Inloggen
Laatste nieuws
H.F. Croonen
8 minuten leestijd
E-health

Vind collega’s op LinkedIn

Plaats een reactie

Een uitgebreid profiel levert goede contacten op

Was netwerken vroeger vooral iets van congressen, cocktailparty’s en de Rotary, tegenwoordig kun je ‘connecten’ via internet. Bijvoorbeeld met LinkedIn, waarmee je eenvoudig contacten legt met collega’s.
Onder artsen is de animo echter nog niet groot.

Veel samenwerking vloeit voort uit netwerken. Er zijn doctors only-netwerken zoals Sermo, maar ook via algemene sociale netwerken zijn veel collega’s te vinden. LinkedIn kent meer dan 60 miljoen gebruikers. Nederlanders zijn met anderhalf miljoen gebruikers relatief actief. Twee derde van alle hogeropgeleiden heeft een profiel op deze website. Reden voor LinkedIn om afgelopen januari een kantoor te openen bij Schiphol en cursussen aan te bieden. Ook dokters ‘linken’. Wereldwijd hebben meer dan 230.000 mensen MD in hun titel staan. En hoewel deze afkorting een enkele keer niet staat voor medical doctor, maar voor managing director, zijn er op deze manier toch veel vakgenoten te vinden. In een persoonlijk profiel staan curriculum vitae, geneeskundefaculteit, opleidingsplek en werkervaring. Ook is er meestal een foto van de persoon in kwestie te zien. De, veelal professionele, contacten die in al die jaren zijn opgedaan, staan onder connecties, die soms weer zijn ondergebracht in groepen.

Digibeet
Aardig, maar wat heb je aan een netwerk als LinkedIn in werk en leven? Veel, zegt Oscar Jansen, radioloog bij de Ommelander Ziekenhuis Groep. Met meer dan honderd connecties is hij een enthousiast LinkedIn-gebruiker. Op zijn webfoto kijkt hij op van twee computerschermen met scans. Interventieradiologie is een van zijn specialiteiten, en hij is lid van meer dan vijftien groepen, zoals de internationale groep ‘Radiology’, waar hij zijn buitenlandse collega’s vindt. ‘Nieuwsberichten uit Amerika komen via deze groep sneller binnen dan via de geëigende kanalen, vooral het nieuws over technische ontwikkelingen. Tegenwoordig krijg je een canon aan informatie op je af en het is lastig om specifiek interessante informatie eruit te halen. Een LinkedIn-groep op interessegebied helpt daarbij’, aldus Jansen.

De beroepsvereniging van Nederlandse radiologen heeft ook een groep op de website, maar met twee deelnemers loopt het nog niet storm. ‘Een groot deel van mijn netwerk in de medische wereld zit nog niet op LinkedIn, dat is jammer’, vindt Jansen. ‘Veel dokters zijn digibeet en weten niet wat LinkedIn is. In de ondernemerswereld is de website veel bekender.’

Interessante discussies
Ondernemers en bestuurders in de zorg wisselen veel informatie uit in groepen als ‘Zorg bestuurders & management platform’ met meer dan duizend leden, of ‘Ondernemen in de zorg’ met bijna vierduizend leden. Zo zijn er nog vele. Jansen: ‘Na de val van het kabinet waren daar bijvoorbeeld interessante discussies over marktwerking in de zorg.’

Herkenbaar, vindt Hans van der Slikke, gynaecoloog in het VU medisch centrum en in het bezit van meer dan 170 connecties. Ook hij vindt vooral zijn zakelijke, bestuurlijke en ICT-netwerk via LinkedIn. Medisch-inhoudelijke contacten, zoals op zijn aandachtsgebied de menopauze, komt hij tegen op andere websites, waaronder www.obgyn.net, een professionele site voor gynaecologen, en de website van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Bij de oprichting van beide websites is hij zelf betrokken geweest. Voor Van der Slikke is LinkedIn niet het netwerk waar hij concreet veel aan heeft gehad, maar de website biedt wel overzicht van contacten, die daarmee warm worden gehouden. Internet an sich heeft wel enorm veel betekend voor het vak, volgens de gynaecoloog. ‘Het directe contact met vakgenoten van over de hele wereld was vooral in de begintijd een openbaring. Via www.obgyn.net kreeg ik ineens contact met mensen die in Afrika of Azië werkten. Een groep vakgenoten uit Indonesië heeft mij zelfs uitgenodigd voor een keynote lecture over internet op Bali. Zonder netwerk was dat nooit gebeurd.’

Internet heeft verder voor actievere netwerken gezorgd op het wetenschappelijke vlak. Waar twintig jaar geleden nog samenvattingen van nieuwe publicaties werden opgezocht in de maandelijkse uitgave Index Medicus en opgevraagd met een postkaartje, staat nu alles direct online. ‘Met e-mail kom je snel in contact met de auteurs van een interessante publicatie en voeg je ze toe aan je netwerk op dat gebied, aldus Van der Slikke.

Tweede netwerk
‘Bij netwerken moet je niet direct iets verwachten van mensen. Het gaat om het opbouwen van relaties. Daarin verschilt netwerken via LinkedIn niet van netwerken in het echte leven, waar je ook niet iemand op een receptie overvalt met een opdracht.’ Aan het woord is Jan Vermeiren, de Vlaamse networkingcoach en auteur van de bestseller Hoe LinkedIn nu ECHT gebruiken, in een filmpje op Frankwatching.nl met tien tips. ‘Met LinkedIn kun je daartoe actief zoeken in de netwerken van je eigen
connecties’, aldus Vermeiren. ‘Veel mensen blijven hangen in hun eigen netwerk, maar de echte kracht van LinkedIn zit in de tweede graad. Je eigen netwerk is een opstapje naar dat tweede netwerk.’

Het secundaire netwerk heeft nog niet veel betekend voor de gynaecoloog of de radioloog. ‘In de zakelijke wereld is het gebruikelijk om op die manier met iemand in contact te komen, maar in de dokterswereld is dat niet de cultuur’, zegt radioloog Jansen. Als een connectie een interessant contact heeft, bijvoorbeeld een professor radiologie die een praatje zou kunnen geven op een symposium, benadert Jansen hem liever direct per telefoon of persoonlijk op een congres. Wel heeft hij met de suggesties van de zoekmachine van LinkedIn interessante contacten opgedaan. Hij vond er bijvoorbeeld een aantal andere interventieradiologen, werkzaam in het noorden van het land. Jansen: ‘Wij werken samen en communiceren nu via e-mail. Zeker met uitbreiding van het netwerk is LinkedIn een goed medium om iedereen in de groep up to date te houden.’

Reünie
Niet alleen voor vakinhoudelijke netwerken, ook voor belangenbehartiging kan LinkedIn een platform zijn. Jansen richtte bijvoorbeeld de groep ‘Vrijgevestigden’ op. ‘Zeker nu is het goed om je te verenigen, met de kortingen die ons om de oren vliegen, de dreiging van grotere zeggenschap van de raad van bestuur door het nemen van medisch specialisten in loondienst. De Orde doet goed werk, maar is geen platform voor discussie of informatie-uitwisseling voor vrijgevestigden, zoals dat wel kan bij LinkedIn.’

De Vlaamse Vermeiren adviseert om duidelijk het specialisme in te vullen en alle bezochte scholen en werkplekken, zodat de zoekmachine van LinkedIn ze goed kan combineren voor het vinden van nieuwe contacten. De website kan verder ook een specifieke zoektocht bewaren, wekelijks opnieuw doen en mailen, bijvoorbeeld naar huisartsen in het eigen district.

Zelfs op het persoonlijke vlak kan LinkedIn iets opleveren, bijvoorbeeld door vorige werkplekken of scholen in te vullen. Zodoende heeft Jansen in juni een reünie met kamergenoten uit zijn diensttijd bij de Koninklijke Militaire Academie. Ook in de kleine groep ‘Arts en vliegtuig’ heeft Jansen twee andere artsen gevonden die een pilotenbrevet hebben. ‘Mijn pilotenambitie is al een heel oude. Ik had bij de KMA gesolliciteerd voor jachtvlieger, maar was net te lang. Later is het toch gelukt om piloot te worden.’

Patiëntgegevens
De groepen van LinkedIn zijn alleen toegankelijk voor leden, waarmee ze een veilige omgeving vormen voor uitwisseling van informatie. LinkedIn voldoet echter niet aan de normen voor het uitwisselen van patiëntgegevens, zegt de radioloog. Toch worden geanonimiseerde casussen binnen de radiologengroepen wel besproken. Ook worden foto’s en scans geüpload via WebPack, in geanonimiseerde vorm. De behoefte om landelijk foto’s uit te wisselen leeft onder radiologen, maar de systemen kunnen nog niet ‘met elkaar praten’. In afwachting van het landelijk EPD, bieden sociale netwerken als deze een platform, aldus Jansen.

Bescherming van online gegevens mag dan belangrijk zijn voor de privacy, de trend op het nieuwe internet is juist open toegang tot alle informatie voor iedereen. Waar groepsdiscussies bij LinkedIn en de Amerikaanse artsencommunity Sermo achter slot staan voor niet-leden, zijn er steeds meer patiëntencommunity’s waar alles juist gedeeld wordt. Op het patiëntennetwerk www.sugarstats.com delen mensen met diabetes bijvoorbeeld hun bloedsuikerwaarden en discussiëren erover. Het is het mooiste als dokters samen met patiënten netwerken vormen op internet, vindt Onno van Rijen, senior adviseur bij de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ). Hij was een van de auteurs van het rapport Gezondheid 2.0, waarin de RVZ adviseert om gebruik van het interactieve internet te stimuleren voor zorgbieders en zorggebruikers. Bij netwerken van artsen en patiënten kunnen artsen informatie op waarde schatten en hun professionele kanalen inzetten voor informatie. Patiënten hebben de ervaring. Die combinatie leidt tot nieuwe informatie, waar beide partijen veel aan hebben. Van Rijen noemt de bekende voorbeelden: de digitale ivf-poli van gynaecoloog Jan Kremer, het Parkinson Centrum Nijmegen van neuroloog Bas Bloem en www.dieetinzicht.nl van nefroloog Paul van der Boog. Een gezamenlijk netwerk op internet kan heel goed in de vorm van een wiki, een online encyclopedie waar bezoekers informatie aanvullen.

IJzeren geheugen
Ook LinkedIn heeft groepen waar dokters en patiënten elkaar vinden in een netwerk en kunnen discussiëren. De groep ‘Ik draag Pink Ribbon Nederland een warm hart toe’ heeft meer dan 250 leden, onder wie ook artsen. Ook zijn talrijke groepen ontstaan naar aanleiding van een gebeurtenis, zoals ‘Opgeven is geen optie’, een groep van mensen die de Alpe d’Huez beklimmen, om de strijd tegen kanker te sponsoren. Inhoudelijk zijn er ook groepen naar aanleiding van congressen. Uit een eenmalig congres kan zo een blijvend netwerk ontstaan.

De risico’s van open netwerken op internet gaan verder dan de privacy van de patiënt; adviezen of vragen van een arts naar aanleiding van een casus kunnen wellicht tot aansprakelijkheidsclaims leiden. Van Rijen denkt dat het wel mee zal vallen: ‘Meestal wordt een nieuwe casus anoniem gepresenteerd, waarbij een arts voor vragen staat en anderen vraagt om mee te kijken. Daaruit kan moeilijk een aansprakelijkheidsclaim volgen.’

Verder blijft een domme of foute opmerking in een netwerk altijd staan, want internet heeft een ijzeren geheugen. Alles bij elkaar voor veel artsen reden om wat terughoudend te zijn. Het is een kwestie van cultuur, denkt Van Rijen. Artsen moeten ervan overtuigd zijn dat ze in enigerlei vorm baat hebben bij het gebruik van de nieuwe media. Maar de toekomst zal verandering brengen. Geneeskundestudentencommunity’s als die van Anno73, een bedrijfje van drie artsen met websites voor geneeskundestudenten, coassistenten en aios, worden druk bezocht. Ook op Hyves en de website van Arts in Spe vinden geneeskundestudenten en jonge artsen elkaar. Voor Van Rijen is het duidelijk: ‘De nieuwe generatie dokters zal zich meer profileren op internet.’

Heleen Croonen

Correspondentieadres: redactie@medischcontact.nl


Een beter netwerk via LinkedIn in drie stappen

  1. Maak een profiel aan. Vul het cv zo compleet mogelijk in; daarmee kan de zoekmachine goede voorstellen doen voor contacten. Gebruik een zakelijke foto.
  2. Zoek op namen van huidige en vorige werkplekken en nodig contacten uit. De zoekterm ‘MD’ levert veel collega’s op. Gebruik niet de standaard (Engelstalige) uitnodiging, maar maak het persoonlijk.
  3. Neus vervolgens uitgebreid in de contacten van deze collega’s. Wie zou interessant kunnen zijn? Klikken op de knop ‘Get introduced through a
    connection’ is niet de gouden weg, volgens Vermeiren. Bel de collega en vraag of hij het contact wil leggen per e-mail.

Voor gevorderden:
Deel Powerpoint-presentaties via Slideshare; dat zorgt ervoor dat Google het profiel veel beter vindt. Probeer verder aanbevelingen te krijgen van oud-collega’s of patiënten.

Interessante websites:

Het LinkedIn-profiel van radioloog Oscar Jansen

Het LinkedIn-profiel van gynaecoloog Hans van der Slikke

De website van Jan Vermeiren, met verwijzing naar cursussen, zijn boek en interviews met netwerktips

Het aangehaalde filmpje met LinkedIn-tips

De tips van auteur Jan Vermeiren

Een artikel uit 2008 over internetcommunity’s, speciaal gericht op dokters. Met onder meer een interview met de artsen achter websites als co-assistent.nl.

Het rapport van de RVZ Gezond 2.0

Artikel in de Volkskrant over de opening van het LinkedIn-kantoor in Nederland

‘Veel dokters zijn digibeet’. Beeld: Studio Ping
‘Veel dokters zijn digibeet’. Beeld: Studio Ping
<strong>PDF van dit artikel</strong>
E-health
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.