Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Henk Maassen Kim Putters
11 maart 2017 7 minuten leestijd
interview

Kim Putters: ‘Niet iedereen is in staat tot zelfregie’

SCP-directeur Putters waarschuwt voor nieuwe scheidslijn in de samenleving

Plaats een reactie
Guus Schoonewille
Guus Schoonewille

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau maakt Nederland zich bij deze verkiezingen veel meer zorgen om de gezondheid dan voorheen. Volgens SCP-directeur Kim Putters weerspiegelt dat een hang naar bestaanszekerheid. Maar, waarschuwt hij, die zekerheid is niet voor iedereen in dezelfde mate weggelegd.

Nederland is in verwarring. Geen wonder: we maken, zoals vaker is gebeurd in de loop van de geschiedenis, een overgang mee naar een ander type samenleving.

‘Zoals ooit de overgang van de boerenmaatschappij, waarin iedereen zelfvoorzienend was, naar het tijdperk van de industriële revolutie, waarin grote bedrijven ook sociale functies op zich namen. Of van de industriële samenleving naar de dienstenmaatschappij, waarin overheden een grote rol op zich namen om kwesties zoals armoede en sociale ongelijkheid aan te pakken.

Op dit moment zitten we in de overgang van die dienstenmaatschappij naar een informatiesamenleving, waarin burgers hoger opgeleid zijn en langer leven, maar waarin ook een verwachting bestaat van oneindig veel zelfregie.’

De constatering komt van Kim Putters en valt te lezen in de Machiavellilezing die hij onlangs hield. Aan de vooravond van de verkiezingen kan de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat het sociaal en cultureel welzijn van Nederland onderzoekt, het onbehagen in de Nederlandse samenleving waarschijnlijk beter duiden dan, zeg, de directeur van het in hetzelfde gebouw op de Haagse Bezuidenhoutseweg gevestigde Centraal Planbureau. Want anders dan in vroegere tijden lijken economische kwesties niet beslissend te zijn voor de kiezers.

Individualisering – het gevolg van marktwerking en flexibilisering, maar evenzeer van snelle secularisering en technologische vooruitgang – heeft volgens hem het idee gevestigd dat die eigen regie, zelfbeschikking en eigen verantwoordelijkheid het hoogste doel zijn. ‘Het is tot in de haarvaten van heel veel maatschappelijke sectoren doorgedrongen.’ Het punt is alleen: dat heeft wel een prijs.

Kim Putters

Prof. dr. Kim Putters (1973) is sinds juni 2013 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en bijzonder hoogleraar beleid en sturing van de zorg bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Van 2008 tot 2013 was hij hoogleraar management van zorginstellingen aan hetzelfde instituut.

Tussen 2003 en 2013 maakte hij deel uit van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer.

Sinds januari 2017 is Putters kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER). Verder is hij voorzitter van de ZonMw-programma’s 'Zorg voor Jeugd' en 'Effectief werken in de jeugdsector' en van enkele raden van toezicht in de zorg.

Fundamentele verandering

Volgens de zorgvuldig formulerende Putters gaat het om een fundamentele verandering en die gaat altijd gepaard met maatschappelijke wrijving, conflict en onzekerheid. ‘De meeste mensen hebben het goed, maar veel mensen vinden ook dat ze veel te verliezen hebben: zorg, werk, veiligheid, inkomen, geluk. Op de arbeidsmarkt weet je niet meer wat je diploma over tien jaar waard is, in de zorg is niet duidelijk wat mantelzorg en eigen verantwoordelijkheid gaan betekenen. Op alle fronten is er beweging. Als iemand dan tegenwerpt dat we bijvoorbeeld in de zorg bij de best presterende landen horen, komt dat niet meer aan.’

Niet alleen jouw blik op de feiten is zaligmakend

Ieder kwartaal meet het SCP het ‘nationaal probleembesef’: wat zijn de kwesties waarover de Nederlanders zich de grootste zorgen maken? Al vrij lang staan immigratie en integratie en normen en waarden – fatsoen, kun je ook zeggen – bovenaan. Gevolgd door gezondheidszorg, werk en inkomen, en veiligheid. Op de vraag waaraan meer geld besteed zou moeten worden scoort gezondheidszorg het hoogst. Putters: ‘Bij de vorige verkiezingen was dat anders: we voelden toen de economische crisis. Toen zag je wél dat economische onderwerpen zoals werkloosheid bovenaan stonden.’

Bestaanszekerheid

Onder al die zorgen, analyseert Putters, gaat de wens van bestaanszekerheid schuil, en de wens volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving, alsmede een zekere behoefte aan solidariteit. ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat de gezondheidszorg dichtbij en betaalbaar moet zijn, en dat men je als mens ziet – daarin zie je ook dat fatsoen terug.’

Pel de problematiek nog verder af tot zijn essentie, en je ziet een nieuwe breuklijn in de samenleving opdoemen. De beschikbare en toekomstige technologie maakt meer eigen regie mogelijk op tal van terreinen; het tijd en plaatsonafhankelijk organiseren van werk, studie, leven, en dat steeds beter gesteund door sociale media waar je gelijkgestemden vindt. Putters: ‘Wij verwachten dat dit verder doorzet, ook in de zorg. Dat brengt veel mensen veel moois. Maar er zijn ook mensen die dat niet allemaal voor zichzelf willen of kunnen regelen. Er komt een nieuw soort scheidslijn. De solidariteit in ons systeem is nu nog gebouwd op de scheidslijn tussen haves en havenots, die zal verschuiven naar de ‘cans’ versus ‘cannots’. Dus moet de politiek opnieuw de vraag stellen wat de groepen zijn waarmee we in die toekomstige samenleving solidair moeten zijn. En ook hoe dat moet, want de cannots zijn niet per definitie geholpen met extra zorgtoeslag.’

Politiek antwoord

Intussen is de politieke partij als volkspartij, waarin zowel de ‘elite’ zich thuisvoelde als de lager opgeleide, op zijn retour. Dat maakt een politiek antwoord op de door Putters gesignaleerde breuklijn er niet gemakkelijker op. ‘Mensen organiseren zich nog steeds in sociale verbanden’, zegt hij, ‘maar ze zijn inderdaad selectiever. Je ziet dat ook politieke partijen zich in toenemende mate op één groep richten, waardoor ze na verkiezingen alsnog op zoek moeten naar een gedeeld belang met andere partijen, en het risico lopen dat hun achterban teleurgesteld wordt.’

Maar, voegt Putters daaraan toe, we moeten ook niet te veel op het bordje van de politiek leggen. ‘Tijdens de verzuiling kenden we nog de maatschappelijke verbanden van stichtingen en verenigingen die bijvoorbeeld ziekenhuizen beheerden. Toen werd – om zo te zeggen – het “plascontract” door de dominee en de ziekenhuisdirecteur opgelost, nu moet Martin van Rijn naar de Tweede Kamer komen om antwoord te geven op Kamervragen. Dat laatste is niet in alle opzichten wenselijk in een tijd met gedecentraliseerde zorg.’

Putters maakt daarom onderscheid tussen maatschappelijke en politieke democratie. ‘Naarmate de eerste minder voorstelt, komt de druk op de tweede te liggen, die gaat dan harder zijn best doen. Wat je dan de politiek ziet doen is niet alleen maar te duiden als opportunisme of als populisme, maar gebeurt ook uit een oprecht motief om problemen van mensen te willen oplossen. Alleen zijn beloften en verwachtingen vaak zo hoog opgeschroefd dat ze niet kunnen worden waargemaakt. De politieke democratie raakt zo oververhit. Bij het SCP onderzoeken we of er weer maatschappelijke structuren kunnen ontstaan waarin mensen dat soort vraagstukken oplossen voordat ze politiek worden.’

En dus is heroriëntering nodig op de werking van politiek en poldermodel. Gelukkig hebben de Nederlandse burgers nog voldoende vertrouwen in de instituties die het maatschappelijk verkeer schragen: ‘Zeker vergeleken met het buitenland. Die instituties geven houvast in tijden van onzekerheid.’ Maar er is ook hier wel degelijk wat veranderd. Leiders van maatschappelijke organisaties kwamen lange tijd met politici samen in dat poldermodel, waarbij nu eens de een en dan weer de ander wat binnenhaalde voor zijn achterban. Dat mechanisme wordt minder effectief, zo merkte Putters op in zijn Machiavellilezing, want jongeren, zzp’ers of mantelzorgers hebben geen stem in de gevestigde instituten van de polder, terwijl ze een almaar groter deel van economie en samenleving uitmaken. Toch ziet hij lichtpuntjes. Hij wijst op de zogeheten ‘regionale zorgpacten’ als goede voorbeelden: daarin treffen zorgprofessionals, cliënten, mantelzorgers en vertegenwoordigers van de lokale politiek elkaar en spreken over actuele kwesties als zelfmanagement in de zorg, opleidingen en de nieuwe vaardigheden en competenties die professionals moeten hebben.

Verantwoording afleggen

Burgers zijn kritisch, weet Putters: ‘We leven in een tijd waarin ze vragen stellen, en niet alles voor lief nemen. In de politiek, de wetenschap, het beleid, de journalistiek – op al die terreinen moeten we naar de checks-and-balances kijken en verantwoording afleggen over hoe we tot bevindingen of tot besluiten komen. Het SCP bijvoorbeeld kan geen rapporten maken zonder uitvoerige uitleg van de wijze waarop we het onderzoek hebben aangepakt.’ Maar de kritische houding van de burgers schiet ook door naar ongefundeerd wantrouwen en naar het verkondigen van ‘alternatieve feiten’. ‘En die bestaan niet’, zegt Putters resoluut. ‘Meningen wel. We hebben te lang onderschat hoe belangrijk het is dat kinderen al vroeg leren naar de waarheid op zoek te gaan; leren hoe je verschillende bronnen raadpleegt, maar ook dat je verschillend tegen feiten kunt aankijken, en dat niet alleen jouw blik op de feiten zaligmakend is.’

Vertrouwen is het sleutelwoord, zegt Putters. ‘Het zou een verademing zijn als onze verhoudingen wat meer daarop gebaseerd zouden zijn. Mijn moeder is katholiek, mijn vader is protestant – mijn moeder zegt altijd dat ze mijn redding is, want onder de rivieren vraag je altijd achteraf vergiffenis. Ik bedoel: het leven zou misschien wat prettiger zijn als we het risico aanvaarden dat er soms iets misgaat. Vertrouwen betekent ook dat het idee van volledige zelfbeschikking en rationaliteit nooit het einddoel kan zijn.’ Maar tegelijkertijd willen we technologieën die ieder risico op kwaliteitsverlies voorkomen, mogen dokters geen fouten maken en vinden dokters en andere zorgprofessionals dat ze wel heel erg veel verantwoording moeten afleggen. Putters: ‘Regulering, toezicht en monitoring proberen de zwakke plekken van systemen die niet zo goed meer bij de moderne samenleving passen te herstellen. Toezicht zou veel meer lerend vermogen moeten bevorderen.’

Sociaal contract

Is er een overall oplossing voor al het onbehagen, de onzekerheid en het wantrouwen? In zijn Machiavellilezing riep Putters onlangs op tot ‘een nieuw sociaal contract’ tussen burgers en staat. Want bij democratie, vindt hij, ‘hoort een dialoog tussen meerderheden en minderheden of tussen mensen met mainstreamopvattingen en mensen met andere opvattingen.’ Zonder die dialoog bewegen we in de richting van een vorm van burgerdictatuur, van ‘staatloos populisme’: ‘Dat wil zeggen de “wil van het volk”, dat geen pluralisme en tegenspraak duldt en dat onafhankelijk onderzoek, vrije journalistiek en rechtspraak betwist. Dan heeft het volk niet van de elite gewonnen, en staat het uiteindelijk met lege handen.’

lees ook download dit interview
interview
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.