Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
interview

Geneeskundestudent met regenboogsokken

‘Lhbti+’ers worden nog lang niet overal geaccepteerd’

Plaats een reactie
Foto gemaakt door Reyer Boxem
Foto gemaakt door Reyer Boxem

Joppe Trip studeert geneeskunde in Groningen en is transman. Hij vindt dat er meer aandacht voor transgenders moet zijn tijdens de studie en strijdt voor zichtbaarheid van lhbti+’ers in de zorg.

Joppe Trip

Joppe Trip (29) is zesdejaarsgeneeskundestudent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na de middelbare school studeerde hij twee jaar filosofie. In die periode kwam hij erachter dat hij transgender was, en ging in transitie. Sindsdien leeft hij als man. Nadat hij zijn bachelor health & life sciences met hoge cijfers haalde aan het University College in Groningen, kon hij als zijinstromer beginnen aan de faculteit geneeskunde. Hij is momenteel semiarts forensische psychiatrie in de Van Mesdagkliniek. Het is een richting die hij mogelijk later ook op wil.

Het hoort erbij als je geneeskunde gaat studeren: anatomie in vivo. Oftewel: onderwijs over de anatomie aan de hand van elkaars lijven. Sta je daar opeens in je ondergoed tegenover je jaargenoten, van wie je het gros tot dan toe alleen maar in volledig geklede toestand hebt gezien. Voor de meeste mensen is dat ongemakkelijk. Voor sommige mensen is dat héél ongemakkelijk. Zo ook voor Joppe Trip (29), zesdejaarsstudent geneeskunde in Groningen. Joppe is transman, en was al een paar jaar voor hij ging studeren in transitie gegaan. Lang niet al zijn studiegenoten wisten daarvan. ‘Ik deelde mijn achtergrond met wie ik dat zelf wilde. Maar in het eerste jaar van de master werd het spannend, omdat we elkaar moesten gaan onderzoeken. Dat gaf spanning: zouden ze iets aan me zien, littekens, of dat er geen vulling in mijn onderbroek zit?’ Trip is niet op zijn mondje gevallen, en stapte dus naar de coördinator van dit onderwijsonderdeel. ‘Dat werd een goed gesprek, waar ook de vertrouwens­persoon van de opleiding bij zat. We hebben het gehad over hoe dit onderwijs er meestal aan toe gaat, en hoe dat voor mij was. Ze reageerden heel lief, en begripvol. Voor hen was dit ook de eerste keer dat zij met een transgenderstudent te maken hadden, tenminste, voor zover zij wisten. We hebben afgesproken dat ik de toets, die je normaal gesproken met iemand doet die je niet kent, met iemand mocht doen die ik zelf uitkoos. Dat hielp mij ontzettend. Voor het volgende blok stond ik veel steviger in mijn schoenen, en was deze aanpak niet meer nodig. Ik had echt het gevoel van: kom maar op.’

‘Ik moest alles zelf uitvinden, dat kan volgens mij beter’

Alles zelf uitvinden

Het zette Trip wel aan het denken: ‘Voor mij viel het uiteindelijk wel mee, ook omdat ik al heel ver ben in mijn transitie. Die littekens zie je bijna niet, en ik ben atletisch gebouwd, dus het valt de meeste mensen niet meteen op dat ik een transman ben. Maar wat nu als er een student midden in dat traject zit, of net begint? Of bij wie je wel grote littekens of een opvallende bouw ziet? En sowieso: moeten transgenderstudenten dan telkens zelf het initiatief nemen om met een coördinator contact op te nemen? Ik moest alles zelf uitvinden, dat kan volgens mij beter. Het lijkt mij goed als er een vaste vertrouwenspersoon is bij wie je dan kunt aankloppen, iemand die weet waar je als transgenderstudent tegenaan kunt lopen.’

Foto gemaakt door Reyer Boxem
Foto gemaakt door Reyer Boxem

Zoals pijnlijke opmerkingen. ‘Tijdens mijn coschap chirurgie zaten in de koffiekamer twee operatieassistenten te roddelen over een transgendervrouw die voor een borst­vergroting kwam. Ik durf mijn mond dan wel open te trekken, ik heb ze flinke voorlichting gegeven over het traject waar mensen doorheen gaan, over het genderteam en ga zo maar door.’ Het zou beter zijn als híj dat niet hoefde te doen, vindt Trip. Bijvoorbeeld door transgenderissues tijdens de opleiding meer aan bod te laten komen. ‘Het is nog geen verplicht onderwerp tijdens de geneeskundestudie. Diversiteit wel, maar dan gaat het toch al gauw over etniciteit of homoseksualiteit. Dat is jammer, want als je het er nooit over hebt, kom je er ook niet achter hoe mensen hierover denken. Aan de universiteit studeren mensen met verschillende achtergronden, waardoor een gesprek altijd tot interessante discussie leidt. Ik ben nu bezig met de opleidings­coördinator om ervoor te zorgen dat iedereen tijdens de geneeskundestudie ten minste één keer een transgenderman of -vrouw heeft gezien en gesproken.’

‘Als mensen in jouw spreekkamer een regenboogvlaggetje zien, voelen ze zich vrijer om open over hun identiteit te praten’

Wereld te winnen

Trip zit er niet op te wachten dat hij ‘De Transgender van de faculteit’ wordt, maar ‘ik lok het gesprek over diversiteit wel uit. Op alle afdelingen waar ik werk, hang ik een magneet van RozeinWit (zie kader) op. Als mensen daarnaar vragen, leg ik uit waar dat voor staat. En waarom ik me inzet voor transgenderbelangen binnen de geneeskunde. Ik draag vaak regenboogsokken. Een patiënt maakte daar een opmerking over, zei dat ze die zo mooi vond. Zelf had ze zwarte kousen aan. De volgende keer dat ik haar zag, droeg ze ook regenboogsokken, en vertelde ze me dat ze biseksueel was. Dat had ze nog niet eerder aan een dokter verteld. Dat is precies waar RozeinWit voor staat: het zichtbaar maken van homoseksualiteit, transgender, interseksualiteit en alles wat tegenwoordig onder lhbti+ valt. Dat helpt echt. Als mensen in jouw spreekkamer komen en een regenboogvlaggetje zien, voelen ze zich vrijer om open over hun identiteit te praten. En daar hoef je zelf niet homoseksueel of wat dan ook voor te zijn. Realiseer je wel dat lhbti+’ers nog lang niet overal geaccepteerd worden en het voor veel mensen niet makkelijk is om hier open over te zijn.’ En ook voor lhbti+-artsen geldt dat er nog een wereld te winnen valt, zegt Trip: ‘Zeker voor trans­genderartsen. Het is voor elke basisarts spannend of je wel in opleiding komt, maar als je zelf ook nog een transitietraject in wilt gaan, dan is dat wel een extra last. Nemen opleiders je wel aan als ze weten dat je misschien een tijdje uit de running bent? Dat zijn heel begrijpelijke zorgen.’

RozeinWit

Joppe Trip is actief binnen de stichting RozeinWit, die staat voor meer zichtbaarheid van lhbti+ in de zorgsector. De leden zijn overwegend lhbti+-artsen, maar ook niet-lhbti+’ers die het werk van RozeinWit steunen. De stichting bestaat sinds 2018, en trok onder meer de aandacht met een boot vol roze/witte dokters tijdens de Canal Parade in Amsterdam en Utrecht. Trip zelf heeft binnen RozeinWit de Trans Denktank opgericht. Deze is gericht op het werk- en studieklimaat van transgender­coassis­tenten, -arts-assistenten en -specialisten. Hij is op zoek naar andere transgenderstudenten en -artsen die actief willen meedenken over een commissie binnen RozeinWit. Ook niet-transgendermedici zijn welkom, zolang zij affiniteit met transgender­issues hebben. Geïnteresseerden kunnen zich melden bij joppe.trip@rozeinwit.nl.

De stichting RozeinWit zelf is op zoek naar interseksemedici om deze groep nog beter te kunnen vertegenwoordigen.

interview
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.