Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Federatienieuws
Naomi van Esschoten
26 februari 2020 7 minuten leestijd
Federatienieuws

‘Gelukkig staat de menselijke maat steeds meer voorop’

In gesprek over de toetsingspraktijk van de RTE

Plaats een reactie

Iedere arts die euthanasie uitvoert, krijgt te maken met de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE). Apotheekhoudend huisarts Florien van Heest bewaart daar niet alleen goede herinneringen aan. Maar er is veel veranderd, merkt arts-lid van de RTE-commissie Noord-Holland Ronald van Nordennen op. Ze gaan met elkaar in gesprek, kritisch en openhartig. Over euthanasie in de praktijk, de RTE-procedure en luisteren naar je gevoel.

In de hal van de Domus Medica ontmoeten ze elkaar. Apotheekhoudend huisarts Florien van Heest houdt praktijk in Schoonoord, vlakbij het Drentse Emmen, terwijl specialist ouderengeneeskunde Ronald van Nordennen werkt in het Brabantse Roosendaal. Allebei zijn ze ook kaderarts palliatieve zorg. Van Nordennen werkt daarnaast nog als SCEN-arts en geeft onderwijs aan verpleegkundigen over palliatieve zorg. Al op weg naar een rustige ruimte voor het interview, raken ze enthousiast met elkaar in gesprek.

Van Nordennen: ‘Hoe ontstond jouw interesse in het levenseinde?’
Van Heest:
‘Al tijdens mijn studie in Rotterdam, maar het begon pas echt toen ik als huisarts werkte. In mijn privé-omgeving kreeg ik te maken met twee mensen die ongeneeslijk ziek werden. Toen realiseerde ik me: iemand overlijdt, maar leeft voort bij de betrokkenen. Voor de zieke, maar ook voor de omgeving, is de zorg in die laatste fase heel belangrijk. Voor euthanasie geldt dat nog meer: je zorgt voor een goed einde. En voor jou?’

Van Nordennen: ‘Tijdens mijn stage in een verpleeghuis kwam iemand te overlijden. Toen besefte ik dat ik daar in vijf jaar geneeskundestudie nog nooit iets over te horen had gekregen. Terwijl je iemand maar één keer goed kunt begeleiden om tot een goede dood te komen. Opereren en genezen zijn ook mooie aspecten van ons vak, maar dit laatste traject – wat wij allemaal meemaken – spreekt mij aan.’

Van Heest: ‘Dat is voor mij de kern van palliatieve zorg: je kunt betekenis geven in iemands leven.'
Van Nordennen: ‘Wat ik mooi vind, is hoe snel mensen je in vertrouwen nemen over hoe hun leven geweest is. Overigens maakt euthanasie nu zo’n 4 procent uit van alle sterftes in Nederland. Dat is niet veel, maar in het buitenland denken ze soms dat we iedereen euthanaseren. Er leven veel misverstanden.’

Florien van Heest: ‘Toen kwam het moment dat hij euthanasie wilde: morgen’

Misverstanden zijn er ook over het ‘recht’ op euthanasie. Dat bestaat niet: een patiënt kan een verzoek doen, de arts kan dat inwilligen. Maar dat is geen plicht. Toch heeft het tuchtrechtcollege onlangs een huisarts een berisping gegeven die, na een eerdere toezegging, zich niet in staat voelde om de euthanasie uit te voeren.

Van Heest: ‘Hoe kijk jij naar die casus? De huisarts was overwerkt en trok zijn toezegging voor euthanasie in. Ik heb met hem te doen. Zowel patiënt als arts heeft toch altijd het recht ervanaf zien? Ik begrijp zijn besluit wel om nu helemaal geen euthanasie meer uit te voeren. Ik denk dat door die berisping meer huisartsen dat voorbeeld gaan volgen.’

Van Nordennen: ‘Dat zou ik ontzettend zonde vinden. Want juist de huisarts heeft vaak een jarenlange band met de patiënt en diens naasten. Dat helpt ook bij het besluitvormingsproces. Het zou onwenselijk zijn als de drempel zo hoog wordt dat de huisarts daarom vaker de Levenseindekliniek moet inschakelen. Zij leren de patiënt pas veel later kennen.’

Van Heest: ‘Het doet me denken aan een patiënt met uitgezaaide kanker. Hij had altijd een euthanasiewens gehad en we besloten het wekelijks aan te kijken. Toen kwam het moment dat hij euthanasie wilde: morgen. Nog dezelfde avond kon de SCEN-arts komen en de volgende dag heb ik de euthanasie uitgevoerd. Dat kan omdat je elkaar goed kent. Andersom heb ik het ook meegemaakt: mensen die tijdens mijn vakantie zijn gestorven op een manier die ze niet hadden gewild omdat ik er niet was. Maar er zijn ook mensen bij wie ik het verzoek niet kan invoelen. Het is per persoon verschillend.’

Van Nordennen: ‘Dat bedoel ik: je loopt al zolang met mensen mee dat je heel goed naar je gevoel kunt luisteren. Ik kan me ook alle mensen herinneren bij wie ik euthanasie heb uitgevoerd. Ik zou het daarom een verschraling vinden als meer huisartsen geen euthanasie meer willen uitvoeren.’

Van Heest: ‘Toch kan ik daar wel inkomen. Het is bovendien ontzettend veel werk. Behalve de gesprekken met de patiënt moet je een SCEN-arts regelen, de gemeentelijk lijkschouwer inlichten en een uitgebreid modelverslag schrijven voor de toetsing.’

Vanuit de actualiteit komt het gesprek op de toetsingsprocedure van de RTE.

Van Nordennen: ‘Ja, het is veel werk. Maar je maakt ook iemand dood. Dus is het belangrijk dat je je toetsbaar opstelt om te kijken of de procedure zorgvuldig is doorlopen. Die procedure is overigens wel verbeterd. Tegenwoordig stuurt de RTE-commissie een ontvangstbevestiging en krijgt de arts meestal binnen zes weken een beoordeling. Als eerste bekijkt de secretaris het verslag en het meldingsformulier en maakt hij melding als het dossier vragen oproept. Daarna zet de secretaris het dossier in de digitale omgeving waar de commissie, bestaande uit een arts, jurist en ethicus, ernaar kijken. In verreweg de meeste gevallen, zo’n 80 procent, hebben wij ook geen vragen. Dan ontvangt de dokter een korte terugkoppeling dat hij het goed heeft gedaan.’

Van Heest: ‘En als er wel vragen zijn?’

Van Nordennen: ‘Alle dossiers waar wij vragen over hebben, bespreken we op de RTE-commissievergadering. In 90 tot 95 procent van alle dossiers komen we alsnog tot een de beoordeling dat er zorgvuldig is gehandeld. Een heel enkele keer houden we toch vragen. Bijvoorbeeld over de uitvoering: dan heeft de arts in bijvoorbeeld een situatie van hulp bij zelfdoding die niet goed loopt geen intraveneuze set bij zich en laat hij de patiënt alleen om die alsnog op te halen. Of het betreft gevorderde dementie of neurologische problemen waarbij iemand moeite heeft met spraak. Die dossiers bespreken we altijd. We moeten ons tenslotte ervan vergewissen of iemand wilsbekwaam was en dat het verzoek vrijwillig is gedaan.’

Van Heest: ‘Hoe zit dat bij dementie? Ik vind dat lastig: de patiënt wil wel leven, maar het gaat niet meer. En de dokter wil wel helpen, maar het gaat niet meer.’

Van Nordennen: ‘Die dossiers krijgen we de laatste tijd vaker. Dat is complex en de RTE leert daar ook in. Van belang is of er sprake is van een beginnende dementie, waarbij de patiënt nog wilsbekwaam is ten aanzien van het euthanasieverzoek. Zo nemen we bij mensen die wilsonbekwaam zijn, in de besluitvorming niet alleen een schriftelijke wilsverklaring mee, maar bijvoorbeeld ook of de familie zich herkent in de euthanasiewens. Of we krijgen video-opnames uit het verpleeghuis. Zo kunnen we zien of het verzoek vrijwillig is in de geest van de wet, en of er sprake is van ondraaglijk lijden. Ons doel is uiteindelijk niet om dokters te vervolgen, maar om te controleren of het uitgevoerde verzoek aan de wettelijke eisen voldoet.’

Ronald van Noordennen: 'Het lastige voor ons is dat we alleen een dossier op papier zien.

Toch leidt een beoordeling niet altijd tot goedkeuring.

Van Heest: ‘Als iemand niet aan de zorgvuldigheidscriteria voldoet, wat is dan de volgende stap?’

Van Nordennen: ‘Soms weten we te weinig over iemands overwegingen. Het lastige voor ons is dat we alleen een dossier op papier zien. We kennen de dokter en de patiënt niet. Dan nodigen we de arts uit voor een gesprek.’

Van Heest: ‘Dat heb ik ook meegemaakt. Geen pretje: ik wist van tevoren niet waar het over zou gaan en mocht ook niemand meenemen tot steun. Terwijl ik ontzettend zenuwachtig was. Is dat nog steeds zo?’

Van Nordennen: ‘Nee, gelukkig staat de menselijke maat steeds meer voorop. We stellen de vragen vooraf op papier en bellen de arts in kwestie ook even voor de afspraak op. Ook is het prima om iemand mee te nemen. Dat hoeft overigens geen juridische bijstand te zijn: het gesprek is echt bedoeld voor toelichting.’

Van Heest: ‘Waarom wordt de SCEN-arts niet beoordeeld?’

Van Nordennen: ‘Omdat we de uitvoerend arts toetsen. Wel kunnen we ook SCEN-artsen aanspreken als ze een slordig of onvolledig verslag aanleveren. Dat gebeurt ook in de praktijk.’

Van Heest: ‘Wat gebeurt er daarna?’

Ronald van Nordennen: ‘Van de 6500 euthanasie-uitvoeringen per jaar zijn er maar een paar die we als onzorgvuldig beoordelen’

Van Nordennen: ‘In veel gevallen komen we tot een positief besluit. Zo niet, dan leggen we de casus voor aan de andere vier RTE-commissies met de vraag of zij ook eens willen meekijken. Soms komen we dan tot een heroverweging. In andere gevallen melden we onze bevinding bij de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd en bij het Openbaar Ministerie. Maar van de 6500 euthanasie-uitvoeringen per jaar zijn die op twee handen te tellen.’

Tot slot staan Florien van Heest en Ronald van Nordennen stil bij de mens achter de dokter.

Van Heest: ‘Wat zou je vanuit de RTE willen meegeven om te voorkomen dat het komt tot een oordeel ‘onzorgvuldig’?’

Van Nordennen: ‘Luister naar je gevoel en bij twijfel: doe het niet. Verder kan het helpen om het verslag eerst aan een collega te laten lezen voordat je het instuurt.’

Van Heest: ‘Dat herken ik. Ik heb ook weleens een patiënt gehad die euthanasie wilde, maar niet terminaal ziek was. Ik kon het niet. Hij heeft later zelfmoord gepleegd. Dat zijn moeilijke kwesties. Maar je hebt zelf ook grenzen: jij moet ermee verder leven.’

Van Nordennen: ‘Een ander punt is de zorg voor jezelf. Sommige artsen plannen de euthanasie om 11 uur en starten om 13 uur alweer met een spreekuur. Je kunt het ook aan het eind van de dag doen en daarna het bos ingaan. Euthanasie uitvoeren is zwaar en heftig: maak het jezelf niet moeilijker dan het is.’

Florien van Heest: ‘Je bent tenslotte niet alleen dokter, maar ook mens’

Van Heest: ‘Ik ga ook nooit alleen, maar neem iemand mee uit de praktijk met wie de patiënt vertrouwd is. Zo ontstaan er geen panieksituaties. Vaak wachten de assistentes ook zodat we er na afloop nog even over praten. Je bent tenslotte niet alleen dokter, maar ook mens.’

Download het federatienieuws 09 - 2020 (pdf)
Federatienieuws KNMG
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.