Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws

Wouter Bos: ‘Selectieve inkoop voor de hele zorg is een illusie’

4 reacties

INTERVIEW

Wouter Bos over fusie AMC en VUmc, dure geneesmiddelen en tien jaar zorgstelsel

Oud-politicus Wouter Bos is nu vijf jaar actief in de gezondheidszorg, de laatste tweeëneenhalf jaar als bestuursvoorzitter van VUmc. ‘Niet voor alles wat artsen nuttig vinden, is zomaar geld.’

Tv-opnamen op de SEH die vroegtijdig werden stopgezet vanwege het schenden van beroepsgeheim. Problemen op de intensive care en op de afdeling Longziekten. En de raad van bestuur die van augustus 2012 tot maart 2013 onder verscherpt toezicht was gesteld. Toen Wouter Bos in augustus 2013 aantrad als bestuursvoorzitter van het VUmc had het ziekenhuis nogal wat sores achter de rug. Halverwege het vraaggesprek op deze maandagochtend zegt Bos dat hij vertrouwen moest herstellen. Tevreden stelt hij vast: ‘Er hebben zich geen incidenten meer voorgedaan.’

Wouter Bos

Wouter Bos (1963) is econoom en politicoloog en werkte tussen 1988 en 1998 bij Shell. Daarna was hij onder meer politiek leider van de PvdA in de Tweede Kamer, staatssecretaris van Financiën, minister van Financiën, vicepremier en kabinets-informateur. In 2010 maakte hij zijn vertrek uit de politiek bekend. Hij werd partner bij KPMG, waar hij zich toelegde op gezondheidszorg.
Sinds augustus 2013 is hij voorzitter van de raad van bestuur van het VU medisch centrum.
Wouter Bos is getrouwd en heeft drie kinderen.


Behalve toen op 8 september vorig jaar de hoofdwaterleiding van Waternet bij VUmc sprong. Weer leek de plaaggeest van VUmc toe te slaan, maar de zaak was betrekkelijk snel weer op orde. Bos: ‘Normaal als je een paar honderd mensen in huis hebt, overlijdt er elke dag wel iemand. Wij hebben 327 mensen geëvacueerd zonder dat er ook maar iemand in de problemen kwam. Daar waren we best mee in ons sas. Maar belastend was het wel; je wilt patiënten dat niet aandoen. Ik zag die dag hoe moeilijk artsen en verpleegkundigen het vonden om patiënten uit handen te geven. Een internist zei later tegen me: “We hebben het er altijd over hoeveel wij voor onze patiënten betekenen, maar nu voelen we pas hoeveel patiënten voor ons betekenen.”

‘Mijn rol is de brede blik

naar de buitenwereld’

Samengebalde intelligentie

Zorg, zegt Bos eerder die ochtend, trekt hem omdat het gaat ‘over geld, over ethiek, over primaire processen waar je als buitenstaander helemaal niets van snapt, over publieke en private belangen’. Hij vindt dat intellectueel uitdagend; hij leert. Bijvoorbeeld dat het idee dat de medische wetenschap veel zeker weet, niet klopt. ‘Je hoeft hier maar even rond te lopen om erachter te komen dat ervaring en intuïtie een grote rol spelen.’ Of dat de zorg een highriskbedrijf is, maar zich daar niet altijd naar gedraagt. ‘Daarom kunnen we leren van het veiligheidsbewustzijn in andere sectoren.’ En hij beseft inmiddels dat je in een ziekenhuis zelden iets gedaan krijgt door je louter te beroepen op je eigen gelijk of je hiërarchische positie. ‘Bijna iedereen is zeer inhoudelijk gemotiveerd. De samengebalde intelligentie is hier hoog, maar gaat ook vaak de diepte in: nog meer weten van minder. Terwijl je soms ook de brede blik naar de buitenwereld, naar de omgeving nodig hebt. Dat is mijn rol. Wij hebben er hier in huis nog steeds een dagtaak aan artsen te vertellen dat de wereld veranderd is en dat er niet zomaar geld is voor alles wat ze nuttig vinden.’

Solidariteit

Die brede blik, daar komen we voor. Want Bos is niet alleen bestuursvoorzitter, maar – bijvoorbeeld als columnist voor de Volkskrant – ook iemand die ontwikkelingen in het veld van de zorg als kritisch observator volgt en analyseert. Wat is bijvoorbeeld zijn evaluatie van tien jaar zorgverzekeringswet? Waar staan we?

‘Positief is dat er veel meer solidariteit in het stelsel is dan voor de komst van de Zorgverzekeringswet. Vooral door de acceptatieplicht en de zorgtoeslag die inkomenseffecten van de nominale premie compenseert. Veel zorgaanbieders zijn gedwongen veel beter na te denken over wat ze aanbieden in termen van kwaliteit en prijs.’ Maar dan, zegt Bos, wordt het beeld al snel wat ‘grijzer’. ‘Dat de wachtlijsten korter zijn geworden heeft meer te maken met het geld dat beschikbaar was, dan met de stelselherziening. En de bereikte kostenbeheersing heeft waarschijnlijk meer te maken met de hoofdlijnenakkoorden, die allesbehalve passen bij dit stelsel.’

Speldenprikken

Zorgverzekeraars zouden gaan inkopen op kwaliteit, maar dat is, constateert Bos met gevoel voor understatement, ‘nog niet echt van de grond gekomen’. Over de invulling van het begrip kwaliteit heerst nogal eens verwarring: ‘Toen CZ kwam met normen voor borstkankerchirurgie en sommige ziekenhuizen beoordeelde als kwalitatief onder de maat, beoordeelden andere verzekeraars dezelfde instellingen als goed.’ Bos ziet twee tegenstelde bewegingen: ‘Aan de ene kant zijn er speldenprikken, pogingen om in te kopen op kwaliteit, aan de andere kant zie je dat verzekeraars kwaliteit toch wel erg ingewikkeld vinden en zich liever laten leiden door de vraag “wat kost het?”. Ze weten bovendien dat ze de – lokale – pers en politiek over zich heen krijgen als ze bepaalde zorg níet inkopen. Het idee dat er ooit selectieve inkoop komt voor het hele zorgportfolio is, denk ik, een illusie. Ook al omdat verzekeraars aan de onderhandelingstafel niet genoeg mensen op de been kunnen brengen met zorginhoudelijk voldoende kennis van zaken.’

En misschien is dat maar goed ook, want selectieve inkoop heeft volgens Bos nog een kwalijk gevolg: ‘Dokters moeten patiënten vragen bij wie en waarvoor ze verzekerd zijn. Geen arts vindt dat prettig. Bovendien: we kunnen hier in huis onze zorgpaden alleen optimaliseren als we dat voor iedereen op dezelfde manier doen. Dus niet voor elke verzekeraar een ander zorgpad.’

Op kwaliteit inkopen zal een globalere doelstelling blijven dan we aanvankelijk dachten, verwacht hij. ‘Het cynische is wel dat naarmate inkoop op kwaliteit steeds moeilijker valt waar te maken aan de onderhandelingstafel, we zo van een stelsel waarin het budget door de overheid werd verdeeld terechtkomen in een stelsel waarin de verzekeraars het budget verdelen. De vraag is dan natuurlijk wel wat er nou helemaal veranderd is.’

Vorige week was de officiële start van de samenwerking tussen VUmc en Ziekenhuis Amstelland op het gebied van borstkankerzorg. Opzet: één centraal loket, operaties worden gedaan in het Amstelland; bestralingen en zeer gespecialiseerde onderzoeken in het VUmc. Is de zorgverzekeringswet een hinderpaal bij dergelijke vormen van samenwerking?

Bos: ‘Nee, maar het is wel complex. In het algemeen geldt: als je een netwerk van ziekenhuizen in de regio wilt vormen, moet je het eens worden met alle betrokken verzekeraars. Ook in dit geval zijn we nog met alle partijen in gesprek. Maar als verzekeraars er allemaal hetzelfde over moeten denken, waarom is er in een regio dan überhaupt meer dan één actief? Dat is een zeer fundamentele vraag. Ik pleit er niet voor om het stelsel te herzien, maar zorgverzekeraars weer meer regionaal laten opereren is iets waar de politiek terecht aan denkt.’

Over samenwerking gesproken: momenteel bereiden VUmc en AMC een bestuurlijke fusie voor. Op zijn vroegst begin 2017 is de zaak rond. Zorg en onderzoek worden in de toekomst verkaveld: in 2030 zou bijvoorbeeld oncologie en neurologie op ‘locatie Boelelaan’ (VUmc) geconcentreerd moeten zijn en vrouw/kind en hart/vaat op ‘locatie Meibergdreef’ (AMC). Waarom is die fusie nodig?

‘Het is een bestuurlijke fusie; beide ziekenhuizen blijven juridisch bestaan, waarbij de raden van bestuur en de raden van toezicht straks door dezelfde personen in beide instellingen worden bemenst. Het is geen ‘gewone’ ziekenhuisfusie, want de belangrijkste reden is onze ambitie op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. Dat internationaliseert in hoog tempo en wordt grootschaliger: daar heb je dure onderzoeksinfrastructuur nodig. En je wilt knappe koppen aantrekken. Daarvoor zijn we elk afzonderlijk net te klein; samen zitten we als “umc Amsterdam” in de categorie van het Erasmus.’

Intussen bevinden de umc’s zich in de gevarenzone, zegt mdl-arts Chris Mulder van het VUmc in Medisch Contact. Zorgverzekeraars dwingen umc’s laagcomplexe-hoogvolumezorg af te stoten. Dat heeft niet alleen financiële gevolgen. Ook zullen aiossen nog maar een beperkt deel van hun opleiding in de umc’s volgen, want de casemix raakt uit balans. Heeft hij een punt?

‘Als je kijkt naar de groei van de umc’s in de afgelopen jaren dan zijn wij in vergelijking met andere ziekenhuizen de laatste om te mogen klagen.’ Niettemin erkent Bos dat er onrust is: ‘Veel artsen herkennen zich in het betoog van Chris Mulder. Ze vinden het niet goed dat het portfolio in het academisch ziekenhuis versmalt en vinden het moeilijk om op het gebied van zorg en opleidingen samen te werken met perifere ziekenhuizen. Dat is ook niet gemakkelijk. Je hebt te maken met verschillende organisatievormen – hier artsen in loondienst, elders is er het medisch-specialistisch bedrijf –, met wetenschappelijke en beroepsverenigingen die verschillend aankijken tegen de vraag of volumes tussen ziekenhuizen opgeteld mogen worden of dat ze alleen per huis meetellen voor de opleidings-licentie. Daar heeft Mulder een punt. Maar iedereen is ervan doordrongen dat we goeie artsen moeten opleiden. Dat laten we echt niet uit onze handen weglopen. Daar zijn geen anonieme krachten aan het werk; daar zitten we zelf bij.’

Maar er is dus wel verlies van goed renderende laagcomplexe zorg, terwijl de niet-kostendekkende hoogcomplexe zorg overblijft.

Kortaf: ‘Ja, maar de conclusie moet dan vooral zijn dat de tariefstructuur voor de laagcomplexe en de hoogcomplexe zorg niet klopt.’

Hét onderwerp in de zorg, schreef u medio vorig jaar, zijn de dure (kanker)geneesmiddelen. De rest is klein bier. Dat vindt de minister inmiddels ook.

‘Ja, maar dat vond ze toen nog niet. Ze is volledig overstag gegaan en heeft alle adviezen die ze in die periode heeft gekregen aan elkaar geniet. Ik juich dat toe. Bijna alles wat er moet gebeuren staat in haar geneesmiddelenbrief: we moeten gezamenlijke inkoopmacht in Europa organiseren, meer transparantie in de prijsvorming tot stand brengen, en we moeten in de onderhandelingen met de industrie van de geforceerde geheimhoudingsclausules af. Maar er ontbreekt één groot onderwerp: het debat over kwaliteit van leven en kosteneffectiviteit. Veel nieuwe dure medicijnen zorgen voor slechts geringe levensverlenging. Wetenschappelijke onderzoekers scheppen wat dat betreft soms te hoge verwachtingen bij patiënten. En we weten vooraf vaak wel bij wie deze dure medicijnen níet, maar niet bij wie ze wél zullen werken. Mijn voorstel is – in Denemarken gaan ze dat nu ook doen – begin met het systematisch doorrekenen van geneesmiddelen in termen van qaly’s (quality-adjusted life years, red.). Dus zonder drempel. Laten we er zo vast aan wennen dat we weten wat we voor bepaalde medicijnen betalen en wat we daarvoor krijgen, en dat we op die basis verschillende interventies met elkaar kunnen vergelijken. Zo kan een goeie discussie op gang komen. Misschien vinden we dan op den duur dat er een drempel moet komen, maar laten we deze stap eerst zetten en die drempel niet introduceren als dat als te bedreigend wordt ervaren.’

Ook over de consequenties voor het ziekenhuisbudget zegt de minister niets.

‘Nee, maar ik begrijp dat. Als er budget zou komen voor deze medicijnen, weet je namelijk zeker dat het opgaat. Dat zou ik tenminste als minister van Financiën zeggen. Je weet dan zeker dat de farmaceutische industrie nul prikkels heeft om de prijs te verlagen. Kijk naar Engeland: daar is een apart fonds in het leven geroepen: het Cancer Drug Fund, waar alle medicijnen die door NICE waren afgewezen uit gefinancierd konden worden. Het was binnen anderhalf jaar uitgeput. Maar patiëntenverenigingen en soms ook beroepsverenigingen van artsen willen liefst die kant op: geen ruzie met de farmaceutische industrie, want ja dat ene, levensverlengende medicijn moet er wel komen of beschikbaar blijven. Ik veroordeel dat niet, ik begrijp die zorg.’

Elektronisch patiëntendossier

Terug naar Wouter Bos, de bestuursvoorzitter. Binnenkort gaan vier ziekenhuizen in Amsterdam een eigen elektronisch patiëntendossier in het leven roepen. AMC, OLVG-Oost en OLVG-West werken met het systeem, dat EPIC heet. Nu het VUmc nog. Het is een grote klus, vertelt hij: ‘13 maart gaan we live. Daar zijn mensen hier in huis heel veel tijd mee kwijt, terwijl ze ook nog gewoon hun werk moeten doen. We hadden hier een administratief systeem dat vrij weinig zorgadministratief bewustzijn van artsen en verpleegkundigen vroeg. En het meeste gebeurde bovendien op papier. In het nieuwe systeem worden ze zelf primair verantwoordelijk voor alle administratie en daar moeten ze in getraind worden.’

Lachend, voegt Bos eraan toe: ‘Vanavond heb ik mijn training.’



auteurs

Henk Maassen, journalist 

h.maassen@medischcontact.nl

Hans van Santen, hoofdredacteur Medisch Contact en huisarts 

h.van.santen@medischcontact.nl | @HansvanSantenMC


 

© Marc Driessen
© Marc Driessen

 

 

lees ook <b>Download dit artikel (PDF)</b>
Wouter Bos
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • A.A.C.M. Maes, huisarts, DIEREN Nederland 26-02-2016 01:00

    "Mooi interview waar duidelijk Bos ook nog spreekt als politicus en minister van Financiën. Hij vraagt zich af, als inkoop op kwaliteit moeilijk is, wat nu het verschil is als de stelselwijziging met zich meebrengt dat eerst het budget door de overheid werd verdeeld en nu door de verzekeraar (pg 16, 2e kolom). Welnu, het verschil is dat voorheen de overheid ooit ook zelf de hoogte van het budget bepaalde EN daarna ook zelf verdeelde. Bvb met de "Zalmnorm" En dat nu de verzekeraars het vooraf door de overheid vastgestelde budget krijgen toegewezen voor hun inkoop. Nogal een verschil. Met wel een gedelegeerde verantwoordelijkheid van overheid naar verzekeraars. Vervolgens bleek er een onvoldoende kostenbeheersing wat weer leidde tot hoofdlijnenakkoorden met historisch laag geaccepteerd groeipercentage. En met inzet van een MBI. En daarvan zijn vooral de aanbieders de dupe en in hun kielzog degenen aan wie zij zorg verlenen. Tien jaar Zvw laat zien het langzaam doorschuiven van verantwoordelijkheden van overheid via tussenstations naar de burger. "

  • J.A. Borgstein, arts 25-02-2016 01:00

    "EPD of EHR
    zelfs microsoft kan vandaag de dag geen programma meer verkopen waarvan voor het gebruik van de UI weken training nodig is.
    voor een elektronisch systeem zijn de belangrijkste aspecten:
    1. gemak van gebruik
    2. tijd sparend voor de gebruiker
    epic voldoet aan geen van beiden
    dus het zijn niet alleen de kosten van aankoop maar ook de extra kosten van gebruik die doorberekend moeten worden
    is het echt wel zinvol om dure specialisten als administratieve medewerkers te gebruiken terwijl secretariaten 'wegbezuinigd' worden
    "

  • J.A. Borgstein, arts 25-02-2016 01:00

    "hoe is het mogelijk dat de universitaire centra zich door arbitrair verzekeringsbeleid failliet laten draaien - wie doet de onderhandelingen?

    nederland veranderd op deze manier in een grote HMO"

  • algra, zelfstandig bedrijfsarts - adviseur- blogger, rotterdam 24-02-2016 01:00

    "Intrigerend interview met Wouter Bos. Mooi werk van Medisch Contact !

    Let op de interessante kleine tussenzinnetjes en fraaie inkijkjes, die her en der verspreid voor het oprapen liggen. Spanningsvelden te over namelijk - blijkt.

    Bijvoorbeeld:
    1.Wat te denken van de ( louter ?) bestuurlijke fusie tussen het VUmc en AMC, ten behoeve van een hogere internationale wetenschappelijke ranking, terwijl aan de andere kant de laagcomplexe - hoogvolume zorg en dus cash cow moet worden afgebouwd ?

    2. Kun je twee supertankers (VUmc: 6846 fte) en AMC ( 6843 fte) wel effectief aansturen en in control houden ? Ik denk even aan het actuele probleem bij de afdeling KNO van het AMC. Of is dat hoogmoed ?

    3. En om het overzichtelijk te houden: ik begrijp dat naast de fusie tussen VUmc en AMC tegelijkertijd de samenwerking met aanpalende ziekenhuis Amstelland opgeschaald.

    4. en inderdaad: wat te denken van het maatschappelijke debat over de ontwikkeling van de dure kanker medicijnen. Het debat staat nog zijn kinderschoenen en financieel gezien is veel onduidelijk, maar aan de andere kant ook core business voor UMC en dus...

    5. het VUmc heeft blijkbaar nog genoeg lucht over om tegelijkertijd ook een nieuw EPD( EPIC) in het leven roepen, waarbij de administratieve werkzaamheden naar beneden(werkvloer) wordt gedecentraliseerd.

    Tjakka, boyz, we gaan ervoor ! hoor je Bos denken. Maar ja: dat zeiden ze bij het UWV, de Belastingdienst en de Politie ook .

    Ham vraag die bij mij na lezing achterblijft is: hoeveel spanningsvelden kun je tegelijkertijd 'handelen' ?

    Ik wens iedereen in 020 heel veel succes en sterkte toe - vanuit 010 en ik weet het : met Feyenoord gaat het niet goed - op dit moment.

    Alles zal reg kom - dat moet wel het devies van Bos/Levi zijn. Kan niet anders.

    Dolf Algra - MC blogger
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.