Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws

‘Ik zag mijn toekomst in duigen vallen’

Een bruisend studentenleven en dan opeens borstkanker

1 reactie
Ed van Rijswijk
Ed van Rijswijk

Eva van Gennep (1993) neemt in het studiejaar 2016/‘17 vrij van haar coschappen en geniet volop van het studentenleven. Ze is druk met een bestuursjaar bij de Utrechtse Studenten Volleybalvereniging Protos, waarvoor ze hard werkt. Het is een bruisend jaar van ‘lang leve de lol’; met haar vriend, veel sociale contacten en nachten doorhalen met de nodige alcoholische consumpties.

Als ze in het begin van dat jaar een knobbeltje ter grootte van een erwtje in de zijkant van haar borst voelt, is ze niet meteen ongerust. Van Gennep: ‘Ik dacht echt: ik ben nog zo jong, borstkanker komt wel voor in de familie, maar niet op jonge leeftijd, het zal wel een – onschuldige – fibroadenoom zijn. Ik ging niet gelijk naar de huisarts, want die zou me toch naar huis terugsturen met het advies nog een tijdje af te wachten. Uiteindelijk duurde het nog maanden, voordat ik – na stevig aandringen door mijn moeder – in januari 2017 alsnog naar de huisarts ging.’

Dom of onnozel

De drempel om naar de huisarts te gaan was voor haar óók groot omdat ze zelf geneeskunde studeerde. Niet alleen relativeerde ze de mogelijke ernst van het knobbeltje in haar borst, ze was ook bang om dom of onnozel over te komen. ‘Natuurlijk kom je bij de huisarts binnen als patiënt, maar je ziet jezelf toch als coassistent. Ik was bang dat ik zou afgaan, omdat het niks was, en dat die huisarts dan zou zeggen dat ik dat toch zelf ook wel had moeten weten met mijn kennis. Die reactie van de huisarts zat van te voren echt in mijn hoofd. Natuurlijk heel onterecht, zo bleek. Het is wel typerend voor geneeskundestudenten dat ze vaak laat naar de dokter gaan.’

De huisarts stuurde haar door voor een echo, in het ziekenhuis waar ze zelf eerder coschappen deed. Van Gennep kreeg te horen dat het waarschijnlijk om een vergrote lymfeklier ging en kreeg het advies na drie maanden terug te komen. Van Gennep: ‘Die drie maanden werden een halfjaar. Ik was druk bezig met het bestuurswerk en er kwam ook nog een verhuizing tussendoor. Eerlijk is eerlijk: het kwam me niet goed uit en ik maakte me er ook niet zo druk over. Ik ging er helemaal vanuit dat het iets goedaardigs was. Maar bij die tweede echo in de zomer bleek dat het knobbeltje een millimeter was gegroeid. Uit het biopt dat toen werd genomen, kwam geen maligniteit, maar de chirurg wilde het knobbeltje er toch uithalen. Dat gebeurde poliklinisch, waarna het weefsel naar het UMC Utrecht werd gestuurd voor verder onderzoek. Mijn chirurg waarschuwde dat ik er niet vanuit moest gaan dat het goedaardig zou zijn. Toen schrok ik écht. Ik dacht: wow, het kan dus tóch kwaadaardig zijn. Maar ik relativeerde het meteen weer weg. Ik zou dat weekend naar een festival gaan en wilde dat niet laten verpesten door nare gedachten.’

Ed van Rijswijk
Ed van Rijswijk



Slechtnieuwsgesprek

Na het weekend kwam de uitslag. Het onschuldig gewaande knobbeltje bleek wel degelijk kanker. Volgens Van Gennep wel de meest gunstige tumorsoort, voor zover je over gunstig kunt spreken. Toch sloeg de diagnose in als een bom. ‘Ik was in shock en zag mijn toekomst in duigen vallen. Het was enorm heftig. Tegelijkertijd zat ik er met mijn ervaring als geneeskundestudent en coassistent; ik wist precies hoe zo’n slechtnieuwsgesprek volgens het boekje wordt gevoerd. Ik doorliep al die stappen, wist dat ze er niet omheen zou draaien en een stilte zou laten vallen. Toen de chirurg vertelde dat ik chemotherapie nodig had, zag ik meteen het beeld voor me dat ik kende van patiënten met kanker. Een kaal hoofd, kotsmisselijk, neutropene koorts waar je aan dood kunt gaan. Ik vroeg: “En wat als ik dat nou niet wil?” Ik denk dat ik echt even wilsonbekwaam was door de schok.’

‘Het is typerend voor geneeskundestudenten om laat naar de dokter te gaan’

Geruststellende gedachte

Voordat de behandeling van start ging, wilde Van Gennep eerst genoeg eicellen veiligstellen – iets wat haar in het ziekenhuis wordt aangeraden. Van Gennep: ‘Ik had ook toen al een heel duidelijke kinderwens. Eigenlijk had ik mijn hele toekomst al min of meer uitgestippeld: afstuderen, in opleiding voor huisarts, tijdens de opleiding kinderen krijgen, een huis kopen, et cetera. Nu werd ik door de kanker meteen al met de vraag geconfronteerd of mijn toekomst nog wel zo zeker was. Ik ben nog tot 2023 met hormoontherapie bezig waardoor mijn cyclus is stilgelegd. De kans dat mijn cyclus weer normaal op gang komt, als die hormonen mijn lijf uit zijn, is vrij groot. Maar toch is het een geruststellende gedachte dat er een alternatief is.’

De chemobehandeling die daarop volgde – eerst vier zware kuren en daarna nog twaalf lichtere – viel Van Gennep zwaar. Hoewel ze dat ook weer relativeert. ‘Het viel me nog mee. Ik ben niet supermisselijk geweest. Maar het deed wel veel met mijn concentratievermogen en geheugen. Voor mijn gevoel was ik wel 20 IQ-punten gedaald. Dat mijn hoofd niet meer meewerkte, vond ik heel frustrerend. Ik vroeg me ook af of dit ooit nog goed zou komen. Omdat ik het moeilijk vond om niks te doen, deed ik tussen de behandelingen door twee dagen per week mijn wetenschapsstage. Dat kostte me natuurlijk meer moeite dan normaal. Gelukkig merkte ik dat ik tussen de behandelingen door wel weer scherper werd.’

Superlage bloeddruk

Haar ziekte en vooral het patiënt-zijn deden Van Gennep óók twijfelen aan haar studiekeuze. ‘Ik vroeg me af waarom ik eigenlijk zo’n zware studie had gekozen, waarvoor ik me in de afgelopen jaren uit de naad had gewerkt. Ik vroeg me opeens af of ik dit wel echt wilde, of een carrière als arts eigenlijk wel aan mij was besteed. Of carrière maken eigenlijk wel echt zo zaligmakend was. Mijn dieptepunt kwam toen ik met neutropene koorts – veroorzaakt door een tekort aan witte bloedcellen in het ziekenhuis lag. Ik had een superlage bloeddruk van 70-45. Die nacht was ik echt heel bang dat ik dood zou gaan. Ik heb dat toen tegen niemand gezegd; ik heb ook niet naar mijn ouders gebeld. Wilde alles zelf oplossen. Ik was heel bang, maar had er tegelijkertijd ook vrede mee als ik zou gaan. Ik dacht: ik heb mijn leven volop gelééfd. Ik had er alleen spijt van dat ik dan niet kon afstuderen en moeder worden.’

‘Ik heb mezelf een andere leefstijl ­moeten aanleren’

Andere rol

Ze kwam er gelukkig bovenop en hervatte in oktober 2018 het laatste jaar van haar coschappen voor vier dagen per week. ‘Qua fysieke vermoeidheid viel het niet tegen, maar mijn hoofd werkte nog niet goed mee. Ik was er natuurlijk een hele tijd uit geweest, had óók dat bestuursjaar gedaan. Ik schreef bijna kinderachtig veel mee bij gesprekken met patiënten, om een soort back-up te hebben. Dat gaf me houvast. Gelukkig ging het steeds beter en functioneerde ik weer op normaal niveau. Het doen van de coschappen gaf me een mooie bevestiging dat ik weer in de artsenrol kon functioneren in plaats van in de patiëntenrol. Het ging me zelfs beter af dan tijdens de voorgaande jaren van mijn coschappen, omdat ik me beter kon verplaatsen in de patiënt. Ik stond stil bij dingen waar ik eerder niet bij stil stond. Toen ik zélf bijvoorbeeld in isolatie lag vanwege de neutropene koorts, lag ik de hele dag te wachten tot er een arts zou komen. Het is dan héél vervelend als die arts zichtbaar haast heeft. Het is geen fijn gevoel dat jij één van de vele patiënten bent die even snel wordt afgehandeld. Het is wel heel prettig als iemand aan je bed komt vragen hoe het met je gaat, als je echte aandacht krijgt.’

Roofbouw

‘Ik denk en leef nu anders dan voordat ik ziek werd. Ik realiseerde me dat ik me als geneeskundestudent en coassistent liet meeslepen in competitief gedoe over wie de slimste is. Het is zo’n onzin om daarmee bezig te zijn. Het veroorzaakt ook dat je als coassistent heel makkelijk over je grenzen gaat. Ik heb, gedwongen door mijn omstandigheden, mezelf een andere leefstijl moeten aanleren. Ik heb geleerd nee te zeggen en me time in te plannen. Ik feest nog wel, maar bewaar daarin een betere balans. Als ik geen zin heb ik sociale contacten, kies ik voor mezelf. Een avond rustig op de bank zitten is echt prima voor me. Ook ben ik niet meer zoveel bezig met mijn toekomstplanning. Ik werk nu als anios in de verslavingszorg en dat bevalt goed. Mijn leefwijze nu bevalt me veel beter dan vroeger. Wat dat betreft heeft mijn ziekte me veel gebracht. Ik heb achteraf ook het gevoel dat ik roofbouw op mezelf pleegde. Dat zei mijn moeder altijd al. Maar ik wilde dat studentenleven, was altijd aan het feesten en begon elke maandag vermoeid van het weekend. Voor mijn gevoel deed iederéén dat; een co die om tien uur in bed lag, had geen leven, dacht ik. Ik denk dat die roofbouw misschien wel heeft meegespeeld bij het krijgen van borstkanker. Maar misschien ook wel de stress van mijn studie, het gebruik van alcohol bij het uitgaan, het jarenlang gebruik van de pil. Wie zal het zeggen? Ik geef mezelf niet de schuld. Ik had het allemaal ook niet willen missen. Eigenlijk is het gewoon domme pech.’


Download dit artikel (PDF)

borstkanker
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Jeanet, Huisarts in opleiding, Groningen 11-06-2020 19:57

    "Mooi interview. Gek eigenlijk, dat je er uiteindelijk zo lang mee rond hebt (mogen) lopen. Borstkanker komt echt vaker dan je denkt op jonge leeftijd voor en daar mag best wat aandacht voor zijn als je het mij vraagt. Ik weet nog goed dat ik - destijds ook co-assistent- voor iets anders bij de huisarts was en terloops noemde dat er een paar weken ervoor een keer bloed uit mijn tepel kwam. De huisarts twijfelde niet en stuurde me naar de mammapolikliniek. Aldaar vond een lichamelijk onderzoek en een echo plaats, alleen van de kant waaraan ik klachten had. Waarschijnlijk heb ik mij vergist, want op mijn 30ste kwam ik er ook totaal onverwacht achter dat ik borstkanker had. Gelukkig inmiddels een tweeling (van toen 15 maanden) later. Ook ik heb na alle behandelingen gelukkig mijn leven en de huisartsopleiding weer opgepakt. Ik wens je alle goeds verder !"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.