Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
Achter het nieuws

Geen beroepsverbod voor arts met kinderporno en harddrugs

4 reacties
Getty Images
Getty Images

Of een arts die wordt veroordeeld voor een strafbaar feit nog patiënten mag behandelen, is aan de strafrechter en aan de tuchtrechter. Zelfs bij bezit van kinderporno of harddrugs, of bij moord, weegt de rechter welke straf adequaat is.

De rechtbank Gelderland heeft een huisarts uit Arnhem vorige maand een gevangenisstraf van achttien maanden opgelegd voor het bezit van kinderporno en harddrugs. Negen maanden van de celstraf zijn voorwaardelijk als de arts zich laat behandelen. De strafrechter mag in sommige gevallen een beroepsverbod opleggen, maar in deze zaak was een beroepsverbod geen onderdeel van de strafeis.

Hoewel het niet vaak gebeurt, is het niet de eerste keer dat een arts wordt veroordeeld voor een misdrijf. Zo werd in 2019 een huisarts uit Leiden veroordeeld tot vijfenhalf jaar cel en tbs met dwangverpleging voor het vergaren en produceren van kinderporno en kreeg een Nijmeegse psychiater in 2012 een taakstraf, ook voor het bezit van kinderporno. Een andere bekende zaak is die van ‘horrortandarts’ Marc van N.

Beroepsverbod

In sommige gevallen legt de strafrechter direct een beroepsverbod op, maar of dat ook gebeurt verschilt per zaak. Zo was in het geval van de Leidse arts een beroepsverbod onderdeel van de straf. Ook de Nijmeegse psychiater kreeg geen beroepsverbod en mocht, nadat hij zijn straf had uitgezeten, gewoon weer als psychiater aan de slag. Pas toen hij solliciteerde bij een zorginstelling en er Kamervragen werden gesteld, greep de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in en spande een zaak aan bij het tuchtcollege. Het college gaf de IGJ gelijk en legde de man een gedeeltelijk beroepsverbod op; hij mag sinds 2015 geen minderjarigen meer behandelen.

Maar in de Arnhemse zaak was een beroepsverbod zelfs helemaal geen onderdeel van de strafeis. Hoewel het al de tweede keer is dat de arts voor een soortgelijk vergrijp voor de rechter moest komen – en inmiddels is veroordeeld – zag de officier van justitie geen heil in een beroepsverbod. Zij stellen dat het ‘niet voldoende kan worden onderbouwd nu het beroep van verdachte niet delictgerelateerd is op het gebied van het bezit van kinderporno’, aldus de uitspraak van de rechtbank.

‘De moord was in de privésfeer gepleegd’

Tweede kans

Hoewel alle bovenstaande zaken op elkaar lijken, is een beroepsverbod dus geen vanzelfsprekendheid. Maatwerk is op zijn plaats, want iedere zaak is anders en ook artsen die een fout begaan, verdienen een tweede kans. Maar hoe gaat zo’n zaak in zijn werk als er duidelijk ethische grenzen zijn overschreden, terwijl er beroepsmatig eigenlijk weinig aan de hand is?

Allereerst is het volgens juristen van de KNMG belangrijk om te weten dat er ook in het geval van de onlangs veroordeelde Arnhemmer, nog steeds een tuchtzaak kan worden aangespannen. Het tuchtrecht en de rechtspraak zijn twee aparte systemen, die naast elkaar kunnen lopen. Het ne bis in idem-beginsel – strafrechtjargon voor het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit kan terechtstaan – gaat dus niet op.

Sinds april 2019 is er ruimte in het tuchtrecht om – als er in de privésfeer ernstige vergrijpen zijn gepleegd – in te grijpen en in extreme gevallen een beroepsverbod op te leggen. Uit eerdere, soortgelijke tuchtzaken is gebleken dat het downloaden, bekijken en in bezit hebben van kinderporno, wat in privétijd plaatsvond, onder de zogeheten tweede tuchtnorm valt en als zodanig tuchtrechtelijk kan worden getoetst.

Tuchtnorm

Hilda Tjeerdsma, lid van het Centraal Tuchtcollege, legt het verschil tussen de eerste en tweede tuchtnorm als volgt uit: ‘Bij de eerste tuchtnorm wordt er gekeken of een arts in zijn beroepsuitoefening gehandeld heeft zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend arts verwacht mocht worden. Zo niet, dan kan een waarschuwing, berisping, boete of andere maatregel worden opgelegd. Bij de tweede tuchtnorm wordt gekeken naar het handelen van de arts buiten de directe patiëntenzorg om, bijvoorbeeld als een arts is veroordeeld voor een misdrijf en er daarom twijfel is of hij zijn beroep nog naar behoren kan uitvoeren.’

Dat hoeft niet alleen te gaan over vergrijpen zoals in de bovengenoemde rechtszaken die allemaal te maken hebben met het bezit of produceren van kinderporno, maar ook over andere misdrijven zoals oplichting of (poging tot) moord. Soms gaat het zelfs om zaken die eerder helemaal niet voor de strafrechter zijn gekomen, zoals het niet toelaten van een collega tot een waarneemregel of onjuist optreden in de media.

Tjeerdsma: ’Je maakt als arts geen “fout” in de patiëntenzorg, maar je hebt ander laakbaar gedrag vertoond waardoor er schade wordt toegebracht aan het vertrouwen in de individuele gezondheidszorg en het aanzien van de beroepsgroep.’

Kwaliteit van zorg

In de Wet BIG staat onder artikel 47 wie een klacht mogen indienen tegen een arts bij het tuchtrecht; dit zijn de patiënt, naasten van de patiënt, de werkgever of een instantie die de beklaagde (tijdelijk) in dienst heeft, en de IGJ. Omdat er in het geval van de Arnhemse arts geen gedupeerde patiënten in het spel zijn, ligt de bal dus bij zijn werkgever of bij de inspectie.

Desgevraagd geeft de inspectie aan dat zij bekend is met de zaak. Het onderzoek van de IGJ loopt nog en ze weten nog niet of zij de arts gaan vervolgen. IGJ-woordvoerder Mariël van Dam: ‘Onze taak is altijd om te kijken of de veiligheid en kwaliteit van zorg in het geding is. Inhoudelijk kan de inspectie geen antwoord geven op vragen over lopende onderzoeken.’

Geen gevaar

Tjeerdsma: ‘Het Centraal Tuchtcollege kreeg ooit een zaak over een arts die strafrechtelijk veroordeeld was voor het medeplegen van opzettelijke brandstichting en een poging tot moord op zijn ex-echtgenote. Hij mocht zijn vak gewoon nog uitoefenen omdat de poging tot moord in de privésfeer was gepleegd en het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel kwam dat de arts na het uitzitten van zijn straf en het volgen van een resocialisatieprogramma geen gevaar was voor zijn patiënten.’

Lees ook Download dit artikel (in pdf)

Achter het nieuws Tuchtrecht strafrecht IGJ
  • Samuel Verschoor

    Samuel Verschoor (1988) is via het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten als trainee onderzoeksjournalist werkzaam bij Medisch Contact.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • C.L. Poortvliet

    huisarts, Alphen aan den Rijn

    12-08-2022 20:50

    "Woe to those who hurt the children " er is geen grijs gebied met betrekking tot kinderporno, het is satanisch en demonisch.

  • G.E. Junius

    Specialist ouderengeneeskunde

    05-08-2022 14:16

    Na het lezen van het artikel komt bij mij de vraag op waarom het beroep van arts anders wordt benaderd door het recht dan andere beroepen. Wat maakt het dat het principe ne bis in idem niet voor artsen geldt? Het is in mijn ogen discriminatoir en ik ...vraag mij af of een tot twee maal toe veroordeelde arts bij het Europese hof van gelijkheid zijn of haar gelijk zou kunnen krijgen. Misschien kan dit eens uitgezocht of uitgelegd worden en nog liever in het recht veranderd worden dat artsen op een gelijke manier behandeld worden net als ieder ander.

  • Huisarts, Nieuw-Zeeland

    03-08-2022 21:09

    Dank voor uw artikel. Ik begrijp alleen niet waarom Jansen Steur wordt genoemd in dit artikel. Deze beste man is vrijgesproken tot aan de hoge raad aan toe en heeft ontzettend moeten lijden onder media aandacht, zijn naam is bekend en onschuldig terw...ijl de andere dokters niet bij naam worden genoemd en wel degelijk strafbare feiten hebben gepleegd.

    Dit is niet eerlijk en ik zou u willen vragen de Neuroloog zijn naam uit het artikel te verwijderen.



 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.