Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
Nicoline Nolet
13 augustus 2020 8 minuten leestijd

Verlies zonder afscheid

Tropenarts stierf eenzaam aan lassakoorts

Plaats een reactie

De hartverscheurende taferelen waarbij tijdens de coronacrisis mensen stierven in verpleeghuizen zonder hun naasten om zich heen, brachten bij Nicoline Nolet de wrange herinnering aan haar vorig jaar aan lassakoorts overleden broer scherper dan ooit naar boven.

CapaCare
CapaCare

Wat betekent gemis als er geen afscheid is geweest? Wat is verlies, als je niet hebt mogen zien hoe het leven langzaam het lichaam verlaat? Hoe leer je leven met het besef dat je het fysieke contact met een dierbare verloren bent? Hoe rouw je, als het te moeilijk is om de emoties in jezelf aan te raken, omdat de beelden te pijnlijk zijn en het trauma allesomvattend is?

Gedurende de dag is het overleven en domineert mijn verstand. De aardse zaken kan ik ordenen, zorgen dat ze geregeld worden. ’s Nachts hebben we gesprekken samen. Mijn onderbewuste en jij, mijn overleden broer. Levensechte conversaties over de tijd nadat je dit gruwelijke virus overleefd hebt. Iets in mijn systeem waarschuwt mij: wees op je hoede, de realiteit ligt anders. Als ik wakker word, boem, ja. Mijn verstand neemt het over. Tot de volgende nacht dan maar.

Daar lag je plotseling alleen, niemand mocht meer bij je. Ik had je zo graag nog iets willen zeggen door de intercom, maar voor de arts van dienst kwam dat te dichtbij. Want ze waren ook bang voor mij, Wout, ik moest mijn armen langs mijn lichaam houden en ik mocht niets aanraken, allemaal omdat ik bij je geweest was voordat we wisten dat jij lassakoorts had. Geschopt heb ik, tegen de deur van het ziekenhuis. Meteen daarna weer het stemmetje in mijn hoofd: ‘Gedraag je je nu niet een beetje als een agressieve puber?’ Ik wist me geen houding te geven, ik werd overspoeld door een gevoel van onmacht.

Misschien dacht de arts wel: tegen een overledene praat je niet? Of hij dacht: laten we dit zo snel mogelijk afhandelen, want er ligt een gevaarlijk object in de quarantainekamer. Wout, plotseling was jouw lichaam een bom van een dodelijk virus geworden. Niet jij als mens hè, jij niet hoor. Maar jouw omhulsel zeg maar en daar waren ze bang voor. Er is al die dagen nooit iemand van ons bij jou in de kamer geweest.

Een groter contrast met jouw geliefde Sierra Leone was er niet. Toen je daar ziek werd, vertelde je mij dat je een bezoekersregeling had moeten instellen. Er stonden rijen voor je huis. Dit raakte jou, de naastenliefde van de community in Sierra Leone, waar je thuis was. En niemand is ook ziek geworden, Wout, niemand die voor je gezorgd heeft en niemand die je bezocht heeft. Ik weet dat dit jouw grote zorg was.

Ik zei tegen mijzelf dat het niet uitmaakte, dat ik ook door het raampje van centimeters dik glas – je lag aan de rechterkant van de kamer, ik kon je zijdelings zien – iets tegen je kon zeggen. Woorden kennen geen grenzen.

Maar de situatie was allesomvattend treurig en sorry Wout, dat spijt mij zo. De angst won het op dat moment kennelijk van de menselijke liefde. En als arts weet ook jij dat dit kan gebeuren, dat de paniek voor het onbekende gedurende die ogenblikken te groot kan zijn. Artsen zijn ook mensen en mensen zijn niet alle situaties in hun leven meester. Medisch-technisch hebben ze voor je gedaan wat ze konden, maar het sociaal-emotionele deel waren ze even vergeten, ook richting ons als familie.

‘Ik lig in een kamer in een wintersportgebied, ik heb een skiongeluk gehad en ik heb het koud.’ Dit bericht stuurde je naar je vriendin. Wij dachten dat de hoge koorts je verwarde. Toen we later begrepen hoe het ziekenhuispersoneel eruitzag en hoe koud het in jouw kamer was, beseften we dat dit jouw belevingen waren. Medisch personeel in blauwe pakken, verschillende lagen handschoenen, mondkapjes, hoofdbedekking en een skibril. Warm ingepakt om de berg op te gaan, zeg maar. Maar het waren mensen, Wout, die samen met jou voor jouw leven gevochten hebben. Onder die pakken zaten lieve, dappere zusters, broeders en artsen die hun angst trotseerden. Het is jammer dat je hun gezichten niet hebt kunnen zien.

Toen ik later de gehele entourage zag, begreep ik dat het misschien wel een zegen was dat ik thuiszat toen jij overleed. Thuis op een kussentje voor ‘een altaar’ dat we voor je hadden ingericht: foto’s, bloemen, brieven en het breidde zich met de dag uit.

Vanuit goede hoop bedacht ik dat we dit stilleven snel zouden moeten wegmoffelen als jij uit het ziekenhuis zou komen. Anders zou je zeggen: ‘Wat is die onzin? Voor mij? Doe niet zo gek joh, ik was alleen een beetje ziek.’ Zoals je mij ook in je laatste berichten schreef: ‘Komt goed Niek, ik ben een beetje ziek.’ Maar een beetje werd heel snel heel erg en dat zag niemand aankomen.

En wat is rouw dan, als er naast gemis en verlies zoveel in je leeft? Als mijn verstand overuren maakt om de warboel in mijn hoofd te structureren? Als die rode draad niet te vinden lijkt? Verwoed zocht ik naar informatie over rouw en verlies op een jonge leeftijd gecombineerd met ziekenhuisquarantaine en thuisisolatie voor de directbetrokkenen. Ik heb het niet gevonden.

Enkele weken later duikt ineens het coronavirus op. Eerst is het veilig ver weg, maar al snel is het onder ons in Nederland. Het drama dat ons als familie trof, heeft een wereldwijde schaal aangenomen. Met mijn verstand registreer ik de gebeurtenissen, maar ze vallen niet meer te organiseren. Alle alarmbellen gaan af. Deze situatie lijkt verdacht veel op het onheil van enkele maanden terug. Het eerste mondmasker gesignaleerd op straat, ik begin te zweten. De eerste angstige klant in een winkel die mij aanspreekt op de afstand, ik sta te trillen. De eerste krantenkoppen zeggen ‘Coronapatiënten sterven alleen in isolatie, zonder hun dierbaren’, en alles in mij roept: rennen!

Onverwachts verschijnen er teksten van artsen die pleiten voor een versoepeling van het protocol. Een arts die zelf door het coronavirus in het ziekenhuis terechtkwam, opperde dat het medisch personeel op gepaste afstand even het masker af kan zetten zodat de patiënt tenminste één gezicht per dag ziet.1 Wat een goed idee! Verschillende ic-artsen en ethici van diverse ziekenhuis geven aan: ‘Het is hartverscheurend dat familieleden niet naar hun dierbaren toe kunnen en soms niet eens bij hun overlijden aanwezig zijn.’2 Dick Willems, medisch ethicus in het Amsterdam UMC: ‘Wat er nu gebeurt, strookt niet met wat wij goed sterven vinden, daar horen dierbaren bij. Dat is belangrijk voor de familie en het medisch personeel, maar ook een vorm van respect voor de patiënt die buiten bewustzijn ligt.’3 Dit zijn hoopvolle geluiden en helaas is het voor jou Wout, en voor ons als familie te laat. Maar voor zovelen nu hopelijk niet.

Als ten slotte mijn oog valt op de woorden: ‘Een schip dat over de horizon vaart, zie je niet meer, maar het is niet weg’, vormt zich gaandeweg een beeld in mijn hoofd van een zee, vredig, met op het stille water een bootje aan de horizon.4 Langzaam vertroebelen de ziekenhuisbeelden, alsof een bril aan sterkte verliest. De vragen en de worsteling met de rouw vlakken af. En de zee met het schip lijkt een passend plaatje om ertussen te schuiven, als een filter op de rauwe beelden. Als de herinnering die mag blijven, voor altijd.


Tropenarts Wouter Nolet overleed op 23 november 2019 in het LUMC aan de gevolgen van lassakoorts, een kleine week nadat hij was gerepatrieerd uit hartje Sierra Leone, het West-Afrikaanse land waar hij werkte.

De vonk voor het werken in de tropen sloeg bij Wouter Nolet over in Calcutta, waar hij na zijn middelbareschooltijd met straatkinderen werkte, bij de zusters van Moeder Theresa. Hij studeerde geneeskunde in Maastricht. Hij werkte in meerdere ziekenhuizen in Nederland als anios (en Suriname; SEH) voordat hij de tropenopleiding in Amsterdam volgde.

De veertien maanden voor zijn overlijden werkte Wouter in het Masanga Hospital in Sierra Leone. Hij was uitgezonden door CapaCare, een Noorse hulporganisatie, waarvoor ook een aantal Nederlandse artsen internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde werkt. Nolet was een van hen. Voor CapaCare werkte hij als coördinator van het opleidingsprogramma voor assistent-chirurgen. Naast zijn werk als tropenarts voerde hij overleg met de regering, hulporganisaties en de VN in de hoofdstad Freetown. Dat heeft er mede toe geleid dat dit opleidingsprogramma is opgenomen in het universiteitssysteem van Sierra Leone.

‘Komt goed Niek, ik ben een beetje ziek’

Nolet raakte begin november 2019 tijdens een operatie en reanimatie van een zwangere besmet met het lassavirus. Een andere Nederlandse tropenarts is bij deze reanimatie eveneens besmet geraakt. Ook zij is naar Nederland gerepatrieerd en later in Utrecht genezen.

Woensdag 13 november kreeg de familie in Nederland het bericht dat Wouter ernstig ziek was geworden. Fysiek was Wouter sterk, hij was een actieve sporter. Hij liep marathons, wielrende, schaatste op de Weissensee, kitesurfte.

Donderdag de 14de verslechterde zijn toestand en op vrijdag werd de repatriëring in gang gezet. Met een plaatselijke ambulance werd hij door de jungle vervoerd naar het vliegveld. De inmiddels doodzieke Nolet arriveerde per medische vlucht op dinsdag 19 november ’s avonds in Nederland. Nog altijd was onbekend wat hem mankeerde. Hij kwam aanvankelijk bij het Amsterdam UMC (locatie AMC) terecht, op de afdeling Spoedeisende Hulp. Hij werd niet in quarantaine geplaatst. De zorgverleners die hem opvingen en de familie waren niet volledig beschermd. Nolet werd in de vroege ochtend van woensdag 20 november naar het LUMC overgebracht, nog voordat de diagnose lassakoorts officieel bekend was. In het LUMC is hij direct in volledige quarantaine geplaatst. De familie mocht niet meer bij Wouter op de kamer. Er was een intercom, waarmee alleen éénzijdige communicatie mogelijk was. Gedurende de dag verslechterde de situatie, raakte Nolet verward en in verband met een insult is hij in coma gebracht. Hij overleed op zaterdag 23 november in de avond op 32-jarige leeftijd.

‘Het had allemaal zo compleet anders kunnen lopen. In feite heeft niemand schuld’, zegt zijn zus Nicoline, auteur van het hierbij gepubliceerde artikel. ‘Ik wil niet dat artsen denken dat hun een verwijt te maken valt. Want zij, en de verpleegkundigen hebben kei- en keihard gewerkt en er alles aan gedaan om mijn broer te redden. Maar door de strenge veiligheidsregels van het protocol heeft onze familie geen afscheid kunnen nemen. En dat hebben we opnieuw bij corona zien gebeuren.

Omdat de familie geen afscheid heeft kunnen nemen, is het stervensproces niet goed afgesloten. Het zou beter zijn als, binnen de mogelijkheden van een dergelijk isolatieprotocol, er een vorm gecreëerd kan worden waarin er toch afscheid genomen kan worden. Dit maakt voor de familie het verlies niet minder zwaar, maar de rouwverwerking wel minder gecompliceerd.’

Marieke van Twillert


Voetnoten

1 Arts belandt in het ziekenhuis met Corona. Het is heel eenzaam. NOS, 4 april 2020, https://nos.nl/video/2329408-arts-belandt-in-het-ziekenhuis-met-corona-het-is-heel-eenzaam.html

2 Artsen en ethici: versoepel bezoekregels voor familie van ziekste coronapatiënten op ic. Volkskrant, 16 april 2020, https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/artsen-en-ethici-versoepel-bezoekregels-voor-familie-van-ziekste-coronapatienten-op-ic~b9fe7127/

3 Idem

4 Joke Nauta, Omgaan met verlies. ‘Rouw is liefde die z’n adres is kwijtgeraakt. Happinez nr. 3, 2020

Lees ook

Dokters van de wereld geschokt door overlijden tropenarts Wouter Noleth

Sierra Leone in rouw om tropenarts Wouter (31): 'Voor altijd een held'

Contact

nicoline.nolet@gmail.com

cc: redactie@medischcontact.nl

tropengeneeskunde Afrika
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.