Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sophie Broersen Antina de Jong
17 december 2019 6 minuten leestijd
tuchtrecht

Overvallen door een telefoontje

Plaats een reactie

Een man werd enkele dagen opgenomen op een afdeling Spoedeisende Hulp Psychiatrie. Twee dagen na zijn ontslag belde zijn ex-vrouw die afdeling om te vragen of het veilig was voor haar kinderen om bij hem te verblijven. Ze noemde daarbij zijn naam en geboortedatum en dat hij kort opgenomen was geweest. De sociaalpsychiatrisch verpleegkundige stelde haar gerust: ze hoefde niet te twijfelen aan de veiligheid van de kinderen. Een paar dagen later zag hij de patiënt zelf – voor het eerst overigens – en vertelde over het telefoontje. Daarop stapte de patiënt naar de klachtencommissie, die de klacht gegrond verklaarde. Daarna stapte hij ook nog naar de tuchtrechter.

Ook die geeft de patiënt gelijk: de spv had niet eens mogen bevestigen dat de man opgenomen was geweest. Er was ook geen sprake van een noodzaak tot het doorbreken van de geheimhoudingsplicht vanwege een ‘conflict van plichten’. Dat ziet de verpleegkundige inmiddels ook in, en hij komt er vanaf met een waarschuwing.

Het is zo goed voor te stellen, je wordt overvallen door een telefoontje, en je stelt iemand, die op de hoogte van de situatie lijkt te zijn, gerust. Maar het mag niet. Je mag ook niet bevestigen dát iemand onder behandeling is of was. Als je op zo’n moment twijfelt – bijvoorbeeld of er in dat geval wél een belangrijke reden is om je beroepsgeheim te doorbreken – zeg dat dan, hang op en overleg met een collega. Daarna kun je eventueel terugbellen.

Dus, altijd even een pas op de plaats en een moment van overweging inlassen, voordat je antwoord geeft als iemand over een patiënt belt.

Auteurs

Sophie Broersen, arts en journalist

mr. Antina de Jong, adviseur gezondheidsrecht

Download dit artikel (PDF)
Voor meer uitspraken zie tuchtrecht.nl.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag d.d. 16 april 2019

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van A, wonende te B, klager, tegen C, verpleegkundige, werkzaam te D, verweerder, gemachtigde mr. J.S.M. Brouwer, werkzaam te Amsterdam.

01 Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift met bijlage, ontvangen op 19 november 2018;

- het verweerschrift met bijlagen.

1.2 De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

1.3 De mondelinge behandeling door het college heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 6 maart 2019. De partijen, klager vergezeld van zijn vriendin E en verweerder bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

02 De feiten

2.1 Verweerder werkt als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij F, locatie D. Klager is van 9 augustus 2018 tot en met 13 augustus 2018 via de crisisdienst opgenomen geweest op de afdeling Spoedeisende Hulp Psychiatrie (SEHP) van F.

2.2 Verweerder was op 15 augustus 2018 werkzaam op de SEHP. De ex-echtgenote van klager nam toen telefonisch contact op en kreeg verweerder aan de telefoon. Zij vertelde dat ze de ex-echtgenote was van klager. Ze noemde uit zichzelf klagers naam en geboortedatum en zei dat klager kort opgenomen was geweest op de SEHP. Ze vroeg of het veilig was voor de kinderen om bij klager te verblijven. Verweerder heeft hierop geantwoord dat er geen enkele reden was om aan die veiligheid te twijfelen.

2.3 Op 20 augustus 2018 zag verweerder klager voor het eerst, en wel op de poli van de SEHP. Verweerder heeft daarbij aan klager verteld over het telefonisch contact met klagers ex-echtgenote.

2.4 Het protocol ‘Toestemming verstrekken informatie aan/door derden’ van F van 27 januari 2016 luidt, voor zover thans van belang, als volgt.

‘(…) Op grond van artikel 88 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg hebben behandelaars een beroepsgeheim. Het beroepsgeheim omvat alle gegevens, die de behandelaar in de uitoefening van zijn beroep over de patiënt te weten komt, ook niet-medische aangelegenheden en zaken die de behandelaar buiten de patiënt om te weten komt. Aan het medisch beroepsgeheim wordt nadere invulling gegeven door de WGBO, opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Artikel 7:457 BW legt tevens de instelling waar een hulpverlener werkzaam is de zorgplicht op het geheim te beschermen. (…) (…) In beginsel mag de behandelaar slechts met toestemming van patiënt zijn zwijgplicht doorbreken.

(…)

In dit protocol worden verschillende situaties beschreven waarin informatie over patiënt wordt opgevraagd door een externe persoon aan een hulpverlener van F (…) alsmede de regels hoe daarbij te handelen.

Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling. (…)

Opvragen van informatie door partner, familielid, vriend of kennis van patiënt

(…) Vaak gebeurt dat telefonisch.

Medewerker van F geeft geen bevestiging dat patiënt bij F in behandeling is (geweest).

Medewerker F deelt mee dat geen informatie wordt verstrekt zonder toestemming van patiënt, (…)’

2.5 Klager heeft naast de onderhavige klacht bij het regionaal tuchtcollege ook een klacht ingediend bij de klachtencommissie van F, waarbij klager zich onder meer heeft beklaagd over genoemd telefonisch contact met de ex-echtgenote van klager en de inhoud ervan. De klachtencommissie heeft deze klacht gegrond verklaard bij uitspraak van 20 augustus 2018.

03 De klacht

Klager verwijt verweerder, zakelijk weergegeven, dat hij privacygevoelige informatie over hem als patiënt heeft verstrekt aan derden (klagers ex-echtgenote) zonder zijn toestemming en zonder enige goede reden. Dit heeft volgens klager verstrekkende gevolgen gehad.

04 Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft naar voren gebracht dat hij het contact met de ex-echtgenote niet direct heeft gestaakt, omdat hij ook de zorgplicht heeft om de veiligheid van de kinderen in te schatten met inachtneming van de meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM). Klager is er inmiddels van doordrongen dat hij ten onrechte impliciet heeft bevestigd dat klager opgenomen is geweest en antwoord heeft gegeven op de vraag over de kinderen, hoewel daarvoor geen aanleiding of noodzaak was (ook niet op grond van de meldcode HGKM). Hij heeft hiervan geleerd.

05 De beoordeling

5.1 Duidelijk is dat verweerder als hulpverlener bij F (ook al had hij tot dat moment nog geen behandelcontact gehad met patiënt) geen informatie over patiënt had mogen verstrekken aan de ex-echtgenote van patiënt (en als zodanig een derde). Hij heeft dit ten onrechte wel gedaan, zoals hij inmiddels ook inziet. Weliswaar is het gesprek tamelijk beperkt geweest en heeft verweerder naar zijn zeggen ongewild bevestigd dat patiënt opgenomen was geweest, maar hem valt te verwijten dat hij niet heeft volstaan met de enkele mededeling dat geen enkele informatie wordt verstrekt. Kennelijk was verweerder op dat moment onvoldoende doordrongen van zijn plicht tot geheimhouding en het daarop gerichte protocol van F. Van enige noodzaak tot doorbreking van zijn geheimhoudingsplicht (een conflict van plichten) in verband met zorg voor de kinderen was geen sprake. Dit betekent dat de klacht gegrond is.

5.2 Bij de keuze van de op te leggen maatregel heeft het college laten meewegen dat verweerder min of meer ‘overvallen’ is geweest door het onverwachte telefoontje van de ex-echtgenote. Hoewel dit mogelijk mede een verklaring vormt van het gebeurde, staat hier wel tegenover dat het bij de professionele attitude past om hiertegen bestand te zijn. Hoe dan ook, duidelijk is dat verweerder van dit alles heeft geleerd. Alles afwegende zal worden volstaan met het opleggen van een waarschuwing. Voor een zwaardere maatregel wordt geen grond gezien. Het college komt geen oordeel toe over de eventuele gevolgen voor klager.

5.3 Om redenen aan het algemeen belang ontleend zal deze beslissing, zodra zij onherroepelijk is, op de voet van artikel 71 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg bekend worden gemaakt op de hierna te vermelden wijze.

06 De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

- legt op de maatregel van waarschuwing;

bepaalt dat om redenen, aan het algemeen belang ontleend, deze beslissing, zodra zij onherroepelijk is, in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan de tijdschriften Nursing, V&VN Magazine en Medisch Contact ter bekendmaking zal worden aangeboden.

Deze beslissing is gegeven door M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, M.W. Koek, lid-jurist, I.M. Bonte, K.C. Timm-van Ruitenburg en E.M. Rozemeijer, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.C. Zandman, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 16 april 2019. 

tuchtrecht
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.