Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws

‘Ze missen een netwerk en een rolmodel’

Promotie Ulviye Isik over studenten met migratieachtergrond

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Het vergt voor studenten geneeskunde met een migratieachtergrond meer energie om hun einddoel te bereiken. Onderzoeker Ulviye Isik doet suggesties om hun pad naar het artsenbestaan te plaveien.

Zelf was ze een ‘stille student’. Dat wekte volgens gezondheidswetenschapper Ulviye Isik (30) soms onterecht het idee bij docenten dat ‘ze niet meedeed, niet aandachtig luisterde’. Die bescheiden houding heeft Isik allang van zich afgeworpen. Ze is inmiddels, eind vorig jaar aan de VU, ­gepromoveerd. En sprak voor haar promotieonderzoek geneeskundestudenten met een migratieachtergrond, en hoorde hun ervaringen. Dat je gedrag verkeerd wordt geïnterpreteerd. Dat je anders wordt beoordeeld. Of dat je het gevoel hebt dat je er niet bij hoort. Ze onderzocht in hoeverre motivatie een rol speelt bij het feit dat ­studenten met een migratieachtergrond in zijn algemeenheid slechter presteren dan studenten zonder zo’n achtergrond.

Dit verschil in academische prestaties was al uit eerder onderzoek gebleken. Maar nog niet was onderzocht of motivatie daar een verklaring voor zou kunnen zijn. ‘Ik was erg benieuwd wat de reden hiervoor zou kunnen zijn’, aldus Isik. ‘Motivatie is een belangrijke factor bij leren en presteren.’ Op basis van ­literatuur en interviews met studenten bekeek ze welke factoren de motivatie van geneeskundestudenten met een migratie­achtergrond beïnvloeden. En kwam zo tot de conclusie wat er anders zou kunnen om deze doelgroep makkelijker door de ­studie heen te loodsen.

‘Jammer van je hoofddoek’

Tijdens haar promotietraject was Isik tutor van eerstejaarsstudenten geneeskunde. Ook begeleidde ze tweedejaars bij hun stages. ‘Je ziet studenten groeien. Daar haalde ik zo veel voldoening uit.’ Juist geneeskunde­studenten zijn interessant voor een motivatie-onderzoek, aldus Isik. ‘Ze zijn zo gemotiveerd om dat einddoel van arts worden te halen. Tijdens de studie geneeskunde kom je al veel in contact met patiënten en artsen. Daardoor komen bepaalde aspecten, waar studenten met een migratieachtergrond mee te maken hebben, al snel naar voren. Bijvoorbeeld dat mensen je niet assertief genoeg vinden. Of dat je opmerkingen als “jammer van je hoofddoek” krijgt te horen.’

Deze groep studenten wordt nogal eens verkeerd begrepen of loopt tegen vooroordelen aan, aldus Isik. ‘Het kost je zo meer energie om de eindstreep te halen. Je hoort van hen zo vaak dat ze het gevoel hebben door hun achtergrond al met 10-0 achter te staan. Die mindset hebben ze al als ze beginnen, en de ervaringen stapelen zich op.’

Studenten met een migratie­achtergrond worden soms verkeerd geïnterpreteerd

Familie

Isik is zelf geboren en getogen Nederlandse, maar kent als kind van ouders van Turkse komaf die positie. ‘Ik merkte wel herkenning bij de interviews. Dat je van huis uit mee hebt gekregen om niet meteen een weerwoord te geven, uit respect voor een oudere. Maar als arts wordt er enige assertiviteit van je ­verwacht. Dan wek je tijdens je stageplek de indruk dat je niet assertief genoeg bent, of ongeïnteresseerd.’

Het verschil in academische prestatie tussen studenten (in zijn algemeenheid) met en ­zonder migratieachtergrond kwam overigens niet terug bij geneeskundestudenten in Isiks onderzoek. Ze verlegde haar koers naar ‘een open benadering’, op basis van interviews met geneeskundestudenten van de VU over hun motivatie en ervaringen. Daaruit kwam naar voren dat hun drijfveer om aan de studie geneeskunde te beginnen, vaak een mix is van hun eigen wens en die van familie. ‘Gelukkig voor mijn familie wilde ik zelf ook arts worden’, verwoordde één van hen het tegenover Isik. Verder voelen ze zich vaak de buitenstaander, ‘bijvoorbeeld omdat ze geen bier drinken, niet op skivakantie gaan of een hoofddoek dragen’, aldus Isik in haar proefschrift, een positie die de motivatie gaandeweg kan aantasten.

In kleine groepjes creëer je een meer open en veilige cultuur

Copingmechanisme

Uit de interviews kwam iets naar voren wat haar verraste. Veel van de studenten probeerden een positieve twist te geven aan hun negatieve ervaringen, zoals discriminerende opmerkingen. ‘Ze zien het veelal als iets wat je meemaakt, en wat op dat moment een negatieve invloed op hun motivatie heeft. Maar waar ze zich vervolgens overheen zetten met dat einddoel van arts worden. Dus ze hebben een copingmechanisme ontwikkeld, om niet ontmoedigd te raken. Ik zag er geen emoties als woede of verdriet over. Het lijkt of studenten erover willen zwijgen, het normaliseren: “dit is hoe het is en ik laat me niet tegenhouden”, en dat als een professionele houding zien.’

Toch bleek uit de gesprekken ook dat de ­studenten het graag anders zien. Zo zouden ze graag meer rolmodellen tijdens hun ­opleiding tegenkomen. Isik: ‘Een student gaf aan dat hij, als hij veel witte artsen ziet, zich afvraagt of hij er wel tussen kan komen. Het zien van een arts met migratie­achtergrond geeft je eerder het idee “ik kan dit ook”. Onderwijsinstellingen zouden daar een rol in kunnen spelen door medisch specialisten met een migratieachtergrond ook in te roosteren als docent, oppert Isik. Of mentorgroepen op te zetten waar studenten kunnen sparren met een ouderejaarsstudent met vergelijkbare achtergrond. ‘Over waar ze tegenaanlopen, zodat ze daarin begeleiding krijgen op hun weg naar arts-zijn.’

Netwerken

Ook missen geneeskundestudenten met een migratieachtergrond vaak een netwerk, gaven ze aan. Isik: ‘Ze hebben meestal geen arts als ouder, oom of tante, of vriend van ouders. Daardoor missen ze kennis over de medische wereld. Ook zijn eigen sociale contacten vaak beperkt tot vrienden en familie, waardoor ze niet hebben geleerd om contacten daarbuiten te leggen. Studenten moeten hiervoor uit hun comfortzone stappen.’ Hier zou een univer­siteit de helpende hand kunnen bieden door bijvoorbeeld met workshops of lezingen ­studenten te helpen bij het netwerken, ­suggereert Isik.

Studenten lopen ook tegen negatieve beoordelingen aan, hoorde de promovenda. Een student droeg als oplossing aan om af te ­stappen van het geven van cijfers, en enkel aan te geven of iemand geslaagd of gezakt is voor stage of coschap. Zo wordt voorkomen dat iemand die op zich een 8 verdient, bijvoorbeeld onterecht een 7 krijgt op basis van vooroordelen. En de problemen van vooroordelen, stereotypering en miscommunicatie zouden makkelijker bespreekbaar moeten worden gemaakt, stelt Isik voor. ‘Door daar in kleine groepjes met elkaar over te spreken, creëer je een meer open en veilige cultuur.’

Ook op een universiteit als de VU, die zich profileert als divers en waar volgens Isik al wel initiatieven op het gebied van diversiteit en inclusiviteit worden genomen, doen geneeskundestudenten nog negatieve ervaringen op rond hun migratieachtergrond. ‘Dat laat zien dat we er nog niet zijn en dat we hier stappen in moeten ondernemen.’ 


Gezondheids­weten­schap­per Ulviye Isik promoveerde 5 november 2019 aan het Amsterdam UMC op het onderwerp Motivation and ­academic performance of ethnic minority medical students.


Download dit artikel (PDF)

  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.