Inloggen
Laatste nieuws
Mathijs Smit
9 minuten leestijd
arbeidsgeneeskunde

NVAB-topman Penders: ‘Er bestaat huiver om bedrijfsarts te worden’

2 reacties

Nieuwe NVAB-topman Penders wil toekomstbestendige bedrijfsgeneeskunde

Twee maanden geleden trad Jurriaan Penders aan als voorzitter van de beroepsvereniging voor bedrijfsartsen, de NVAB. De bedrijfsgeneeskundige sector staat onder zware druk, en Penders wil er alles aan doen het tij te keren.

Mathijs Smit

Opvallend jong. Dat is de eerste indruk die de kersverse frontman van de bijna tweeduizend bedrijfsartsen in Nederland maakt. Maar de 36-jarige Jurriaan Penders, die twee maanden geleden werd benoemd tot voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), is zeker geen lichtgewicht. Zowel medisch inhoudelijk als bestuurlijk heeft hij opvallend veel ervaring. ‘Ik werk al tien jaar als bedrijfsarts, en ben al sinds mijn studie geneeskunde bestuurlijk actief.’

Stormachtig
Penders treedt aan in een stormachtige periode. Afgelopen anderhalf jaar verscheen een stortvloed aan rapporten en mediaberichten met zorgelijke signalen over zijn vak. In de zomer van 2011 concludeerde onderzoeksbureau Astri dat werknemers weinig vertrouwen hebben in een objectief oordeel van bedrijfsartsen. Vorige maand bleek uit een advies van de Sociaal Economische Raad onder meer dat onder afgestudeerde basisartsen nauwelijks animo bestaat voor een bedrijfsgeneeskundige specialisatie, waardoor er de komende jaren een groot tekort aan bedrijfsartsen ontstaat. En deze maand constateerde onderzoeksinstituut Nivel dat huisartsen en bedrijfsartsen te weinig samenwerken. Dan zijn er nog de financiële verliezen en reorganisaties bij de grote arbodiensten als gevolg van de krimpende markt, en de mediaberichten over misstanden in de sector zoals de Zembla-uitzending over cowboypraktijken bij verzuimbedrijven.

Mooi beroep
Natuurlijk kent Penders de hoofdpijndossiers. Als hij die al niet in zijn praktijk als bedrijfsarts was tegengekomen, dan wel in zijn rol bij de NVAB waar hij al drie jaar gewoon bestuurslid was. Maar hij is vastbesloten om zich de komende jaren te richten op de kansen en oplossingen. ‘Als je de problemen te veel aandacht geeft, versterk je het negatieve imago. Terwijl wij juist een ontzettend mooi beroep hebben. Een bedrijfsarts wil in de eerste plaats de arbeidsparticipatie bevorderen. Dat is natuurlijk in het belang van de werkgever, maar ook van de werknemer en van de samenleving als geheel. Uit onderzoek blijkt dat het voor inactieven veruit het gezondste is als zij weer aan de slag gaan. Dat werkt beter dan pillen. Ik zeg altijd: wij zijn andere dokters. Als bedrijfsartsen bevinden wij ons in de unieke positie om niet op een strikt medische wijze naar een probleem te kijken. Wij zijn bij uitstek holisten, met oog voor alle elementen van het functioneren.’

Drieling
Penders groeide op in Brabant, en studeerde geneeskunde in Nijmegen. ‘Mijn ouders waren geen arts, maar mijn tien jaar jongere broer en zussen zijn een drieling en hadden in hun eerste jaren veel medische zorg nodig. Dat heeft mijn belangstelling voor de gezondheidszorg gewekt. Vanaf die tijd wilde ik dokter worden.’

Zoals velen begon Penders zijn studie niet met een vastomlijnd toekomstbeeld. ‘Ik dacht misschien huisarts te worden, of psychiater.’ Tijdens zijn studie bleek echter zijn boven-gemiddelde interesse voor de manier waarop zaken zijn georganiseerd. ‘Destijds deed ik al veel in het studentenbestuur. Daarnaast vond ik de communicatie met patiënten interessant. Mijn hart lag minder bij het medisch technisch handelen. Als je dat combineert kom je al heel snel op het spoor van de bedrijfsgeneeskunde.’

Het had overigens weinig gescheeld of Penders was voor het vak verloren gegaan. ‘Ik heb serieus overwogen om over te stappen naar bestuurs- of bedrijfskunde, om vanuit die hoek met dokters te werken. Maar toen kreeg ik de ingeving: dokters luisteren alleen maar naar dokters, haha. Als studentenbestuurder zag ik dat bijvoorbeeld bij de vorming van het universitair medisch centrum in Nijmegen. En je kunt als ziekenhuis niets als je de dokters niet mee hebt. Daarom besloot ik toch medisch specialist te worden.’

Heroïek
Na zijn studie ging Penders werken als bedrijfsarts voor KLM Health Services, een onderdeel van de luchtvaartmaatschappij dat na de introductie van de marktwerking zijn diensten verkocht in de vrije markt. ‘Uiteraard voelde ik mij tot KLM aangetrokken wegens de heroïek van die vliegtuigen, maar uiteindelijk zat ik veel bij externe klanten.’

Bij KLM volgde hij zijn specialisatie tot bedrijfsarts. ‘Bij de meeste medische specialisaties wordt de opleiding gefinancierd uit een opleidingsfonds, en werk je als aios op verschillende plekken. Bedrijfsartsen werken bij één werkgever, die de opleiding betaalt.’ Dat is volgens Penders ook een reden dat weinig basisartsen tegenwoordig kiezen voor zijn richting. ‘Enkele jaren geleden was de markt nog booming, en wilden werkgevers graag de opleiding financieren. Maar nu het een vechtmarkt is, zijn ze minder bereid in opleidingen te investeren. Ze nemen liever een basisarts, waarvoor ze nagenoeg hetzelfde tarief kunnen rekenen bij hun opdrachtgever.’

Vier jaar geleden koos Penders voor het vrije ondernemerschap. ‘Ik moest te veel werken in het model van de arbodienst. De mate waarin accountmanagers en andere niet-dokters besloten hoe dingen werden ingevuld, stoorde mij. Als zelfstandig bedrijfsarts regel ik nu direct met mijn opdrachtgevers hoe ik mijn werk uitvoer.’ Via zijn bedrijf Health-Works werkt hij onder meer voor de Amsterdamse verpleeghuisketen Amsta en ingenieursbureau Tauw.

U wilt naast het voorzitterschap van de NVAB als bedrijfsarts actief blijven, en ook uw papadag houden. Lukt dat wel?
‘Het is inderdaad een flinke puzzel. Ik ben de jongste voorzitter van de NVAB ooit. Dit werk is op zich beter te doen als je wat ouder bent, en de kinderen uit huis zijn. Dat is misschien ook de reden dat voorzitters binnen de KNMG vaak mannen zijn van boven de vijftig. Daar komt nog bij dat ik een ambitieuze vrouw heb, die als epidemioloog en onderwijskundige bij het AMC werkt. Wij hebben ervoor gekozen om allebei door de week één dag bij onze twee dochtertjes te zijn. Sinds ik voorzitter ben, vergt dat wel veel planning en flexibiliteit. Er gaan veel avonden en weekenden in zitten. Ook moet ik regelmatig wisselen met mijn vrouw of extra opvang regelen. En ik ben gestopt met mijn werk als bedrijfsarts bij het Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Zo moet het kunnen. Als ik mijn papadag zou moeten opgeven, zou ik met het bestuurswerk stoppen.’

De bedrijfsgeneeskunde beleeft roerige tijden. U wilt het beroep toekomstbestendig houden. Wat zijn de grootste bedreigingen?
‘Ik maak mij grote zorgen over de toegankelijkheid van het systeem. Die staat onder druk als gevolg van de manier waarop de zorg rond arbeidsomstandigheden wordt georganiseerd, en de hervorming van het stelsel van sociale zekerheid. Van de beroepsbevolking zijn ruim 1,5 miljoen mensen zonder toegang tot arbeidsgeneeskundig advies. Daarbij gaat het onder meer om de toenemende groep zelfstandigen zonder personeel. Maar ook om mensen in de WW en een substantieel deel van de werknemers in het midden- en kleinbedrijf.’

Wat kunt u daar als NVAB-voorzitter aan doen?
‘Voor sommige mkb-bedrijven en veel zzp’ers is arbeidsgeneeskundige zorg onbereikbaar. De NVAB ijvert in die gevallen voor branchegeorganiseerde zorg. In de bouw en de agrarische sector zijn daar al goede voorbeelden van. De bedrijfsarts wordt niet meer ingehuurd door de werkgever, maar er worden op brancheniveau allerlei preventieve activiteiten georganiseerd. Iedereen draagt een klein beetje mee, en met al die beetjes kan goede zorg worden geleverd.’

En nummer twee op uw aanpak-lijstje?
‘Dat is de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts. Daar is de laatste tijd veel om te doen, maar eigenlijk gold dat vraagstuk altijd al omdat wij nu eenmaal worden gefinancierd door de werkgevers. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, luidt het spreekwoord. Maar tegelijk kunnen wij alleen maar bestaan bij de gratie van de onafhankelijkheid van ons advies. Als die ontbreekt, vervalt onze geloofwaardigheid. Daarom moeten wij zelf de grenzen aangeven waarbinnen wij ons vak op een verantwoorde manier kunnen uitoefenen. Daartoe heeft de NVAB bijvoorbeeld een document opgesteld waarin de kernwaarden en minimumeisen voor goede bedrijfsgeneeskundige zorg zijn vastgelegd. Zo’n richtlijn kan voorkomen dat werkgevers de beoordeling van een zieke werknemer beïnvloeden, of bedrijfsartsen het medisch beroepsgeheim willen laten schenden.’

Zou het probleem niet opgelost worden door bedrijfsgeneeskunde anders te financieren, bijvoorbeeld via de zorgverzekering?
‘Ik zou het graag willen, maar dat is in deze tijd niet reëel. De overheid laat het nog steeds over aan de markt. Daarom is de NVAB pragmatisch, en kijkt hoe wij goede bedrijfsgezondheidszorg in de basis kunnen regelen. Een onafhankelijke opstelling is niet altijd gemakkelijk. Dat is ook een reden waarom wij moeite hebben om mensen in de opleiding te krijgen. Men wijt dat al snel aan “imago”, maar er bestaat ook een zekere huiver voor ons vak. Je staat midden in het spanningsveld tussen werkgever en werknemer. Je moet continu je mening en adviezen verdedigen, en dus stevig in je schoenen staan. Daarbij kan normering door de beroepsvereniging helpen. En je moet er natuurlijk ook wel een beetje lol in hebben.’

Deze maand stelde het Nivel dat huisartsen en bedrijfsartsen te weinig samenwerken, als gevolg van wantrouwen. Deelt u die conclusie?
‘Helemaal niet. Vroeger wilden veel huisartsen inderdaad geen informatie delen, omdat zij dat niet in het belang van hun patiënt achtten. Tegenwoordig gaat het goed met de samenwerking, omdat wij hetzelfde doel nastreven. Wij willen allebei voorkomen dat iemand thuis op de bank terechtkomt. Dat het wantrouwen sterk is verminderd, merk ik in mijn dagelijkse praktijk. Maar het blijkt ook uit experience baseddata uit visitaties en de mening van LHV-medewerkers en praktiserende huisartsen. Niet het wantrouwen maar de onderlinge bereikbaarheid ervaren zij als knelpunt.’

Bent u voor of tegen een fusie van de beroeps-verenigingen van bedrijfsartsen en verzekeringsartsen?
‘Zoiets kent kansen en bedreigingen. Wij zijn twee specialismen in hetzelfde wetenschappelijke domein, met twee kleine, kostbare opleidingen. Het is logisch dat je daarin samen iets doet. Maar in de praktijk bestaan momenteel te veel knelpunten.’

Welke?
‘Bedrijfsartsen hebben steeds vaker het gevoel dat zij door verzekeringsartsen worden afgerekend. Een zieke werknemer die twee jaar door een bedrijfsarts is begeleid, gaat met zijn reïntegratiedossier naar het UWV. Dat beoordeelt of hij een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt. Daarbij wordt eerst het dossier getoetst. In een halfuur beoordeelt een verzekeringsarts of onze jarenlange sociaal-medische begeleiding wel voldoet aan zíjn standaard. Steeds vaker worden dossiers afgewezen op meningen, in plaats van op inhoudelijke gronden. Daardoor krijgt de werknemer geen uitkering, en moet de werkgever een jaar langer loon doorbetalen. Zoiets is dodelijk voor de relatie tussen de bedrijfsarts en de werkgever. Dat staat samenwerking tussen de disciplines in de weg. Daar komt bij dat wij een curatieve taak hebben, en verzekeringsartsen claimbeoordelaars en poortbewakers zijn. Als wij nauwer met hen zouden samenwerken, zou dat waarschijnlijk weer onze verbeterde samenwerking met de huisartsen verstoren.’

Op het ministerie van Sociale Zaken, waar de bedrijfsgeneeskunde onder valt, zijn in november VVD’ers Henk Kamp en Paul de Krom opgevolgd door PvdA’ers Lodewijk Asscher en Jetta Klijnsma. Heeft u daar al iets van gemerkt?
‘Ik heb de nieuwe bewindspersonen nog niet ontmoet, maar merk dat zij veel meer belangstelling voor ons vak hebben. In de twee jaar dat De Krom staatssecretaris was, heeft hij het woord “bedrijfsarts” misschien één keer in de mond genomen. Hij wilde het helemaal overlaten aan de markt, en beweerde dat het prima ging. Daarbij wees hij dan op de teruglopende kosten. De totale omzet van de arbeidsomstandighedenzorg, waar de bedrijfsgeneeskunde onder valt, daalde de afgelopen vijf jaar van 1,4 miljard naar 650 miljoen euro. Ook wees hij erop dat de totale arbeidsuitval in deze periode redelijk op peil bleef. Voor de problemen had hij geen oog. De afgelopen maanden heeft Asscher zich al meer met ons beziggehouden dan De Krom in zijn hele periode. Wij zijn jarenlang een roepende in de woestijn geweest, maar nu zie je dat ons verhaal ook gehoor krijgt.’



Lees meer

Meer over het specialisme bedrijfsgeneeskunde vindt u op de pagina Arbeids- en bedrijfsgeneeskunde. Hier vindt u informatie over de opleiding en artikelen en video’s over het specialisme.


beeld: De Beeldredaktie, Olivier Middendorp
beeld: De Beeldredaktie, Olivier Middendorp
download
bedrijfsgeneeskunde
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.