Inloggen
Laatste nieuws

Gezondheidszorg voor werkenden moet beter

1 reactie

opinie

Gezondheidszorg voor werkenden moet beter

Klinische arbeidsgeneeskunde, bedoeld voor patiënten met complexe arbeidsgerelateerde gezondheidsproblemen, krijgt in Nederland moeilijk voet aan de grond. Onder andere omdat de financiering niet goed geregeld is. Terwijl deze aanvullende tweedelijnszorg juist veel kosten kan besparen.

Bijna 7,5 miljoen mensen in Nederland hebben een betaalde baan. De overige 9 miljoen zijn van hen afhankelijk. Door vergrijzing van de bevolking zal de komende tien jaar een wanverhouding ontstaan tussen deze twee groepen. Ook de stagnatie van de arbeidsparticipatie van chronisch zieken en arbeidsgehandicapten draagt bij aan deze disbalans. De huidige structuur van de gezondheidszorg speelt echter onvoldoende in op deze economische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Gezondheidsproblemen

De relatie tussen arbeid en gezondheid is meerledig. Van werken gaat een gezondheidsbevorderende werking uit, maar werken kan ook gepaard gaan met gezondheidsrisico’s, die tot uiting kunnen komen in beroepsziekten of verergering van reeds bestaande aandoeningen. Gezondheidsproblemen kunnen verder de belastbaarheid in werk beperken. Volgens de Arbobalans 2011 heeft een groot aantal werknemers te maken met gezondheidsrisico’s door blootstelling aan vormen van fysieke belasting (10-35%), gevaarlijke stoffen (15%) of psychosociale belasting (15-30%).1 Jaarlijks melden bedrijfsartsen ongeveer zesduizend nieuwe beroepsziekten; dit is het topje van de ijsberg.2 Extra aandacht voor het betrekken van de factor arbeid bij de preventie, diagnostiek en behandeling van gezondheidsproblemen en van ziekteverzuim en productiviteitsverlies is daarom van groot belang. Het grootste deel van deze zorg kunnen bedrijfsartsen in de eerste lijn leveren, voor het overige deel is echter klinisch-arbeidsgeneeskundige zorg in de tweede lijn noodzakelijk.

Complexe vragen

De afgelopen jaren zijn er poliklinische centra opgezet voor patiënten met complexe vragen in de relatie tussen arbeid, beroepsmatige blootstelling en gezondheid. Hier wordt structureel gebruikgemaakt van tweedelijns arbeids- en bedrijfsgeneeskundige kennis in de zorg.3 Deze arbeidsgerelateerde poli’s in ziekenhuizen zijn beperkt van schaal maar laten zien dat een integrale werkwijze effectief is.4 Doel van de zorg is terugkeer in eigen, aangepast of ander werk door gerichte begeleiding, wanneer de bedrijfsgezondheidszorg in de eerste lijn dit niet kan realiseren.

Deze integratie van arbeidsgeneeskundige expertise in de tweede lijn wordt aangeduid met de term klinische arbeids­geneeskunde. Deze arbeids­geneeskundige neemt het werk van de bedrijfsarts niet over, maar vormt een aanvullende voorziening voor complexe arbeidsgerelateerde proble­matiek.

De basis voor zorgfinanciering vormen de DOT’s. De op werk gerichte diagnostiek, begeleiding en advisering maken op dit moment geen deel uit van deze DOT’s. Dit heeft tot gevolg dat verwijzingen naar klinisch-arbeidsgeneeskundige centra regelmatig stranden doordat een werkgever niet akkoord gaat met de betaling, of doordat verwijzende huisartsen of specialisten in de veronderstelling verkeren dat de zorgverzekeraar financiert. Dit leidt tot ongelijkheid in de beschikbaarheid van deze vorm van gezondheidszorg.

Het is tot op heden nog niet gelukt om in overleg met zorgverzekeraars te komen tot afspraken over structurele financiering van klinisch-arbeidsgeneeskundige zorgpaden voor diverse werkgerelateerde aandoeningen. Wel is er een aantal geïsoleerde initiatieven voor financiering van arbeidsgeneeskundige consultatie bij oncologische patiënten en financiering van klinisch-arbeidsgeneeskundige zorg door een aantal branches, gekoppeld aan branchegebonden gezondheidsrisico’s, zoals longproblemen in de bouwnijverheid en bakkersbranche en huidproblemen in de kappersbranche. Verder is er structurele financiering voor de diagnostiek van chronische toxische encefalopathie (CTE) bij patiënten die de schildersziekte hebben, op basis van afspraken die door de toenmalige minister Borst zijn gemaakt met het College voor zorgverzekeringen (CVZ).

Specifieke expertise

De jaarlijkse incidentie van beroepslong- en luchtwegaandoeningen en arbeidsdermatosen geeft een beeld van de behoefte aan specifieke expertise.5 6 Een conservatieve schatting leidt tot ongeveer 3500 nieuwe gevallen van beroepslong- en luchtwegaandoeningen per jaar. Op het gebied van arbeidsgerelateerd contacteczeem tot een schatting van ongeveer 10.000 nieuwe gevallen per jaar.7 Op grond van deze gegevens wordt geschat dat 500 verwijzingen naar een specialistisch centrum voor arbeidsgerelateerde luchtweg- en longaandoeningen nodig zijn en maximaal 1500 verwijzingen naar een gespecialiseerd centrum voor arbeidsdermatosen. Gelet op deze aantallen kan deze vorm van klinisch-arbeidsgeneeskundige zorg het beste geleverd worden vanuit een beperkt aantal centra, bij voorkeur gelieerd aan een universitair medisch centrum.

Veel lastiger is het om tot een schatting te komen van de noodzakelijke capaciteit bij specifieke belastbaarheidsvragen en geïntegreerde multidisciplinaire zorg bij patiënten met functioneringsproblemen door chronische aandoeningen zoals slechthorendheid, chronische rugklachten of oncologische aandoeningen.

Kosten en baten

De kosten die op dit moment niet vanuit de zorgverzekering vergoed worden, kunnen per verwijzing variëren, maar zullen gemiddeld genomen tussen de 1000 en 2000 euro liggen. Bij 10.000 verwijzingen per jaar leidt dit tot een extra uitgave van 10 tot 20 miljoen euro zorgkosten per jaar, ruwweg 2 tot 3 euro per werkende per jaar. Deze extra uitgaven zullen echter gecompenseerd worden door baten.

Van een aantal werkgerelateerde aandoeningen, zoals beroepsastma en contacteczeem, is bekend dat vroegtijdige en goede diagnostiek leidt tot een betere prognose en daarmee daling van de medische consumptie.8 9 Veel omvangrijker zal echter de besparing op uitkeringskosten zijn, zo blijkt uit studies bij patiënten met chronische rugklachten (zie kader) en werkgerelateerde depressie.10 11 Bij evaluatie van een in Duitsland gegeven intensief begeleidingsprogramma aan patiënten met chronisch handeczeem, bleek dat bij 66 procent van hen sprake was van succesvolle terugkeer in hun beroep.12

Kader

Effectieve aanpak rugklachten bespaart miljoenen

Rugklachten kosten in Nederland 3,5 miljard euro per jaar; 90 procent hiervan zijn uitkeringskosten. Er is daarom behoefte aan effectieve interventies om deze kosten te reduceren, vooral voor werknemers met chronische rugklachten. Geïntegreerde (op terugkeer naar werk gerichte) zorg bij een groep patiënten met chronische rugklachten die twaalf weken of langer arbeidsongeschikt waren, leidde in vergelijking met de groep die normale zorg kreeg, gemiddeld genomen tot vier maanden snellere werkhervatting.

In een gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek werd het verschil in zorgkosten tussen de twee genoemde groepen patiënten in kaart gebracht. De ene groep werd verwezen naar de huisarts en bedrijfsarts, en werd behandeld op grond van respectievelijk de NHG-Standaard Lage Rugpijn en NVAB-richtlijn Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met lage-rugklachten. De andere groep werd verwezen naar een klinisch arbeidsgeneeskundige die zelf de zorg coördineerde. De interventie voor deze laatste groep bestond uit twee delen: een graded activity-programma (tijdcontingente en stapsgewijze toename van de functionele belasting) op basis van een cognitief gedragsprincipe en een werkplekaanpassing op basis van participatieve ergonomie (werkplekaanpassing door samenwerking tussen werknemer en leidinggevende, gericht op terugkeer naar werk). De klinisch arbeidsgeneeskundige werkte daarbij samen in een integraal team met onder anderen een medisch specialist, arbeidsdeskundige en fysiotherapeut.

De totale kosten (direct en indirect) voor de behandeling van de integrale zorggroep bedroegen gemiddeld 18.036 euro per persoon, terwijl de kosten voor de andere groep veel hoger uitvielen: 25.311 euro per persoon. Bij de kosteneffectiviteitsanalyse bleek ook een positief effect ten gunste van de integrale zorggroep: elke geïnvesteerde euro in deze groep leverde 19 euro aan bespaarde uitkeringskosten op.10 Wanneer de resultaten van dit onderzoek geëxtrapoleerd worden naar het aantal verwachte patiënten op basis van gegevens over de incidentie van chronische rugklachten in de beroepsbevolking, dan zou het inzetten van een dergelijk integraal programma door huisartsen en bedrijfsartsen in Nederland dus tot een gemiddelde besparing van 365 miljoen euro kunnen leiden.

Knelpunten

De indruk bestaat dat het met de gezondheidszorg voor werkenden de goede kant opgaat. Het ziekteverzuim bij werknemers met een vast dienstverband daalt immers gestaag. Bij flexwerkers neemt het ziekteverzuim echter toe. En het risico op arbeidsongeschiktheid bij mensen die geen baan meer hebben, stijgt. Ook voor deze groepen kan arbeid als medicijn dienen.

Helaas blijkt uit het in 2011 verschenen Astri-rapport over de positie van de bedrijfsarts en de reactie hierop van voormalig staatssecretaris De Krom dat er de nodige knelpunten bestaan bij het verlenen van zowel curatieve als preventieve zorg door bedrijfsartsen.13 Deze knelpunten zijn al eerder gesignaleerd en hebben geleid tot adviezen over betere borging van de arbeidsgeneeskundige zorg in de curatieve zorg door de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB).14-17

Een aspect dat extra aandacht behoeft en belemmerend werkt op de besluit-vorming rond betere integratie van arbeidsgeneeskundige zorg in de curatieve zorg is het gebrek aan integratie tussen de zorgverzekering en sociale zekerheid.18 Op arbeid gerichte gezondheidszorg schept immers de beste voorwaarden voor duurzame arbeidsparticipatie voor hen die werken maar ook voor hen die op zoek zijn naar een baan.

Zowel de Nederlandse Vereniging voor Klinische Arbeidsgeneeskunde (NVKA) als de NVAB doen een beroep op de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om bij herstructureringen klinisch-arbeidsgeneeskundige zorg in het basispakket te laten opnemen. Ook het recente SER-advies over vernieuwing van de bedrijfsgezondheidszorg wijst in die richting. Daarin wordt gepleit voor aanpassing van het stelsel van bedrijfsgezondheidzorg en de ontwikkeling van arbeidsgerelateerde poliklinieken en kenniscentra. De SER ziet daarbij een taak weggelegd voor de NVAB. De NVKA wil deze ontwikkeling graag faciliteren.19

dr. Teake Pal ,bestuurslid Nederlandse Vereniging voor Klinische Arbeidsgeneeskunde (NVKA)
dr. Leo Elders voorzitter NVKA
drs. Jurriaan Penders,  voorzitter Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)dr. Kees van Vliet , directeur NVAB

contact

secretariaaat@nvka.nl;

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.


Dit artikel is voor de formatie van het nieuwe kabinet-Rutte II in briefvorm aangeboden aan de toenmalige ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken. De beroepsverenigingen willen dit pleidooi nogmaals onder de aandacht brengen.

www.nvka.nl

www.nvab-online.nl


Voetnoten
1. Hooftman W, Klauw M van der, Klein Hesselink J et al. Arbobalans 2011 TNO 2012.
2. Sorgdrager B, Lenderink A. Het melden van beroepsziekten: weten, willen, kunnen. TBV 2012: 20: 167-70.
3. Groene GJ de, Pal TM. Klinische arbeidsgeneeskunde in Nederland anno 2009: Volop kansen en uitdagingen. TBV 2009; 3: 112-5.
4. Stichting Instituut GAK. Arbeid en Gezondheid. De aanbodzijde van de arbocuratieve zorg. Projectonderdeel 1C. Maart 2010.
5. Balmes J et al. American Thoracic Society Statement: Occupational contribution to the burden of airway disease. Am J Respir Crit Care Med 2003; 167: 787-97.
6. Diepgen TL. Occupational skin disease data in Europe. Int Arch Occup Environ Health 2003; 76: 331-8.
7. Baars AJ, Pelgrom SMGJ, Hoeymans FHGM, Raaij MTM van. Gezondheidseffecten en ziektelast door blootstelling aan stoffen op de werkplek - een verkennend onderzoek. RIVM rapport 320100001/2005.
8. Paggiaro PL, Vagaggini B, Bacci E et al. Prognosis of occupational asthma. Eur Respir J 1994; 7: 761-7.
9. Cahill J, Keegel T, Nixon R. The prognosis of occupational contact dermatitis in 2004. Contact Dermatitis 2004; 51: 219-26.
10. Lambeek LC, van Mechelen W, Knol DL, Anema JR. Effect of integrated care for sick listed patients with chronic low back pain: Economic evaluation in a randomized control trial. BMJ 2010; 341: c6414.
11. Schene AH, Koeter MW, Kikkert MJ, Swinkels JA, McCrone P. Adjuvant occupational therapy for work-related major depression Works: randomized trial including economic evaluation. Psychol Med 2007; 37: 351-62.
12. Skudlik C, Wulfhorst B, Gediga G, Bock M, Allmers H, John S.M. Tertiary individual prevention of occupational skin diseases: a decade’s experience with recalcitrant occupational dermatitis. Int Arch Occup Environ Health 2008;81:1059-64.
13. Zwart BCH de, Prins R, Gulden JWJ van der. Onderzoek naar de positie van de bedrijfsarts. AStri juni 2011.
14. SER-advies. Nieuwe risico’s: Advies over de aanpak en de verzekerbaarheid van nieuwe arbeidsgerelateerde gezondheidsrisico’s publicatie nr. 02/06. Den Haag: SER, 2002.
15. Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO). Rapport ‘Advies onderzoek arbeids- en bedrijfsgeneeskunde’. Publicatienr 41. Den Haag: RGO; 2003.
16. Lieshout PAH. Sociale zekerheid en Zorg. Den Haag Min SZW 2003.
17. Rodenburg P, van Vliet K. Aanbevelingen voor goede arbeidsgeneeskundige zorg voor alle werkenden. Brief aan staatssecretaris de Krom. NVAB September 2012.
18. Post D, Bakker RH, Groothoff JW. Sociale zekerheid en zorg: Op weg naar een integratie? TSG 2004; 82: 526-9.
19. Sociaal Economische Raad. Stelsel voor gezond en veilig werken. Advies nr 2012/08: 21-12-2012 (Commissie Arbeidsomstandigheden).



 






© Thinkstock
© Thinkstock
<b>Download dit artikel (PDF)</b>
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.