Alles voor jou als geneeskundestudent

Inloggen
Blogs
Anouk
3 minuten leestijd
Blog

Chill, dacht ik, iemand met verstand van zaken

Plaats een reactie

De ‘wat nou als en o nee daar gaan we dan’ waar iedere geneeskundestudent volgens mij bang voor is. Het moest een keer gebeuren. Het moment dat je je vaardigheden acute geneeskunde ineens in het echt moet toepassen. Elke arts maakt dit wel een keer mee, maar wanneer dat moment komt, dat weet je niet. En dat is ook de hele crux natuurlijk.

Ik zat met mijn moeder in de auto en we waren onderweg naar huis van een weekendje weg. We waren er echt bijna en toen zag ik iemand op straat liggen. Er stonden al heel wat mensen omheen. Het slachtoffer lag op de grond en er lag een fiets naast. Shit, fuck, o nee, kak. Het ging allemaal door m’n hoofd.

Vanaf een afstand zag ik al dat het slachtoffer gelukkig niet buiten bewustzijn was en ik liep ernaartoe. Natuurlijk vergat ik meteen het allereerste wat ons geleerd is: stel jezelf even voor en zeg dat je een EHBO-diploma hebt. Maar ik stak meteen van wal: kunt u vertellen wat er is gebeurd? Heeft u pijn in uw nek of rug? Kunt u alles nog goed voelen? Voelt u tintelingen in uw armen of benen?

Mijn volle focus was gericht op het slachtoffer. Pas toen ik na een minuut weer opkeek, zag ik dat alle omstanders (en dat waren er toch zeker acht) allemaal vertrokken waren. De sensatie was voor hen blijkbaar alweer afgenomen. Lekker dan, dacht ik nog, maar er was nog één iemand achter gebleven en die had de ambu al gebeld. Het slachtoffer was buiten levensgevaar en het was eigenlijk vooral wachten op de ambulance. Zelf had ze ook BLS (basic life support) en wist dus eigenlijk best goed wat er belangrijk was. Haar kauwgom had ze zodoende zelf al uit gedaan.

Toen zag ik vanuit mijn ooghoek een meisje aankomen fietsen. Aan haar broek bungelde een ziekenhuispasje. Ze stelde zich voor en vertelde dat ze verpleegkundige was. Chill, dacht ik, iemand met verstand van zaken. Samen namen we nog eens door wat de patiënt mij eerder ook al verteld had. Ik had geen informatie gemist. Weer was het moment aangebroken dat we het slachtoffer goed in de gaten hielden en vooral op de ambulance stonden te wachten.

 

Er stopte een auto. Een vrouw stapte uit. ‘Hoi, ik ben arts, mag ik vragen wat er gebeurd is.’ Nog beter! Dacht ik. Opnieuw gingen we alles na. En, natuurlijk, geen nieuwe informatie. Daar stonden we dan, met z’n allen langs de weg, weer te wachten. Ramptoeristen bekeken ons vanuit hun auto terwijl ze langzaam langs reden, om daarna natuurlijk weer flink gas te geven. ‘Kunnen we in de tussentijd anders iemand voor u bellen?’ vroegen we nog aan het slachtoffer.

 

Weer stopte een auto. Weer kwam er iemand aangesneld. ‘Hoi allemaal, ik ben spoedeisendehulparts, kan ik misschien helpen?’ Allemaal keken we elkaar aan. We moesten lachen. Zo hadden we toch een goed team bij elkaar verzameld. Zelfs bij het slachtoffer kon er ondanks de flinke pijn toch een glimlachje vanaf. De SEH-arts stelde nog wat nieuwe vragen, maar ook daaruit volgde niks ernstigs. Ook de dingen die wij al nagevraagd hadden wilde de SEH-arts weten. Het slachtoffer was ondertussen best wel klaar met steeds diezelfde vragen. ‘Nee ik heb geen pijn in mijn nek en ja ik kan alles nog perfect voelen, ik heb alleen heel veel pijn in mijn arm.’ Heel begrijpelijk natuurlijk.

 

Eindelijk kwam daar dan de ambulance aangereden. De chauffeur stapte uit. ‘Kan iemand vertellen wat er aan de hand is?’ De arts begon te lachen: ‘Nou, allereerst staan we hier met een geneeskundestudent, verpleegkundige, arts, spoedeisendehulparts én het slachtoffer heeft zelf ook BLS. We zijn er dus vrijwel zeker van dat er niks heel ernstigs aan de hand is, maar de arm is wel flink pijnlijk. De ambulancebroeder keek verbaasd en moest toen erg lachen: ‘Nou, laten we in ieder geval eens kijken wat we dan aan die arm kunnen doen.’

 

Met zoveel kennis en kunde om mij heen vond ik mezelf wel wat te veel en leek het me wel een goed moment om te gaan. Ik wenste het slachtoffer veel sterkte en liep weg. Maar toen bedacht ik ineens dat ik nog niet kon gaan. ‘Shit, mijn vest en jas liggen nog onder het slachtoffer.’ Dat werd dus wachten totdat ze met de ambu mee was. Gelukkig duurde het niet lang.

 

Na dit voorval moet ik eerlijk toegeven: mijn vertrouwen in de mensheid is gestegen. Als ik ooit val, geef mij dan ook maar zo’n medisch team.

Waar ik zelf het meest trots op ben? Niet zo moeilijk. Dat ik fatsoenlijk de auto langs de kant heb gezet, zonder daarbij nog meer slachtoffers te maken. Daar zat m’n moeder nog in namelijk en ik ben nou eenmaal niet zo’n autoheld.

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.