Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Nieuws
Heleen Croonen
27 mei 2013 6 minuten leestijd

Avondklas anatomie

Plaats een reactie

Studenten van de Erasmus Universiteit misten verdieping van het anatomieonderwijs in hun curriculum. Ze hebben zelf een avondcursus opgezet, met eigen docenten, onderwijsmateriaal en budget. Niemand verdient er euro’s of studiepunten mee, en toch is deze avondklas al acht jaar lang overtekend. Heleen Croonen

Zes lichamen liggen op dissectietafels in het verder vrijwel verlaten Erasmus MC aan de Westzeedijk in Rotterdam. Rond ieder lichaam staan groepjes studenten in de formaldehydedamp, het abdomen is geopend. Vanavond zijn de darmen aan de beurt. Aan het voeteneinde van één van de lichamen houdt een studente een ileum omhoog. Haar practicummaatje spreidt met een afgetopt schaartje het vetweefsel met kleine haaltjes. Ze maken de vatenkrans zichtbaar die eronder ligt, zonder de tere vaten te beschadigen. ‘Aan het begin van de darm zie je veel vertakkingen, terwijl aan het eind open arcadeboogjes zichtbaar zijn’, legt de knippende studente uit. Waarom is dat zo? Ze kijken elkaar aan. Geen idee. De student-assistent wordt erbij geroepen. Ze beantwoordt de vraag met een wedervraag: ‘Wat gebeurt er in het jejunum? Juist, opname van voedingsstoffen. Daarom heeft dat deel van de darm een dichter netwerk van vaten.’

Aan de andere kant van het lichaam hebben drie collega-studenten het colon in hun handen. Ook daar is hulp ingeroepen, maar dan van de tutor. Deze senior student-assistent draait al wat langer mee en leidt de nieuwkomers op in het onderwijzen. In zijn zak zit de sleutel van de snijzaal, hij zorgt dat alles goed gaat en schoon wordt achtergelaten. De tutor wijst over de darm met een pincet. ‘Hier loopt de tenia colica mesa en de spier die er omheen loopt heet de tenia omentalis, zo onthoud ik het. En de derde spier, hoe heet die ook alweer?’ De tutor twijfelt en pakt het dissectiecursusboek erbij, geschreven door oud-studenten van de cursus. ‘O ja, de tenia libera.’

Een paar lichamen verderop is het plastic bakje al aardig gevuld met gele vlokken. Twee jongens zijn druk bezig om de vatenkrans vrij te maken van een stevige vetlaag. ‘Een lichaam met veel vet is lastig te prepareren’, legt een jongen uit. ‘Maar we rouleren elke week, zodat iedereen ook eens met een gunstiger lichaam kan werken.’

De jongens worden onderbroken door de tutor, die de muziek uit de provisorische stereo wat zachter zet. ‘Oké jongens, doe de darmen maar weer terug in de buik. Koffiepauze.’

Weefselgevoel
Acht jaar geleden kon oprichter Hilco Theeuwes niet voorzien dat deze avondcursus onder de naam Erasmus MC Anatomy Research Project zo’n succes zou worden en jaarlijks in vier blokken zou worden gegeven. Inmiddels is de VU in Amsterdam met soortgelijke cursussen begonnen en draait er in Rotterdam nu ook een anesthesie- en een radiologiecursus.

Theeuwes is inmiddels in opleiding tot chirurg in de regio Maastricht. Robbert van Onkelen, de bedenker en oprichter van het fiscaal en juridisch volledig sluitende financieringssysteem voor alle nu lopende extracurriculaire ‘students for students’-activiteiten, promoveert nu bij de afdeling Heelkunde van het Erasmus MC. Ze horen allebei regelmatig positieve geluiden uit het veld over de Rotterdamse avondcursus voor en door studenten.
Theeuwes: ‘Ik heb dankzij de cursus mijn motorische vaardigheden beter ontwikkeld. Dit “weefselgevoel” ontwikkel je alleen door routine op te bouwen.’

De studenten op zaal zijn tweedejaars. De meesten hebben in die fase van hun studie nog weinig dissectie gedaan, laat staan dat ze een abdomen of een hoofd-halsgebied helemaal hebben geprepareerd. Theeuwes was in zijn tweede jaar een uitzondering en mocht met een paar vrienden in de avonduren een preparaat maken voor een cursus. ‘Het was gek dat wij dat mochten doen, en de rest niet’, vond hij, en het idee voor een avondcursus anatomie was geboren. Theeuwes schreef zijn plan voor extra anatomielessen voor tachtig studenten op een A4. Binnen de faculteit vond hij een partner in – inmiddels hoogleraar anatomie – Gert Jan Kleinrensink. Samen lukte het hen om het vertrouwen te krijgen van het bestuur. De eerste advertentie leverde 400 aanmeldingen op van studenten, veel meer dan verwacht.

Fles wijn
Inmiddels is de cursus niet meer weg te denken. De studenten nodigen voor elke cursusavond een clinicus uit voor een college. Deze avond staat chirurg Geert Kazemier voor de klas, hij is onlangs overgestapt naar de VU in Amsterdam voor een leerstoel leverchirurgie. Het is zijn vrije avond, en hij krijgt voor het college alleen een flesje wijn als attentie. ‘Anatomie is een lastig vak omdat je veel namen moet onthouden’, begint Kazemier zijn college. ‘Waarom doen we dat? Je hebt prima chirurgen die weinig kennis hebben van de namen, maar die wel goed kunnen opereren. Het wordt pas lastig als je kennis wilt uitwisselen. Dan zijn de namen essentieel. Het is daarom een slechte zaak dat anatomie uit de curricula verdwijnt.’

En de chirurg steekt van wal over de verschillende arteriën in de lever. Gert Jan Kleinrensink herkent het beeld dat zijn collega schetst maar al te goed. De anatomielessen zijn met de introductie van het probleemgestuurd onderwijs opgedeeld per blok. De volgorde van de blokken bepaalde de volgorde waarin de anatomie werd bestudeerd. ‘Maar dat is niet de methode om goed anatomieonderwijs te geven. Het werd een chaos’, verzucht Kleinrensink. ‘Het is het beste om de anatomie te leren vanuit het skelet, naar de spieren, naar de vaten, en zo het hele lichaam van binnen naar buiten. Studenten raken de draad kwijt als ze het geheel niet zien.’

Pin-up aan de muur
Een groot deel van zijn oratie in 2011 heeft Kleinrensink gewijd aan het initiatief van de studenten. De professor glimt van trots als hij het hok laat zien waar studentassistenten, tutoren en bestuursleden de avonden voor-bereiden. Aan het uiteinde van de rij computers en stapels literatuur staat een leren Chesterfield-bank, daarboven prijkt een grote pin-up aan de muur. ‘Het gaat hier niet alleen maar over het opdoen van kennis, we gaan na de cursus steevast met zijn allen naar de kroeg’, zegt een bestuurslid, terwijl hij door een wetenschappelijke
publicatie scrolt op de computer.

Studenten gebruiken hun preparaat regelmatig voor onderzoek, en sturen foto’s en beschrijvingen in naar wetenschappelijke tijdschriften. Soms naar aanleiding van klinische praktijkvragen. Zo was een orthopeed op zoek naar een nieuwe toegangsweg in de pols voor een arthroscopie. Oprichter Theeuwes licht toe: ‘Met de opkomst van de minimaal-invasieve chirurgische technieken komt de anatomie in een nieuw daglicht te staan, en is er steeds meer behoefte aan wetenschappelijk onderzoek naar de anatomie’.

De oprichters en professoren zijn voor deze gelegenheid een avond op zaal en geven links en rechts aanwijzingen bij de dissectie. Tot een student ze een witte jas voorhoudt: ‘Wilt u deze alstublieft aantrekken?’

De hygiëne- en EHBO-regels zijn door de studenten zelf geïmplementeerd, ze zijn verantwoordelijk voor de naleving. Ondanks alle inspanningen groeide er onlangs een schimmel in de lichamen. Meteen werd er naar de relatief onervaren avondstudenten gewezen. Kleinrensink gelooft er niks van dat zij de schimmel veroorzaakt zouden hebben: ‘Het kan altijd gebeuren, en deze studenten werken heel netjes volgens het protocol. De snijzalen worden überhaupt zwaar overbelast, en dan kan een schimmel makkelijk ontstaan.’


Vijf tips om zelf een cursus te organiseren

Zou je meer les willen krijgen over kinderradiologie, psychogeriatrische problematiek, of de anatomie van de pols? Regel het zelf:

1 Schrijf je plan uit op een A4. Welk vak wil je bijleren, voor hoeveel studenten en wat is daarvoor nodig?

2 Maak een professor of universitair docent enthousiast voor je plan. Zijn netwerk in de kliniek is belangrijk voor het vinden van docenten voor de colleges.

3 Wees voorbereid op weerstand vanuit de faculteit (kan niet, lukt niet, mag niet) en zoek oplossingen voor de problemen.

4 Als de belangstelling onder studenten groter is dan het aantal plaatsen, moet een keuze worden gemaakt. In Rotterdam leveren studenten anoniem een casusbeschrijving in, waar het bestuur en tutoren de beste uit kiezen.

5 Denk groot. In Rotterdam zijn er cursussen voor elk studiejaar. Sommige studenten volgen ze allemaal. Aan het eind is er een tentamen waarmee studenten geen studiepunten verdienen, maar een certificaat.


Op de website van het EFFECT is meer informatie te vinden, ook over de anesthesie- en radiologiecursus. Kijk op: http://www.erasmusmc.nl/effect/


Oprichter van de avondcursus Hilco Theeuwes
Oprichter van de avondcursus Hilco Theeuwes
Hoogleraar anatomie Gert Jan Kleinrensink
Hoogleraar anatomie Gert Jan Kleinrensink
anatomie & fysiologie anatomie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.