Inloggen
Laatste nieuws
Bas Knoop
4 minuten leestijd
Nieuws

‘Laat wilsverklaring euthanasie niet verstoffen’

2 reacties

Artsen en patiënten met dementie moeten al snel na de diagnose van de ziekte in gesprek over het eventueel toepassen van euthanasie. Het uitvoeren van euthanasie bij mensen met dementie kan meestal alleen gebeuren in de eerste jaren na de diagnose van de ziekte. Dat stelt Rutger Jan van der Gaag, voorzitter van artsenfederatie KNMG.

In de beginfase van dementie kan de arts vaak nog zelf met de patiënt praten over zijn doodswens en de gevolgen van dementie op zijn leven, bijvoorbeeld ondraaglijk en uitzichtloos lijden door de geestelijke aftakeling of het verlies van onafhankelijkheid, benadrukt Van der Gaag. ‘Artsen, maar ook patiënten,  moeten eigenlijk voorkomen dat zij in een situatie belanden waarin zij zich moeten buigen over een eerder ingediend schriftelijk euthanasieverzoek van een patiënt met gevorderde dementie. Omdat communicatie met de patiënt in dit stadium van de ziekte bijna niet meer mogelijk is, is het schier onmogelijk voor een arts om vast te stellen of de doodswens er dan is en of er sprake is van ondraaglijk lijden. Het is daarom belangrijk dat patiënten die een schriftelijk euthanasieverzoek hebben opgesteld regelmatig met de arts om tafel gaan om de wilsverklaring te bespreken. Helemaal als bij iemand de diagnose dementie is gesteld. Bespreek bij iedere verergering van de ziekteverschijnselen de actuele wensen over het naderende levenseinde. Kom tot een beslissing in de fase van dementie waarin arts en patiënt nog met elkaar kunnen communiceren. Laat de wilsverklaring niet verstoffen in de brandkast. ’

Van der Gaag reageert met deze uitspraken op de discussie die deze week in politiek Den Haag en in de media ontstond over een nieuwe handreiking van de KNMG en de ministeries van Veiligheid en Justitie en VWS over het schriftelijk euthanasieverzoek. Daarin is onder meer te lezen dat ook mensen met ernstige dementie euthanasie kunnen krijgen, ook al kunnen zij deze wens zelf niet meer uiten. Voorwaarde is wel dat er een schriftelijke wilsverklaring op tafel ligt die is opgesteld in een tijd dat zij nog wel wilsbekwaam waren. En er moet sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, bijvoorbeeld door bijkomende lichamelijke klachten als pijn en ernstige benauwdheid. Ook angst, agressie en onrust kunnen bijdragen aan ondraaglijk lijden.

‘Maar het gaat hier om zeer uitzonderlijke gevallen’, stelt de KNMG-voorzitter. ‘Om situaties waarin arts en patiënt niet op tijd met elkaar het gesprek zijn aangegaan over het schriftelijk euthanasieverzoek. Het doel van deze handreiking is om de onduidelijkheid in de samenleving en onder artsen weg te nemen over de waarde van een wilsverklaring, maar getuige alle berichten in de media bestaan hierover nog steeds misverstanden. Laat ik duidelijk zijn: een schriftelijke wilsverklaring betekent niet dat een euthanasieverzoek van een patiënt met dementie automatisch gehonoreerd wordt. En ook al zou een arts vaststellen dat er sprake is van ondraaglijk lijden door bijkomende lichamelijke klachten, dan nog vinden artsen en toetsingscommissies het belangrijk dat een patiënt, via verbale of non-verbale communicatie, instemt met euthanasie. Bijvoorbeeld door te knikken, een gebaar of een handdruk. Anders geen euthanasie.’

Hoogleraar Oudergeneeskunde in het VUmc  Cees Hertogh vindt dat deze handreiking geen einde heeft gemaakt aan de onduidelijkheid rond het schriftelijk euthanasieverzoek bij patiënten met gevorderde dementie. ‘In deze handreiking staat niets nieuws. Wat hierin is opgeschreven vond de medische beroepsgroep ook al in 1993. De problemen zijn niet opgelost.’

Volgens Hertogh botst de eind vorig jaar gepresenteerde handreiking met de zorgvuldigheidseisen waaraan artsen zijn gehouden bij het toepassen van euthanasie. ‘In het huidige debat wordt gesteld dat ondraaglijk lijden een meetbaar criterium is, bijvoorbeeld door te kijken naar of een patiënt zijn eigen kinderen nog herkend en of hij lichamelijke klachten heeft. Dat is onterecht. De vierde zorgvuldigheidseis stelt dat arts en patiënt samen tot de slotsom moeten komen dat, alles afwegende, er voor deze specifieke patiënt in deze situatie geen alternatief is voor euthanasie en dat er dus sprake is van ondraaglijk lijden. Er is dus pas sprake van ondraaglijk lijden als de patiënt zegt dat het leven niet meer dragelijk is en dat er voor zijn situatie geen redelijke andere oplossing is dan euthanasie. Maar in geval van gevorderde dementie kan een patiënt niet meer samen met zijn arts een beslissing nemen. Er is slechts de schriftelijke wilsverklaring en een eenzijdige beoordeling van het lijden door de arts.’

De vraag dringt zich op of het dilemma van het inwilligen van schriftelijke euthanasieverzoeken van mensen met gevorderde dementie wel opgelost kan worden binnen de euthanasiewet. Is het bieden van palliatieve zorg geen betere optie? ‘We moeten niet doen of euthanasie de enige manier is om op een waardige manier te sterven als dementiepatiënt’, stelt Van der Gaag. ‘Goede palliatieve zorg kan zeker bijdragen aan een respectvolle dood. Maar de omstandigheden zijn bij iedere patiënt anders. Het is te zwart-wit om te zeggen dat in alle gevallen palliatieve zorg een betere optie is dan euthanasie.’

Bas Knoop

Twitter: @bknoop



Nieuws euthanasie levenseinde dementie
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.