Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
David J. Kopsky en Prof. Dr. Jan M. Keppel Hesseli
21 september 2004 1 minuut leestijd

Deurbeleid KNMG ter discussie (2)

Plaats een reactie

Wij zijn zeer verheugd over de opmerking van collega Kremer (MC 35/2004: 1342) dat voor complementaire artsen een plaats binnen de KNMG mogelijk wordt wanneer de biologische werkzaamheid van een behandelvorm aannemelijk is gemaakt. Dan kan de Nederlandse Arts Acupuncturisten Vereniging vandaag al worden toegelaten bij de KNMG, want de biologische werkzaamheid is uitvoerig bewezen in fysiologische en dierexperimentele modellen. Enkele voorbeelden: onlangs werd in een neuropathisch pijnmodel bij de rat aangetoond dat acupunctuur invloed uitoefent op de expressie van diverse genen die betrokken zijn bij de pijnverwerking. Verder blijkt dat acupunctuur duidelijke effecten heeft op de secretie van bèta-endorfinen en andere neurotransmitters (dopamine, serotonine, NO) in bloed en liquor.


Relevante klinische effecten van een interventie zijn nog belangrijker om een behandelwijze te accepteren. Echter, per geneesmiddel is minstens 300 miljoen euro nodig om tot registratie te komen. Acupunctuur en complementaire behandelwijzen hebben hier een duidelijk nadeel, want er zijn geen grote industrieën die gebaat zijn bij positieve resultaten. Ondanks dit obstakel zijn er voor acupunctuur toch enkele indicaties die onomstotelijk zijn bewezen.


Collega Kremer verzocht ook om onafhankelijke studies uit te voeren. Dat is niet gemakkelijk! In de reguliere geneeskunde bestaat bijvoorbeeld een wirwar van afhankelijke relaties, zoals die tussen onderzoekers en de geneesmiddelenindustrie. Onafhankelijk onderzoek op het gebied van farmaca is dan ook moeilijk te vinden. Zoals in Medisch Contact (MC 23/2004: 951) werd gerefereerd naar belangrijk artikel over deze materie in JAMA: ‘komt het regelmatig voor dat in de gepubliceerde artikelen primaire uitkomsten verschijnen die in het protocol helemaal niet zijn genoemd.’ In bijna alle studies (92%) was er bovendien sprake van incomplete rapportage van uitkomsten. De kloof tussen reguliere geneeskunde en complementaire behandelwijzen blijkt dus kleiner te zijn dan de meesten van ons denken.



Bosch en Duin, september 2004


David j. Kopsky en prof. dr. jan M. keppel Hesselink, artsen, secretaris en voorzitter Stichting voor Innovatief Onderzoek Complementaire Behandelwijzen (IOCOB)


KNMG alternatieve & complementaire zorg acupunctuur
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.