Inloggen
Laatste nieuws
Lieke de Kwant
5 minuten leestijd
Achter het nieuws

Onzekerheid voor bedrijfsartsen duurt voort

2 reacties

ACHTER HET NIEUWS

Ruim een jaar hebben werkgeversorganisaties en vakbonden in de Sociaal-Economische Raad (SER) onderhandeld over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. Een concreet en unaniem advies heeft dat niet opgeleverd, dus het kan nog steeds alle kanten op.

Dat het er stroef aan toe ging in de SER-commissie Toekomst arbeidsgerelateerde zorg (zie kader), was geen geheim. Een in februari uitgelekt plan maakte duidelijk dat de partijen lijnrecht tegenover elkaar stonden. De vakcentrales schetsten in die notitie namelijk een rigoureus andere opzet van de zorg voor werkenden, waarin de bedrijfsarts in de huidige vorm ontbrak. Verzuimbegeleiding en preventie werden uit elkaar getrokken en werkgevers kregen minder regie. Werkgeversorganisaties zouden daar nooit hun handtekening onder zetten, zoveel was toen al duidelijk. En de beoogde publicatiedatum van 1 maart werd dan ook bij lange na niet gehaald.

Het advies dat er nu uiteindelijk ligt, laat zien dat de sociale partners in het laatste halfjaar wel iets nader tot elkaar zijn gekomen. Het uitgelekte plan is van tafel; verzuimbegeleiding en preventie blijven in deze toekomstvisie in één hand, namelijk die van de bedrijfsarts. Over de gewenste, globale einddoelen zijn de partijen het ook eens: betere toegang voor zzp’ers en flexwerkers, hogere kwaliteit, meer aandacht voor de factor werk in de reguliere zorg en betere arbocuratieve samenwerking, betere signalering van beroepsziekten, het waarborgen van de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts en een ondersteunende kennisinfrastructuur. Tevens vinden zowel vakbonden als werkgevers dat arbeidsgerelateerde zorg straks op drie manieren kan worden geboden: door interne arbodiensten, in sectorale, branchegeorganiseerde of regionale arbo-organisaties en in de eerste lijn (met name voor zzp’ers en flexwerkers).

Verschillende routes
Over de route naar deze toekomstvisie verschillen echter de meningen diepgrondig. De werkgeversorganisaties wijzen erop dat het ziekteverzuim sinds de invoering van de marktwerking in de arbodienstverlening flink is gedaald. Ze zien daarin reden om vast te houden aan de huidige situatie, waarbij de werkgever de regie heeft en in samenspraak met de ondernemingsraad een bedrijfsarts of arbodienst in de arm neemt. Schendingen van de privacy van werknemers zien de werkgevers als incidenten, en de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts wordt al voldoende gewaarborgd door de BIG-registratie, professionele richtlijnen en het tuchtrecht.

De vakcentrales zijn het hier niet mee eens. Ze willen dat werknemers meer te zeggen krijgen over hun eigen zorg en terechtkunnen bij een bedrijfsarts ‘in wie zij vertrouwen hebben’. Dat laatste kan volgens de bonden alleen als die arts niet rechtstreeks door de eigen werkgever wordt betaald. Omdat de kosten voor de Zorgverzekeringswet niet mogen stijgen van het kabinet, moeten de werkgevers de bedrijfsgezondheidszorg wel blijven bekostigen, maar dan indirect. Verder willen de bonden wettelijk vastleggen dat bedrijven moeten investeren in preventie en de bedrijfsarts toegang moeten geven tot de werkplek.

Teleurgesteld
De kritische bedrijfsarts Dolf Algra van platform Terug naar de Bedoeling noemt het advies in zijn blog op Medisch Contact.nl ‘een brevet van onvermogen van de polder’. ‘Er is meer dan een jaar aan gewerkt en het eindresultaat is niet meer dan een rammelend houtje-touwtjestuk zonder eenduidige keuzes én zonder financiële verantwoording.’

Ook directeur Petra van de Goorbergh van OVAL, brancheorganisatie van arbodiensten, is teleurgesteld dat er geen unaniem en goed uitgewerkt plan ligt. ‘Het is jammer dat de SER hier een jaar over heeft gedaan en dat er nu nog steeds geen concrete oplossingen worden geboden voor de knelpunten waar we dagelijks mee te maken hebben.’ Ze vindt het vooral zorgelijk dat een deel van de SER vasthoudt aan een in haar ogen onnodige stelselwijziging. ‘Een deel van de raad wil alles omgooien, ook wat nu goed is, en daarna pas de acute problemen oplossen. Terwijl we daar concrete aanbevelingen voor hadden gedaan, zoals minimum-eisen aan contracten en aanbieders, en de mogelijkheid voor werknemers om een second opinion te vragen. Die dingen worden wel in het advies genoemd, maar terloops en vrijblijvend.’

Voorzitter Jurriaan Penders van bedrijfsartsenvereniging NVAB is positiever. ‘De SER omarmt oplossingen voor enkele knelpunten waar wij al jaren op wijzen, zoals een opleidingsfonds voor bedrijfsgeneeskunde, een minimumcontract voor arbozorg, een verplicht arbeidsomstandighedenspreekuur en een vangnet voor zzp’ers en flexwerkers. Door de steun van de SER ontstaat daar nu hopelijk politiek draagvlak voor.’

Hij deelt wel de zorg van Van de Goorbergh dat de noodzaak voor een stelselwijziging in de visie van de bonden veel nadruk krijgt. ‘De NVAB heeft geen voorkeur voor een bepaalde financieringsvorm en we denken dat de ervaren problemen ook opgelost kunnen worden binnen het huidige geprivatiseerde stelsel, met behoud van het positieve effect, namelijk minder verzuim. Bij elke financieringsvorm kunnen er dingen misgaan; het gaat erom dat je met goede randvoorwaarden de kwaliteit en onafhankelijkheid waarborgt. In die zin is het jammer dat er niets in het advies staat over het gebrek aan controle in het huidige stelsel, over de teruggedrongen rol van de arbeidsinspectie, waar nauwelijks meer artsen werken.’

Terug naar de politiek

Bespreking van het conceptadvies in de openbare SER-vergadering (zie kader) zal waarschijnlijk geen grote veranderingen meer met zich meebrengen. Dat betekent dat de ministers Schippers en Asscher straks een verdeeld advies krijgen voorgelegd. Dat maakt het lastig te voorspellen wat ze gaan doen. De stemmen van de kroonleden leggen doorgaans wel gewicht in de schaal, aldus een SER-woordvoerster, en ingewijden voorspellen dat die in meerderheid de bonden zullen volgen. Aan de andere kant betekent de visie van de bonden een breuk met het marktdenken in de zorg, en het lijkt weer onwaarschijnlijk dat minister Schippers daaraan wil meewerken.

Hoe dan ook heeft de SER de facto zijn kans verspeeld om duidelijk sturing aan het overheidsbeleid te geven, aangezien de ministers met deze lappendeken aan meningen nog alle kanten op kunnen. Zoals Dolf Algra het in zijn blog formuleert: ‘Minister Asscher kan tevreden zijn: dit verdeelde advies biedt alle beleidsruimte die hij nodig acht. Desgewenst kan hij het zo in het ronde archief schuiven.’

Hoe zit het ook alweer met dat SER-advies?

Minister Asscher van Sociale Zaken en minister Schippers van Volksgezondheid hebben de Sociaal-Economische Raad (SER) vorig jaar juli om advies gevraagd over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. Het huidige stelsel is niet afgestemd op de groeiende groep zzp’ers en flexwerkers.

Het vorige week verschenen conceptadvies is opgesteld door de 23-koppige commissie Toekomst Arbeidsgerelateerde zorg, bestaande uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties, aangevuld met onafhankelijke kroon-leden (onder wie twee artsen). De bedrijfsgeneeskundige sector zelf is vooraf geconsulteerd, maar was niet direct vertegenwoordigd.

Tijdens een openbare vergadering op vrijdag 19 september stemt de voltallige Sociaal-Economische Raad over de twee in het advies opgenomen visies. De stemverklaringen van werkgevers, werknemers en kroonleden worden opgenomen in het definitieve advies aan de aanvragende ministers.

Lieke de Kwant

l.de.kwant@medischcontact.nl

@LiekedeKwant

© HH/Piet den Blanken
© HH/Piet den Blanken
<b>Download dit artsikel als PDF</b>
Achter het nieuws
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.