Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Danka Stuijver
17 december 2014 4 minuten leestijd

Met hart en ziel

Plaats een reactie

De weergave van het hart is in de loop van de geschiedenis steeds natuurgetrouwer geworden. Toch staat het hart nog altijd symbool voor allerlei eigenschappen: liefde, moed en kracht. De verbeelding van het hart heeft daar weinig aan veranderd. 

Geen orgaan spreekt meer tot onze verbeelding dan het hart. Het staat symbool voor het leven, de liefde, de wil, moed, kracht en de ziel. De fascinatie voor het hart is al zo oud als de mensheid. De oude Egyptenaren zagen het hart als de zetel van de ziel en daarmee de sleutel tot het leven na de dood. Het hart moest daarom als enige orgaan in het lichaam blijven als dat gebalsemd werd. De Griekse filosoof Aristoteles (384-322 voor Chr.) beschreef het hart als het centrum van het lichaam met daaromheen organen, zoals de longen en de hersenen, die nodig waren om het hart te koelen. In de tweede eeuw na Christus schrijft de arts en filosoof Galenus (129-199) dat het lichaam uit drie sectoren bestaat: de hersenen, het hart en het verteringsstelsel dat voedsel omzet in bloed (zie afbeelding 2). Galenus meende dat niet het hart de zetel was van de ziel – zoals Aristoteles dacht –, maar de hersenen.

Innerlijk vuur
Hoewel de visie van Galenus tot het midden van de 17de eeuw de medische wetenschap domineerde, bleef de kerk groot aanhanger van de filosofie van Aristoteles waarin het hart wordt gezien als bron van geestelijk leven die het innerlijke vuur is van waaruit warmte en licht in de mens aanwezig zijn. De kerkelijke autoriteiten dachten dat God contact maakt met de mens via het hart en gingen op zoek naar bewijzen hiervoor door obducties uit te voeren bij heiligen. Zij meenden daarbij, hoe subjectief deze nu mogen lijken, tekenen van God te vinden. Zo schilderde Sandro Botticelli, een van de grootmeesters uit de Italiaanse renaissance, het verhaal van de heilige Sint Ignatius op wiens hart na zijn dood in gouden letters het woord ‘christus’ werd gevonden. Een ander beroemd schilderij waarin het hart centraal staat is dat van Giovanni di Paolo. Hij schilderde de heilige Catharina, een vrouw die streed voor het lot van de armen. In ruil voor haar hart gaf Jezus haar het geschenk van levitatie: het zweven boven de grond waarbij het aardse bestaan wordt verlaten (afbeelding 3).

Anatomie
In de loop van de 12de eeuw werden de eerste universiteiten opgericht waarmee het medische anatomisch onderzoek een vlucht nam. Maar niet alleen medici waren geïnteresseerd in anatomisch onderzoek. Ook kunstenaars als Michelangelo (1475-1564) en Leonardo da Vinci (1452-1519) voerden anatomisch onderzoek uit. Zij wilden precies weten hoe de spiergroepen onder de huid functioneerden zodat zij het lichaam van de mens meer waarheidsgetrouw konden afbeelden. Dit bracht een belangrijke verandering in de kunst teweeg. Stond in de middeleeuwen de inhoud van het schilderij centraal, in de renaissance lag de nadruk op het juist afbeelden van wat de schilder zag. Leonardo da Vinci verrichtte uitvoerig sectie op de mens en maakte waarheidsgetrouwe illustraties van het hart. Hij concludeerde dat het hart een dikke, holle spier is, die net als alle andere spieren door een slagader wordt gevoed. Daarmee had hij een totaal andere kijk op het hart, dat vanaf de tijd van Galenus nog steeds als mysterieus orgaan werd gezien. Leonardo da Vinci tekende het hart als orgaan met twee kamers, gedeeld door een septum (afbeelding 1).

Irrigatiekanalen
De oude Egyptenaren dachten al dat in het lichaam een systeem van kanalen moest zijn, net als de irrigatiekanalen langs de Nijl, die zouden zorgen voor transport van bloed en voeding door het lichaam. Toch was het pas in 1628 de arts William Harvey (afbeelding 4) die zijn wetenschappelijk onderzoek over ‘de circulatie van het bloed’ publiceerde dat als een alternatief voor de Galenische fysiologie werd geaccepteerd. Harvey was het echter met Aristoteles eens dat het hart zeer belangrijk was. Hij schreef: ‘Het hart is gelegen achter de vierde en vijfde rib. Het is daarmee het belangrijkste onderdeel omdat het op de belangrijkste plek, zoals het midden van een cirkel, het midden van het essentiële lichaam ligt.’

Op sterk water
Langzaam maar zeker accepteerde men de visie dat het hart een motor is die werd bestuurd door de hersenen en dat alleen te kennen is door het te ontleden en te beschrijven. Maar het fundamentele probleem bij het ontleden was dat een lijk snel verging.
In de 18de eeuw werd het populair om organen, lichaamsdelen en organismen op sterk water te etaleren aan het gewone volk. De beroemde Nederlander Frederick Ruysch (1638-1731), anatoom en apotheker, wilde daarmee de anatomie voor een breed publiek toonbaar maken. Tot ver in de 19de eeuw was Ruysch tot over de landsgrenzen beroemd om de schoonheid van zijn preparaten, waarbij hij zich bewoog op het snijvlak van wetenschap en kunst (afbeelding 5).

Gefuseerd beeld
De moderne technieken in de beeldvorming van het hart laten nog maar weinig aan de verbeelding over (afbeelding 6). Op gefuseerde beelden van een CT- en PET-scan is het hart vanuit twee richtingen te zien. De CT-scan toont de kransslagaders (anatomie) met eventuele vernauwingen (witte pijl). De PET-scan laat tegelijkertijd de doorbloeding (de functie van de kransslagvaten) van de hartspier in kleur zien – hoe donkerder, hoe slechter de doorbloeding. Deze combinatie van bevindingen (anatomie en doorbloeding) bepaalt de verwijzing voor een dotterbehandeling.



Lees ook

hersenen anatomie & fysiologie anatomie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.