Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Kees Das
5 minuten leestijd
Lezersverhaal

Dokter Cyaankali

Plaats een reactie

Er zijn tijden geweest dat één op de vier mensen werd vermoord, dan wel moordenaar was (Genesis 2). Moord heeft de mensen blijkbaar altijd gefascineerd. Forensisch artsen hebben uiteraard een bijzondere belangstelling voor moordzaken, maar helaas zijn er ook artsen met dubieuze reputatie in moordzaken.

De Britse huisarts Harold Shipman – alias Dr. Death – is een treurig dieptepunt. En Nederland heeft de roemruchte dokter O. Over hem schreef Hans van Straten het zeer lezenswaardige boek Moordenaarswerk (1990, Arbeiderspers).

O. studeerde in 1947 af, 31 jaar oud, vestigde zich als apotheekhoudend huisarts in Berkel-Rodenrijs en trouwde een vrouw van 25 jaar. De relatie met de schoonmoeder was van begin af aan slecht. In 1952 werd mevrouw O. opgenomen in een Rotterdams ziekenhuis omdat dokter O. een hersentumor bij haar vermoedde. Ze had last van hoofdpijn, ‘toevallen’, vermagering en haaruitval. In het ziekenhuis konden de artsen niets vinden en ze mocht weer naar huis. De neuroloog schreef kininepoeder voor, om de eetlust op te wekken.

O. vertelde iedereen dat het heel slecht met z’n vrouw ging en dat haar dagen geteld waren.  Ondertussen was hij een verhouding begonnen met het dienstmeisje, aan wie hij ook vertelde dat zij binnenkort zouden kunnen trouwen omdat z’n vrouw ongeneeslijk ziek was.

Op een avond speelden de dokter, zijn vrouw en hun  beide moeders een spelletje Halma, waarbij ‘de patiënte’ weinig leek te mankeren. Om  uur ’s avonds ging de dokter naar de keuken om het kininedrankje klaar te maken. Zijn vrouw dronk het en zei nog dat het vies smaakte. Een paar minuten later was ze bewusteloos. De dokter diende nog morfine toe tegen de krampen. De suggestie van de (schoon)moeders om het ziekenhuis te bellen, wees hij van de hand. Er was toch niets meer aan te doen.

Een collega-huisarts verrichtte de lijkschouw en vermeldde op grond van informatie van dokter O. als doodsoorzaak: hersentumor. De moeder van mevrouw O. vertrouwde de zaak echter niet en deed aangifte. Omdat de gemeentelijk lijkschouwer van de neuroloog hoorde dat van een hersentumor geen sprake was, werd een gerechtelijke sectie gelast. De kleur van de lijkvlekken deed de gerechtelijk patholoog al meteen aan een cyaankalivergiftiging denken  en dit vermoeden werd bij nader onderzoek bevestigd: in de maag werd blauwzuur gevonden. Dokter O. werd direct gearresteerd.

De huisarts bleek de dag voor het overlijden een flesje met 10 gram cyaankali te hebben besteld. Op de dag na het overlijden bemerkte de apothekersassistente dat het geleverde flesje vrijwel leeg was.

Een eenvoudige zaak, zo lijkt het. Maar dokter O. gaf zich niet zo snel gewonnen. Toen hij een jaar in de gevangenis zat, kwam zijn advocaat opeens met een brief van mevrouw O., waarin zij verklaarde zelfmoord gepleegd te hebben. Voor grafologisch onderzoek was een ander geschrift van mevrouw O. nodig, dat men aanvankelijk niet kon vinden. Niet veel later kwam de advocaat van O. met een brief die mevrouw O. enkele jaren eerder geschreven zou hebben. Het handschrift kwam heel goed overeen. Nog wat later vond de politie echter een huishoudboekje van mevrouw O. waaruit bleek dat de zelfmoordbrief vals was. In de cel van dokter O. werden kladjes van de valse brieven gevonden.

De advocaat van O., die na het brievendebacle zelf vier weken had vastgezeten, bleef zich desondanks ijverig inspannen voor zijn cliënt. Hij liet een patholoog uit Londen overkomen die claimde meer dan 70 duizend lijkschouwingen te hebben gedaan. Hij verklaarde nog nooit te hebben meegemaakt dat een arts cyaankali als ‘moordwapen’ had gebruikt, en zei dat hij het daarom erg onwaarschijnlijk vond. Hoewel een aanzienlijke hoeveelheid blauwzuur in de maag was aangetroffen, meende hij dat men zich daarop niet blind moest staren en dat er ook een andere doodsoorzaak zou kunnen zijn. Op de vraag of hij het ooit had meegemaakt dat er cyaankali was aangetroffen terwijl er een andere doodszaak werd gevonden, was het antwoord nee.

De advocaat voerde nog aan dat geen normaal man de ene dag cyaankali zou bestellen om daarmee de volgende dag iemand uit de weg te ruimen in de aanwezigheid van zijn moeder, schoonmoeder en dienstbode. Dat zou moord bij ‘open doek’ zijn en dus volstrekt onaannemelijk.

Dokter O. werd niettemin tot levenslang veroordeeld. De officier van justitie rechtvaardigde de eis met de opmerking dat dit de gruwelijkste moord was die volgens hem ooit in Nederland was gepleegd.

Opvallend was het psychiatrisch rapport, waarin stond dat er sprake was van een ‘ernstig gepsychopathiseerde persoonlijkheid van het schizoïde type’. Het motief was volgens de psychiater niet de verhouding met het dienstmeisje maar een diepe haat voor zijn schoonmoeder. Om haar te ‘straffen’ vermoordde hij haar dochter voor haar ogen.

Ook in hoger beroep werd O. tot levenslang veroordeeld. Bij die gelegenheid riep hij: ‘Het Hof heeft een onschuldige veroordeeld!’

Hiermee is de geschiedenis van dokter O. evenwel nog niet ten einde. In de gevangenis in Leeuwarden ontmoette hij een man die ook veroordeeld was wegens het vergiftigen van zijn vrouw. Op zekere dag kreeg de gevangenisdirecteur een brief van deze man waarin hij verklaarde dat hij de werkelijke moordenaar van mevrouw O. was. Hij zou een geheime relatie met de vrouw van de dokter hebben gehad en op een gegeven moment zou zij zwanger zijn geraakt. Mevrouw O. had verteld dat haar man cyaankali had besteld en ze dacht dat ze daarmee wel een abortus zou kunnen opwekken. Haar ‘geliefde’ had bedacht dat hij ‘zo mooi van haar af kon komen’, want hij vertelde haar dat ze voor een abortus veel meer cyaankali moest nemen dan ze van plan was.

Voordat de man nader ondervraagd kon worden over zijn bekentenis, gebeurde er iets zeer opzienbarends: hij werd ’s ochtends dood in z’n cel aangetroffen. Er lag een briefje naast het lijk, waarin stond dat hij een medicijn had ingenomen dat dokter O. had verstrekt. In het flesje dat in zijn cel werd aangetroffen werd cyaankali gevonden en bij de sectie (in 1958 door dokter Zeldenrust) werd ook cyaankali gevonden. Al snel kon aangetoond worden dat dokter O. de cyaankali via allerlei listen de gevangenis had binnengesmokkeld en dat hij de ‘bekentenis’ had geschreven.

Zo moest dokter O. nogmaals voor de rechter verschijnen voor een gifmoord. In 1961 werd dokter O. ten tweede male tot levenslang veroordeeld. Het psychiatrisch onderzoek werd dit keer gedaan door prof. dr. mr. Pieter Baan, die gezien de volgehouden ontkenningen geen al te stellige uitspraken wilde doen. Wel rapporteerde hij: ‘een neiging tot fantastisch aandoende verhalen’ en ‘deze man kan de meest wonderlijke en apert onjuist verhalen vertellen, zonder dat hij zelf beseft dat ze niet kloppen’.

Tot slot nog een curieus, ongeloofwaardig, maar niettemin waar detail: nadat dokter O. werd vrijgelaten, werkte hij nog jarenlang in een medisch laboratorium.

Kees Das, secretaris van het Forensisch Medisch Genootschap


Meer lezersbijdragen Misdaad in (uw) praktijk

Lezersverhalen gevangenschap
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.