Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Marian Hoekstra
10 maart 2011 3 minuten leestijd
Federatienieuws

Ervaring met patiënten die bewust stoppen met eten en drinken?

Plaats een reactie

Heeft een gewetensbezwaarde arts een verwijsplicht bij euthanasie? Wat is de rol van de arts als een patiënt wil stoppen met eten en drinken? Mag een arts dan overgaan tot palliatieve sedatie? Wat zijn de grenzen van de euthanasiewet en wat zijn de eigen grenzen van artsen?

Bij de districtsdebatten over het KNMG conceptstandpunt ‘Rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde’ is over bovenstaande vragen gediscussieerd. Een vruchtbaar debat, zo bleek. In april en mei volgen nog twee debatten.

Eind februari gingen beleidsmedewerkers naar de KNMG-districten Groningen en Arnhem om met de achterban in discussie te gaan over het conceptstandpunt de ‘Rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde’. In dit standpunt gaat de KNMG in op de rol, verantwoordelijkheden, mogelijkheden en begrenzing van de arts bij het zelfgekozen levenseinde. De bijeenkomsten in samenwerking met de KNMG-districten trokken rond de 120 artsen.

Discussiepunten
Het debat startte met een presentatie van beleidsadviseur Eric van Wijlick over de inhoud van het KNMG-conceptstandpunt. Vervolgens werd gediscussieerd onder leiding van Gert van Dijk, ethicus bij de KNMG. Hieronder een aantal punten dat tijdens de discussie aan de orde kwam:

  • Lijden zonder enige medische grondslag valt buiten de euthanasiewet. Een patiënt die niet in aanmerking komt voor euthanasie kan een behandelverbod opstellen, maar ook bewust stoppen met eten en drinken. Artsen mogen patiënten op deze mogelijkheden wijzen.
  • Als een patiënt ervoor kiest te stoppen met eten en drinken, dan hebben artsen de plicht tijdens dat proces goede palliatieve zorg te verlenen, ook als ze het niet eens zijn met het besluit van de patiënt. De artsen die ervaring met deze methode hebben (en dat zijn er verrassend veel), geven aan dat stoppen met eten en drinken met goede palliatieve zorg een begaanbare weg is en leidt tot een waardig sterfbed, waarbij doorgaans geen sprake is van lijden.
  • Als de euthanasieprocedure gestart is en de consulent heeft geoordeeld dat er voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen, dan is de ruimte om euthanasie niet uit te voeren uitermate klein.
  • Een euthanasieverzoek is een van de zwaarste vragen die aan een arts gesteld kunnen worden. Artsen gaan dan ook niet zomaar in op een dergelijk verzoek, maar bewandelen samen met de patiënt een soms langdurig traject, dat uiteindelijk kan leiden tot euthanasie.
  • De discussie over de verwijsplicht laat zien dat daarover heel verschillend wordt gedacht. In een aantal regio’s zijn afspraken gemaakt tussen artsen die wel en artsen die niet willen ingaan op een euthanasieverzoek. In andere regio’s vindt men dat geen goed idee.
  • De ondraaglijkheid van het lijden moet altijd beoordeeld worden in het licht van de biografie en de hele context van de patiënt.
  • Ouderen met een complex aan medische en niet-medische problemen vallen veelal binnen de kaders van de euthanasiewet. Wel gaven veel artsen aan het in deze situaties moeilijk te vinden om euthanasie uit te voeren.
  • In de psychiatrie komt euthanasie weinig voor. Niet omdat het niet zou mogen, maar omdat het buitengewoon lastig is om de uitzichtloosheid van het lijden en de weloverwogenheid van het verzoek vast te stellen.

Tot slot
Door de levendige en open sfeer voelden veel aanwezigen zich uitgenodigd vragen te stellen, commentaar te leveren en casuïstiek in te brengen. Het resultaat was zowel voor de aanwezigen als voor het bureau van de KNMG erg nuttig. De inhoud van de discussies levert de KNMG dan ook duidelijke input op om het conceptstandpunt aan te passen en te verduidelijken. Er staan nog twee bijeenkomsten over het standpunt gepland op 20 april in Spaarne Amstel en op 19 mei in Amsterdam.

Meer informatie over de bijeenkomsten van 20 april en 19 mei kunt u vinden op www.knmg.nl/districten, het conceptstandpunt van de KNMG staat op www.knmg.nl/dossier/levenseinde.

Marian Hoekstra, beleidsadviseur KNMG

Correspondentie-adres: m.hoekstra@fed.knmg.nl

 

 

Federatienieuws KNMG euthanasie ouderen versterven
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.