnen nagaan is het artikel gebaseerd op stukken die op grond van de WOB verkregen zijn van het CBP. De documentatie die betrokken is bij het artikel reikt echter niet verder dan 2008 waardoor een achterhaald beeld wordt geschetst. Na 2008 hebben er uiteraard nog verdere aanscherpingen plaatsgevonden van het epd-wetsvoorstel (ook naar aanleiding van bijvoorbeeld de behandeling van de het wetsvoorstel in de Tweede kamer in februari 2009).

    Zo wordt de behandelrelatie op advies van het CBP juist wel vooraf gecontroleerd en vastgelegd (dit in tegenstelling tot wat in het artikel wordt geschreven). Voor wat betreft de personen die toegang hebben tot het EPD zou schrijver juist moeten weten dat dit strikt is afgebakend. De autorisatieprotocollen waarin de toegang is vastgelegd en die tot stand zijn gekomen in samenwerking met beroepsgroepen zaten immers bij de gewobte stukken. Voor elke beroepsgroep geldt een autorisatieprofiel, dit wordt technisch ook afgedwongen. Dit garandeert dat de beroepsbeoefenaar (of onder zijn verantwoordelijkheid werkzame medewerkers) alleen die informatie kan raadplegen die noodzakelijk is voor de behandeling. Zo kan een apotheker geen professionele samenvatting van de huisarts inzien.

    De suggestie in het artikel dat een ellenlange lijst van functionarissen en hun vervangers onterecht toegang zullen krijgen tot alle gegevens is dan ook onjuist en tendentieus.

    Zowel nu als na inwerking treding van de EPD-wet, is uit hoofde van de WBP het CBP de algemene toezichthouder ten aanzien van de bescherming van de persoonsgegevens en is de IGZ verantwoordelijk voor toezicht op verantwoorde zorg ( bv het vastleggen van een deugdelijk dossier) op grond van de kwaliteitswet zorginstellingen.

    Voorbeelden van optredens van de toezichthouders is bv het onderzoek dat CBP heeft gedaan bij de regionale epd-netwerken of het onderzoek van de IGZ en het CBP naar de stand van de naleving van beveiligingsnorm nen 7510 bij ziekenhuizen. Voorst hebben beide colleges afspraken over afstemming van hun toezicht.

    De specifieke uitoefening van het toezicht na inwerkingtreding van de EPD-wet wordt op dit moment ingevuld waarbij het advies van het CBP wordt meegenomen. De uitkomst zal worden voorgelegd aan het CBP.

    Stephan Koole

    Directeur Voorlichting en Communicatie
    Ministerie van VWS"

  • Sjaak Nouwt, Utrecht, KNMG 04-02-2010 01:00

    "Het artikel ‘Privacy EPD’ presenteert achterhaalde feiten. Een arts kan straks niet in alle dossiers.

    ‘De heikele kwestie van privacybescherming in het landelijk EPD is nog niet opgelost’, kopt Medisch Contact in het artikel ‘Privacy EPD in handen van arts’. Zo zouden artsen straks in alle medische dossiers kunnen. Privacy is een groot goed en de KNMG maakt zich dan ook sterk voor een EPD dat afdoende privacybescherming biedt. Maar dit moet wel op juiste gronden gebeuren. Het beeld dat het artikel oproept vraagt in dit opzicht om nuancering.

    Het artikel baseert zich op documenten die via een Wob-verzoek zijn verkregen bij het College bescherming persoonsgegevens (CBP). Het lijkt te gaan om stukken die inmiddels niet meer actueel zijn. Verschillende zaken zijn inmiddels namelijk achterhaald door de parlementaire besluitvorming rond de ‘Wet op het EPD’ en de voortschrijdende technische ontwikkelingen.

    Zo doet het artikel het voorkomen alsof het ministerie de pop up-optie (een schermpje dat aan de gebruiker vraagt of sprake is van een behandelrelatie) heeft afgewezen. Maar deze optie is juist gehandhaafd, zelfs met toevoeging van twee andere technische controles die voorafgaan aan de pop up-optie.

    Ook andere opmerkingen vragen om nuancering.

    Zo is er wel degelijk technische bescherming vooraf tegen onterechte inzage en moeten zorgverleners toestemming voor raadpleging van het dossier vragen aan de patiënt. Dat de dokter bij invoering van de wet verplicht wordt zich aan te sluiten bij het LSP (Landelijk Schakelpunt) staat ook niet vast. In de Uitgangspuntennotitie (overeengekomen tussen VWS en veldpartijen) staat dat die verplichting pas zal gelden als eerst driekwart van de hulpverleners vrijwillig is aangesloten op het LSP.

    Maar vooral de algemene stelling dat artsen straks in alle medische dossiers zouden kunnen kijken, is onjuist. Artsen hebben een UZI-pas nodig en moeten bovendien geautoriseerd zijn voor de toegang tot gegevens van een patiënt. De verschillende zorgdomeinen (medicatiegegevens, huisartswaarneemgegevens) worden verder technisch van elkaar gescheiden. Zo kunnen artsen die geen huisarts zijn straks niet bij de Huisartswaarneemgegevens.

    De KNMG vindt dat het toezicht nog niet op alle punten goed is geregeld. Ook de aansprakelijkheid moet nog worden uitgewerkt. Daar blijven we ons hard voor maken en gelukkig zien we ook vooruitgang op deze punten. Laten we de discussie over privacy wel op basis van deze actuele feiten voeren.

    Dat de EPD regelgeving voortbouwt op het bestaande vertrouwen tussen patiënt en arts is van essentieel belang. Daarvoor bestaat het medisch beroepsgeheim en de techniek kan niet elke schending voorkomen. Een goede bescherming van de privacy van patiënten ligt uiteindelijk in handen van de arts.
    "

  • B. Adèr 04-02-2010 01:00

    "In mijn Huisartsen Informatie Systeem (HIS) kan ik patientengegevens desgewenst op privacy zetten, dat is vanuit het HIS de enige mogelijkheid om een patiënt te beschermen tegen ongewenste inzage via het LSP. Deze mogelijkheid blokkeert tegelijkertijd ook onderlinge waarneming in een huisartsensamenwerkingsverband. De HIS-leverancier stelt, dat een aansluiting van mijn HIS op het LSP niet op patiëntniveau in het HIS mag worden geregeld: dat is de afspraak met NICTIZ. Een patiënt, die geen aansluiting wenst. moet dat regelen via de beruchte oplossing van Klink, per brief ruim een jaar geleden gecommuniceerd: u sluit aan tenzij u ingewikkelde handelingen verricht richting VWS om aansluiting te weigeren. Deze oplossing van Klink, die voor elke verkoper en leverancier verboden is in het kader van de Wet op de Colportage, legt de regeling vaan individuele aansluiting dus neer bij het LSP. Als een patiënt in mijn spreekkamer te kennen geeft, dat hij geen aansluiting wenst, dan kan ik dat niet voor hem regelen of garanderen. Wel moet ik alle patiënten schriftelijk informeren, wanneer mijn HIS aansluit op het LSP. De regeling is te krankzinnig voor woorden, beschermt de bevolking onvoldoende, is veel te weinig gecommuniceerd naar de burger, is onnodig belastend en kostbaar voor de huisarts, maar de minister zal hier ook wel weer mee weg komen en wederom dragen anderen de lasten van zijn falend ijdeltuiterig beleid. En nu zwijgt de Inspectie Volksgzondheid oorverdovend!"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.