Inloggen
Laatste nieuws
3 minuten leestijd

Een maagzweer was populair in de oorlog

Plaats een reactie

Bron: Nederlands Dagblad, 3 mei 2010, Auteur: Petra Noordhuis

Spertijd Een maagzweer was populair in de oorlog;
Artsenblad Medisch Contact brengt boek uit over artsen in Tweede Wereldoorlog

Het boek Witte Jassen en Bruinhemden dat vandaag verschijnt, beschrijft de dilemma's waarvoor dokters in de Tweede Wereldoorlog kwamen te staan. Ook hun - soms grappige - anekdotes worden doorgegeven.

UTRECHT - Een maagzweer was een populaire aandoening in de Tweede Wereldoorlog, blijkt uit het boek Witte Jassen en Bruinhemden . Arthur Strobbe vertelt in het boek hoe dokter Van Loy uit Sas van Gent hem aan een maagzweer hielp, om te voorkomen dat hij te werk werd gesteld in Duitsland. Hij moest een glas bloed drinken, dat bij zijn vrouw was afgetapt. Een glas warm, zout water hielp hem vervolgens zijn avondeten en een groot deel van het bloed op te geven. Het braaksel werd bewaard, om aan de specialist te laten zien.

De dokter prentte de man intussen alle bijbehorende verschijnselen en klachten in. ,,Bij ondervraging moest ik zeggen dat ik vroeger ook al last had gehad van pijn, ongeveer een uur na het eten, en dan vaak een zwaar gevoel in de maagstreek had gehad'', vertelt Strobbe. ,,Ik moest ook last hebben van zure oprispingen en verder werden enkele reeds gestorven familieleden hele reeksen van maagbloedingen en maagoperaties toegedicht.'' Nederlandse artsen worstelden in de Tweede Wereldoorlog met allerlei dilemma's. Moesten ze gewoon hun werk blijven doen? Of saboteren door valse diagnoses te stellen en de patiënt af te keuren voor transport? Lid worden van de artsenverzetsgroep het Medisch Contact of van de pro-Duitse Artsenkamer? Journalisten van Medisch Contact , besloten de verhalen op te schrijven van mensen die in de oorlogsjaren arts of geneeskundestudent waren. Ook Joodse artsen die de oorlog overleefden komen aan het woord, net als Nederlandse artsen die in Indië woonden en werkten tijdens de Japanse bezetting. Verder stuurden lezers herinneringen op aan artsen en de geneeskunde tijdens de bezetting. De artsen halen gruwelijke herinneringen op, maar vertellen ook grappige anekdotes. Achteraf zijn het mooie verhalen, maar de artsen moeten in de oorlog onder grote spanning hebben geleefd. Zo werden ze onder druk gezet om zich bij de pro-Duitse artsengroep de Artsenkamer te melden. De meesten weigerden dit. Als arts stond je toch al onder toezicht van NSB'ers, werd je geacht medische keuringen te doen bij mannen die in Duitsland moesten werken en gewonde verzetsmensen moest je melden bij de Sicherheitsdienst, wat natuurlijk indruist tegen het beroepsgeheim. Er was een alternatief voor de Artsenkamer: het Medisch Contact, een groep artsen die zich niet wilde neerleggen bij de Duitse bezetting en communiceerde via illegale estafetteberichten. Hieruit is het weekblad Medisch Contact voortgekomen. Ook studenten geneeskunde kwamen voor het blok te staan: een loyaliteitsverklaring aan de Duitsers tekenen of werken in Duitsland. Het overgrote deel tekende niet. Veel studenten doken onder, sommigen in een ziekenhuis waar ze voor verpleger doorgingen. De Duitsers brachten ook iets goeds. Ze voerden in 1941 het Ziekenfonds in. Mensen met een hoger inkomen konden zich particulier verzekerden. Met dit zorgstelsel, dat in Duitsland al fungeerde en dat in Nederland tot 2006 heeft bestaan, kwam een einde aan een wildgroei aan fondsjes en verzekeringetjes. De Nederlandse artsen bleven in de oorlog een vooraanstaande positie behouden, wat kansen bood voor verzet. Zo mochten ze na spertijd op straat, hadden sommigen een auto en waren ze goed geïnformeerd door alle contacten die ze hadden. Ze konden ook makkelijk boodschappen overbrengen en onder medische voorwendselen extra voedsel regelen voor onderduikers. Naarmate de oorlog vorderde, werd werken als arts steeds lastiger. Er ontstond gebrek aan materialen en medicijnen. Patiënten meldden zich met oorlogsziektes zoals schurft, hoofdluis en maagklachten door het slechte eten en met schotwonden. Vanaf 1943, een jaar vóór de 'echte' Hongerwinter, zagen artsen al een toename van botbreuken, doordat de vetlaag van de patiënt was verdwenen. Omdat het vervoer zo slecht was, kwamen patiënten pas in een laat stadium naar het ziekenhuis. Voor onderduikers was het helemaal een probleem een dokter in te schakelen. Inmiddels is bekend dat het grootste deel van de artsen betrouwbaar was, maar in die tijd was het moeilijker erachter te komen of een ander 'goed' was, bovendien wilde je geen enkel risico lopen. Soms overleed een Jood die was ondergedoken. Het lichaam op een gewone begraafplaats begraven, was geen optie. Miep Gies, bekend als helper van Anne Frank en haar familie, schreef hierover: ,,Joden zag je bijna alleen nog als ze met hun gezicht naar beneden in de gracht dreven. Soms waren ze door degenen die ze verborgen hadden in het water gegooid, omdat ze waren gestorven.'' Het boek Witte Jassen en Bruinhemden en de bijbehorende film (door het ministerie van VWS gesubsidieerd) worden vanmiddag in Utrecht gepresenteerd in het gebouw waar de KNMG is gehuisvest. Minister Ab Klink van VWS zal aansluitend met enkele veteranen een gedenkteken onthullen ter herinnering aan alle artsen die pal hebben gestaan voor de beginselen van de artseneed.

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.