Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws

‘Houd bij je keuze voor een specialisatie rekening met je persoonlijkheid’

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Misschien ben je er al helemaal uit welk specialisme je het meest aantrekt. Maar past dit wel bij je persoonlijkheid en is het belangrijk dat je persoonlijkheid past bij het specialisme waarin je later gaat werken?

Ben je een adrenalinejunkie? Dan ben je vast in de wieg gelegd voor SEH-arts. Of ben je een klusser, die goed overweg kan met een stapel planken, een zaag en een boormachine? Dan moet je wel orthopeed worden! Een nerd die graag op zichzelf is? Dan word je vast radioloog! Of meer het geitenwollensokkentype dat zich het leed van heel de wereld aantrekt. Dan word je tropenarts! Je kent ze vast, de wat vastgeroeste ideeën over welk type persoon past bij bepaalde medisch specialismen.

Dat zijn natuurlijk vooroordelen. Maar toch is het niet zo gek om te kijken of je persoon­lijkheid matcht met het medisch specialisme dat je voor ogen hebt, concluderen de derde­jaars­geneeskunde­studenten Melanie van Eeten, Anna Geeraedts en Mandi Kampman (Rijksuniversiteit Groningen) op basis van hun onderzoek naar het verband tussen persoonlijkheid en de keuze voor een medisch specialisme. En ja, dat verband bleek er in een aantal gevallen inderdaad te zijn!

Neuroticisme

De persoonlijkheidskenmerken waar de drie geneeskundestudenten naar keken, zijn wel subtieler dan de gebruikelijke vooroordelen over specialisten, licht Van Eeten toe. ‘Voor het onderzoek hebben we gebruikgemaakt van de ‘Big Five’, waarbij aan de hand van vijf dimensies een meting wordt gedaan van de ­persoonlijkheidseigenschappen (zie kader). We hebben 234 bachelorgeneeskundestudenten, 174 mastergeneeskundestudenten, 118 aiossen en 169 medisch specialisten de persoonlijkheidstest laten doen en een vragenlijst voorgelegd over hun (voorkeuren voor een) ­specialisme en over persoonlijkheidskenmerken. Daarnaast vroegen we op basis waarvan ze hun keuze maken en welke factoren bepalen of ze tevreden zijn met hun werk. Wat in ons onderzoek duidelijk naar voren kwam, is dat geneeskundestudenten die hoog scoren op ‘openheid’ een significant grotere interesse ­hebben in de vakgebieden tropengeneeskunde, plastische ­chirurgie en neurologie. Ook zien we dat aiossen en medisch specialisten die hoog scoren op ‘openheid’ significant vaker hebben gekozen voor psychiatrie, neurologie en chirurgie. Geneeskundestudenten die hoog scoren op neuroticisme zijn vaker geïnteresseerd in dermatologie, geriatrie en sociale geneeskunde. De aiossen en medisch ­specialisten die hoog ­scoren op neuroticisme hebben vaker gekozen voor psychiatrie, der­matologie en neurologie. Tussen de andere ­persoonlijkheidsdimensies en vakgebieden ­hebben we géén significante verbanden kunnen leggen. Andersom zien we ook een verband ­tussen de mensen die hoog ­scoren op openheid en ­neuroticisme en specialisaties die hen het minst aantrekken.’

Gelukkig

De drie onderzoekers veronderstellen dat een specialisatiekeuze die past bij je persoonlijkheid je uiteindelijk het meest gelukkig maakt. ‘Maar of dat echt zo is, kunnen we op basis van dit onderzoek niet zeggen’, stelt Van Eeten. ‘Het onderzoek was te klein om aan te tonen of de aiossen en medisch specialisten gelukkig zijn in hun werk en of dat een relatie heeft met hun persoonlijkheidskenmerken en beroepskeuze. Toch zouden we geneeskundestudenten of pas afgestudeerde artsen aanraden om bij je ­keuze er ook rekening te houden of deze bij je persoonlijkheid past. Het zou goed zijn als er speciale tests voor ontwikkeld worden; op dit moment wordt in beroepskeuzetests bijvoorbeeld gekeken naar welke patiëntengroep je het meest aanspreekt.’

Een bonte mix van ­persoonlijkheden ­stimuleert mogelijk de creativiteit

Diversiteit

Maar is het dan een goed idee als er alleen nog maar specifieke types terechtkomen bij specifieke medisch specialisaties? Gaat dat niet ten koste van de diversiteit? Van Eeten: ‘Ook dat hebben wij niet onderzocht. We dénken dat het voor­delen heeft als mensen in een team op elkaar ­lijken qua persoonlijkheid. We vermoeden dat je er gelukkiger van wordt als je samenwerkt met like-minded collega’s. Een bonte mix van ­persoonlijkheden stimuleert mogelijk de creativiteit, maar het kan ook een risico zijn als er te veel collega’s zijn die werk doen dat eigenlijk niet bij ze past. Ik zou zeggen dat je een dergelijke persoonlijkheidstest voorál voor jezelf moet gebruiken, om jezelf beter bewust te worden van hoe je in elkaar zit en wat bij jou past. Ik zou het nog niet inzetten bij de ­werving van medewerkers.’ 

De Big Five

De Big Five is de meestgebruikte en best onderzochte persoonlijkheids­theorie. Uitgangspunt zijn vijf dimensies waarin je laag of hoog kunt ­scoren, en waarbij geen ‘slechte scores’ bestaan. Dit soort persoonlijkheidstests kan worden gebruikt om een werkomgeving te vinden die bij je persoonlijkheid past.

1. Openheid

Als je hoog scoort op openheid sta je meer open voor nieuwe ervaringen, je bent nieuwsgierig en open-minded, probeert graag nieuwe ­dingen, hebt veel ideeën. Je werkt graag ergens waar je nieuwe dingen meemaakt en inventief kunt zijn. Als je laag scoort voor openheid ben je meer ‘traditioneel’ ingesteld; je doet de dingen liefst zoals je ze altijd doet, houdt minder van ver­anderingen en bent praktisch en nuchter ingesteld. Werken volgens bestaande regels en procedures past bij je.

2. Neuroticisme

Als je hoog scoort op neuroticisme ben je sneller bezorgd en gevoeliger dan anderen, je ervaart sneller stress, hebt last van onzekerheid en emotionele ups en downs. Creatief werk dat je in je eigen tempo, zonder al te veel druk, kunt doen past bij je. Als je laag scoort op neuroticisme, dan ben je meestal rustig, zelfverzekerd en niet zo snel gestrest of emotioneel. Werk met risico’s, stress en grote verantwoordelijkheden past bij je.

3. Zorgvuldigheid

Als je hoog scoort op ordelijkheid ben je meer gefocust, je houdt je aan afspraken en je houdt van structuur en details. Dat komt goed van pas in een vakgebied waar nauw­keurigheid belangrijk is en ­fouten vervelende gevolgen hebben. Scoor je laag, dan ben je minder gefocust, maar wel ­flexibeler in hoe je je werk aanpakt. Je kunt wat rommelig en chaotisch zijn, maar kunt ook goed improviseren. Handig in functies waar flexibiliteit belangrijk is.

4. Extraversie

Als je hoog scoort op extra­versie ga je graag met mensen om, je praat graag en bent vaak ­vrolijk en spontaan en avontuurlijk. Werken met mensen en werk met veel uitdaging past bij je. Scoor je laag, dan ben je introvert, meer op de achtergrond in gezelschap, kun je jezelf goed alleen ­vermaken en denk je graag na. ­Zelfstandig werken, je eigen gang kunnen gaan en dingen moeten ­uitzoeken, past dan meer bij je.

5. Aanvaardbaarheid

Als je hoog scoort op aan­vaardbaarheid, dan ben je empathisch, meegaand en behulpzaam ingesteld. Je houdt rekening met andermans gevoelens en vindt een goede relatie met anderen belangrijk. Je vindt werk waarin je iets kunt betekenen voor mensen belangrijk. Als je laag scoort op aanvaardbaarheid dan ben je competitiever ingesteld. Je hebt je eigen belangen goed voor ogen en houdt daarbij niet altijd rekening met anderen, je kunt direct, koppig en ongeduldig zijn. Werk waarbij je je eigen doelen en ambities kunt nastreven past bij je.

De onderzoekers hebben naar aanleiding van hun resultaten een driedelige podcast opgenomen. Die kun je hier beluisteren.

  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.