Inloggen
Laatste nieuws
Ingrid Lutke Schipholt
7 minuten leestijd

Doorbreken op eigen kracht

Plaats een reactie

Ervaringen van vrouwen aan de top

Van de geneeskundestudenten is 60 procent vrouw. Maar slechts 6 procent van de vrouwelijke artsen bekleedt een invloedrijke positie in de gezondheidszorg. Dit is een scheve verhouding. Kunnen vrouwelijk artsen wel aan de top komen of is er een glazen plafond dat ze tegenhoudt?



In Nederland zijn weinig vrouwen die het ver hebben geschopt in de geneeskunde of op daarmee samenhangende terreinen. Machtsposities in de geneeskunde zijn onder meer een hoogleraarschap, een positie in het hoger management of in de Raad van Bestuur van een ziekenhuis. Bekende voorbeelden van geslaagde vrouwen zijn oud-minister Els Borst-Eilers, de voorzitter van de raad van bestuur van het AMC Louise Gunning-Schepers en hoogleraar huisartsgeneeskunde Betty Meijboom. Helaas zijn deze voorbeelden van ‘topvrouwen’ spaarzaam in vergelijking met het scala aan mannelijke machthebbers in de gezondheidszorg. Naar schatting 6 procent van de vrouwelijke artsen heeft het voor het zeggen in deze sector. En dan te bedenken dat het aantal vrouwelijke artsen jaarlijks stijgt.


Tegenwoordig is tegen de 60 procent van de geneeskundestudenten vrouw, zo meldt de internetsite over arbeidsmarktinformatie Zorg en Welzijn onder beheer van Prismant. Deze trendmatige stijging van het aantal vrouwelijke studenten is al een jaar of tien aan de gang, maar doorstroming naar topposities is slechts mondjesmaat aan de orde. Wíllen ze niet doorstromen, kúnnen ze het niet of mógen ze het niet?

Veelzijdig


Redenen waarom vrouwen niet doorstoten naar de hogere regionen zijn onder meer gebrek aan ambitie of talent, maar ook het niet behoren tot het old boys network van de heersende, mannelijke klasse. Een andere verklaring is dat sommige vrouwelijke artsen hun carrière niet kunnen verenigen met het thuisfront.



‘Vrouwelijke artsen hebben over het algemeen wel de ambitie maar ze richten zich op andere zaken dan mannen. Want vaak kiezen vrouwen voor werk dat ze leuk vinden en niet primair voor de macht’, is de stelling van cardioloog dr. Irene Hellemans, tevens voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA). Deze vereniging waakt over de positie van vrouwelijke artsen en hun loopbaan. Volgens Hellemans moeten vrouwen van betere huize komen om door te stoten naar de top dan hun mannelijke collega’s.



‘Vrouwelijke toppers die ergens willen komen, moeten natuurlijk goed zijn in hun vak. Maar daarnaast zullen ze ook veel tact, diplomatie, inzet en gevoel voor humor aan de dag moeten leggen als ze het willen redden. Natuurlijk kun je leidinggeven en beleid bepalen leuk vinden, maar je moet als vrouw wel heel veelzijdig zijn om hogerop te komen. Dat is bij mannelijke toppers vaak anders. Zet maar eens het profiel van een willekeurige mannelijke hoogleraar naast dat van een vrouwelijke hoogleraar. Je ziet dat de vrouw veel meer moet excelleren dan de man. De vrouwelijke hoogleraren zijn vaak hele creatieve mensen die het bijvoorbeeld voor elkaar krijgen om verschillende afdelingen goed te laten samenwerken. Zij breken door op hun kracht. Vrouwen houden vaak hun poot stijf als ze iets willen, zoals werken en leren in deeltijd.’



Hellemans wil allerminst de indruk wekken dat vrouwelijke artsen beter zijn dan hun mannelijke collega’s, of juist


slechter. Er zijn gewoon verschillen. En de mensen aan de top bepalen de mores. Wie die mores niet kent, zal ze moeten leren of op één of andere manier ergens in moeten uitblinken.



‘Vrouwen zitten minder goed in allerlei netwerken, iets wat mannen vaak juist wel hebben’, somt Hellemans op. ‘In plaats van te netwerken gaan vrouwen consciëntieus hun werk doen. Daarnaast is het een gegeven dat vrouwen die samenwerken een snelle carrière doorgaans niet steunen. Dit noemen we ook wel het ‘krabbenmand-fenomeen’. Zo accepteren vrouwen niet zo snel een leider, in tegenstelling tot mannen.’

Glazen plafond


Wie zich verdiept in de emancipatie van de vrouwelijke arts, ziet dat bepaalde contouren zich aftekenen, zoals de frictie tussen fulltime werken en een gezin draaiende houden. De emancipatie van vrouwelijke artsen in de geneeskunde is met name vorige eeuw tot bloei gekomen. Ervaringen met het glazen plafond zijn voornamelijk anekdotisch en niet wetenschappelijk onderzocht.



Volgens een aantal geslaagde vrouwen bestaat het glazen plafond helemaal niet en is het een mythe die is gecreëerd door vrouwen die het niet hebben gemaakt. Argumenten waarom een ziekenhuis, een instelling of een maatschap liever voor een mannelijke arts kiest, zijn slechts in de wandelgangen op te vangen. Evenals de ware redenen waarom vrouwelijke artsen stoppen met hun promotie of specialisatie.



Zo is er het verhaal van de vrouwelijke promovendus die haar specialisatie niet afrondde omdat ze onvoldoende steun van haar collega’s kreeg. Bovendien wilde ze vanwege de komst van kinderen niet meer dan veertig uur per week


werken. En dat was nou net onbespreekbaar.



Er is ook het verhaal van de mannelijke hoogleraar die beweert dat er bij hem niet in deeltijd wordt gewerkt ‘omdat er geen vraag naar is’. Maar in dit geval gaat het niet om de vraag of iemand van de betreffende afdeling parttime wíl


werken, maar om de vraag of in deeltijd werken bij deze man überhaupt bespreekbaar is.



‘Om zaken als parttime werken aan de orde te stellen is soms heel wat tact en moed nodig’, weet Hellemans. Zij pleit voor meer begeleiding van vrouwelijke artsen in hun werk. Het systeem van coaching, dat in Amerika heel gewoon is, zou volgens haar een goed hulpmiddel zijn. ‘Mensen strijden hun strijd vaak alleen; ze zouden een coach goed kunnen gebruiken. Zo’n coach kan een collega zijn die al verder is, maar het kan ook gewoon de hoogleraar zijn. Met zo’n begeleider kun je je loopbaanplanning doorspreken en prioriteiten bespreken.’

Loopbaanplanning


Er is geen landelijk beleid om vrouwelijke artsen op hogere posities te krijgen. Her en der zijn wel projecten die vrouwen helpen aan dit soort banen. Zo is er het project ‘Vrouwen Hogerop’ van de Stichting Samenwerkende Instellingen Gezondheidszorg Regio Amsterdam (SIGRA). Dit project biedt faciliteiten zoals coaching en workshops voor vrouwen om managementfuncties te bemachtigen binnen de instellingen van de SIGRA. Andere organisaties, zoals de VNVA, organiseren cursussen ‘leidinggeven’, ‘persoonlijke ontwikkeling’ of ‘communicatie’.



De Utrechtse hoogleraar epidemiologie dr. Yolanda van der Graaf heeft zelf nooit aan loopbaanplanning gedaan. Haar carrièrewendingen kwamen voort uit een samenloop van omstandigheden. Uit haar loopbaan heeft ze een aantal tips gedestilleerd voor aanstaande ‘topvrouwen’. Volgens Van der Graaf moet de vrouwelijke arts om verder te komen goed kunnen plannen, een partner hebben die volledig achter haar staat en voldoende opvang voor het thuisfront hebben geregeld. ‘Daarnaast moet je ervoor waken dat je alle huishoudelijke taken naar je toetrekt. Dat is een valkuil’, weet ze uit eigen ervaring. ‘Maar ik vind dat vrouwen toch ook veel zeuren. Vrouwen willen vaak dat de dingen op hun manier gebeuren zodat ze de zaken in de hand kunnen houden. En dat kan nu eenmaal niet als je met je carrière bezig bent.’

Bluffen


Epidemioloog Van der Graaf leerde dat bluffen en zelfverzekerd overkomen essentieel is: ‘Dat heb ik dus ook gedaan; de twijfel komt thuis wel. Ik heb goed gekeken hoe mannen met elkaar en met medewerkers omgaan. Door dat ook te doen heb ik het gered. Van mannen wordt nu eenmaal meer gepikt dan van vrouwen, daar moet je gewoon rekening mee houden. Misschien vinden ze mij nu een bitch.’



Van der Graaf is wars van vrouwen die op de barricaden staan om hogerop te komen. Praten over haar vrouw-zijn in deze mannenwereld vindt ze niet bijster interessant. In al haar nuchterheid observeert ze wel de overwegend mannelijke geneeskundewereld. Haar tactiek om overeind te blijven is: if you can’t beat them, join them.



‘Je moet ervoor zorgen dat ze weten dat je bestaat’, weet Van der Graaf. ‘Vrouwen zijn vaak vreselijk bescheiden en niet overtuigd van zichzelf. Dat wreekt zich vroeg of laat. Daarom houd ik mijn vrouwelijke promovendi al vroeg voor dat het een goede zaak is als ze zich profileren. Soms zijn vrouwen zo bescheiden dat ze niet solliciteren naar een functie die zij heimelijk ambiëren. In sommige andere gevallen wordt hun naam gewoon niet genoemd. Dus als zij zich niet profileren als potentiële kandidaat zullen ze niet in aanmerking komen. Ze zijn gewoon minder bekend in het circuit. Vrouwen maken geen deel uit van het old boys network. Als wij naar een congres willen, denken we eerst drie keer na of het geregeld kan worden met de thuissituatie. Vaak ga je er niet naar toe en word je er niet gezien. Maar, je kunt je ook onderscheiden door onderzoek, het binnenhalen van gelden en het aantal publicaties.’

toppers


De Groningse hoogleraar huisartsgeneeskunde prof. dr. Betty Meijboom creëert samen met haar Nijmeegse collega prof. dr. Toine Lagro-Janssen een platform voor getalenteerde en ambitieuze toppers in de dop. Sinds een jaar hebben ze - samen met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de VNVA - een speciaal project: ze formeren een club van huisartsen die gepromoveerd zijn en ambitie hebben.



‘Wij zorgen ervoor dat vrouwen leren om ambities te mogen hebben’, zegt Meijboom. ‘Officieel zitten er nu acht mensen in het groepje. Maar in de praktijk komen er meestal rond de twintig artsen. We krijgen hiervoor wat geld van het NHG. Als er belangrijke vacatures zijn, wordt dat al snel bij zusterfaculteiten kenbaar gemaakt. Via het lobbycircuit kun je namen noemen van goede promovendi, zowel mannen als vrouwen.’

Lobbycircuit


Volgens Meijboom, die ook de kar trok bij het medisch opleidingscontinuüm ‘Arts van Straks’, hebben vrouwen in hun carrière doorgaans een vertraging van tien jaar: ‘Naast de zorg voor een gezin moeten ambitieuze vrouwen het vak bijhouden én promoveren én in staat zijn projecten te schrijven. Als wij hier in Groningen ambitieuze en getalenteerde vrouwen en mannen tegenkomen, dan bieden wij ze aan om al tijdens de zesjarige initiële opleiding aan de junior scientific masterclass in de zomervakantie mee te doen. Daarin leiden we hen op in het doen van wetenschappelijk


onderzoek. Zij kunnen zich dan al heel duidelijk gaan richten op een promotieonderzoek. Misschien vinden sommige mensen het wel vroeg dat studenten dan al deze belangrijke keuzes moeten maken, maar wie wat wil bereiken moet dat vroeg plannen en ernaar handelen. Bovendien worden ze bij ons heel goed voorgelicht over specialismen en wetenschappelijk onderzoek. Vroeg kiezen is van alle tijden. De scientific masterclass gaat overigens over de wetenschap en niet over specialiseren. Mensen die dit hebben gedaan, zijn zeer gewild. De meeste instituten willen jonkies hebben omdat dat de nieuwe aanwas voor later is.’



Van der Graaf en Meijboom zeggen zelf nooit last te hebben gehad van een glazen plafond. Zichzelf blijven, een flinke portie gezond verstand, plezier in het werk en steun van hun omgeving waren belangrijke pijlers om te bereiken wat ze nu zijn. Meijboom gelooft heilig in de komst van betere opleidingsmogelijkheden en carrièrekansen voor vrouwelijke artsen. ‘Ik vermoed dat over één generatie de verdeling van banen in de geneeskunde fifty-fifty is. Het gaat zeker allemaal veranderen.’

Link:

Tabellen en andere informatie Arbeidsmarktinformatie zorg en welzijn (

www.awzinfo.nl

)

Klik hier voor de emancipatiemonitor 2002 van het Sociaal Cultureel Planbureau

huisartsgeneeskunde
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.