Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
curriculum

Word een dokter met karakter

3 reacties
Getty Images
Getty Images

Coschappers moeten aan karaktervorming doen, vindt de Nijmeegse ethiekdocent Jos Kole. Dat is nodig, want je moet straks als arts sterk in je schoenen staan.

Het vak van dokter is veeleisend. Het grote aantal boeken met titels als ‘Hoe blijf je vitaal als dokter’ of programma’s met onderwerpen als ‘Hoe houd je de balans tussen privé en werk’ zegt genoeg. Volgens Jos Kole, docent professionele ethiek aan het Radboudumc, is het daarom beter om al tijdens de studie aan ‘deugd- en karaktervorming’ te doen, zodat je als beginnend dokter voldoende gewapend bent om overeind te blijven. Bovendien, als arts zul je geregeld in ethisch opzicht moeilijke keuzes moeten maken: ‘Beslissingen over leven, lijden en welzijn van patiënten. Hoe doe je dat goed? Ook dan is karakter van belang. Je moet je kunnen verantwoorden, tegenover patiënten uiteraard, maar ook tegenover jezelf. Je moet jezelf steeds in de spiegel kunnen aankijken.’

Tot nu toe is daar in de masterfase van de studie geneeskunde nog niet genoeg aandacht voor, vindt Kole. Hij maakte daarom het ‘Comenius-onderwijsontwikkelingsplan: Artsen met karakter’ dat binnenkort in het Radboudumc van start gaat. Hij legt uit: ‘Karaktervorming is er altijd wel geweest gedurende de coschappen. Maar veelal onbewust. We zouden expliciet en bewust aandacht moeten besteden aan vorming van persoonlijke en professionele identiteit. Deugdvorming en Bildung (een Duits begrip dat staat voor algemene vorming, red.) kunnen daarbij behulpzaam zijn.’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Hoe je handelt wordt vaak bepaald door aangeleerde houdingen, door gewoontes en attitudes. Als ik mij geregeld vriendelijk en beleefd gedraag, zal ik als een vriendelijk mens worden gezien. Zo’n houding wordt na verloop van tijd je tweede natuur en maakt dat je als vanzelf dat gedrag vertoont. Je handelt goed. Op twee manieren: goed voor anderen en voor jezelf. Denk ook aan: wellevendheid, betrouwbaarheid, integriteit. En aan het feit dat je als dokter soms snel besluiten moet nemen zonder alle gevolgen precies te kennen, dus aan: lef, daadkracht, en moed. Ethici noemen dergelijke goede persoonlijke eigenschappen deugden.’

‘Studenten worden reflectiemoe: ze schrijven op wat de begeleiders graag willen horen’

Maar als je tijdens coschappen de goede rolmodellen tegenkomt dan komt dat toch min of meer vanzelf wel goed met die deugdvorming?

‘Dat is waar. Ik vraag ook geregeld aan mijn studenten: van wie denk je dat je de meeste ethische vorming krijgt? Mijn eigen antwoord als ethiekdocent is: niet van mij, maar van opleiders. Ze hebben veel meer vormende invloed. Dus hoop je dat het ook allemaal goede rolmodellen zijn. En gelukkig zijn er daar veel van, maar er zijn ook minder goede. Als ik met coassistenten praat, komen ook altijd wel situaties aan de orde waarin artsen dingen doen die eigenlijk niet door de beugel kunnen. Bovendien, ook al deugen de rolmodellen, toch kunnen studenten tijdens de coschappen zonder dat zij en hun opleiders dat zelf willen, bepaalde persoonlijke eigenschappen verliezen of daar minder goed in worden. Recent empathieonderzoek vond ik wat dat betreft nogal verontrustend. Als je studenten vraagt: wil je aan het eind van je coschappen minder empathisch zijn, dan zal geen student daar ja op antwoorden. En vraag je opleiders of ze willen dat studenten minder empathisch de deur uitgaan, dan zal hun antwoord zijn: nee, natuurlijk niet. En toch lijkt het te gebeuren. In de VS. Of het hier ook zo gaat, weten we niet. Wat ik wel weet is: we hebben het over jonge mensen die zich vormen, dus hebben wij als ‘vormers’ de verantwoordelijkheid om negatieve invloeden te vermijden.’

Simone Michelle Fotografie
Simone Michelle Fotografie

Hoe gaat u dat handen en voeten geven?

‘We zijn in de opleiding nu vooral bezig met competenties en vaardigheden, met portfolio-leren. Daarin reflecteer je op wat je hebt geleerd en hoe je je dat hebt eigen gemaakt. Maar dat reflecteren verwatert, je ziet dat het verwordt tot een ‘moetje’. Studenten worden reflectiemoe: ze schrijven op wat de begeleiders graag willen horen. Hoe bereik je dat studenten trots zijn op hun portfolio, dat het gezien mag worden? Mijn plan stelt voor dat ze een autobiografisch reisverslag maken. Je zou het kunnen zien als een glossy tijdschrift over jezelf, of een fotoboek, een podcast – er zijn allerlei mogelijk­heden. Het idee is: tijdens je coschappen maak je veel mee, alsof je een reis maakt. Je raakt verzeild in situaties die je op de proef stellen, je ontmoet andere reisgenoten en voorbijgangers: patiënten, artsen, andere co­assistenten. Maar je verbreedt hopelijk ook je horizon, want als mens word je rijker gevormd als je niet alleen maar eenkennig met geneeskunde bezig bent. Je leest onderweg een boek, je ziet een film, je was bij een optreden van een band tijdens Lowlands. Ze kunnen allemaal betekenisvol voor je zijn en je identiteit vormen. Dat hoort allemaal thuis in dat reisverslag.’

‘Een curriculum hoeft niet alleen maar aan te sluiten op wat studenten zelf interessant vinden’

Hoe trek je studenten over de streep die hier totaal geen interesse in hebben?

‘Dat is niet gemakkelijk. Ik vind: een curriculum voor studenten hoeft niet alleen maar aan te sluiten op wat ze zelf interessant vinden. Het is ook bedoeld om studenten te wijzen op zaken die ze interessant kunnen gaan léren vinden. Wij vragen hen dingen in hun rugzak te stoppen – bijvoorbeeld ethiek – waarvan we vinden dat ze nodig zijn om die reis te kunnen maken. We denken nog na hoe verplicht of hoe vrijblijvend we die deugd- en karaktervorming organiseren. We willen vermijden dat het reisverslag toch weer een moetje wordt. Ik denk dat studenten vooral elkaar de mooie dingen moeten laten zien die ze hebben meegemaakt onderweg. Daarvan zou iedereen toch enthousiast worden, zou je denken.’

Hoe bepaal je of een student aan het eind van die ‘reis’ het juiste karakter heeft?

‘Dat is een hachelijke vraag. Je hebt het wel over iemands persoonlijkheid. Ik denk dat veel mentoren ook nu al – maar impliciet – beoordelen op karaktereigenschappen. Maar straks hebben coassistenten er dankzij dat “reisverslag” een hoogstpersoonlijk eigen verhaal bij, en dus stof voor een beter en diepgaander eindgesprek.’ 

Klik hier voor de lezing van Jos Kole over dit onderwerp
download dit artikel (pdf)
curriculum
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Vera Sangster, Masterstudent geneeskunde , Utrecht 08-12-2020 15:55

    "Er is inderdaad weinig aandacht voor karaktervorming in de opleiding. Opleiders, de zogenoemde rolmodellen, horen daar een belangrijke rol in te spelen. Mijn ervaring is echter dat zij in de praktijk weinig aandacht besteden aan de emotionele ontwikkeling van de coassistent. Na een heftige gebeurtenis wordt zelden tijd genomen voor een goed gesprek, terwijl dit juist essentieel is voor de karaktervorming. Hulde aan hen die dit wel doen. Ik vind het dan ook niet verrassend dat studenten minder empathisch worden tijdens hun studie. We leren simpelweg niet dat er over emoties gesproken mag worden en dat we ons kwetsbaar mogen opstellen. Zelfs tijdens coaching-gesprekken met medestudenten lijkt hier een taboe op te rusten. Er worden vooral succesverhalen of oppervlakkige problemen gedeeld. Bij mijn laatste coaching-bijeenkomst werd dit pas doorbroken toen ik mijn twijfels en emoties durfde te uiten. Het gevolg: een prachtig gesprek waarin iedereen zijn onzekerheden en ervaringen deelde met elkaar. Dáár leren we van, dáár krijgen we karakter van.

    Het valt me op dat de verantwoordelijkheid voor het veranderen van deze cultuur structureel bij de studenten gelegd wordt. Wij leren feedback geven, maar van de specialisten kunnen we zelden constructieve feedback terugverwachten. Wij leren reflecteren, maar op de studie en werkvloer worden goede gesprekken niet gefaciliteerd. Met dit nieuwe ontwikkelingsplan wordt de verantwoordelijkheid wederom bij de studenten gelegd. Het is niet veel meer dan een uitbreiding op de huidige reflectieverslagen. Misschien is het tijd om het anders aan te pakken? Door opleiders te trainen in het begeleiden van coassistenten, door vaste evaluatiemomenten in de week in te lassen en door de coaching-sessies te verbeteren.

    Want laten we eerlijk zijn: geneeskunde is een (emotioneel) zware studie. We hebben behoefte aan goede begeleiding bij onze persoonlijke en professionele ontwikkeling. We werken met mensen, mogen we er ook zelf één zijn?
    "

  • Atta van Westreenen , Arts, Tilburg 27-11-2020 20:52

    "Oude wijn in nieuwe zakken. Nu extra reflecteren om een betere dokter te worden, door ook op situaties buiten het ziekenhuis te reflecteren.
    Sowieso, natuurlijk heb je voorbeelden die niet tot inspiratie spreken. Dat neemt niet af met over je nieuwe film peinzen en wat dat over jou als persoon zegt. Ook wordt de aandacht weer gelegd op een vermoed (maar niet op wat voor wijze ook bewezen) tekort aan (goede) opleiders tijdens studie. Tot zover is de ervaring om me heen veelal tegenovergesteld. Heel veel hele goede dokters, fijne collegae en waardige supervisoren. Af en toe zit er een minder competente bij, en daar leer je van hoe je het niet wilt doen. Net zo waardevol.
    Ik waag de stelling dat je met de helft minder reflectieverslagen en die tijd gewoon in de kliniek rondloopt, zeker zo'n goede dokter wordt. Als je de overgebleven tijd voor verslagen ook nog actief maakt in plaats van passief (leertherapie bijvoorbeeld), dan ga je nog eens ergens komen. Maar ja, dat kost meer dan een glossy."

  • Christianne Spigt, Basisarts, masterstudent Epidemiologie, Doorn 27-11-2020 17:51

    "Ik zie niet in hoe het (al dan niet verplicht) schrijven/maken van een glossy tijdschrift, fotoboek of podcast tijdens een drukke geneeskundestudie iets oplost aan de problemen die u noemt. De rolmodellen van studenten zullen er niet door veranderen, de reflectiemoeheid zal alleen maar toenemen, en door de tijdsinvestering zal de werk-privébalans alleen maar slechter worden.

    De problemen worden in uw voorstel bij de individuele student neergelegd, terwijl ze een uiting zijn van een structureel probleem in de opleiding geneeskunde en de medische sector. Waarom richt u zich niet op de onderliggende problemen: de slechte rolmodellen, de werkdruk, het gebrek aan oprechte interesse en betrokkenheid vanuit sommige docenten en begeleiders tijdens de opleiding? Een diepgaand eindgesprek bij een prachtig gemaakt glossy tijdschrift gaat hier niets aan veranderen."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.