Laatste nieuws
spoedeisende hulp

Rotterdams onderzoek: ­SEH-arts versnelt doorlooptijd

De SEH-arts is bij uitstek geschikt om disciplineoverstijgend te werken

8 reacties
Getty Images
Getty Images

Binnenkort beslist het College Geneeskundige Specialismen (CGS) of de SEH-geneeskunde een zelfstandig medisch specialisme is. In de aanloop naar dat moment presenteren SEH-artsen onderzoeksresultaten waaruit het belang van hun vakgebied blijkt.

Wat is de optimale bezetting van een afdeling Spoedeisende Hulp (SEH)? Die vraag is actueel door beleid vanuit het ministerie van VWS, de covid-19-crisis, nieuwe kwaliteitsnormen, én de toenemende druk op en het personeelstekort in de zorg.

Om die reden heeft de raad van bestuur van Franciscus Gasthuis & Vlietland (FG&V) en de Specialisten Coöperatie Franciscus (SCF) in 2021 onderzoek laten doen naar de medische bezetting op de SEH. De uitkomsten van dit onderzoek, geïnterpreteerd door Menno Gaakeer, willen wij graag met u delen.1

Twee locaties

Het FG&V is een van de STZ-ziekenhuizen (STZ: samenwerkende topklinische ziekenhuizen). Het heeft twee SEH-locaties: één in Rotterdam (locatie Gasthuis) en één in Schiedam (locatie Vlietland).

Op de SEH-locatie Gasthuis zijn dag en nacht SEH-artsen KNMG aanwezig.2 Daarnaast werken hier artsen in opleiding tot specialist (aiossen) en artsen niet in opleiding tot specialist (aniossen) vanuit de spoedeisende geneeskunde en vanuit diverse (poort)specialismen. SEH-artsen zien op deze locatie alle onverwezen patiënten (inclusief 112-meldingen), de specifiek naar hen verwezen patiënten, alsmede een deel van de naar de (poort)specialismen verwezen patiënten naargelang de praktische behoefte en het aanbod van patiënten.

Op de SEH-locatie Vlietland zijn tijdens de openingstijden (10.00-21.00) altijd SEH-artsen aanwezig. Daarnaast werken hier aniossen SEH. Alle SEH-patiënten worden op deze locatie gezien door SEH-artsen en aniossen SEH. Op beide locaties zijn poortspecialisten in een achterwachtfunctie bereikbaar en oproepbaar.

Direct betrokken

Het onderzoek is uitgevoerd met data uit 2019, het laatste representatieve productiejaar vóór covid-19. De data zijn aangeleverd door Business Intelligence (BI), een afdeling van FG&V, en afkomstig uit de ‘verrichtingen­database’ en het elektronische patiëntendossier HiX; ze zijn op basis van het SEH-bezoeknummer gecombineerd. Verder zijn interviews gehouden met allerlei betrokkenen bij de SEH: vertegenwoordigers van de Specialisten Coöperatie Franciscus en van de verpleegkundigen, de raad van bestuur van Franciscus, de afdeling Business Intelligence en de directeuren zorg.

Op de twee SEH’s van het FG&V werden in 2019 in totaal 45.823 patiënten door een of meer artsen gezien.

Op de locatie Gasthuis kwamen 32.938 patiënten. SEH-artsen waren op deze locatie in ieder geval betrokken bij 13.885 (42%) SEH-patiënten, zo blijkt uit de dataregistratie. Daarnaast zagen de SEH-artsen op deze locatie naar schatting nog eens 7500 (23%) patiënten die niet primair onder de verantwoordelijkheid van de SEH-artsen vielen. A(n)iossen van de poortspecialismen gebruiken de dienstdoende SEH-arts namelijk regelmatig als laagdrempelige vraagbaak (om mee te kijken met röntgenfoto’s en ecg’s, en om te bepalen wat het initiële behandelbeleid moet zijn). De SEH-artsen werden in 2019 nog niet formeel geregistreerd als medebehandelaar, maar het overleg werd wel als opmerking opgenomen in het dossier. Inmiddels wordt deze vorm van betrokkenheid ook formeel geregistreerd.

Op locatie Vlietland waren de SEH-artsen in ieder geval betrokken bij 12.409 patiënten (97%) en waarschijnlijk bij de resterende 431 patiënten (3%).

Als je de getallen van beide locaties combineert dan zijn de SEH-artsen bij gemiddeld 74 procent van de patiënten op de SEH direct betrokken.

De doorlooptijd is het kortst bij patiënten die alleen door SEH-artsen zijn gezien

Doorlooptijden

Omdat op locatie Vlietland de SEH-artsen bij alle patiënten betrokken zijn, is er alleen voor de locatie Gasthuis een verschillenanalyse van de doorlooptijden mogelijk. De doorlooptijd is de tijd van binnenkomst op de SEH tot het moment dat de patiënt de SEH weer verlaat. De doorlooptijden op locatie Gasthuis zijn weergegeven in figuren 1 en 2.

Figuur 1 toont de doorlooptijd van de patiënten op de SEH van locatie Gasthuis in relatie tot het aantal betrokken a(n)iossen, SEH-artsen en/of poortspecialisten. Er is een duidelijk verband tussen de doorlooptijd en het aantal betrokken artsen: als het aantal betrokken artsen groter is, zijn dat vaak artsen van verschillende disciplines. De langere doorlooptijd lijkt dan ook te worden veroorzaakt door seriële consultatie.

Urgentie en soort behandelaar

Figuur 2 toont de doorlooptijd van patiënten van chirurgische en beschouwende specialisten (interne, cardio, long en mdl) op de SEH van locatie Gasthuis onderverdeeld naar:

  • SEH: patiënten die alleen door SEH-artsen of a(n)iossen SEH onder supervisie van SEH-artsen zijn gezien;
  • SEH en SPEC: patiënten die door a(n)iossen van poortspecialismen mét betrokkenheid van SEH-artsen zijn gezien;
  • SPEC: patiënten die geheel zonder betrokkenheid van SEH-artsen zijn gezien.

Hierbij zijn de doorlooptijden geanalyseerd per triage­kleur, om te corrigeren voor ziekte-ernst en dus voor een betere vergelijkbaarheid van bovenstaande groepen behandelaren (casemix). In het FG&V krijgt elke patiënt een triagekleur op basis van het Manchester Triage Systeem.

Figuur 2 laat zien dat de doorlooptijd het kortst is bij patiënten die alleen door SEH-artsen zijn gezien (SEH). Dit geldt voor alle triage­categorieën én voor zowel patiënten van chirurgische (CHI) als van beschouwende specialisten (INT). De doorlooptijd is het langst bij patiënten waarbij SEH-­artsen niet betrokken zijn (SPEC). Dit geldt voor zowel beschouwende als chirurgische patiënten bij alle triagecategorieën. Onder beschouwende patiënten scharen wij interne, mdl, long en cardiologie.

Gunstig effect

De resultaten van het onderzoek wijzen erop dat het inzetten van SEH-artsen op de SEH-afdelingen van Franciscus Gasthuis & Vlietland een gunstig effect heeft op de doorlooptijden. Dit wordt bevestigd door observaties elders in Nederland en door internationale bevindingen.3-5

De SEH-doorlooptijd zegt iets over de mate van procesoptimalisatie in en rond een afdeling SEH (of het gebrek hieraan). De doorlooptijd wordt internationaal dan ook beschouwd als een rele­vante kwaliteits­indicator voor het evalueren – en vervolgens optimaliseren – van SEH-zorg. Procesoptimalisatie gaat gepaard met zowel patiënt- als medewerkers­tevredenheid. Als het proces op de SEH echter niet optimaal verloopt en de doorlooptijden dus lang zijn, gaat dat samen met mindere kwaliteit en slechtere uitkomsten van de SEH-zorg. Maar voor de goede orde: procesoptimalisatie is een complex vraagstuk en houdt veel meer in dan alleen het realiseren van een snelle doorlooptijd.

Disciplineoverstijgend

De verklaring voor het gepresenteerde effect ligt voor de hand. De expertise en de besliskracht van SEH-artsen voorzien in de behoefte aan continuïteit, regie en disciplineoverstijgend eigenaarschap die voor de variëteit aan zorgprocessen in een SEH noodzakelijk is. Wellicht zouden andere medisch specialisten dat ook kunnen, maar zij kunnen dat onvoldoende disciplineoverstijgend invullen. Daardoor blijken zij in de praktijk toch minder doelmatig en effectief te zijn. Het gaat wat dat betreft dus niet alleen om de juiste zorg op de juiste plaats, maar ook om de juiste zorgprofessional op de juiste plaats.

De SEH-arts is een nieuwe professional die in de overwegend traditioneel ingerichte organisatiestructuren van veel zieken­huizen nog altijd moet zoeken naar een positie. Doordat financiële kaders en organisatie­wijzen worden aangepast aan de komst van nieuwe professionals komt hier de laatste jaren langzaam verandering in. Het effect van het inzetten van SEH-artsen op SEH-doorlooptijden in Franciscus Gasthuis & Vlietland kan daar verder aan bijdragen. Bij de verantwoordelijkheidsverdeling in een SEH, zal de SEH-arts steeds meer vanzelfsprekend als regiebehandelaar aangemerkt gaan worden.

Lineair verband

Uit de data-analyse blijkt dat er een duidelijk, vrijwel lineair, verband is tussen het aantal betrokken artsen en de doorlooptijd. Verder is de doorlooptijd het kortst bij patiënten die worden gezien door alléén SEH-artsen. Dit geldt voor alle triagecategorieën, zowel bij patiënten van chirurgische als van zogenoemde ‘beschouwende’ specialismen (interne, cardiale, long en mdl). De doorlooptijd is het langst bij patiënten waarbij SEH-artsen niet betrokken zijn. Ook dit geldt voor alle triage­categorieën en voor zowel de chirurgische als de beschouwende patiënten.

Wij concluderen dat de betrokkenheid van de SEH-artsen (alleen óf samen met een poortspecialisme) de doorlooptijd van SEH patiënten in Franciscus Gasthuis & Vlietland gunstig beïnvloedt. 

auteurs

Tirza Huting, SEH-arts KNMG Franciscus Gasthuis & Vlietland

Pol Stuart, SEH-arts KNMG Franciscus Gasthuis & Vlietland

Sander Mol, SEH-arts KNMG Franciscus Gasthuis & Vlietland

dr. Menno Gaakeer, SEH-arts KNMG ADRZ

contact

p.stuart@franciscus.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

1. Eindrapportage Onderzoek SEH, 7 november 2021, REBEL, M. van Baalen en P. Bosman.

2. Een SEH-arts is (nog) geen medisch specialist, maar heeft wel een profielerkenning spoedeisende geneeskunde, wat wordt uitgedrukt met de toevoeging KNMG. Spoedeisende geneeskunde is een erkende vervolgopleiding; dit betekent dat de opleiding onder toezicht staat van het College Geneeskundige Specialismen (CGS) en de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS).

3. Van der Veen D, Remeijer C, Fogteloo AJ. et al. Independent determinants of prolonged emergency department length of stay in a tertiary care centre: a prospective cohort study. Scand J Trauma Resusc Emerg Med 26, 81 (2018). https://doi.org/10.1186/s13049-018-0547-5

4. vd Veen D, Heringhaus C, de Groot B. Appropriateness, Reasons and Independent Predictors of Consultations in the Emergency Department (ED) of a Dutch Tertiary Care Center: A Prospective Cohort Study. PLoS ONE 2016; 11(2): e0149079. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0149079

5. Holliman C, Mulligan TM, Suter RE, et al. The efficacy and value of emergency medicine: a supportive literature review. Int J Emerg Med 2011; 4, 44. https://doi.org/10.1186/1865-1380-4-44

Lees ook:

SEH spoedeisende hulp seh-artsen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • J.P.M. Frölke

    Chirurg, Nijmegen

    Beste auteurs
    We begrijpen de roep van SEH-artsen om erkenning en bestendiging in het Nederlandse zorgstelsel en de twijfel dat je werk niet wordt gewaardeerd omdat het misschien geen nut heeft of overbodig is. Het is echter niet zo eenvoudig om het... nut van ‘nieuwe’ zorgverleners aan te tonen vooral in de acute zorg. We hebben dat ook gezien bij de introductie van traumahelicopters in Nederland en die zijn nu ook niet meer weg te denken dus ik zou me niet zoveel zorgen maken. Een valkuil is wel als je onderzoek presenteert wat helemaal geen wetenschappelijk gehalte heeft. Noem het dan een persoonlijke visie of iets dergelijks. Ook de literatuurreferenties gaan over andere determinanten, dit helpt niet om jullie serieus te nemen. Vanuit het Radboudumc heeft is vorig jaar een mooi proefschrift verschenen over deze materie en daar zijn belangrijke lessen te leren zoals het feit dat chirurgen te lang op zich laten wachten. Acute zorg is veel complexer dan geplande zorg waarbij veel meer aspecten een rol spelen.
    Een simpele maat om de kwaliteit van zorg te meten op de spoedeisende hulp afdeling is de doorlooptijd. Dit is al jaren geleden aangetoond in een Amsterdamse studie (Storm-Versloot Emerg Med J 2014). Als je dan een onderzoek hiernaar zou willen doen om je bestaansrecht aan te tonen dan zou je de doorlooptijd kunnen onderzoeken in vergelijkbare ziekenhuizen die wel of geen SEH-artsen in dienst hebben. Je kunt ook bepaalde veel voorkomende ziektebeelden evalueren die primair door de SEH-arts of direct door de medisch specialist gezien worden.
    Daarmee kom je bij de kern en dat is in welke setting de SEH-arts het meest oplevert. Het eerste ziekenhuis met SEH-artsen was destijds het OLVG met een drukke SEH en een enorm aanbod van zelfverwijzers uit de binnenstad van Amsterdam. Het ligt voor de hand dat je dan als SEH-arts meer kennis en ervaring opdoet over spuitabcessen en intoxicaties. Aan de andere kant van het spectrum heb je SEH-afdelingen van grote traumacentra waar ouderejaars aiossen van diverse poortspecialismen het fort bewaken en de SEH-arts feitelijk overbodig is. Uiteraard op voorwaarde dat de achterwacht snel beschikbaar is en dat lijkt me een taak die wij als specialisten dienen op te pakken. Net zoals je een dag per week poli of OK doet kun je ook een dag fysiek aanwezig zijn op de SEH. Dat is niet alleen goed voor de doorlooptijden van patiënten maar ook kosteneffectief omdat er minder overbodige diagnostiek wordt gedaan met als resultaat betere patiëntenzorg.

    • M.F. Kok

      seh arts

      Suggereer je nu dat de SEH-arts in het OLVG zich beperkt tot spuitabcessen en intoxicaties?
      Ik ben het eens met de genoemde beperkingen en wetenschappelijke tekortkomingen.
      Maar uit de reacties op dit artikel maak ik vooral een simplificering van... de acute zorg op met een beperkte eenzijdige blik vanuit het eigen specialisme. Ik lees vooral een beperkt inzicht in de kennis, kunde en toegevoegde waarde van de SEH-arts als discipline overstijgend specialist.
      De praktijk laat dagelijks zien waar we elkaar versterken om samen goede zorg te leveren.
      De theorie laat vooral een machtsstrijd zien die nergens voor nodig zou moeten zijn als het niet om geld zou gaan.
      Het is geen wedstrijd, het is zorg.

      Laten we niet elkaars waarde proberen onder te waarderen maar te erkennen, herkennen en waarderen.

  • J. Vermeulen

    traumachirurg en Medisch manager SEH, Rotterdam

    ‘Wij van wc-eend……..’ De auteurs (allen SEH-arts in het Franciscus Gasthuis) beschrijven aan de hand van doorlooptijden op de SEH hun expertise en besliskracht op deze afdeling, die ongeëvenaard is: “Wellicht zouden andere medisch specialisten dat o...ok kunnen, maar …”. Dit is misschien iets kort door de bocht. Figuur 1 geeft aan dat een patient die gezien wordt door 1 arts een snellere doorlooptijd heeft dan patienten die door meerdere artsen gezien moeten worden. In laatste geval zou je kunnen denken aan heel complexe patienten. Hetzelfde wordt eigenlijk weer gegeven in figuur 2, waar geldt dat bij meer artsen (SEH-arts en specialist, of assistent en specialist) meer tijd nodig is geweest voor de patient. Is dit niet juist wat het onderzoek zegt? Complexe patienten, waarbij onderling overleg nodig is (en de expertise van de medisch specialist gewenst is), vergen meer tijd.
    Hoewel de gegevens niet uit het artikel te filteren zijn, lijkt het erop dat vooral de weinig complexe zorg, zonder opname, en dus zonder medisch specialist, er toe leidt dat de gemiddelde doorlooptijd lager is.
    In het Maasstadziekenhuis is de SEH bemand met arts-assistenten en een internist acute geneeskunde en een chirurg. Drie jaar geleden is er met de zorgverzekeraar een KPI (klinische prestatie indicator) afgesproken om de doorlooptijd onder de 150 minuten te krijgen. Die KPI wordt al 3 jaar in successie gehaald. Het zou zo maar eens kunnen dat dit gehaald wordt omdat de patienten niet door een extra (SEH) arts gezien worden, want dat blijkt een lineair verband te hebben met een langere doorlooptijd.

    [Reactie gewijzigd door op 27-02-2023 15:24]

    • M.F. Kok

      seh arts

      Dat zijn dan ook weer wat kort door de bocht gestelde aannames Jeffrey.

      Heel goed te lezen dat jullie in het Maasstad samen meer ervaring naar de SEH hebben georganiseerd. Dat is precies wat wij ook voorstaan, maar dan wel ook 24/7.
      En hierbij ho...eft dit niet elke keer opnieuw tot een wij óf zij discussie te leiden toch?
      Zouden de chirurg, acute internist niet samen met de SEH-arts de gehele breedte van de zorgvragen nog beter kunnen invullen? Voor als het ook een cardiaal, kindergeneeskundige of neurologische zorgvraag betreft?
      Kunnen we samen zonder onnodige consulten en overbodige diagnostiek de zorg efficiënt en goed invullen. Ieder in zijn kracht. Als je onze kracht ook zou willen erkennen.

  • F.M. van der Linden

    Chirurg, Gouda

    Sinds de hoopvolle introductie van SEH artsen in Nederland, al weer meer dan 10 jaar geleden, is veel gespeculeerd over de implementatie en de voor en nadelen. Continuïteit van medische zorg op een SEH is goed, een dokter met regie functie en discipl...ine overschrijdend inzicht lijkt een panacee voor bijna alles. Uit het recente verleden is bekend dat er vaak (te)jonge onervaren dokters als eerste de SEH patiënten zien. Een onwenselijke situatie, en SEH artsen leken een oplossing voor ook juist dit probleem.
    Er zijn zeker een ruim aantal ziekenhuizen waar de SEH artsen naar behoren functioneren, maar negatieve gelluiden zijn ook veel gehoord. Enkele ziekenhuizen hebben reeds afscheid genomen van deze beroepsgroep, omdat in de praktijk teveel problemen ontstonden. Ook toename van doorlooptijden werden genoemd. In een topklinisch ziekenhuis in de regio Den Haag worden chirurgische patiënten niet meer door SEH artsen gezien, onder meer juist vanwege oplopende doorlooptijden.
    Het artikel van de SEH artsen uit 2 Rotterdamse ziekenhuizen is slecht onderbouwd, en de conclusie dient sterk te worden genuanceerd.
    Het meten van doorlooptijden is een hachelijke onderneming die een pseudo objectiviteit geeft. Doorlooptijden zijn niet alleen afhankelijk van de dokter, maar b.v. ook van laboratorium diagnostiek, röntgen faciliteiten en lokale logistieke knelpunten. Verder moeten aankomst en vertrek tijden worden geregistreerd, waarbij nogal eens onjuistheden ontstaan. Wordt dit geregistreerd door SEH artsen?
    Nergens staat vermeld waarom bepaalde patiënten alleen door een SEH arts werden gezien, of juist door meerdere specialisten werden onderzocht. Dit is natuurlijk een enorme bias. Een indeling in 3 triage groepen suggereert objectiviteit, maar is dat niet. We weten dat deze triage doorgaans door SEH verpleegkundigen wordt uitgevoerd, en bij nader onderzoek op de SEH, bepaald anders kan uitpakken. Patiënten die door blijkbaar meerdere specialisten zijn gezien, zullen doorgaans meer ingewikkelde problematiek hebben gehad terwijl wel degelijk aanvankelijk een groene triage heeft kunnen bestaan.
    Men refereert aan onderzoeken uit het buitenland, waar echter de organisatie doorgaans totaal anders is, en dus volstrekt onvergelijkbaar. Men praat over ‘observaties’ elders in het land, maar deze zijn dus soms ook totaal verschillend, en niet zo positief als de auteurs schrijven.
    Er wordt volledig voorbijgegaan aan de aard van de patiënten die zich op een SEH melden. Zijn dit zelfverwijzers (bij sommige SEH’s is dit ruim meer dan 50%) of zijn dit verwezen patiënten via een HAP (zoals in ons ziekenhuis 92 %).
    Het siert de 4 auteurs, allen SEH artsen, dat zij voor hun eigen beroepsgroep opkomen, maar dit artikel geeft geen onderbouwing voor de te stellige conclusie dat SEH artsen de efficiëntie vergroten. Wellicht kan het functioneren van SEH artsen in deze 2 Rotterdamse ziekenhuizen verbetering van efficiëntie hebben gegeven, maar de onderbouwing in dit artikel is zwak, en zeker dus niet te extrapoleren naar andere ziekenhuizen.
    Het zou een omissie zijn als er in de toekomst aan dit artikel gerefereerd gaat worden, in de discussie over het functioneren van de SEH artsen in bredere zin.

    • M.F. Kok

      SEH-arts, Haarlem

      Beste collega van der Linden,

      U geeft aan dat het gebruik van doorlooptijden als indicator een hachelijke onderneming is aangezien doorlooptijd als uitkomstparameter afhankelijk is van vele factoren. Ik deel uw mening en onderschrijf dat dit een pot...entieel bias kan geven in dit onderzoek. U gaat in uw afsluiting nog een stap verder, waarbij u feitelijk een waarschuwing doet uitgaan dat toekomstig aanhalen van dit onderzoek voor de beoordeling van het functioneren van SEH-artsen, in zelfs bredere zin, een omissie zal zijn. Nogal een statement. U lijkt welhaast angstig voor toekomstig schrijven over het functioneren van de SEH-arts.

      Frappant genoeg verwijst u vervolgens in uw inleiding zélf naar diezelfde hachelijke doorlooptijden als uitkomst maat, waarop wél het functioneren van SEH-artsen in negatieve zin kan worden beoordeeld. Een oordeel waar vervolgens ook rigoureuze consequenties aan verbonden worden die u, op uw beurt, als bewijs voor het falen van de inzet van SEH-artsen in bredere zin benoemt. U extrapoleert daarmee de enkele specifieke, en neem van mij aan uitzonderlijke, voorbeelden als maatgevend. Dat is mijns inziens een wetenschappelijke dwaling van uw kant.
      U haalt namelijk de door u genoemde voorbeeld klinieken waar de SEH-arts nu nog steeds niet, of niet meer, werkzaam is aan als onderbouwing. Dit gegeven aanhalen als bevestigende parameter geeft potentieel een bias op de werkelijke inhoud en realiteit. U benoemt namelijk niet de positieve bevindingen, die in een bijzonder andere verhouding staan tot de genoemde negatieve.
      Het feit dat men in een kliniek in Den Haag een andere keuze van werkwijze heeft gemaakt, draagt weinig bij aan enige onderbouwing van welke bevinding dan ook, anders dan een lokale keuze gebaseerd op lokale voorkeuren. U kent ze best, die voorkeuren. Ze staan in uw eigen position paper. Het zal toeval zijn dat juist in de Haagse zorg politiek voor inhoud gaat.

      Zoals u uiteraard ook weet, is al jaren bekend dat de veruit belangrijkste factor voor SEH crowding de uitstroomcapaciteit is. Niet de doorstroom noch de instroom. Een nationaal en internationaal wetenschappelijk zeer gedegen onderbouwd feit. Wel degelijk toepasbaar op de Nederlandse situatie die in uitstroom kenmerken nou net niet verschilt van welke andere setting dan ook: SEH crowding is een institutioneel veroorzaakt probleem, de oplossing ligt dan ook achter de SEH, in de organisatie, in het bijzonder in de kliniek. Maar daar had u natuurlijk allang extra aandacht voor in de huidige tijden van krapte. Uw eigen doorstroomtijd in uw kliniek, een gezamenlijk probleem!

      Het had u gesierd als u bij de door u gesuggereerde conclusie met betrekking tot het functioneren van de SEH-arts op basis van de uitkomstparameter doorlooptijd, de lezer ook had gewezen op de factoren die potentiële bias zouden kunnen geven aan die bevinding. De vaak goed bekende omstandigheden en factoren die neven effect hebben op de beoordeling van het functioneren van SEH-artsen, naast louter doorlooptijd.

      U somt bij de doorlooptijden op de SEH als mede beïnvloedende factoren op: laboratoriumdiagnostiek, radiologie en logistieke factoren. Daarnaast trekt u, tussen neus en lippen door, de integriteit van de SEH-arts in twijfel met betrekking tot de registratie van hun eigen aankomst en vertrektijden. U suggereert hier aanzienlijk meer dan u opschrijft.
      Met enige eigen ervaring op de SEH zou u hier nog een haast onuitputtelijke lijst aan toe kunnen voegen, maar de meest opvallende omissies zou ik zeker niet onbenoemd willen laten, zoals 24/7 directe beschikbaarheid en bereikbaarheid van de achterwacht, beschikbaarheid personeel en opnamecapaciteit, ervaringsniveau van de arts-assistent werkzaam op de SEH, aantal consulten aangevraagd per patiënt, aantal onnodige consulten aangevraagd per patiënt, neiging tot behoefte aan aanvullend onderzoek van achterwacht op afstand.

      Ik som bij de beoordeling van het functioneren van de SEH arts in Nederland, als mede beïnvloedende factoren van de parameter doorlooptijd, op: de angst voor verlies van inkomsten van sommige specialismen, de angst voor het verlies van macht van diezelfde specialismen, het gebrek aan erkenning van acute geneeskunde als daadwerkelijk vak en specialisme waardoor men de waarde ook niet kan herkennen, onbewust onbekwaam feitelijk, het tekort aan SEH-artsen waardoor we als beroepsgroep al bijna 20 jaar afgerekend worden op onze volledige prestaties uitgevoerd met halve mogelijkheden en tot slot de door de poortspecialismen zelf opgelegde beperkingen in mandaat en positionering van de SEH-arts op hun SEH waardoor deze slecht beperkt kán functioneren.

      Beste collega van der Linden,
      Zonder het hoogst haalbare wetenschappelijk niveau als onderbouwend bewijs, kunt ook u als traumatoloog, toch niet ontkennen dat een patiënt met stomp buiktrauma baat heeft bij de aanwezigheid van een ervaren SEH-arts met een bed side echo bij de hand bij eerste opvang, 24/7. De SEH-arts is dan geen traumatoloog, maar de traumatoloog ook geen SEH-arts, samen zijn ze wel een heel goed team voor de patient.
      Uit uw reactie spreekt u tussen uw regels door welhaast een aversie tegen de SEH-arts uit. Ik vraag me oprecht af waar deze aversie op gebaseerd is anders dan op de nu eenmaal heersende visie vanuit uw vakvereniging, gebaseerd op vooral het eigenbelang.

      Ik meen dat in uw kliniek de SEH-arts niet tot volwaardige ontplooiing heeft kunnen komen. De vraag is waar dat door is gekomen. Een vraag die u wellicht best heel goed zelf kunt beantwoorden, als u oprecht en eerlijk bent en mijn bovenstaand genoemde factoren van invloed op het functioneren van SEH-artsen meeneemt in uw overweging.

      [Reactie gewijzigd door Kok, Maarten op 14-02-2023 09:50]

  • AJ Smits , huisarts

    Leuk artikel en hopelijk sterkt het de SEH in hun betoog om erkenning. Echter mis ik niet een alinea over mogelijke bias en confounding? Bij mij roepen de resultaten wat vragen op over mogelijke selectie bias. Is het niet zo dat er meer 'eenvoudige' ...problematiek bij de SEH arts terechtkomt (en dus minder consultatie nodig)? en dat daardoor de doorlooptijd korter is? Het lijkt logisch te verwachten dat complexe specialist-specifieke problematiek eerder direct bij een specialist terecht komt. Ik denk bijvoorbeeld dat iemand met een MDL-specifiek probleem wv al uitgebreide behandeling door de MDL arts eerder direct naar de MDL arts wordt gestuurd dan naar de SEH arts (en dat deze bij complexe multiproblematiek bijvoorbeeld vaker en eerder andere specialismen moet consulteren).

    • P.J. Stuart

      SEH arts KNMG

      Dank voor uw reactie, het is zeker wenselijk dat uitgebreid bekende poort-specialistische patiënten door hen gezien worden en dat gebeurt over het algemeen ook.
      Het is vanzelfsprekend óók zo dat wij als SEH artsen bij complexe multi-problematiek ove...rleggen met onze poortspecialismen, ook in die categorie zien we een verschil in doorlooptijd van ongeveer 25 minuten.
      We zien de verminderde doorlooptijd algemeen bij alle triagecategorieën , daarom denken wij niet dat er een relevante selectie bias aanwezig is.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.