Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
interview

‘Ik koos voor de M van maatschappij’

Anja Schreijer, hoofd infectieziektebestrijding bij de GGD:

5 reacties
Johannes abeling
Johannes abeling

Arts maatschappij + gezondheid Anja Schreijer is voorzitter van het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding en lid van het Outbreak Management Team. Zij laat het geluid van publieke gezondheid doorklinken in de coronabestrijding.

Het begon allemaal na de kerstvakantie. Een van haar beleidsmedewerkers zei bij de koffieautomaat: ‘Anja, er speelt iets in Wuhan, en ik denk dat we daar last van gaan krijgen.’ En dat, zacht gezegd, kwam uit.

Vanaf februari staat Anja Schreijer, en de hele GGD, in de crisisstand. Opeens lagen GGD en infectiebestrijding onder een vergrootglas, met alle positieve en minder positieve gevolgen van dien, constateert Schreijer in een gesprek dat videobellend plaatsvindt.

Anja Schreijer

Johannes abeling
Johannes abeling


Anja Schreijer (Hengevelde, 1976) is sinds 2018 hoofd algemene infectieziekten van de GGD Amsterdam. Daarvoor was ze adviseur infectiebestrijding, onder meer van de RIVM, de GGD GHOR NL en de WHO.

Ze studeerde geneeskunde in Amsterdam (AMC), en na haar promotieonderzoek bij de klinische epidemiologie van het LUMC vervolgde ze haar studie in Utrecht, waar ze zich uiteindelijk specialiseerde tot arts maatschappij + gezondheid infectieziektebestrijding (2014). Als voorzitter van het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding (LOI) is ze lid van het Outbreak Management Team (OMT). Daarnaast maakt ze deel uit van meerdere commissies, zoals de ZonMw-commissies Gezondheidsbescherming en Antibioticaresistentie.

Terugkijkend op de laatste maanden, zegt Schreijer: ‘We doen het in Nederland gewoon best goed. Er mag wel wat meer vertrouwen zijn in het beleid. Kijk naar de cijfers: het aantal ziekenhuisopnamen is nog steeds laag. Nederland was in maart een van de eerste landen met een R onder de 1. Natuurlijk hebben we zorgen, maar we zitten nu (eind augustus 2020, red.) nog niet in de tweede golf.’

Hoe gaat het nu?

‘We gaan vooralsnog gewoon door met opschalen, maar daar zit een grens aan. Voor de crisis deden we de infectieziektebestrijding bij onze GGD met ongeveer 20 fte, nu is er een heel apart team opgezet met grofweg zo’n 200 fte. Die mensen werken in de teststraat, vormen belteams voor burgers en professionals, of doen bron- en contactonderzoek (BCO). Daarnaast krijgen we nog extra hulp via GGD GHOR Nederland van andere GGD’s, bijvoorbeeld Drenthe, en externe partijen. We kunnen vooralsnog weer voldoen aan de vraag, ook met BCO. Maar het blijft een uitdaging. We hebben tot nu toe het merendeel van de mensen met een positieve uitslag binnen 24 uur kunnen bellen, en heel zorgvuldig met hen het gesprek kunnen voeren en daarmee bronnen en contacten in kaart blijven brengen.’

Heeft u eigenlijk de corona-app gedownload?

‘Inmiddels wel. Ik was wat terughoudend aanvankelijk, maar ik geloof dat dit ons kan helpen, ter aanvulling op het bestaande BCO. De app kan contacten opsporen die je normaal gesproken niet kunt traceren. Ook kan die mogelijk mensen over een bepaalde schroom helpen als het testen anoniem kan. Dus ik zie er wel heil in.’

U bent sinds april lid van het OMT, wat is uw rol?

‘Ik ben een van de vaste leden, omdat ik de voorzitter ben van het LOI, en ook arts maatschappij + gezondheid ben. Mijn belangrijkste rol is dat ik, naast de andere artsen, het geluid van de public health vertegenwoordig. Iedereen heeft zijn eigen vak, en ik redeneer vanuit de kennis van infectieziektebestrijding.’

Uw werk ligt onder een vergrootglas, zegt u.

‘Ja, wat we doen heeft meer aandacht gekregen. Dat heeft positieve effecten. Neem de meldplicht voor een aantal ziekten, waaronder dus A-ziekte covid-19. We merkten in het verleden dat artsen en laboratoria zich niet altijd bewust zijn van die plicht. Wat dat betreft heeft deze crisis een positief effect gehad: covid-19 heeft op dat vlak alle artsen wakker geschud.’

Maar er kwam ook bemoeienis van buiten de medische wereld.

‘Dat we zichtbaar zijn vind ik goed, maar het is soms ook lastig, omdat je minder goed met inhoudsdeskundigen kunt overleggen over wat nodig is en wat proportioneel. Want: de pers vindt er wat van, de maatschappij, en dan is er nog de politiek. Als Diederik Gommers op de ic-afdeling het inhoudelijk beleid aanpast, dan krijgt hij niet met pers- en Kamervragen te maken. Wij wel. Laat ons gewoon ons werk doen, denk ik dan. Bovendien zijn er deskundigen opgedoken uit alle hoeken en gaten. Heel begrijpelijk, maar dat alles heeft consequenties. Dat krachtenveld waarbinnen je opereert, daar moet je je bewust van zijn.’

‘Wat wij doen, wordt pas duidelijk als er iets misgaat’

Hoe gaat u om met de extra aandacht voor het werk van het OMT en de GGD’s?

‘Blijf met elkaar praten, dat is het belangrijkste. Wat mij betreft is het thema van deze crisis: laten we ons zo goed mogelijk houden aan de afspraken die we hebben gemaakt vóór de crisis. Iedereen heeft rollen, taken en verantwoordelijkheden: in het OMT, het bestuurdersafstemmingsoverleg, vervolgens in de advisering aan het ministerie. In het begin was er kritiek dat de inhoudsprofessionals te veel op de stoel gingen zitten van de bestuurders – nu moeten we ervoor waken dat de bestuurders gaan zitten op de stoel van de inhoudsprofessional.’

Eerder pleitte u voor een chief medical officer als medisch adviseur voor de regering.

‘Het aantal artsen op het ministerie is beperkt, zeker in de top van VWS. Het ontbreekt aan iemand met een status die bijvoorbeeld Sally Davies had als CMO in Engeland. Zij kon de premier direct inhoudelijke adviezen geven, bijvoorbeeld op het gebied van antibioticaresistentie, en scherp zijn op consequenties van politieke keuzes voor de gezondheid. Ik denk dat de komst van een CMO de volksgezondheid uiteindelijk ten goede zou komen.’

Hoe belangrijk is het geluid van de arts M+G in het coronadebat?

‘De sociale geneeskunde is zó relevant nu. Wat we doen is vrij onzichtbaar en wordt pas duidelijk als er iets misgaat. Als de richtlijnen werken, dan hebben mensen soms het idee dat wat we doen een overreactie is. Er is wat dat aangaat een treffende Winnie de Pooh-cartoon in omloop, waarin Piglet constateert: dus ook als we het goed doen, denkt iedereen dat we het fout doen? ‘Welcome to public health’, zegt Pooh dan.

Dat de arts M+G onderbelicht is, zie je al in de opleiding. Maar ook nu in de crisis waarin we opereren, merk je dat je nog vaak moet uitleggen wat je doet. Die onbekendheid staat in schril contrast met de realiteit dat bijna élke arts met aspecten van sociale geneeskunde – neem jeugdgezondheid, infectiebestrijding, forensische geneeskunde – te maken heeft.’

Wat was destijds voor u de aanleiding om deze richting te kiezen?

‘Dat is wat mij betreft de M in de titel: maatschappij. Ik vind het heel interessant om op macroniveau mee te denken over gezondheid in de samenleving en het beleid daarvoor. Sommige van mijn studiegenoten die nu in het ziekenhuis werken, snapten dat niet. Maar ik heb er lang over nagedacht. Ik concludeerde na mijn promotietijd dat ik de infectieziekten ontzettend fascinerend vind. De dynamiek, hoe snel het kan gaan – je ziet bij de coronapandemie dat het exponentieel uit de hand kan lopen. En het maatschappelijke belang daarbij, het element van gedrag van mensen. Dat speelveld van maatschappij en gezondheid is me trouwens ook met de paplepel ingegoten: mijn moeder is politica (CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik, red.)’

Die kant had u óók kunnen opgaan. Of, dat kan nog.

‘Ik wil het vooralsnog bij de inhoud laten. Ik hou ervan om vanuit mijn expertise adviezen te geven over het maatschappelijke belang en beleid. Dus op macroniveau bezig zijn met gezondheid, dat trekt mij aan. Ik heb het al eens eerder gezegd: het levert je geen fles wijn op met kerst. Niemand zal zeggen: “Ik ben blij dat ik niet ziek geworden ben, bedankt!”’

Als het gaat over gedrag, heeft u zich verbaasd over de veranderende houding tegenover de maatregelen?

‘Ik snap best dat het lastig is voor mensen om de anderhalve meter vast te houden. Maar wat me wel heeft verwonderd is dat mensen niet meer wilden meewerken aan bron- en contactonderzoek. Er zijn mensen die hun contacten niet willen opgeven. Soms uit schaamte: ‘Tja, ik heb me niet zo netjes aan de regels gehouden.’ Iets dergelijks kennen we uit de soa-zorg, en die schaamte kan ik nog snappen. Maar dat je dan vervolgens níet in quarantaine gaat, dat je gewoon naar je werk gaat of een bruiloft geeft terwijl je bewezen positief bent, dat vind ik zorgelijk. Of dat er werkgevers zijn die hun personeel laten werken terwijl ze klachten hebben – daar heb ik me wel over verbaasd. Misschien ben ik naïef. Maar, en dat heb ik ook eerder in media gezegd, als het zo gaat, dan kunnen we er net zo goed mee ophouden.’

‘De waardering moet omhoog, want de salariëring ligt behoorlijk achter’

Wat zou een manier zijn om mensen te overreden?

‘Meer dwingende maatregelen lijken me bijna ondoenlijk. Waar ik meer in geloof, is op korte termijn het gesprek aangaan en goed gedragswetenschappelijk onderzoek doen. Wat zijn de barrières en motivators van mensen. Waarom houden mensen zich aan de richtlijnen, waarom anderen juist niet? Dat kan van alles zijn: schaamte, onwetendheid, lichtzinnigheid, financiële redenen. En sommige mensen zijn alles gewoon beu. Er is geen one size fits all, dat is de realiteit. Bij een interventie in een crisissituatie is dat uiteraard lastig – je hebt de tijd niet om uitvoerig onderzoek te doen. Toch proberen we wel iets dergelijks te doen. Zo hebben we in Amsterdam een wijkgerichte aanpak waarbij we het gesprek aangaan met sleutelfiguren in de islamitische gemeenschap. Iets vergelijkbaars doen we met studentengroepen.’

U zat in de crisisstand, vertelde u, wat betekende dat in de praktijk?

‘Van meet af aan hebben we met onderbezetting qua artsen en verpleegkundigen infectieziekten moeten werken. Daar is al vaker aandacht voor gevraagd door de GGD GHOR NL en door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De landelijke infectiebestrijding is op orde, maar door die onderbezetting ook kwetsbaar. De personele capaciteit is nét aan. Dat betekent dat in dit soort crisissituaties, je het moet doen met een beperkt aantal mensen.’

Heeft u eigenlijk zelf ook gewerkt als arts?

‘Ja, ik draai ook nog steeds mee in de avond- en nachtdiensten. Dat vind ik belangrijk, ook om feeling te houden met de andere dagelijkse casuïstiek.’

Maakt u zich zorgen over de personele capaciteit op de langere termijn?

‘Er worden volop artsen infectieziektebestrijding opgeleid, er komt een hele bups aan. Maar of het genoeg is? Ik denk dat we ernaartoe moeten dat we overcapaciteit creëren, zoals de brandweer en de landmacht die heeft. Dan ben je tenminste snel op oorlogssterkte als er weer een pandemie aankomt. We zullen de landelijke capaciteit in de infectiebestrijding echt omhoog moeten brengen: artsen, verpleegkundigen, onderzoekers en epidemiologen. Daarnaast kun je werken aan bredere opleiding en uitwisselbaarheid van artsen en verpleegkundigen in de publieke gezondheid. En ja, de waardering moet omhoog, want de salariëring ligt behoorlijk achter.’ 

lees ook
interview carrière GGD covid-19
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Jan Vosters, arts maatschappij en gezondheid, niet praktiserend, 's-Gravenhage 29-09-2020 08:08

    "Goed dat de rol van sociale geneeskunde en de arts M+G aandacht krijgt. Als er meer goed opgeleide experts op dit terrein waren geweest zou de aanpak anders zijn geweest en zou de overbelasting van de GGD'en nu voorkomen zijn. Op het ministerie wordt onze expertise zeer gemist, een CMO is wel het minste. Schreijer stelt de vraag waarom men zich niet aan de richtlijnen houdt. Zou het ook niet kunnen zijn omdat de wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt en men weloverwogen de maatregelen disproportioneel vindt?"

  • Els van Veen, huisarts, Dalfsen 18-09-2020 07:10

    "Ik vind het onterecht dat artsen M & G zichzelf de laatste maanden zo op de borst kloppen. Ik heb met stijgende verbazing toegekeken hoe artsen in het OMT de regering hebben geadviseerd in de aanpak van het coronavirus.

    Natuurlijk heeft iedereen hier een mening over: het raakt namelijk de hele samenleving. Niet fijn als je onderneming met werknemers (horeca) failliet is gegaan. Niet fijn als je vader zich suïcideert, waarschijnlijk omdat werkloosheid de druppel was bij al langer spelende spanningen en depressies. Niet fijn als je man aan de drank gaat. Niet fijn als je je introductieweek niet kunt hebben en steeds weer -als student- de schuld krijgt van 'brandhaarden die opvlammen'. Ik heb het helaas allemaal langs zien komen.

    Ik hoop dat artsen M & G naar de gezondheid van alle mensen gaan kijken. Dat hangt namelijk met elkaar samen. De corona-aanpak is ziekmakend voor grote aantallen (jonge) mensen."

  • Ir. JGM van der Zanden, Interim Manager, docent, Haarlem 18-09-2020 01:02

    "(vervolg)
    Weet u wat ik niet snap? Dat er slechts ongeveer 5 bekende Nederlanders met verstand van zaken dit aankaarten. En dat niet alle gezondheidseconomen op hun achterste benen staan vanwege dit wanbeleid. Dat de ambtenaren van VWS, die deze rekensommen ook kennen, niet op hun achterste benen staan. Dat onze politici kennelijk deze rekensommen niet kennen en zich door uw OMT als makke schapen een dwaalbos in laten sturen en niet luisteren naar beleidsambtenaren.

    En wat ik vooral niet snap, is dat de leden van het OMT, die naar ik aanneem, in ieder geval deels, ook op de hoogte zouden moeten zijn van deze kostennorm, het Kabinet niet maant tot aanzienlijk grotere omzichtigheid bij het toebrengen van maatschappelijke en economische schade.

    Ik ben echt heel benieuwd hoe lang het nog duurt voordat in Nederland, maar ook internationaal, eindelijk de evaluaties komen, waarin dit wanbeleid t.a.v. de volksgezondheid aan de kaak wordt gesteld; en het inzicht indaalt dat er wereldwijd kapitale beleidsfouten gemaakt zijn.
    "

  • Ir. JGM van der Zanden, Interim Manager, docent, Haarlem 18-09-2020 01:01

    "Mw. Schreijer verbaast zich er over dat "iedereen zich met de Corona maatregelen bemoeit" en niet met de processen op de IC van intensivist Gommers.

    Ik kan u uit de droom helpen. Die maatregelen zorgen namelijk voor een begrotingstekort van minimaal 15%. Voor inkomensverlies van vaak meer dan 30% voor 100.000-en mensen voor meerdere jaren. Voor een macro-economische dip van circa 10% gedurende misschien wel 2 jaar.

    Als u deze schade zou afzetten tegen de levens die zijn gered, dan zou u zich vrijwel zeker doodschamen voor uw adviezen: ruim €100 miljard t.o.v. circa 20.000 geredde levens. En omdat dit veelal oudere kwetsbaren zijn met onderliggend lijden, is de verwachting dat dit slechts om circa 20.000 levensjaren gaat in matige gezondheid. Dat betekent dus minder dan 20.000 qaly's (zie uitleg qaly bij Wikipedia). Dit beleid kost dus €5 miljoen per qaly.

    De kostennorm voor preventie in Nederland is circa €20.000 per qaly (Zorginstituut Nederland, 2013); die norm wordt dus minimaal 250 keer overschreden! Weet u hoeveel kanker-, hart- en vaatziekte en andere preventie hiervoor had kunnen worden betaald? En dus mensenlevens in tamelijk goede gezondheid? Dit is toch gewoon penny wise pound foolish omgaan met geld voor onze Volksgezondheid?

    Als je dan er nog bij optelt dat zelfs vele medici nu al schatten dat de gezondheidsschade door uitstelgedrag en door psychische problemen, veroorzaakt door de economische malaise, nog groter uitvalt dan de gewonnen 20.000 qaly's, dan zijn het effect en de kosten van dit beleid helemaal bizar.
    "

  • W.J. Duits, bedrijfsarts, Houten 17-09-2020 16:12

    "In de sociale geneeskunde werken ook bedrijfsartsen, die mis ik nu in de opsomming van collega Schreijer. We zijn in ons werk juist bezig met beperken van gezondheidsschade in het werk, daarbij hoort ook infectiepreventie. Meerdere collega's hebben uitgebreide expertise op het gebied van infectiepreventie, het doen van contactonderzoeken o.a.. Laten we samen kijken wat we kunnen betekenen voor elkaar. Er is dus een reservecapaciteit aanwezig. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.