Inloggen
Laatste nieuws
5 minuten leestijd
Federatienieuws

KNMG: In gesprek met Els Borst, Jan van Gijn en Jan Keppel Hesselink

Plaats een reactie

Vooruitblik discussiebijeenkomst over alternatieve geneeswijzen op 29 november in Domus Medica



De meningen over het standpunt van de KNMG over alternatieve en complementaire geneeswijzen lopen onder artsen sterk uiteen. Sommigen vinden de KNMG veel te lankmoedig, anderen prijzen het genuanceerde standpunt.



Na een discussie hierover in de brievenrubriek van Medisch Contact stelt de KNMG het standpunt over alternatieve geneeswijzen ter discussie tijdens een bijeenkomst op 29 november.



Naast hoogleraar ethiek Dick Willems, en Ines von Rosenstiel, hoofd kindergeneeskunde Slotervaart Ziekenhuis, spreken oud-minister Els Borst, emeritus hoogleraar neurologie Jan van Gijn en Jan Keppel Hesselink, voorzitter van de stichting IOCOB (Innovatief onderzoek en onderwijs van complementaire behandelwijzen). Een voorbeschouwing op het debat.



Artsen moeten alternatieve geneeswijzen afwijzen



Oud-minister Els Borst ferm: 'Ik ben het grotendeels oneens met het standpunt van de KNMG. De eerste fout is te stellen dat alleen artsen alternatieve geneeswijzen mogen toepassen. Artsen moeten die methoden juist afwijzen. Medisch handelen is gebaseerd op een universitaire, wetenschappelijke opleiding, waarna de arts de ontwikkelingen bijhoudt. Hij baseert zijn handelen vervolgens op die kennis en op zijn ervaringen. De afronding van een geneeskunde-opleiding schept verwachtingen bij pati‘nten en publiek.


Artsen die de complementaire geneeskunde op het universitaire schild heffen, geven de indruk dat die methoden ook een wetenschappelijke basis hebben. Dat is niet het geval en dus misleidend. Van de alternatieve methoden - even los van de behandelaar -  is overtuigend aangetoond dat die niet werkzaam zijn, sterker nog: ze zijn onwerkzaam. Er is geen verschil tussen homeopathie en een placebo. 

Geen antwoord op kanker


'Soms voelen patiënten zich beter na een alternatieve behandeling, of zijn de klachten verminderd. Wij hebben daarover binnen de Gezondheidsraad de conclusie getrokken dat het dan om aandoeningen gaat die op den duur óók zouden verdwijnen, die men zelf kan beïnvloeden en waar psychologische steun werkzaam is, evenals een overtuigende en goed communicerende arts.1 Daar kan zeker helende werking van uitgaan. Maar dan is de behandelaar zelf het werkzame geneesmiddel. Met hokus pokus begeef je je op riskant terrein, zeker als het om kanker gaat: daar heeft de alternatieve geneeswijze geen antwoord op,' aldus Borst.



Zij vervolgt: 'Tweede probleem in het KNMG-standpunt vind ik dat het tegen de wet indruist, want iederéén mag complementaire geneeswijzen toepassen. Alleen de voorbehouden handelingen zijn het terrein van de arts. Dus zou de wet moeten worden gewijzigd als alleen artsen die complementaire geneeswijzen zouden mogen toepassen. Een andere consequentie zou dan moeten zijn dat die geneeswijzen ook in het curriculum van de universitaire opleiding zouden moeten worden opgenomen. Op beide punten is het standpunt  onvolledig, want deze consequenties worden niet getrokken.'



Kruidenvrouwtje en piskijker


'Eerst reguliere diagnostiek en therapie inzetten. Dat punt is wél goed weergegeven in het KNMG-standpunt. Spiegel je aan oud-professor Piet Muntendam (ooit huisarts) die tolerant opmerkte: 'Wat je ook hebt, je komt eerst bij mij, daarna bezoek je maar het kruidenvrouwtje en de piskijker!'



Borst concludeert: Ôñf je moet de wet aanpassen en artsen ook opleiden in complementaire geneeswijzen, òf, zoals ik liever zou zien, artsen onthouden zich van alternatieve geneeswijzen, van onprofessioneel handelen. En natuurlijk is niet alle medisch handelen evidence-based, ook de ervaring die een arts inbrengt, is belangrijk. Een kookboek volg je ook niet letterlijk, je geeft je eigen smaak aan recepten. Maar in principe heeft de reguliere geneeskunde een wetenschappelijke basis en die ontbreekt volledig bij de alternatieve behandelmethoden. 



Referentie


1. Mevrouw Borst was voorzitter van de Commissie Alternatieve behandelwijzen van de Gezondheidsraad die in 1993 het advies 'Alternatieve behandelwijzen en Wetenschappelijk Onderzoek' uitbracht.



Reguliere geneeskunde slijpt bij


'Het KNMG standpunt is te liberaal', aldus emeritus hoogleraar neurologie Jan van Gijn. Hij sluit daarbij aan bij het standpunt van Els Borst. 'Natuurlijk werken artsen ook niet evidence-based, maar dat betekent nog niet dat ze overstappen op een onwetenschappelijke methode als de reguliere geneeskunde tekortschiet. Tovervrouwtjes mogen dan bestaan, maar artsen behoren geen complementaire geneeswijzen uit te oefenen. De reguliere geneeskunde moet antwoorden vinden via wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld trials. Er wordt wel eens gezegd dat alternatieve geneeswijzen geschikt zijn voor mensen die niet ziek zijn, maar ook daar ben ik het niet mee eens. Mensen gaan nu eenmaal naar een arts omdat ze zich ziek voelen, en het is de taak van de medische wetenschap om die klachten te leren begrijpen.'



Eiland in zee van onwetendheid


Van Gijn: 'En natuurlijk weten we nog niet alles, onze kennis is een eilandje in een zee van onwetendheid. Er valt nog minstens 90 procent te ontdekken. Een wetenschappelijk vak hoort echter wetenschappelijk te onderzoeken en niet over te schakelen op theorie‘n die niet wijzigen. Wetenschap verandert voortdurend en is vernieuwend. Wetenschap wordt gedreven door twijfel, door experimenten die bewijzen voortbrengen. Complementaire geneeswijzen gaan uit van een theorie. De homeopathie bijvoorbeeld is in al die jaren niet gewijzigd. Dat is pas conservatief.'



Bijslijpen, steeds beter


'De reguliere geneeskunde heeft zich ook ontelbare keren vergist, maar die slijpt bij en wordt steeds beter. In de complementaire geneeskunde komen trials maar moeilijk van de grond, de harde bewijzen ontbreken,' besluit Van Gijn.



Effect = kwaliteit x acceptatie


Jan Keppel Hesselink is arts en voorzitter van de stichting IOCOB, Stichting voor Innovatief onderzoek en onderwijs van complementaire behandelwijzen. De stichting krijgt dagelijks vele vragen van artsen en paramedici over de werking en mogelijkheden van complementaire behandelwijzen. Ook heeft de stichting een uitgebreide visie over een toekomstig KNMG standpunt op haar website (

www.iocob.nl

) gepublicerd.



'Onze werkzaamheden vallen uiteen in drie onderdelen', aldus Keppel Hesselink. 'We verstrekken informatie aan artsen en mensen in het veld, daarnaast lichten we toe wat een complementaire interventie inhoudt en of het zinvol is die toe te passen. Tot slot ontwikkelen we onderzoeksprojecten op dit gebied en bieden scholing aan.'



'Belangrijk is dat we beseffen en weten wat er tegenwoordig omgaat in de geneeskunde, en dat is zoveel meer dan de reguliere geneeskunde. Steeds herhalen dat homeopathie niet kan werken, helpt niet. Er zijn wel 500 complementaire behandelwijzen, waarvan de acupunctuur, manuele therapie en hypnotherapie eigenlijk al regulier zijn geworden. We spreken dan ook liever van mainstream en (nog) niet-mainstream behandelvormen, in navolging van de Amerikanen', legt Keppel Hesselink uit.  



Zonder hokjesdenken


Het standpunt van de KNMG zou zich moeten richten op de definitie: effect = kwaliteit x acceptatie. Als de kwaliteit van de interventie goed is en de acceptatie door de pati‘nt groot, dan bereik je het maximale effect. Artsen zijn bij uitstek geschikt om kwaliteit te bieden, pati‘nten staan op hun beurt sterk open voor complementaire behandelingen,' aldus Keppel Hesselink.''


De arts moet coach leren zijn en patiënten begeleiden bij die behandelvormen, die het geschikste zijn voor de pati‘nt, regulier en niet-regulier. Dit moeten de principes zijn waarop we de visie ontwikkelen over de verhouding tussen alternatief en regulier. Een synthese dus, zonder hokjesdenken. Putten uit het beste wat er is. Wijsheid is om een KNMG-standpunt te formuleren op basis van een gemeenschappelijke visie over hoe de gezondheidszorg er in de 21ste eeuw uit kan zien.'



Freeze-situatie


En waar komt de weerstand vandaan? Keppel Hesselink licht toe: 'Nederland is star, de antilobby is sterk. Er is grote polarisatie opgetreden na de zaak-Millecam. We zitten in een soort freeze-situatie. Kijk maar naar de Verenigde Staten, naar Engeland of Duitsland: De American Medical Association heeft aangegeven dat ze "support the incorporation of complementary and alternative medicine (CAM) in medical education as well as continuing medical education curricula, covering CAM's benefits, risks, and efficacy. In de VS integreren ze de complementaire geneeskunde dus ook in de opleiding. Wat dat betreft loopt Nederland hopeloos achter.'



'De uitdaging is die bevroren situatie te doorbreken', besluit Keppel Hesslink. 'We blijven objectieve informatie communiceren, nieuwe studies publiceren, collega's aan alle universiteiten informeren en bekendheid verwerven, onder meer door onze standpunten te verduidelijken in de pers en op discussiebijeenkomsten, zoals de KNMG die nu organiseert'. 



Saskia van der Ree,


communicatieadviseur KNMG



Geef u nu op voor de discussiebijeenkomst Alternatieve geneeswijzen op 29 november via

www.knmg.nl/symposia

. Voor vragen mailt u met het KNMG congresbureau:

congresbureau@fed.knmg.nl

.

Federatienieuws KNMG kanker neurologie alternatieve & complementaire zorg
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.