Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Lieke de Kwant
19 februari 2014 5 minuten leestijd
video

Polderstrijd om toekomst bedrijfsarts

7 reacties

ACHTER HET NIEUWS

Een uitgelekte SER-notitie suggereert dat de bedrijfsgezondheidszorg op zijn kop gaat. ‘Voorbarige conclusie’, luidt de officiële reactie, maar daarmee is de kous niet af. De toekomst van de bedrijfsartsen blijkt inzet van een spannend potje polderen.

Jurriaan Penders, NVAB-voorzitter


Wat is er aan de hand?
‘Plan voor afschaffen bedrijfsarts’, kopte Het Financieele Dagblad op 8 februari. De krant citeerde uit een vertrouwelijke notitie van de Sociaal-Economische Raad (SER), die op verzoek van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken nadenkt over de toekomst van de bedrijfsgezondheidszorg. Volgens het uitgelekte voorstel zijn verzuimbegeleiding en preventie straks niet meer in één hand – die van de bedrijfsarts – maar in handen van respectievelijk een ‘onafhankelijke arbeidsgeneeskundige in de eerste lijn’ en een ‘bedrijfsarts-nieuwe-stijl’ (zie het nieuwsbericht).

Het plan is een breuk met de sinds begin jaren negentig dominante opvatting dat werkgever en werknemers samen verantwoordelijk moeten zijn voor het inperken van het verzuim. Die visie vloeide voort uit de parlementaire enquête over de sociale verzekeringen, ofwel de commissie-Buurmeijer, en leidde tot privatisering van de arbozorg. Het deels terugdraaien van die privatisering is de wens van de grote vakbonden, die zich al jaren boos maken over de in hun ogen falende verzuimbegeleiding. Ze voeren een felle lobby, met als laatste wapenfeit het rapport ‘Verzuimbegeleiding: een corrupt systeem’ uit oktober 2013.

Nu is de mening van de bonden nog niet de mening van de SER; de werkgeversorganisaties zijn daarin ook een belangrijke partij. Het is dan ook de vraag of het uitgelekte plan het uiteindelijke SER-advies haalt. Toch worden arbodiensten en bedrijfsartsen inmiddels nerveus, zo blijkt uit reacties en verklaringen op hun websites en blogs. En niet zonder reden. Uit de adviesaanvraag van Asscher aan de SER blijkt dat hij wel voelt voor stevig ingrijpen in de bedrijfsgezondheidszorg. Veelzeggend is dat hij die term alvast afschaft: ‘De uitvoering (…) hoeft niet noodzakelijkerwijs (geheel) door bedrijfsartsen te gebeuren. Ik spreek daarom vanaf hier over arbeidsgerelateerde zorg.’

Wat is er nu mis?
Vriend en vijand zijn het erover eens dat het huidige stelsel mankementen kent. Zo is er onvoldoende toegang tot de bedrijfsarts voor met name de groeiende groep zzp’ers, schiet de samenwerking met de reguliere gezondheidszorg tekort en heeft de bedrijfsarts te weinig tijd voor preventie.

De onenigheid begint waar de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid ter sprake komen. Volgens de vakbonden is het met beide beroerd gesteld en komt dat door de aard van het stelsel. Zolang werkgevers de arbozorgverleners betalen, aldus de bonden, hebben zij te veel invloed op deze zorgverleners en kunnen zij hen onder druk zetten om vertrouwelijke medische informatie door te geven.

Bedrijfsartsenvereniging NVAB en organisaties van arbozorgverleners zien over het algemeen geen probleem met de onafhankelijkheid. Ze wijzen op onderzoeken waaruit blijkt dat de meeste bedrijfsartsen vinden dat zij onafhankelijk kunnen werken, ondanks de druk die werkgevers óf werknemers soms op hen uitoefenen. Problemen met de privacy zien deze partijen wel, maar dan bij zogenaamde verzuimbedrijven die alleen op afstand met een arts samenwerken. Deze verzuimbedrijven betraden de arbomarkt na de liberalisering in 2005. Werkgevers kunnen sindsdien kiezen tussen een vangnetregeling – met een arbodienst – en een maatwerkregeling – met een verzuimbedrijf. De kwaliteitseisen verschillen sterk per regeling en dat is volgens de NVAB en de arbodiensten de oorzaak van veel van de huidige problemen.

Wat de werkgeversverenigingen precies vinden over de huidige bedrijfsgezondheidszorg is onduidelijk en VNO-NCW en MKB-Nederland willen geen commentaar geven. Volgens ingewijden zitten ze redelijk op één lijn met de organisaties van bedrijfsartsen en arbodiensten.

Waar moet het naartoe?

De vakbonden sturen aan op een ingrijpende stelselwijziging in de bedrijfsgezondheidszorg zoals geschetst in het uitgelekte plan, terwijl de werkgevers alleen de knelpunten willen aanpakken. Het laat zich raden dat die laatste partij vooral niet méér wil gaan betalen voor verzuimbegeleiding en de invloed op de besteding van het geld wil behouden.

De arbodiensten en de NVAB, overigens geen formele partij in de SER (zie kader), benadrukken dat de geprivatiseerde bedrijfsgezondheidszorg goede resultaten heeft geboekt: het verzuim is gedaald. Als de overheid nu het stelsel wijzigt, gooit ze dus het kind met het badwater weg. Vooral het loskoppelen van verzuimbegeleiding en preventie is volgens de arbozorgverleners onverstandig; een bedrijfsarts moet weten wat er leeft om de werkgever te kunnen adviseren. Om de problemen rond toegang tot de bedrijfsarts op te lossen, moet volgens de arbodiensten en bedrijfsartsen de huidige arbodienstverlening worden aangevuld met eerstelijnsbedrijfsartsen voor zzp’ers en branchegebonden arbo-organisaties. Ook moeten er minimumeisen komen waaraan een contract met een bedrijfsarts of arbodienst moet voldoen. Daarmee kan dan onder meer worden geregeld dat er weer een open spreekuur komt voor iedereen en dat werkgevers in preventie moeten investeren.

Wie gaat het SER-advies bepalen?

Dat hangt ervan af welke ‘polderstrategie’ wordt gevolgd, die van het doorschuiven, het compromis of de uitruil. In het eerste geval ligt er straks geen unaniem advies maar een soort we agree to disagree-verklaring. Geen aantrekkelijke optie voor de SER, want in feite verspeelt de raad dan zijn kans om het overheidsbeleid te sturen.

In het geval van een compromis zullen de sociale partners vermoedelijk aansturen op ‘een beetje van dit en een beetje van dat’, zoals ook de arbodiensten en de NVAB voorstaan. Zo’n plan wordt echter alleen door de vakbonden gesteund als het maatregelen bevat voor bescherming van de onafhankelijkheid en privacy waarin zij vertrouwen hebben. En voorlopig lijken zij alleen vertrouwen te hebben in een gewijzigde financiering – een stelselwijziging dus.

Blijft over de uitruil: de partners betrekken ook andere omstreden onderwerpen bij de onderhandelingen. Dan stemmen de werkgevers mogelijk in met de door de bonden zo gewenste radicale verandering van de bedrijfsgezondheidszorg, in ruil voor een soepelere opstelling over het ontslagrecht of de WW.

Hoe gaat het verder?

Dit potje polderen voor gevorderden gaat langer duren dan gepland. De publicatie van het advies, gepland voor 1 maart, is uitgesteld tot april/mei. Dit doet vermoeden dat de onderhandelingen stroef verlopen. Die indruk wordt versterkt door het feit dat journalisten niet welkom waren op een TNO-congres vorige week waar alle betrokken partijen samenkwamen. Er moest ‘vrijuit gesproken kunnen worden’.

Als de SER uiteindelijk toch met een unaniem advies komt, is de kans groot dat Asscher dat overneemt, want dat gebeurt volgens een SER-woordvoerder in de ‘grote meerderheid van de gevallen’. De minister zal echter wel streng naar het kostenplaatje kijken, omdat de aanpassingen in de bedrijfsgezondheidszorg ‘per saldo geen kostenstijging voor de Zorgverzekeringswet’ mogen opleveren. Dat is een kleine geruststelling voor de tegenstanders van het uitgelekte plan, want dat voldoet niet aan deze voorwaarde.

Lieke de Kwant

Hoe werkt de SER?

De Sociaal-Economische Raad bestaat uit drie groepen leden: werknemers, ondernemers en kroonleden (onafhankelijke deskundigen zoals hoogleraren en oud-bestuurders). SER-adviezen worden voorbereid in commissies en vastgesteld in de openbare plenaire raadsvergadering, elke derde vrijdag van de maand. Voor het advies over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg is een speciale commissie van 23 mensen samengesteld, onder wie twee artsen (een kroonlid en een adviserend lid).

Meer:

Eerder in Medisch Contact:



beeld: ANP
beeld: ANP
werk video Achter het nieuws
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • , , 28-02-2014 00:00

    "Mevrouw De Kwant schrijft: ‘Werkgevers kunnen sinds 2005 kiezen tussen een vangnetregeling – met een arbodienst – en een maatwerkregeling – met een verzuimbedrijf’ (MC 08/2014: 354).
    Dit verdient verduidelijking. Op basis van de Europese regelgeving moest Nederland de vóór 2005 gehanteerde verplichte aansluiting bij een arbodienst loslaten en kiezen voor de zogeheten ‘liberalisering’ van de arbodienstverlening.
    De hoofdregel, ‘maatwerkregeling’ genoemd, werd dat werkgever en werknemers verantwoordelijk werden voor de inrichting van hun eigen verzuim-, re-integratie- en preventiebeleid. Er moest overeenstemming worden bereikt over een beleid waarin de verzuim, re-integratie en preventietaken waren ondergebracht. Tevens moest worden aangegeven met welke bedrijfsarts een schriftelijke overeenkomst was bereikt en wat de rol en functie van deze bedrijfsarts in genoemd beleid zou zijn. Pas na ondertekening door werkgever en ondernemingsraad was er – de iure – sprake van een maatwerkregeling, in de volksmond ook wel ‘eigen regie’ genoemd. Het was aan de Inspectie SZW om de overeenstemming te handhaven. We weten echter inmiddels dat de inspectie hieraan niet toekwam zodat er bij veel werkgevers slechts sprake was van ‘een verzuimbedrijf’.
    Dat heeft geleid tot wantoestanden; je kunt immers een arbodienst met de verplichte certificering niet vergelijken met de ‘vrije jongens’ van de verzuimbedrijven.
    We zien echter dat wat bij de verplichte aansluiting nog leidde tot zo’n 95 procent beschikbaarheid van een bedrijfsarts voor de werknemers, na de liberalisering terugliep tot een beschikbaarheid van circa 80 procent. Ook de omzet van de arbodiensten daalde van 1,4 miljard (2004) naar 650 miljoen euro (2013).
    Geen wonder dat deze discussie nu wordt gevoerd door de vakbonden, hoewel ze de verkeerde als schuldige aanwijzen.

    Niek Weesie, directeur Juridische Zaken ArboNed
    "

  • R.U. Melchers, bedrijfsarts, HOUTEN 22-02-2014 00:00

    "Weer die verwarring over de verzuimBEGELEIDING.
    80% van het werk van een bedrijfsarts is repressieve verzuimBEOODELING. Het oordeel van een bedrijfsarts over de verklaring voor het verzuim gebruikt de werkgever om te besluiten over de loondoorbetaling. Immers... het arbeidsrecht zegt: geen arbeid... geen loon. Tenzij... het verzuim door een ziekte verklard wordt.

    Conform de richtlijnen van de KNMG kunnen beide functies NIET in een arts jegens een werknemer verenigd worden.

    De SER heeft eerder getoond hier besef van te hebben. In hun advies in 2004 over een voorgestelde wijziging van de arbowet, stelden ze voor om die verzuimBEOORDELOING te scheiden van andere mogelijke bedrijfsartsentaken. Denk aan verzuimbegeleiding en voorlichting. Dat voorstel is uiteindelijk niet terechtgekomen in de gewijzigde arbowet.

    Nu dreigt er verwarring.
    De SER rept van verzuimBEGELEIDING en preventie als twee mekaar bijtende activiteiten. Die activiteiten bijten mekaar niet...! Maar zowel verzuimBEGELEIDING als preventie bijten wel met de verzuimBEOORDELING.

    Helaas... de bedrijfsarts heeft op preventiegebied niet veel in de melk te brokkelen. Erg is dat niet want de arbeidsomstandigheden zijn in Nederland... prima! Bovendien is hij daarvoor heel erg duur. Datzelfde geldt voor de verzuimBEGELEIDING.

    Die verzuimBEOORDELING echter is een activiteit met grote consequenties en daardoor behoorlijk aan de prijs. Reken op € 150 per uur. En ik verwacht dat die prijs fluks stijgt naar € 175 als het bedrijfsartsen-overschot (!) weggewerkt is.

    Veel meer eer is daar in te leggen als de bedrijfsarts zijn oordelingsvaardigheden verbeterd. Zo komt het nog steeds voor dat een bedrijfsarts zich, ook desgevraagd, NIET uitspreekt over de kwestie of een verzuim verklaard wordt door een ziekte.
    Als een rechter dat doet, riskeert hij vervolging wegens weigering van rechtstoepassing. Maar een bedrijfsarts komt daar makkelijk mee weg.

    Roel Melchers, bedrijfsart.
    0651 279 332
    "

  • R.A.M. de Bruijn, bedrijfsarts, HELMOND 20-02-2014 00:00

    "Er is geen land in de wereld waar zoveel tijd en energie wordt gestoken in verzuimbegeleiding en re-integratie als in Nederland. Niet helemaal toevallig zijn in vrijwel alle andere landen de financiele gevolgen voor arbeidsongeschikte medewerkers ook veel groter dan in Nederland. De winst die we sinds WULBZ hebben geboekt is dat werkgevers hun verantwoordelijkheid veel beter hebben opgepakt, daarbij op maat ondersteund door bedrijfsartsen, arbodiensten en andere re-integratiebedrijven. Het goede van deze constructie is dat bedrijfsartsen de uitwerking van hun beoordelingen en adviezen op de werkvloer kunnen overzien. Als beoordeling en advies los gekoppeld zou worden van de bedrijven/werkgevers gaan we volgens mij terug naar af (tijd van de beoordeling door bedrijfsverenigingen). Je mist dan namelijk de specifieke kennis van het bedrijf en de arbeidsomstandigheden en de feedback van de werkgever op jouw beoordeling en advies.
    Bovendien gaan we dan met z'n allen weer heel veel tijd, geld en energie steken in een stelselwijziging. Tijd, geld en energie die we volgens mij nuttiger kunnen besteden."

  • E.F.G.M. van Glabbeek, Bedrijfsarts, BAKEL 20-02-2014 00:00

    "Ik word altijd een beetje verdrietig van dit soort berichten aangezien het zeer gekleurd is. In mijn huidige praktijk als bedrijfsarts bij een interne Arbodienst word ik gezien als de proffesional op het gebied van ziekte, arbeidsongeschiktheid en welzijn.
    In onze organisatie worden wij als toegevoegde waarde gezien. Dat betekent ook dat dit kosten met zich meebrengt voor de werkgever aangezien hij hoogwaardige dienstverlening wil.
    In de praktijk willen ( MKB) werkgevers alleen maar zo weinig mogelijk betalen. Daar worden de arbodiensten ( terecht?) dan ook op afgerekend dat hun dienstverlening niet adequaat zou zijn.
    Tevens wordt de zelfstandigheid van de bedrijfsarts in twijfel getrokken. Dit vaak op basis van onderzoeken naar klachten van medewerkers die bij de bedrijfsarts niet hun "zin" hebben gekregen.
    Omdat het beooordelen van de arbeidsgeschiktheid ook tot ons takenpakket hoort is er een categorie werknemers die klaagt omdat ze zelf een andere mening hebben over dat onderwerp.
    Ook als de bedrijfsarts anders wordt opgehangen in het systeem met als drogreden dat het dan onafhankelijker zou zijn blijven er klachten komen.
    De discussie gaat wat mij betreft niet over de inhoud maar is puur weer een ordinaire bezuinigingsdiscussie over een systeem wat volgens mij prima werkt en waarbij de suggestie dat bedrijfsartsen niet onafhankelijk zou zijn wordt gebruikt om die bezuiniging er doorheen te drukken.
    Ik herken me niet in deze verdachtmakingen.
    Ik krijg wekelijk mails en andere tekenen van tevredenheid bij mijn klanten en cliënten naast die paar cliënten die klagen omdat ze vinden dat ze eignlijk recht hebben op een uitkering of een goede financiële regeling met hun werkgever.
    Ook hier komen de klachten vaak voort uit financiële belangen en geen inhoudelijke. "

  • algra, zelfstandig bedrijfsarts, rotterdam 20-02-2014 00:00

    "The patient is the one with the disease is de vierde wet uit het boek House of God van Samuel Shem - een parodie op de dokters en het ziekenhuis uit 1978. Interessant in dit geval. Want wie is de patient van de bedrijfsarts ?

    Collega Verbeek en met hem naar alle waarschijnlijkheid twintig tot dertig procent van de bedrijfsartsen vinden dat de werknemer de patient is.

    In de bedrijfsgezondheidzorg/arbodienstverlening is - in mijn opinie - 'het bedrijf' de patient. Niet het bedrijf in termen van de werkgever- zoals collega Verbeek wellicht verondersteld, maar 'het bedrijf' als werkgemeenschap, de werkorganisatie.

    Dit is een sociaal geneeskundig uitgangspunt, waarbij de systeem- de context benadering vertrekpunt is.

    Veel problemen die werknemers/medewerkers hebben vinden hun oorzaak in het werk, de organisatie. Te denken valt aan werkdruk, rsi, lage rugklachten, slechet arbeidsomstandigheden of werkverhoudingen, loopbaan problemen.

    De oplossing ligt dus ook in dat werk, de organisatie, het bedrijf.

    Dus als 'het bedrijf' eruit wordt geschreven, niet meer aan het stuur zit, is de oplossing ook al snel uit beeld.

    In die zin is dus het bedrijf de klant. En dat zou - in mijn opinie - zo moeten blijven. De bedrijfsarts werkt nu in het private domein in de zakelijke dienstverlening op business to business basis. Dat heeft meer opgebracht dan het oude systeem van voor 1994 met een verzuim van 6-8-10% en een wao instroom die tegen de miljoen aanliep.

    Uit het SRR plan dat nu voorligt wordt duidelijk dat er geen lessen zijn geleerd uit de Commissie Buurmeijer. Dit plan moet dus linea recta de prullenbak in en dat hoor ik de NVAB niet zeggen. En dus ....

    Dolf Algra - zelfstandig bedrijfsarts"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.